Posts tonen met het label jeugdzorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jeugdzorg. Alle posts tonen

dinsdag, maart 29, 2011

762. Aanbieding petitie "Knelpunten Jeugdzorg en scheidingsgezinnen" aan Tweede Kamer Commissie Jeugdzorg door Vaderkenniscentrum|SKO

Op dinsdagmiddag 29 maart 2011 heeft een delegatie van Vaderkenniscentrum|SKO de petitie "Knelpunten Jeugdzorg en scheidingsgezinnen" aangeboden aan de voorzitter mv. Khadija Arib (PvdA) en de leden mv. Willie Dille (PVV), mv. Brigitte van der Burg (VVD) en mv. Nine Kooiman (SP) van de Commissie Jeugdzorg-VWS van de Tweede Kamer.

De tekst van de petitie "Knelpunten Jeugdzorg en scheidingsgezinnen" kunt u hier teruglezen.

Namens het Vaderkenniscentrum|SKO bestond de delegatie uit:
- Peter Tromp, co-auteur en voorzitter van Vaderkenniscentrum|SKO
- Alec Balledux, hoofdauteur, initiatiefnemer tot de petitie en bestuurslid van Vaderkenniscentrum|SKO,
- Martin Barto, co-auteur en bestuurslid van Vaderkenniscentrum|SKO
- Peter Hokke, de vader uit de TV-documentaire 'Verdachte vaders' van Zembla, de vader uit de TV-documentaire 'Lang:gestraft' van de VPRO en de vader die al jaren aan het vechten is om zijn kinderen te zien

Foto-impressie van de petitieoverhandiging:

Hoofdingang van het gebouw van de Tweede Kamer
Van Links naar rechts: Willie Dille (PVV), Nine Kooiman (SP), Khadija Arib, (commissievoorzitter, PvdA) en Brigitte van der Burg (VVD) van de Commissie Jeugdzorg-VWS van de Tweede Kamer bij de petitieaanbieding.
Aftrap en introductie door Peter Tromp (voorzitter van Vaderkenniscentrum|SKO)




Toelichting op de petitie door Alec Balledux (hoofdauteur en initiatiefnemer tot de petitie)






Overhandiging van de petitie in een perkamenten rol door Martin Barto aan commissievoorzitter Khadija Arib
Khadija Arib zegt dank en geeft een eerste reactie namens de commissie.
Van Links naar rechts: Peter Hokke, Peter Tromp, Alec Balledux en Martin Barto, de delegatie namens het Vaderkenniscentrum|SKO
Het was overigens een prachtige zonnige dag en de Haagse terrassen voor de Tweede Kamer waren vol. Wijst dat misschien ook op een nieuwe lente en meer vaderinclusief werken en beleid door de Nederlandse jeugdzorg in de toekomst?! Aan ons zal dat in elk geval zeker niet liggen. Want kinderen, en zeker ook kinderen in de jeugdzorg, hebben de betrokkenheid van hun beide ouders hard nodig.

zondag, maart 20, 2011

753. Of beschuldiging waar is, doet er bij kinderrechter niet toe

Bron: NRC Handelsblad | Digitale editie | Opinie en Debat | pag. 46 | za 19 maart 2011

Jeugdzorg besluit zonder geldige reden tot uithuisplaatsing. Kinderrechters baseren zich op een ‘niet-pluisgevoel’. „Wij doen niet aan waarheidsvinding.”

Door Peter Prinsen
Oud-advocaat en specialist in het familierecht.


Het weghalen van een kind bij de ouders door Jeugdzorg gebeurt altijd op een verraderlijke manier. Hun kind, dat er niets van begrijpt en in paniek raakt, wordt vervoerd naar een locatie die maanden geheim wordt gehouden. Ter voorbereiding op het eerste contactmoment met de ouders – een week of drie later, een uurtje per twee weken, onder toezicht op het kantoor van Jeugdzorg – wordt het kind belast met een strikte geheimhoudingsplicht, zodat het oudercontact al die maanden beladen is met angst voor versprekingen.

In een professioneel ogend rapport van Jeugdzorg lezen de ouders enkele weken later wat zij in de fax van Jeugdzorg aan de kinderrechter ook al hadden zien staan: „jarenlange kindermishandeling” als „hypothese”, maar tot hun verontwaardiging zien zij dat de hypothese zonder onderzoek als vaststaand ‘feit’ in het rapport is vermeld. Hun advocaat maant zijn cliënten om Jeugdzorg vooral niet tegen te spreken.

Wijzen ouders toch op de onjuistheid van de beschuldigingen, dan krijgen zij van Jeugdzorg te horen: „Daar gaat het niet om in het jeugdrecht. Waarheidsvinding behoort niet tot onze taak.” Wijzen zij erop dat hun kind niets mankeert en het voortreffelijk doet op school, dan lezen zij tot hun verbijstering in een volgend rapport: „Het kind komt over als een zwaar beschadigd meisje als gevolg van jarenlang huiselijk geweld. Juist het feit dat zij ogenschijnlijk niets mankeert en ‘gewoon meedoet op school’, zou gezien kunnen worden als zorgelijk. Hieruit blijkt namelijk dat zij al jaren rondloopt met een groot geheim en dit nooit met iemand heeft kunnen delen.”

Wijzen zij op de innerlijke tegenstrijdigheid – „Komt over als zwaar beschadigd” en „mankeert ogenschijnlijk niets” – dan is het antwoord weer: „Daar gaat het niet om in het jeugdrecht. Waarheidsvinding is niet onze taak.”

Kaarten zij het aan bij de externe klachtencommissie (voorgezeten door een kinderrechter), dan opent de voorzitter de zitting met de woorden: „Vooraf moet ik u erop wijzen dat het in het jeugdrecht niet gaat om waarheidsvinding.” Klagen zij bij de Raad voor de Kinderbescherming over het klakkeloos overnemen van evidente onzin, dan krijgen zij te horen: „In het jeugdrecht gaat het niet om waarheidsvinding.” Komen zij bij de kinderrechter, dan opent ook die de zitting (achter gesloten deuren) met de woorden: „Vooraf moet ik u erop wijzen dat het hier niet gaat om waarheidsvinding.”

De Bezwaarschriftencommissie Jeugdzorg rechtvaardigt het niet doen aan waarheidsvinding aldus: „Bij de verslaglegging worden de verschillende meningen niet gepresenteerd als feiten, maar is sprake van een duidelijke bronvermelding”. Dit is een drogreden. Bronvermelding brengt de waarheid niet dichterbij, omdat de ‘bronnen van Jeugdzorg’ vooral Jeugdzorg zelf is en verder ontoegankelijk zijn.

Het uithuisgeplaatste kind dat volgens Jeugdzorg steevast zegt de ouders niet meer te willen zien. Een collega-Jeugdzorgwerker die zijn ‘hypothese’ heeft geformuleerd. Een arts of leerkracht die zich heeft laten strikken en nu zelf met een integriteitsprobleem zit. Een ter afdekking telefonisch geraadpleegde psychiater wiens mening is gevraagd, maar die het kind of de ouders niet kent. Rapporten van ‘ketenpartners’ die de stellingen van Jeugdzorg als uitgangspunt hebben genomen voor hún onderzoek en rapport.

Onderscheid maken tussen feiten en meningen is een kwaliteitskenmerk van een professionele organisatie. Meningen moeten gebaseerd zijn op deugdelijk vastgestelde feiten. Blijken die later niet te kloppen, dan moet de mening kunnen worden bijgesteld en gevolgen ongedaan worden gemaakt. Jeugdzorg schermt ermee dat kinderen thuis gevaar lopen als we hoge eisen gaan stellen aan het bewijs. Daarom moet het ‘niet-pluis-gevoel’ van de jeugdzorgwerker voldoende zijn. Altijd wordt de zaak van het vermoorde meisje Savanna erbij gehaald, maar die toont nu juist aan hoe onbetrouwbaar het pluis-of-niet-pluisgevoel van de jeugdzorgwerker is.

Het niet-pluis-gevoel mag niet langer de reden zijn om kinderen uit huis te plaatsen

De niet-pluis-opvatting steunt niet op de wet. Art. 255 BW: „De kinderrechter kan hangende het onderzoek de minderjarige voorlopig onder toezicht stellen indien dit dringend en onverwijld noodzakelijk is. Hij bepaalt de duur van dit voorlopig toezicht op ten hoogste drie maanden en kan de beslissing te allen tijde herroepen”. Let op de woorden ‘dringend’ en ‘onverwijld’ en dan nog geen spoeduithuisplaatsing, maar een spoedondertoezichtstelling.

Alleen in evidente noodgevallen mag worden opgetreden, maar slechts ter bezwering van de acute crisissituatie. Dat moet in elk geval kortstondig zijn en er moet waarheidsvinding op volgen. Dat volgt al uit de betekenis van de wettelijke term ‘onderzoek’. Die term kan op niets ander gericht zijn dan op de waarheid omtrent het onderzochte geval. Dat moet leiden tot een redelijke vorm van bewijs. Dat is iets anders dan een ‘niet-pluis-gevoel’ of de categorische slogan „wij doen niet aan waarheidsvinding”, die in de praktijk gemeengoed blijkt te zijn. Het bewaken van de waarheid in de democratische rechtsstaat is wettelijk een taak en een plicht van de kinderrechter. Achter gesloten deuren verzaken kinderrechters die plicht.

De problemen zijn onhoudbaar. De brandbrief van de Rotterdamse jeugdrechtadvocaten dateert alweer van december 2008. Een studiedag volgde, en in februari 2010 een rondetafelgesprek met een deels sceptische Commissie Jeugd en Gezin. In de Tweede Kamer klinkt de roep om Jeugdzorg op te heffen. Vervanging van de Jeugdzorg door een organisatie met een nieuwe naam – Centra voor Jeugd en Gezin – zoals de Voogdijraden werden vervangen door de Kinderbescherming, leidt alleen maar tot een nieuw orgaan met mensen „met dezelfde mensenstreken”. Maatregelen moeten niet alleen zijn gericht op de uitvoerders, zoals gezinsvoogden en hun leidinggevenden maar op de gezagsdragers die in de rechtsstaat verantwoordelijk zijn voor het boven tafel komen van de waarheid: kinderrechters. Kinderrechters die de waarheid niet bewaken moeten voor een in te voeren openbare ‘waarheidskamer’ kunnen worden gebracht.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Zaterdag 19 maart 2011, Opinie en Debat, pagina 46 – 47

Gerelateerde artikelen


Kinderrecht is krom
Bron: www.misdaadjournalist.nl: Maandag 21 maart 2011

Een nieuwe lente, een oud geluid: bij jeugdzorg doet 'waarheidsvinding' er niet toe.

Of een beschuldiging waar is, doet er bij kinderrechter niet toe, die doet niet aan waarheidsvinding. Schrijft oud-advocaat en specialist in het familierecht Peter Prinsen, NRC.
"Het weghalen van een kind bij de ouders door Jeugdzorg gebeurt altijd op een verraderlijke manier. Hun kind, dat er niets van begrijpt en in paniek raakt, wordt vervoerd naar een locatie die maanden geheim wordt gehouden. Ter voorbereiding op het eerste contactmoment met de ouders – een week of drie later, een uurtje per twee weken, onder toezicht op het kantoor van Jeugdzorg – wordt het kind belast met een strikte geheimhoudingsplicht, zodat het oudercontact al die maanden beladen is met angst voor versprekingen."

"In een professioneel ogend rapport van Jeugdzorg lezen de ouders enkele weken later wat zij in de fax van Jeugdzorg aan de kinderrechter ook al hadden zien staan: „jarenlange kindermishandeling” als „hypothese”, maar tot hun verontwaardiging zien zij dat de hypothese zonder onderzoek als vaststaand ‘feit’ in het rapport is vermeld. Hun advocaat maant zijn cliënten om Jeugdzorg vooral niet tegen te spreken.

Wijzen ouders toch op de onjuistheid van de beschuldigingen, dan krijgen zij van Jeugdzorg te horen: „Daar gaat het niet om in het jeugdrecht. Waarheidsvinding behoort niet tot onze taak.” Wijzen zij erop dat hun kind niets mankeert en het voortreffelijk doet op school, dan lezen zij tot hun verbijstering in een volgend rapport: „Het kind komt over als een zwaar beschadigd meisje als gevolg van jarenlang huiselijk geweld. Juist het feit dat zij ogenschijnlijk niets mankeert en ‘gewoon meedoet op school’, zou gezien kunnen worden als zorgelijk. Hieruit blijkt namelijk dat zij al jaren rondloopt met een groot geheim en dit nooit met iemand heeft kunnen delen.”

Wijzen zij op de innerlijke tegenstrijdigheid – „Komt over als zwaar beschadigd” en „mankeert ogenschijnlijk niets” – dan is het antwoord weer: „Daar gaat het niet om in het jeugdrecht. Waarheidsvinding is niet onze taak.”

Kaarten zij het aan bij de externe klachtencommissie (voorgezeten door een kinderrechter), dan opent de voorzitter de zitting met de woorden: „Vooraf moet ik u erop wijzen dat het in het jeugdrecht niet gaat om waarheidsvinding.” Klagen zij bij de Raad voor de Kinderbescherming over het klakkeloos overnemen van evidente onzin, dan krijgen zij te horen: „In het jeugdrecht gaat het niet om waarheidsvinding.” Komen zij bij de kinderrechter, dan opent ook die de zitting (achter gesloten deuren) met de woorden: "Vooraf moet ik u erop wijzen dat het hier niet gaat om waarheidsvinding."

Aldus (een deel van) het artikel in NRC. Het zal velen een zorg zijn: 'Wij voeden onze kinderen goed op, ze zullen niet voor niks uit huis zijn gehaald.' Dat is in veel gevallen natuurlijk ook zo, maar dat er zó weinig aan waarheidsvinding wordt gedaan blijft schokkend.
We worden toch allemaal al belazerd waar we bij zijn, de meeste journalisten denken ook niet verder dan hun neus lang is. Tamelijk prominent nieuws, stond vorige week in alle kranten: uit een bepaald onderzoek bleek dat er iets grondig mis was met (als ik me goed herinner) het doen van aangifte. In 'zoveel procent' zou het helemaal fout gaan.

Wat blijkt? Het 'onafhankelijke rapport' is opgesteld door een bureau dat gespecialiseerd is op dit gebied en dat - als het hiervoor wordt ingeschakeld - zelf het hele probleem kan oplossen. Slim gedaan, zo blijf je aan het werk voor de goedbetalende overheid, maar waar zijn de waakhonden (van de pers)?

woensdag, maart 02, 2011

735. Petitie ‘Knelpunten Jeugdzorg en scheidingsgezinnen’

Petitie ‘Knelpunten Jeugdzorg en scheidingsgezinnen’
Vader Kennis Centrum, maart 2011

Zie ook:
  • Aanbieding petitie "Knelpunten Jeugdzorg en scheidingsgezinnen" aan de Tweede Kamer Commissie Jeugdzorg door Vader Kennis Centrum
    Vaderkenniscentrum.nl, Nr. 762, 29 maart 2011
    http://vaderkenniscentrum.blogspot.com/2011/03/762.html
  • Regeringsreactie van staatssecretaris Teeven aan de Tweede Kamer op de petitie «Knelpunten Jeugdzorg en scheidingsgezinnen» van Vader Kennis Centrum [31 839 Jeugdzorg - Nr. 141 - d.d. 4 november 2011]
    http://goo.gl/amhVr

Nederlandse Jeugdzorg brengt scheidingskinderen regelmatig in de knel.

Tien belangrijke knelpunten in de maatschappij en de regelgeving waardoor scheidingskinderen in de knel worden gebracht en Jeugdzorg vaker voor problemen zorgt dan dat ze die problemen oplost, met voorstellen tot aanpassing van regelgeving.

Inleiding:

Vaderkenniscentrum/SKO (verder aan te duiden met VKC|SKO) moet constateren dat er diverse met elkaar samenhangende knelpunten bestaan als gevolg van het huidige vaderexclusieve functioneren van de Nederlandse jeugdzorg t.a.v. gescheiden vaders en hun scheidingskinderen in eenoudergezinnen of nieuw-samengestelde gezinnen. Het VKC|SKO gaf daarom opdracht aan een werkgroep bestaande uit Alec Balledux, Martin Barto en Peter Tromp (voorzitter van VKC|SKO) om een breder eerste beeld te schetsen van de knelpunten in onder meer de Jeugdzorg zoals zij die waarneemt. Deze knelpuntennotitie wordt door het VKC|SKO onderschreven. Enkele van de knelpunten heeft Alec Balledux al eerder in zijn mail van 6 februari 2011 bij de Tweede Kamer Commissie Jeugdzorg naar voren gebracht en deze mail wordt eveneens door het VKC|SKO onderschreven.

Het VKC|SKO overhandigt deze eerste knelpuntennotitie gezien de lopende politieke discussies over de toekomst van de Nederlandse jeugdzorg aan de Commissie Jeugd en Gezin en is voornemens om ook de oplossingen aan te dragen voor de gesignaleerde knelpunten maar acht het van belang u nu reeds over deze knelpunten te informeren. Deze petitie komt ook op de site van het VKC|SKO en wordt daarmee openbaar gemaakt.

Toelichting vooraf: Waar in de tekst van de knelpuntennotitie wordt gesproken over Jeugdzorg, worden zowel de Raad voor de Kinderbescherming als Bureau’s Jeugdzorg bedoeld. Vanaf de knelpunten 3 en verder wordt gerefereerd aan ‘moeders’ dan wel ‘vaders’ en is de meest voorkomende situatie weergegeven. Het kan in sommige situaties ook andersom zijn.

Na de opsomming van de knelpunten volgt een toelichting met concrete voorstellen op hoofdlijnen voor diverse maatregelen. Veel daarvan zijn niet nieuw en liggen ook niet louter en alleen op het terrein van de Jeugdzorg. Zo was er eerder tijdens de Vadertop 2007 (m/v/grootouders) te Amsterdam, vanuit een wat andere context een breed gedragen Manifest ‘Samen verder bij zorg en opvoeding’ opgesteld, dat wij als bijlage toevoegen. We moeten constateren dat er al veel langer een roep vanuit de samenleving is die door de politiek dient te worden opgepakt.

Waarvan akte!

De knelpunten zelf.

1. Steeds meer kinderen hebben door achterlopende wetgeving alleen een moeder met ouderlijk gezag waardoor het kind in scheidingssituaties onnodig veel risico loopt de zorg en opvoeding van de vader te moeten gaan missen. Meer dan de helft van de clientèle van Jeugdzorg bestaat uit scheidingskinderen wonend bij de moeder.

2. Er is een maatschappelijk verkeerd beeld van mishandelende ouders, waarbij de vader wordt beschouwd als de ouder die kinderen het vaakst mishandelt. Dit komt omdat in de media uitsluitend aandacht is voor zwaar fysiek geweld. De meeste mishandelingen, waaronder ook geestelijke mishandeling en verwaarlozing, vinden door moeders plaats.

3. Ouderverstoting en oudervervreemding worden niet als een vorm van geestelijke kindermishandeling beschouwd, noch in de toepassing van het strafrecht noch in de Jeugdzorg dat veel moeders alleen maar ondersteunt in deze vorm van kindermishandeling.

4. Er zijn geen expliciete en objectieve criteria in de Wet rond de toekenning, instandhouding en effectuering van omgang als specifieke invullingsvorm van de wettelijke verdeling van zorg- en opvoedtaken tussen de beide ouders na een scheiding in het zogenaamde ouderschapsplan. ‘In het belang van het kind’ wordt te vaak vertaald naar ‘in het belang van moeder’. Dat is maar al te vaak juist niet in het belang van het kind.

5. Bij Bureaus Jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming en binnen het familierecht wordt niet aan waarheidsvinding gedaan. Beslissingen worden genomen op basis van onderbuikgevoelens, leugens, roddel en achterklap.

6. Er is daarbij een groeiende groep van calculerende moeders die met valse beschuldigingen van incest en/of mishandeling en met hulp van instellingen en kwakzalvers de kinderen hun vader ontnemen hetgeen zelfs vaak door de overheid wordt gefinancierd middels rechtsbijstand.

7. Zorgmeldingen van vaders worden door Jeugdzorg vaak terzijde gelegd.

8. Kinderen worden in sommige provincies onnodig uithuis geplaatst (UHP). De kans op een UHP varieert per provincie afgerond tussen de 25 en 80%. Er zijn perverse financiële prikkels in de Jeugdzorg die daarbij een rol spelen.

9. Als kinderen een UHP krijgen is dat meestal vanuit een situatie dat het kind alleen met zijn moeder woont. Er wordt niet gekeken of het kind beter bij vader af is maar het kind wordt bijna altijd direct bij pleegouders of in een tehuis gestopt.

10. Het klachteninstrument binnen Jeugdzorg is niet effectief.

De knelpunten met toelichting en voorstellen:

1. Steeds meer kinderen hebben door achterlopende wetgeving alleen een moeder met ouderlijk gezag waardoor het kind in scheidingssituaties onnodig veel risico loopt de zorg en opvoeding van de vader te moeten gaan missen. Meer dan de helft van de clientèle van Jeugdzorg bestaat uit scheidingskinderen wonend bij de moeder.

In het komend decennium zal zonder wettelijke aanpassing de helft van de kinderen geen twee maar slechts één ouder met ouderlijk gezag hebben. Kinderen behoren bij geboorte het recht te hebben op twee gelijkwaardige ouders en dat kan alleen als vaders ook direct medegezag krijgen als ze hun kind erkennen. De huidige wettelijke obstakels voor vaders om medegezag te krijgen (eerst juridisch het recht op erkenning en daarna afzonderlijk ook nog eens op gezag af moeten dwingen; het toelaten van valselijke geboorteaangiftes) zijn niet in het belang van het kind en lijken alleen te willen benadrukken dat moeders wil in Nederland de enige wet is die er toe doet.

Voorstellen:

a)        Iedere biologische vader dient zijn kind zonder rechtsgang te kunnen erkennen. Moeder kan daarin dan berusten of dit bestrijden indien er vraagtekens zijn omtrent het biologisch vaderschap en moeder op de geboorteaangifte een andere naam dan de vader heeft ingevuld. Alsdan zijn vader en moeder verplicht mee te werken aan een genetisch onderzoek ten einde de biologische verwantschap tussen vader en kind in voldoende mate van zekerheid te kunnen bepalen. Zonder medewerking van vader en/of biologische verwantschap is erkenning nietig. Zonder medewerking van moeder wordt zij geacht in erkenning te berusten.
b)        Indien moeder berust in de erkenning verkrijgt de vader hiermee automatisch het ouderlijk gezag.
c)        De uitvoering van deze bepalingen zou aan een notaris kunnen worden overgelaten waardoor de meeste erkenningen zonder rechtsgangen plaats kunnen vinden terwijl zo ook de meeste kinderen weer twee ouders met gezag zullen krijgen.

2. Er is een maatschappelijk verkeerd beeld van mishandelende ouders, waarbij de vader wordt beschouwd als de ouder die kinderen het vaakst mishandelt. Dit komt omdat in de media uitsluitend aandacht is voor zwaar fysiek geweld. De meeste mishandelingen, waaronder ook geestelijke mishandeling en verwaarlozing, vinden door moeders plaats.

Dit verkeerde beeld leidt ook tot de huidige kromme wetgeving waarbij (zeker ongehuwde) vaders op een achterstand worden gezet. Kindermishandeling door vaders komt juist minder vaak voor dan de veel vaker voorkomende en geruislozere kindermishandeling door moeders, die weinig aandacht van de media trekt. Ondanks de ons inziens misleidende conclusies in de recente WODC/van Montfoort rapportage onder het beperkte aantal van politie-aangiften van kindermishandeling, blijkt uit de veel massalere meldcijfers van kindermishandeling bij de Nederlandse AMK’s al jarenlang dat het juist 2,5 keer zo vaak moeders dan vaders zijn, die hun kinderen mishandelen en/of verwaarlozen. Dit wordt ook in internationaal onderzoek bevestigd. Daarnaast blijkt uit de (inter)nationale literatuur en het (inter)nationale onderzoek naar kindermishandeling dat eenoudergezinnen en stiefgezinnen een vergroot risico op kindermishandeling hebben. Maar gezien het bestaande verkeerde maatschappelijke beeld worden bij een OTS vaders al snel buiten beeld gebracht door Jeugdzorg.

Voorstel:

Publiciteitscampagnes van de overheid met betrekking tot kindermishandeling en huiselijk geweld dienen genderneutraal te worden opgezet met zowel aandacht voor vaders als moeders als daders van huiselijk geweld of kindermishandeling.

3. Ouderverstoting en oudervervreemding worden niet als een vorm van geestelijke kindermishandeling beschouwd, noch in de toepassing van het strafrecht noch in de Jeugdzorg dat veel moeders alleen maar ondersteunt in deze vorm van kindermishandeling.

Niet alleen wordt oudervervreemding door moeders niet bestraft, het wordt zelfs door rechters beloond want deze rancuneuze moeders indoctrineren eerst ongestraft hun kind, daarna wordt in een kort gesprek met het geïndoctrineerde kind door de rechter het kind en de vader de omgang ontzegt ‘in belang van het kind’. Nederland riskeert dezelfde tik op de vingers als die Duitsland van het Europees Hof voor de rechten van de mens kreeg. Kinderen in Nederland worden in het geheel niet beschermd tegen oudervervreemdende moeders. Oudervervreemding is als geestelijke kindermishandeling op zich strafbaar, het dient dan ook vervolgd te worden en te leiden tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van het kind om die daartegen te beschermen.

Voorstellen:

a)        Oudervervreemding en het brengen van kinderen in een loyaliteitsconflict is een vorm van geestelijke kindermishandeling en dient door Jeugdzorg en ook door het OM als zijnde mishandeling als zodanig te worden behandeld.
b)        Indien er sprake is van oudervervreemding of het gevaar voor ouderverstoting reëel is dan dient dit vanuit Jeugdzorg tegengegaan te worden door de band tussen het kind en de andere ouder weer op te bouwen en te versterken.
c)        Bij oudervervreemding en/of het aanhoudend brengen van kinderen in een  loyaliteitsconflict dient de hoofdzorg bij de andere ouder te komen te liggen.

4. Er zijn geen expliciete en objectieve criteria in de Wet rond de toekenning, instandhouding en effectuering van omgang als specifieke invullingsvorm van de wettelijke verdeling van zorg- en opvoedtaken tussen de beide ouders na een scheiding in het zogenaamde ouderschapsplan. “In het belang van het kind” wordt te vaak vertaald naar “in het belang van moeder”. Dat is maar al te vaak juist niet in het belang van het kind.

Het criterium `In het belang van het kind´ zet de deur open voor willekeur. In het belang van het kind wordt bovendien al snel uitgelegd dat er rust moet komen voor de kinderen in de omgang die door de moeder wordt verstoord omdat ze daar alle ruimte voor krijgt in zowel wetgeving als door Jeugdzorg. Het gebrek aan expliciete objectieve criteria om de omgang te ontzeggen zorgt voor veel procedures, oudervervreemding, valse beschuldigingen en vooral veel kinderleed.

Voorstellen:

a)        Ontzegging van de zorg- en opvoedtaken dient alleen op grond van objectieve criteria, opgenomen in de Wet, gebeuren. Rechters kunnen onmogelijk in een kort gesprek uitmaken of ze te maken hebben met een geïndoctrineerd kind of met een kind dat zeer terecht geen zorgtaak van een ouder wenst. Alleen een zorgvuldig onderzoek door gekwalificeerde deskundigen kan dit rechtvaardigen.
b)        De bewaking van de kwaliteit van onderzoeken door externe deskundigen dient te worden geborgd in het kwaliteitskader, geldig voor zowel de Raad als BKZ’s. De lang geldende en adequate bijlage 3 van de Normen 2000 heeft geen opvolging gekregen en is per 31-12-2000 stilletjes vervallen.
c)        Indien de zorg en omgang tussen kind en ouder door de andere ouder wordt belemmerd is er sprake van geestelijke kindermishandeling (waarvan de strafbaarheid onduidelijk is) en onttrekking aan het ouderlijk gezag. Het eerste zou strafbaar dienen te zijn. Het laatste wordt beschouwd als een strafbaar feit conform artikel 279 Sr. Vaders die op grond van dit artikel vervolgd worden krijgen vaak jarenlange gevangenisstraf terwijl moeders als ze al vervolgd worden door het OM en als de aangifte al wordt opgenomen slechts voorwaardelijke taakstraffen krijgen. Er dienen maatregelen genomen te worden zodat er genderneutraal wordt gehandeld in het strafrecht door politie en justitie.
d)        Beslissingen omtrent de zorg en opvoeding of de verblijfplaats dienen door de rechter genomen te worden op basis van geverifieerde feiten en beweringen. In het geval dat er sprake is van beschuldigingen tussen ouders over en weer, of beschuldigingen door één van de ouders die door de andere ouder wordt tegengesproken, dient in opdracht van Jeugdzorg eerst onderzoek door gekwalificeerde onderzoekers gedaan te worden naar feiten, zodat de rechter op basis van feiten een beslissing kan nemen omtrent de zorg en opvoeding en de hoofdverblijfplaats van een kind.

5. Bij Bureaus Jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming en binnen het familierecht wordt niet aan waarheidsvinding gedaan. Beslissingen worden genomen op basis van onderbuikgevoelens, leugens, roddel en achterklap.

In plaats van onderzoeken door ter zake kundigen (BIG ingeschreven) wordt afgegaan op geruchten, onderbuikgevoelens van betrokkenen of zelfs kwakzalvers. De bepalingen voor onderzoeken rond externe deskundigen (opgenomen in de Normen 2000) zijn recent in alle stilte gesneuveld. De kwaliteit van de informatie speelt nauwelijks een rol om vergaande beslissingen te nemen en in Jeugdzorg wil men dat simpelweg ook niet.

Recent oordeelde de Nationale Ombudsman in rapport 20110015 dat in de Jeugdzorg wel degelijk zoveel mogelijk aan waarheidsvinding gedaan dient te worden:
“De stelling van de Raad voor de Kinderbescherming of van Bureau Jeugdzorg dat er niet aan waarheidsvinding wordt gedaan, is geen vrijbrief om de mening van één van de strijdende partijen zonder verifiëring in de rapportages op te nemen. Van instanties als Bureau Jeugdzorg en de Raad wordt een meer actieve houding verwacht. Indien zij een verklaring belangrijk vinden om daarmee een bepaalde beslissing te rechtvaardigen dan moet zoveel mogelijk de ware toedracht worden onderzocht. Alleen de beweringen die getoetst zijn kunnen als feiten in de rapportages worden opgenomen zodat de rechter zich daarover een gemotiveerd oordeel kan vormen.”
Voorstellen:

a)        Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming dienen hun adviezen te rechtvaardigen op grond van geverifieerde feiten en beweringen. De ware toedracht dient achterhaald te worden alvorens van een feit te mogen spreken.
b)        Een beschuldiging door een ouder of een instantie over de andere ouder mag alleen worden vastgelegd in een rapportage van Bureau Jeugdzorg of de Raad voor de Kinderbescherming als de mening van de andere ouder direct na deze beschuldiging (en niet in een vaak zoekgeraakte bijlage) wordt opgenomen in de rapportages zelf.
c)        Jeugdzorg dient te voldoen aan alle vereisten die de Wet op het Bestuursrecht stelt. Thans blijven adviseurs en verantwoordelijken bijna altijd anoniem en handelt men verre van zorgvuldig door ouders niet te wijzen op de mogelijkheid een bezwaarschrift in te dienen in het kader van de AWB, men stelt dat alleen een klachtenprocedure mogelijk is en zo fungeert Jeugdzorg als een Staat binnen een Staat.

6. Er is daarbij een groeiende groep van calculerende moeders die met valse beschuldigingen van incest en/of mishandeling en met hulp van instellingen en kwakzalvers de kinderen hun vader ontnemen hetgeen zelfs vaak door de overheid wordt gefinancierd middels rechtsbijstand.

Knelpunten 4 en 5 lokken valse beschuldigingen uit. De kokervisie van veel organen zoals de politie maakt het mogelijk dat veel vaders eerst ten onrechte worden vastgezet of opgepakt, soms in bijzijn van hun kinderen. Iedereen moet dan haast wel denken dat er wat aan de hand is. Soms is pas na jaren het onderzoek gereed en blijkt dat er een valse beschuldiging achter zit die echter onbestraft blijft. Vader en kinderen beschadigd en de rancuneuze moeder krijgt op zijn hoogst een mondelinge berisping. De politie zou bij aangiftes binnen afhankelijkheidsrelaties ambtshalve een onderzoek dienen te doen naar valse aangifte. Valse beschuldigingen vormen daarnaast een van de ernstigste vormen van (geestelijk) huiselijk geweld, aan de vaststelling waarvan consequenties verbonden dienen te worden.

Voorstellen:

a)        Indien er aangifte wordt gedaan van huiselijk geweld, stalking of (seksuele) kindermishandeling binnen afhankelijkheidsrelaties dient ambtshalve ook de valselijkheid van de aangifte onderzocht door een ander team binnen de politie te worden onderzocht. Alvorens te beslissen over hun advies aan het OM overleggen de teams.
b)        Gepleit wordt voor de instelling bij het OM van een Landelijke Expertisegroep Aangiften in Afhankelijkheidsrelaties (naar het voorbeeld van de LEBZ) maar dan met verplichte consultatie indien de teams het niet eens worden.
c)        Gefinancierde rechtshulp rond de zorgplicht van ouders dient beperkt te zijn tot de eerste procedure. Latere procedures worden achteraf door de overheid gefinancierd mits de gefinancierde voornamelijk in het gelijk is gesteld.
d)        De overheid dient vast te leggen bij welke beroepsverenigingen onderzoekers dienen te zijn aangesloten en alvorens de onderzoeksresultaten gebruikt kunnen worden door Jeugdzorg om te voorkomen dat kwakzalvers hun rol behouden bij valse beschuldigingen en aangiftes.

7. Zorgmeldingen van vaders worden door Jeugdzorg vaak terzijde gelegd.

Gescheiden vaders die zich oprecht zorgen maken over hun kinderen lopen tegen een gesloten deur bij Jeugdzorg. Meldingen bij het AMK zijn vaak tevergeefs. Zeker als het om geestelijke kindermishandeling gaat zoals verwaarlozing of oudervervreemding.

Voorstel:

Ook een melding van kindermishandeling door de vader of diens familie dient serieus te worden opgepakt en onderzocht door het Advies- en meldpunt kindermishandeling.

8. Kinderen worden in sommige provincies onnodig uit huis geplaatst (UHP). De kans op een UHP varieert per provincie afgerond tussen de 25 en 80%. Er zijn perverse financiële prikkels in de Jeugdzorg die daarbij een rol spelen.

Er is volstrekt geen landelijk beleid en bijna volkomen willekeur bij kinderbeschadigende uithuisplaatsingen. Terwijl de ene provincie in 25% van de OTS gevallen over moet gaan op een UHP, doet de andere provincie dat in liefst 80% van de gevallen waarmee een OTS dus bijna zeker ook een UHP impliceert. Hoewel een Savannah effect een rol kan spelen kan VKC|SKO zich niet aan de indruk onttrekken dat de perverse financiële prikkels (de beloning die een BJZ krijgt voor een UHP) een rol speelt. Een andere wijze van financiering zou naar de mening van VKC|SKO zeker bijdragen aan een meer maatschappelijk verantwoorde wijze van de totstandkoming van een UHP.

Voorstellen:

a)        Perverterende financiële prikkels in de jeugdzorg tot het nemen van kinderbeschermingsmaatregelen (OTS, UHP) dienen te worden weggenomen.
b)        Het onderzoek naar oorzaken van provinciale verschillen bij de kans op UHP bij een OTS moet beschikbaar komen en daaruit dienen zonodig consequenties te worden getrokken zoals de formulering van een landelijk beleid terzake.
c)        Bureau Jeugdzorg dient bij een hulpvraag is samenspraak met beide ouders een hulpplan op te stellen en beide ouders actief te begeleiden in het verbeteren of oplossen van de situatie binnen het gezin. Hierbij dient in ieder geval gekeken te worden naar de mogelijkheden van een Eigen Kracht Conferentie.

9. Als kinderen een UHP krijgen is dat meestal vanuit een situatie dat het kind alleen met zijn moeder woont. Er wordt niet gekeken of het kind beter bij vader af is maar het kind wordt bijna altijd direct bij pleegouders of in een tehuis gestopt.

Daarnaast is het opvallend, dat BJZ’s bij voorbaat vaders diskwalificeren om de zorg van de moeder over te nemen. De verificatie van de (on)mogelijkheid daarvan zou wettelijk verplicht dienen te zijn (amendement Voordewind maar dan ook voor de niet met het gezag belaste vader gezien knelpunt 1).

Voorstellen:

a)        Jeugdzorg dient als uitgangspunt te hanteren dat er tussen beide ouders (moeders en vaders) een gelijkwaardige verdeling in de zorg en opvoedtaken bestaat. Bij het nemen van kinderbeschermingsmaatregelen (OTS, UHP) dient zorg en opvoeding door de andere ouder of familie daarom allereerst serieus door jeugdzorg te worden onderzocht. Het Amendement Voordewind inzake het ouderschapsplan in de Jeugdzorg wordt door ons gesteund, waarbij wel belangrijk is dat dit ook geldend gemaakt wordt voor vaders zonder gezag.
b)        Het begrip hoofdverblijfplaats wordt in de wetgeving vervangen door verblijfplaats. In beginsel wordt er van uitgegaan dat het kind een verblijfplaats heeft bij beide ouders, tenzij de veiligheid van het kind in gevaar is of als beide ouders overeenkomen dat de verblijfplaats slechts bij één van de ouders is.

10. Het klachteninstrument binnen Jeugdzorg is niet effectief.

Klachtencommissies binnen Jeugdzorg functioneren niet altijd omdat er sprake is van keuring van eigen vlees. Als de klachten al gegrond worden verklaard dan wordt er geen opvolging aan gegeven door de teamleiders en de Raad van Bestuur en er wordt al helemaal niet van geleerd. Wat dan rest is een gang naar de Nationale Ombudsman maar dit kan onmogelijk als een effectief klachteninstrument worden beschouwd.

Voorstellen:

a)        Indien een klacht bij de klachtencommissie Bureaus Jeugdzorg of de klachtencommissie van de Raad voor de Kinderbescherming gegrond is verklaard dient deze verbindend te zijn tenzij een rechter daarover anders oordeelt en dient concreet aangegeven te worden welke stappen zijn ondernomen om de situatie te verbeteren. De stappen dienen waar mogelijk breed binnen de organisatie te worden ingezet.
b)        De Cliëntenraden van de Bureaus Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming alsmede een nieuw toezichtorgaan “Toezichthouder Jeugdzorgklachten” dienen te worden geïnformeerd over de inhoud van de klachten en indien klachten gegrond zijn verklaard dienen voorstellen tot verbetering te worden voorgelegd aan de Cliëntenraden.
c)        De toezichthouder Jeugdzorgklachten (te vergelijken met de AFM in de financiële wereld) is bevoegd dwangsommen op te leggen indien een Bureau Jeugdzorg of de Raad voor de Kinderbescherming onvoldoende navolging geeft aan klachten c.q. onvoldoende invulling geeft aan een onafhankelijke klachtenafhandeling.


- Bijlage: Manifest ‘Samen verder bij zorg en opvoeding’
Manifest van de Vadertop 2007 (m/v/grootouders) te Amsterdam, 20 juni 2007; Zie: http://vadertop.blogspot.com/2007/06/manifest-vadertop.html


© Copyright 2011 Vaderkenniscentrum|SKO. Integrale overname met bronvermelding van deze petitie en knelpuntennotitie c.q. verwijzing daarnaar is zonder toestemming onzerzijds toegestaan.

U vindt deze petitie ook terug op de website van het Vaderkenniscentrum|SKO op: http://vaderkenniscentrum.blogspot.com/2011/03/735.html Indien uw organisatie deze knelpunten wenst te onderschrijven dan verzoeken wij u ons dit per email te laten weten.

-------------------------
Petitie ‘Knelpunten Jeugdzorg en scheidingsgezinnen’, VKC|SKO, 2 maart 2011, J. Cabeliaustraat 17, 3554 VH Utrecht, T. 030.2383636, E. vaderkenniscentrum @ gmail.com

--------------------------------
Adhesie- en steunbetuigingen:
--------------------------------

1. Op 2-3-2011 14:59, schreef Ghislain Duchateau namens (1) het Samenwerkingsverband van Ouders en Belangenverdedigers bij Scheiding (SOBS) en (2) Gescheiden Ouders Dienstbetoon door Informatie (GOUDI) uit Vlaanderen - België:

Beste Initiatiefnemers,

Met veel genoegen heb ik kennis genomen van dit initiatief. Het komt niets te vroeg. Omdat ik constant ook de situatie in Nederland op de voet probeer te volgen, kan ik volmondig instemmen met de petitie en het onderstaand persbericht. Ik wil dit initiatief ten volle bijtreden en in de mate van het mogelijke ook ondersteunen.

Daartoe beveel ik de initiatiefnemers aan niet enkel te berusten in het overmaken van de petitie, maar eveneens het nodige te doen opdat de petitie uitwerking zou krijgen en dat zij zoveel mogelijk in maatregelen wordt ingewilligd. Daartoe is een bezoek aan de kamercommissie Jeugdzorg heel zinvol, maar ook aparte bezoeken van een kleine delegatie telkens aan partijfracties van de politieke partijen en aan de afzonderlijke leden van de commissie zouden daarbij ook nuttig kunnen zijn. Zou dat al niet kunnen in de herziening van de wetgeving op de Jeugdzorg?

In elk geval proficiat met deze belangrijke stap en met de wens dat het initiatief succesrijk en resultaatrijk mag worden in een heel nabije toekomst.

Ghislain Duchâteau,

namens
- Samenwerkingsverband van Ouders en Belangenverdedigers bij Scheiding (SOBS)
- Gescheiden Ouders Dienstbetoon door Informatie (website Goudi  - info@goudi.be )

Vlaanderen - België

2. Op 4 maart 2011, om 16:44 schreef  mv. T.P. Barendse-Cornelissen, als secretaris namens Stichting Kinderen-Ouders-Grootouders (KOG):

-------- Originele bericht --------
Onderwerp:  petitie
Datum:  Fri, 04 Mar 2011 16:44:33 +0100
Van:  KOG
Aan:  Vaderkenniscentrum | SKO
CC:  Alec Balledux, Alice Jansen

Stichting Kinderen-Ouders-Grootouders stemt in met de door het Vaderkenniscentrum gesignaleerde knelpunten in de jeugdzorg. Met name het gebrek aan belangstelling voor FEITEN, te onderscheiden van opinies en vermoedens, baart KOG ernstige zorgen.

T.P. Barendse-Cornelissen, secretaris KOG
kog@upcmail.nl

3. Op 30 maart 2011 schreef Jan Wijsman uit Den Haag:

Ik onderschrijf deze petitie.
Jan Wijsman, Den Haag
--------------------------------


Gerelateerde artikelen over de doorgeschoten Jeugdzorg bij Vaderkenniscentrum | SKO:

Gerelateerde artikelen over valse beschuldigingen en ontbrekende waarheidsvinding bij Vaderkenniscentrum.nl:

Kwaadwillende moeders - valse beschuldigingen - collaborerende hulpverleners (crèche, paranormale genezers) - Vader vals beschuldigd
Vaderkenniscentrum, Nr. 156, zondag, september 21, 2008
http://vaderkenniscentrum.blogspot.com/2008/09/156.html

OM rapport - Incestbeschuldigingen door moeders bij echtscheiding meestal onterecht blijkt uit rapport Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken
Vaderkenniscentrum, Nr. 203, zondag, november 23, 2008
http://vaderkenniscentrum.blogspot.com/2008/11/203_23.html

VARA ZEMBLA - Valse incestbeschuldigingen door moeders bij scheiding - Moeders liegen ex de cel in - Verdachte vaders
Vaderkenniscentrum, Nr. 315, zondag, mei 24, 2009
http://vaderkenniscentrum.blogspot.com/2009/05/315.html

Tuchtrecht gezondheidszorg LJN: YG0843: Huisarts gewaarschuwd omdat hij, zonder vader te informeren, moeder adviseert om de kinderen aan te melden bij het Centrum Psychotraumatische Hulpverlening Flevoland. Ook advies dient beschouwd te worden als medische verrichting.
Vaderkenniscentrum, Nr.734a, dinsdag, maart 01, 2011
http://vaderkenniscentrum.blogspot.com/2011/03/734a.html

Vals beschuldigd van incest na scheiding (VPRO documentaire Lang:gestraft)
Vaderkenniscentrum, Nr.750, donderdag, maart 17, 2011
http://vaderkenniscentrum.blogspot.com/2011/03/750.html

woensdag, februari 16, 2011

721. Knelpuntennotitie 'Jeugdzorg en scheidingsgezinnen'

Knelpuntennotitie “Jeugdzorg en scheidingsgezinnen”
Vaderkenniscentrum, Maart 2011

Nederlandse Jeugdzorg brengt scheidingskinderen regelmatig in de knel.

Tien belangrijke knelpunten in de maatschappij en de regelgeving waardoor scheidingskinderen in de knel worden gebracht en Jeugdzorg vaker voor problemen zorgt dan dat ze die problemen oplost.

Inleiding:

Vaderkenniscentrum/SKO (verder aan te duiden met VKC|SKO) moet constateren dat er diverse met elkaar samenhangende knelpunten bestaan als gevolg van het huidige vaderexclusieve functioneren van de Nederlandse jeugdzorg t.a.v. gescheiden vaders en hun scheidingskinderen in eenoudergezinnen of nieuw-samengestelde gezinnen. Het VKC|SKO gaf daarom opdracht aan een werkgroep bestaande uit Alec Balledux, Martin Barto en Peter Tromp (voorzitter van VKC|SKO) om een breder eerste beeld te schetsen van de knelpunten in onder meer de Jeugdzorg zoals zij die waarneemt. Deze knelpuntennotitie wordt door het VKC|SKO onderschreven. Enkele van de knelpunten heeft Alec Balledux al eerder in zijn mail van 8 februari 2011 bij de Tweede Kamer Commissie Jeugdzorg naar voren gebracht en deze mail wordt eveneens door het VKC|SKO onderschreven.

Het VKC|SKO overhandigt deze eerste knelpuntennotitie gezien de lopende politieke discussies over de toekomst van de Nederlandse jeugdzorg aan de Commissie Jeugd en Gezin en is voornemens om ook de oplossingen aan te dragen voor de gesignaleerde knelpunten maar acht het van belang u nu reeds over deze knelpunten te informeren. Deze notitie komt ook op de site van het VKC|SKO en wordt daarmee openbaar gemaakt.

Toelichting vooraf: Waar in de tekst van de knelpuntennotitie vanaf de knelpunten 3 en verder gerefereerd wordt aan ‘moeders’ dan wel ‘vaders’ is de meest voorkomende situatie weergegeven. Het kan in sommige situaties ook andersom zijn. Na de opsomming van de knelpunten volgt een toelichting.

De knelpunten zelf.

1. Steeds meer kinderen hebben door achterlopende wetgeving alleen een moeder met ouderlijk gezag waardoor het kind in scheidingssituaties onnodig veel risico loopt de zorg en opvoeding van de vader te moeten gaan missen. Meer dan de helft van de clientèle van Jeugdzorg bestaat uit scheidingskinderen wonend bij de moeder.

2. Er is een maatschappelijk verkeerd beeld van mishandelende ouders, waarbij de vader wordt beschouwd als de ouder die kinderen het vaakst mishandelt. Dit komt omdat in de media uitsluitend aandacht is voor zwaar fysiek geweld. De meeste mishandelingen, waaronder ook geestelijke mishandeling en verwaarlozing, vinden door moeders plaats.

3. Ouderverstoting en oudervervreemding worden niet als een vorm van geestelijke kindermishandeling beschouwd, noch in de toepassing van het strafrecht noch in de Jeugdzorg dat veel moeders alleen maar ondersteunt in deze vorm van kindermishandeling.

4. Er zijn geen expliciete en objectieve criteria in de Wet rond de toekenning, instandhouding en effectuering van omgang als specifieke invullingsvorm van de wettelijke verdeling van zorg- en opvoedtaken tussen de beide ouders na een scheiding in het zogenaamde ouderschapsplan. 'In het belang van het kind' wordt te vaak vertaald naar 'in het belang van moeder'. Dat is maar al te vaak juist niet in het belang van het kind.

5. Bij Bureaus Jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming en binnen het familierecht wordt niet aan waarheidsvinding gedaan. Beslissingen worden genomen op basis van onderbuikgevoelens, leugens, roddel en achterklap.

6. Er is daarbij een groeiende groep van calculerende moeders die met valse beschuldigingen van incest en/of mishandeling en met hulp van instellingen en kwakzalvers de kinderen hun vader ontnemen hetgeen zelfs vaak door de overheid wordt gefinancierd middels rechtsbijstand.

7. Zorgmeldingen van vaders worden door Jeugdzorg vaak terzijde gelegd.

8. Kinderen worden in sommige provincies onnodig uithuis geplaatst (UHP). De kans op een UHP varieert per provincie afgerond tussen de 25 en 80%. Er zijn perverse financiële prikkels in de Jeugdzorg die daarbij een rol spelen.

9. Als kinderen een UHP krijgen is dat meestal vanuit een situatie dat het kind alleen met zijn moeder woont. Er wordt niet gekeken of het kind beter bij vader af is maar het kind wordt bijna altijd direct bij pleegouders of in een tehuis gestopt.

10. Het klachteninstrument binnen Jeugdzorg is niet effectief.

Toelichting:

1. Steeds meer kinderen hebben door achterlopende wetgeving alleen een moeder met ouderlijk gezag waardoor het kind in scheidingssituaties onnodig veel risico loopt de zorg en opvoeding van de vader te moeten gaan missen. Meer dan de helft van de clientèle van Jeugdzorg bestaat uit scheidingskinderen wonend bij de moeder.

In het komend decennium zal zonder wettelijke aanpassing de helft van de kinderen geen twee maar slechts één ouder met ouderlijk gezag hebben. Kinderen behoren bij geboorte het recht te hebben op twee gelijkwaardige ouders en dat kan alleen als vaders ook direct medegezag krijgen als ze hun kind erkennen. De huidige wettelijke obstakels voor vaders om medegezag te krijgen (eerst juridisch het recht op erkenning en daarna afzonderlijk ook nog eens op gezag af moeten dwingen; het toelaten van valselijke geboorteaangiftes) zijn niet in het belang van het kind en lijken alleen te willen benadrukken dat moeders wil in Nederland de enige wet is die er toe doet.

2. Er is een maatschappelijk verkeerd beeld van mishandelende ouders, waarbij de vader wordt beschouwd als de ouder die kinderen het vaakst mishandelt. Dit komt omdat in de media uitsluitend aandacht is voor zwaar fysiek geweld. De meeste mishandelingen, waaronder ook geestelijke mishandeling en verwaarlozing, vinden door moeders plaats.

Dit verkeerde beeld leidt ook tot de huidige kromme wetgeving waarbij (zeker ongehuwde) vaders op een achterstand worden gezet. Kindermishandeling door vaders komt juist minder vaak voor dan de veel vaker voorkomende en geruislozere kindermishandeling door moeders, die weinig aandacht van de media trekt. Ondanks de ons inziens misleidende conclusies in de recente WODC/van Montfoort rapportage onder het beperkte aantal van politie-aangiften van kindermishandeling, blijkt uit de veel massalere meldcijfers van kindermishandeling bij de Nederlandse AMK’s al jarenlang dat het juist 2,5 keer zo vaak moeders dan vaders zijn, die hun kinderen mishandelen en/of verwaarlozen. Dit wordt ook in internationaal onderzoek bevestigd. Daarnaast blijkt uit de (inter)nationale literatuur en het (inter)nationale onderzoek naar kindermishandeling dat eenoudergezinnen en stiefgezinnen een vergroot risico op kindermishandeling hebben. Maar gezien het bestaande verkeerde maatschappelijke beeld worden bij een OTS vaders al snel buiten beeld gebracht door Jeugdzorg.

3. Ouderverstoting en oudervervreemding worden niet als een vorm van geestelijke kindermishandeling beschouwd, noch in de toepassing van het strafrecht noch in de Jeugdzorg dat veel moeders alleen maar ondersteunt in deze vorm van kindermishandeling.

Niet alleen wordt oudervervreemding door moeders niet bestraft, het wordt zelfs door rechters beloond want deze rancuneuze moeders indoctrineren eerst ongestraft hun kind, daarna wordt in een kort gesprek met het geïndoctrineerde kind door de rechter het kind en de vader de omgang ontzegt 'in belang van het kind'. Nederland riskeert dezelfde tik op de vingers als die Duitsland van het Europees Hof voor de rechten van de mens kreeg. Kinderen in Nederland worden in het geheel niet beschermd tegen oudervervreemdende moeders. Oudervervreemding is als geestelijke kindermishandeling op zich strafbaar, het dient dan ook vervolgd te worden en te leiden tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van het kind om die daartegen te beschermen.

4. Er zijn geen expliciete en objectieve criteria in de Wet rond de toekenning, instandhouding en effectuering van omgang als specifieke invullingsvorm van de wettelijke verdeling van zorg- en opvoedtaken tussen de beide ouders na een scheiding in het zogenaamde ouderschapsplan. “In het belang van het kind” wordt te vaak vertaald naar “in het belang van moeder”. Dat is maar al te vaak juist niet in het belang van het kind.

Het criterium `In het belang van het kind´ zet de deur open voor willekeur. In het belang van het kind wordt bovendien al snel uitgelegd dat er rust moet komen voor de kinderen in de omgang die door de moeder wordt verstoord omdat ze daar alle ruimte voor krijgt in zowel wetgeving als door Jeugdzorg. Het gebrek aan expliciete objectieve criteria om de omgang te ontzeggen zorgt voor veel procedures, oudervervreemding, valse beschuldigingen en vooral veel kinderleed.

5. Bij Bureaus Jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming en binnen het familierecht wordt niet aan waarheidsvinding gedaan. Beslissingen worden genomen op basis van onderbuikgevoelens, leugens, roddel en achterklap.

In plaats van onderzoeken door ter zake kundigen (BIG ingeschreven) wordt afgegaan op geruchten, onderbuikgevoelens van betrokkenen of zelfs kwakzalvers. De bepalingen voor onderzoeken rond externe deskundigen (opgenomen in de Normen 2000) waren recent nog bijna in alle stilte gesneuveld. De kwaliteit van de informatie speelt nauwelijks een rol om vergaande beslissingen te nemen en in Jeugdzorg wil men dat simpelweg ook niet.

Recent oordeelde de Nationale Ombudsman in rapport 20110015 dat in de Jeugdzorg wel degelijk zoveel mogelijk aan waarheidsvinding gedaan dient te worden:
“De stelling van de Raad voor de Kinderbescherming of van Bureau Jeugdzorg dat er niet aan waarheidsvinding wordt gedaan, is geen vrijbrief om de mening van één van de strijdende partijen zonder verifiëring in de rapportages op te nemen. Van instanties als Bureau Jeugdzorg en de Raad wordt een meer actieve houding verwacht. Indien zij een verklaring belangrijk vinden om daarmee een bepaalde beslissing te rechtvaardigen dan moet zoveel mogelijk de ware toedracht worden onderzocht. Alleen de beweringen die getoetst zijn kunnen als feiten in de rapportages worden opgenomen zodat de rechter zich daarover een gemotiveerd oordeel kan vormen.”
6. Er is daarbij een groeiende groep van calculerende moeders die met valse beschuldigingen van incest en/of mishandeling en met hulp van instellingen en kwakzalvers de kinderen hun vader ontnemen hetgeen zelfs vaak door de overheid wordt gefinancierd middels rechtsbijstand.

Knelpunten 4 en 5 lokken valse beschuldigingen uit. De kokervisie van veel organen zoals de politie maakt het mogelijk dat veel vaders eerst ten onrechte worden vastgezet of opgepakt, soms in bijzijn van hun kinderen. Iedereen moet dan haast wel denken dat er wat aan de hand is. Soms is pas na jaren het onderzoek gereed en blijkt dat er een valse beschuldiging achter zit die echter onbestraft blijft. Vader en kinderen beschadigd en de rancuneuze moeder krijgt op zijn hoogst een mondelinge berisping. De politie zou bij aangiftes binnen afhankelijkheidsrelaties ambtshalve een onderzoek dienen te doen naar valse aangifte. Valse beschuldigingen vormen daarnaast een van de ernstigste vormen van (geestelijk) huiselijk geweld, aan de vaststelling waarvan consequenties verbonden dienen te worden.

7. Zorgmeldingen van vaders worden door Jeugdzorg vaak terzijde gelegd.

Gescheiden vaders die zich oprecht zorgen maken over hun kinderen lopen tegen een gesloten deur bij Jeugdzorg. Meldingen bij het AMK zijn vaak tevergeefs. Zeker als het om geestelijke kindermishandeling gaat zoals verwaarlozing of oudervervreemding.

8. Kinderen worden in sommige provincies onnodig uit huis geplaatst (UHP). De kans op een UHP varieert per provincie afgerond tussen de 25 en 80%. Er zijn perverse financiële prikkels in de Jeugdzorg die daarbij een rol spelen.

Er is volstrekt geen landelijk beleid en bijna volkomen willekeur bij kinderbeschadigende uithuisplaatsingen. Terwijl de ene provincie in 25% van de OTS gevallen over moet gaan op een UHP, doet de andere provincie dat in liefst 80% van de gevallen waarmee een OTS dus bijna zeker ook een UHP impliceert. Hoewel een Savannah effect een rol kan spelen kan VKC|SKO zich niet aan de indruk onttrekken dat de perverse financiële prikkels (de beloning die een BJZ krijgt voor een UHP) een rol speelt. Een andere wijze van financiering zou naar de mening van VKC|SKO zeker bijdragen aan een meer maatschappelijk verantwoorde wijze van de totstandkoming van een UHP.

9. Als kinderen een UHP krijgen is dat meestal vanuit een situatie dat het kind alleen met zijn moeder woont. Er wordt niet gekeken of het kind beter bij vader af is maar het kind wordt bijna altijd direct bij pleegouders of in een tehuis gestopt.

Daarnaast is het opvallend, dat BJZ’s bij voorbaat vaders diskwalificeren om de zorg van de moeder over te nemen. De verificatie van de (on)mogelijkheid daarvan zou wettelijk verplicht dienen te zijn (amendement Voordewind maar dan ook voor de niet met het gezag belaste vader gezien knelpunt 1).

10. Het klachteninstrument binnen Jeugdzorg is niet effectief.

Klachtencommissies binnen Jeugdzorg functioneren niet altijd omdat er sprake is van keuring van eigen vlees. Als de klachten al gegrond worden verklaard dan wordt er geen opvolging aan gegeven door de teamleiders en de Raad van Bestuur en er wordt al helemaal niet van geleerd. Wat dan rest is een gang naar de Nationale Ombudsman maar dit kan onmogelijk als een effectief klachteninstrument worden beschouwd.

© Copyright 2011 Vaderkenniscentrum|SKO. Integrale overname met bronvermelding van deze knelpuntennotitie c.q. verwijzing daarnaar is zonder toestemming onzerzijds toegestaan.

Indien uw organisatie deze knelpunten wenst te onderschrijven dan verzoeken wij u dit per email aan ons op te geven.

dinsdag, december 21, 2010

664. De allerlaatste kans voor ouders - Jeugdzorg - GGZ Drenthe - Gezinspsychiatrisch Centrum 'De Stee'

Inleiding
Een verrassend mooie integere reportage. Hulde aan de redactie van EO Uitgesproken en Andries Knevel. Maar dat kwam - en zeker niet in de laatste plaats - ook omdat het hier kennelijk ging om een jeugdzorginstelling (De Stee) die beide ouders en het kind wel met respect tegemoet kan treden. Een jeugdzorginstelling bovendien, die niet alleen met moeders om kan gaan, maar ook met vaders. Een instelling dus die een moeder- en vaderinclusief beleid weet te voeren. Helaas is dat echter eerder uitzondering dan de regel in de huidige Nederlandse jeugdzorg.

Peter Tromp
Vaderkenniscentrum


De allerlaatste kans voor ouders
Bron: EO – Uitgesproken EO – Andries Knevel - 21 dec 2010 - 12:20





Jaarlijks worden zo’n 10.000 kinderen uit huis geplaatst, waarvan naar schatting zo'n 2000 kinderen onder de 2 jaar. Gezinspsychiatrisch centrum De Stee biedt ouders een laatste kans om te laten zien dat ze wel voor hun kind kunnen zorgen.

Get Microsoft Silverlight Bekijk de video in andere formaten.

Rene en Jaqueline zijn de ouders van Dominca. De kinderrechter heeft bepaald dat zij niet goed voor hun kind kunnen zorgen. Beide ouders hadden problemen met drank en drugs, kenden geen stabiele woonsituatie en er was niet genoeg geld om Dominca te verzorgen. Nu krijgen ze hun allerlaatste kans in de Stee om hun dochter te behouden.

Uitgesproken EO volgt Rene en Jacqueline 8 maanden lang tijdens hun opvang in de Stee. Lukt het hen om uiteindelijk zelfstandig voor Dominca te zorgen?



Bekijk de preview:





Herkansing voor ouders in De Stee
Bron: Dekrantvanmiddendrenthe.nl | Beilen | Altijd actueel | Nieuws | vrijdag 12 maart 2010

BEILEN - Een nogal uniek project. Zo mag je de gezinsbehandeling in De Stee op het GGZ-terrein in Beilen dat onlangs geopend werd wel noemen.

In De Stee, waar de dagbehandeling plaatsvindt van het gezinspsychiatrisch centrum, worden multiprobleemgezinnen met zeer jonge kinderen (0-2 jaar) behandeld. De kinderen uit deze gezinnen die in aanmerking komen voor gezinsbehandeling zijn vanwege de diverse ernstige problemen in het gezin uithuis geplaatst. Om te voorkomen dat in de tussentijd hechtingsproblemen ontstaan tussen kind en ouders hebben de ouders in De Stee regelmatig de kinderen bij zich. Onderzoek heeft uitgewezen dat het van belang is om op die leeftijd binnen een half jaar te besluiten waar het kind opgroeit. Dat kan ook bij pleegouders zijn. Is die duidelijkheid er niet, dan ontstaat er schade in de ontwikkeling van het kind. Het is daarom van belang dat zo snel mogelijk na de uithuis plaatsing samen met de ouders gewerkt wordt aan een beslissing over de beste plek voor het kind. Veiligheid van de kinderen en het onderlinge contact staan centraal bij de behandeling. De ouders worden min of meer klaargestoomd om op een goede manier als ouders te kunnen functioneren. In dat geval gaat er een positief advies naar de gezinsvoogd. Het kan echter ook zijn, dat na behandeling blijkt dat de ouders niet in staat zijn hun kind(eren) op een verantwoorde manier op te voeden. Dan gaat er, liefst met toestemming van de ouders, een negatief advies naar de voogd waarbij de kinderen in een pleeggezin geplaatst worden. Kortom, in De Stee wordt bepaald waar het bedje van de kinderen komt te staan.

vrijdag, februari 12, 2010

423. Kritiek Jeugdzorg - Openbare 'gesprekken' parlementaire werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg gestart


Bron van de bovenstaande afbeelding: 'Peiling de Stentor: Cliënt vraagt meer begrip jeugdzorg', Stentor - Binnenland - Algemeen - door Anne Boer - vrijdag 05 februari 2010


De 'Werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg' van de Tweede Kamer houdt momenteel hoorzittingen en onderzoekt de Jeugdzorg n.a.v. een zeer kritisch evaluatierapport van de Wet op de Jeugdzorg. De Werkgroep 'zegt' ook 'cliënten in de jeugdzorg' te horen. In plaats daarvan passeert een eindeloze stoet 'professionelen' die zeggen 'cliënten' te vertegenwoordigen en volgt een eindeloos geleuter waar kop nog staart aan zit. Zie daarvoor het goedgekeurde stenografische verslag van de hoorzitting op maandag 8 februari. De komende 'openbare' gesprekken van de kamerwerkgroep op maandag 15 februari, maandag 8 maart en maandag 15 maart, zijn steeds live te volgen via Live Debatten op de website van de Tweede Kamer

Gesprekken parlementaire werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg

De parlementaire werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg is gestart op woensdag 3 februari 2010 met openbare gesprekken. De werkgroep heeft op 3 februari gesproken met vertegenwoordigers van het onderzoeksinstituut BMC. BMC heeft op verzoek van het ministerie voor Jeugd en Gezin een evaluatieonderzoek verricht op de Wet op de jeugdzorg.

De werkgroep is voornemens een reeks openbare gesprekken te voeren met deskundigen, personen en vertegenwoordigers van organisaties die direct betrokken zijn bij de jeugdzorg.

De gesprekken staan gepland voor:

  • Woensdag 3 februari, 11.00 uur tot 13.00 uur;
  • Maandag 8 februari, 11.30 uur tot 17.30 uur;
  • Maandag 15 februari, 10.00 uur tot 17.00 uur;
  • Maandag 8 maart, 10.00 uur tot 17.00 uur;
  • Maandag 15 maart, 10.00 uur tot 17.00 uur.
De planning voor de openbare gesprekken parlementaire werkgroep 'Toekomstverkenning Jeugdzorg':

MAANDAG 8 FEBRUARI 2010: Goedgekeurd stenografisch verslag
10.00 – 11.30 uur I. Jongeren, (ex)cliënten, ouders (in beslotenheid)
11.35 – 12.45 uur II. Groep A. Vertegenwoordigers van jongeren, (ex)cliënten en ouders
12.45 – 13.15 uur Pauze
13.15 – 14.25 uur II. Groep B. Vertegenwoordigers van jongeren, (ex)cliënten en ouders
14.30 – 16.00 uur III. Professionals jeugdzorg
16.05 – 17.35 uur IV. Professionals jeugd-GGZ/LVG

MAANDAG 15 FEBRUARI 2010:
10.00 – 11.30 uur V. Jeugdbescherming en jeugdreclassering
11.35 – 13.05 uur VI. Sociale omgeving (wijk/buurt, school)
13.05 – 13.45 uur Pauze
13.45 – 15.15 uur VII. Centra voor Jeugd en Gezin
15.20 – 16.50 uur VIII. Wetenschappers/deskundigen Jeugdbeleid

MAANDAG 8 MAART 2010:
10.00 – 11.30 uur IX. Bestuurders Bureaus Jeugdzorg
11.35 – 13.05 uur X. Bestuurders jeugdzorgaanbieders
13.05 – 13.45 uur Pauze
13.45 – 15.15 uur XI. Politieke bestuurders
15.20 – 16.50 uur XII. Ex-bewindspersonen Jeugdbeleid/- zorg

Achtergrond van dit kameronderzoek

De Tweede Kamer heeft op 1 oktober 2009 besloten een eigen Toekomst- en onderzoeksagenda in te stellen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan een van de aanbevelingen uit de parlementaire zelfreflectie. De Kamer bepaalt jaarlijks op welke terreinen zij een uitvoeringsonderzoek of een toekomstonderzoek wil uitvoeren. In een jaar worden ten hoogste drie van deze onderzoeken uitgevoerd. De Kamer heeft voor 2010 onder andere ingestemd met een Toekomstverkenning naar de Jeugdzorg.

De algemene commissie voor Jeugd en Gezin stelde op 18 november 2009 uit haar midden een werkgroep in die zich verdiept in de Toekomstverkenning van de Jeugdzorg. Dit naar aanleiding van de aangenomen motie-Dijsselbloem c.s. (32 123 XVII, nr. 13). Het doel van de verkenning is inzicht te krijgen in de aanbevelingen en conclusies uit eerder uitgevoerde of nog uit te voeren onderzoeken op het terrein van de jeugdzorg. Uiteindelijk streven is om te komen tot een gedeelde analyse.

De Tweede Kamerwerkgroep bestaat uit de volgende acht leden:

  1. Dhr. P. Heijnen (voorzitter, PvdA)
  2. Mw. M. van Toorenburg (CDA)
  3. Dhr. J. Dijsselbloem (PvdA)
  4. Mw. M. Langkamp (SP)
  5. MW. I. Dézentje Hamming-Bluemink (VVD)
  6. Dhr. R. de Mos (PVV)
  7. Dhr. T. Dibi (GL)
  8. Dhr. J. Voordewind (CU)
De gesprekken zijn, met uitzondering van het gesprek op woensdag 3 februari, steeds live te volgen via Live Debatten op de website van de Tweede Kamer


Werkgroepvoorzitter en kamerlid Pierre Heijnen (PvdA)

Werkgroepvoorzitter en kamerlid Pierre Heijnen (PvdA) over 'zijn' kameronderzoek 'Toekomstverkenning Jeugzorg'

Hoe werkt de Wet op de jeugdzorg in praktijk? Wat moet er allemaal verbeterd worden in de jeugdzorg? Om hier antwoord op te krijgen, voert de parlementaire werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg 4 gesprekken met hulpverleners, ex-cliënten, voogden en specialisten. Kamerlid Pierre Heijnen (PvdA), voorzitter van de werkgroep en ook voorzitter van de Algemene commissie voor Jeugd en Gezin, vertelt over de kracht van de gezamenlijke verdieping.

“Bijzonder aan de werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg is dat de Kamerleden zich nu gezamenlijk verdiepen in het onderwerp”, zegt Pierre Heijnen, voorzitter van de parlementaire werkgroep. “Normaal gesproken is het ieder voor zich en dan trekken de fractiemedewerkers zich terug om informatie te verzamelen. Met deze werkgroep gaan we dwars door de politieke partijen heen. Dit moet uiteindelijk leiden tot gedeelde opvattingen en waarnemingen, wat de Tweede Kamer sterkt in het debat met de minister. Dit is precies zoals de werkgroep Parlementaire zelfreflectie het instrument toekomstonderzoek bedoeld heeft. Namelijk: het werk van de Kamer naar een hoger niveau helpen."

Angst

"Wat heel sterk naar voren komt uit gesprekken is de enorme verantwoordingsdruk. Sinds de dood van de peuter Savanna in september 2004, waarbij de gezinsvoogd werd vervolgd, bestaat er veel angst in de jeugdzorg. Er wordt veel vastgelegd zodat mensen er achteraf maar niet op aangesproken worden. De medewerkers besteden daar extreem veel tijd aan. Daarnaast duurt de indicatie van de cliënten te lang en blijkt de communicatie problematisch. Medewerkers hebben onvoldoende tijd om aan ouders uit te leggen waarom hun kind uit huis wordt geplaatst. Of waarom ondertoezichtstelling nodig is.”

De kamerstukken die in dit onderzoek een rol spelen

De media over dit Tweede Kameronderzoek

De onderstaande artikelen zijn tijdelijk beschikbaar. Vanwege auteursrechten verdwijnen de artikelen 2 weken na publicatie.