Posts tonen met het label moedergezinnen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label moedergezinnen. Alle posts tonen

dinsdag, juli 07, 2009

353. Toezichthouder zegt: "De grootste ellende hier komt van kinderen uit eenoudergezinnen."

Thema's:

  • Een toezichthouder, van de door de gemeente Cromstrijen ingehuurde Bewakingsdienst Zuid-West om de overlast van Numansdorpse hangjongeren in te perken, zegt:
    “De grootste ellende hier komt van kinderen uit eenoudergezinnen, die wat geld mee krijgen en het verder maar op straat moeten uitzoeken.''
  • AD zegt:
    “Dat is nou de harde kern, waarvan de gemeente Numansdorp al eerder vaststelde dat er niet veel meer aan te redden valt.”

Jeugd weet zich in de gaten gehouden

Bron: AD.nl - Hoeksche Waard - Door JOHN NIJSSEN - REAGEER - dinsdag 30 juni 2009

NUMANSDORP - Casper is 15 en gaat elke avond vissen. Op karpers. Vind-ie leuk. Heeft niemand last van. Wel van de Casper die op zaterdagavond soms iets te veel drinkt en dan bijvoorbeeld een tuinstoel in de fik steekt.

,,Maar als je wat gedronken hebt, kan het leuk zijn om zoiets te doen. De andere dag heb ik daar dan wel spijt van.''

Vanwege het spuiten van graffiti, werd hem onlangs een taakstraf van twintig uur opgelegd, te vervullen in het zwembad. Het bruut verstoren van privéfeestjes, zoals onlangs tot twee keer toe gebeurde in Numansdorp, gaat wat hem betreft echter veel te ver.

Je kunt van Casper zeggen of denken wat je wilt, maar hij verdient in elk geval meer respect dan zijn iets oudere plaatsgenoten, die 'even helemaal geen zin' hebben om hun verhaal te doen en zich snel uit de voeten maken. Dat is nou de harde kern, waarvan de gemeente al eerder vaststelde dat er niet veel meer aan te redden valt. De toezichthouders van Bewakingsdienst Zuid-West kunnen zich bij die conclusie wel iets voorstellen. ,,Zulke gasten zijn er trots op dat ze een strafblad hebben. Trekken zich nergens iets van aan en doen meestal ook geen aangifte tegen elkaar. Vorige week kreeg er nog eentje een kopstoot. Gat in zijn hoofd, vier hechtingen.''

Toch misdragen ook dergelijke raddraaiers zich minder, sinds de gemeente Cromstrijen de bewakingsdienst heeft ingehuurd om de overlast van Numansdorpse hangjongeren in te perken. Van zaterdagavond tien uur tot diep in de nacht, weet de jeugd zich scherp in de gaten gehouden door Jaap en een van zijn collega's. Behalve als handhavers van de openbare orde, uiteraard in samenwerking met de politie, fungeren de toezichthouders als een soort jongerenwerkers. ,,Hoewel je soms gewoon moet ingrijpen, is het ook belangrijk dat je een vertrouwensband opbouwt. In het begin word je voor van alles en nog wat uitgescholden. Moet je tegen kunnen in dit vak. Ze proberen je gewoon uit, maar je mag je nooit laten provoceren. Op een gegeven moment komen ze toch wel naar je toe met hun verhalen en problemen. De grootste ellende hier komt van kinderen uit eenoudergezinnen, die wat geld mee krijgen en het verder maar op straat moeten uitzoeken.''

Jaap kent zijn pappenheimers zo zoetjesaan wel. Met zijn collega's weet hij ze overal te vinden. Ook buiten de 'hotspots', zoals de vaste hangplekken bij de Rabobank en in speeltuintjes. ,,Ik doe van tevoren goed mijn huiswerk en heb ogen in mijn achterzak.'' De harde kern bestaat volgens hem uit zo'n twintig jongeren tussen de 14 en 19 jaar. Veelal jongens, 'maar die meiden kunnen er ook wat van hoor'. Daarnaast zijn er enkele tientallen 'meelopertjes'. ,,Individueel allemaal zo mak als een lammetje,'' aldus de toezichthouders.

Op hun surveillancetochten door het dorp komen zij bovendien geregeld een aantal 8- tot 14-jarigen tegen die, als ze de kans krijgen, ook al de nodige rottigheid uithalen. Jaap: ,,Die generatie is op zich nog wel bij te sturen.''

Drankmisbruik zorgt doorgaans voor de meeste problemen. ,,Zo nodig pakken we de flessen alcohol die ze bij zich hebben natuurlijk af. We treden in principe alleen op als ze daadwerkelijk overlast veroorzaken. Ze krijgen de keuze: naar huis of een nachtje in de politiecel. Eerst waren we trouwens wel strenger, maar je kunt de jeugd tenslotte ook niet overal wegsturen.''

Casper schiet dan ook niet in de stress als Jaap en Thomas hem aantreffen in het skateparkje op het bedrijventerrein aan de rand van Numansdorp. Hij verkeert in het gezelschap van Denise (17), Cynthia (15) en Angelique (17). Denise komt net als Casper uit Numansdorp, de anderen uit Zuid-Beijerland.

Met name de oudste twee zouden hun vertier probleemloos in het café kunnen zoeken, maar dat trekt hen niet. Er zou gewoon meer te beleven moeten zijn, vindt Denise, dol op evenementen zoals de Paardenmarkt en de Nautische Dag. ,,Er is kennelijk wel geld voor extra beveiliging en zo, waarom dan niet voor een fatsoenlijk jongerencentrum?'', oppert Casper. Of hij daar naartoe zou gaan? ,,Ligt eraan wie er zijn en of je er alcohol mag drinken.''

Cromstrijen heeft het plan om een jeugdsoos te beginnen in Numansdorp. Zij het niet als vervanging van de kroeg, laat staan van de huiskamer waar vaak wordt ingedronken. Het is volgens de gemeente vooral ook de verantwoordelijkheid van ouders om te helpen de overlast van hun baldadige kroost in te dammen. Dat werkt inderdaad het best, zegt Jaap. ,,Laatst zagen we een moeder die haar zoon aan zijn haren meenam. Je kunt je voorstellen hoezeer die jongen afging tegenover zijn vrienden.''

donderdag, april 23, 2009

314. E-quality directeur Joan Ferrier aan het woord :: Promotie van moeder-, eenouder- en stiefgezinnen. Nee, ze heeft zelf geen kinderen, nee.


Opiniemakers, politici en journalisten beïnvloeden de gedachtevorming in de samenleving. Ze beroepen zich in het algemeen op grondige feitenkennis. Maar is dat wel altijd het geval? Het CBS wil iedereen van informatie voorzien, want alleen als je de cijfers kent kan een debat op de juiste gronden worden gevoerd. Bovendien heeft eenieder daarmee een gelijk startpunt. In deze rubriek praat Jan Latten met prominente vrouwen uit onze samenleving waarbij hij ook hun feitenkennis toetst. In de vorige nummers deed hij dat bij Cisca Dresselhuys, Samira Bouchibti, Rita Verdonk en Agnes Jongerius, in deze uitgave legt hij Joan Ferrier langs de ‘statistische meetlat’.

Meten met Latten

Jan Latten in gesprek met Joan Ferrier

‘Ik schrik iedere keer weer van discriminatie’

http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/9B8C6048-1500-4386-837F-63E2F90B31B2/0/200901winterrelatiemagazine.pdf

Joan Ferrier, geboren in Paramaribo in 1953, dochter van Johan Ferrier, pedagoog en eerste president van Suriname en van Edmé Vas, lerares. Zelf orthopedagoge, ooit coördinator van opvanghuizen voor Marokkaanse kinderen en sinds 1998 directeur van E-Quality, kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit. In die rol voorvechtster van gelijke kansen. In 2008 uitgeroepen tot Zwarte Vrouwelijke Manager van het jaar.

De jury roemde uw onvermoeibare inzet voor het onder de aandacht brengen van man-vrouw verhoudingen en de vasthoudendheid waarmee u heeft laten zien dat tegenwind ook kansen biedt. Maar hoezo tegenwind? Emancipatie heeft toch alleen maar de wind mee?

In de afgelopen jaren heeft emancipatie echt niet altijd hoog op de politieke agenda gestaan. Kijk, op papier lijkt het keurig geregeld: gelijke kansen voor mannen en vrouwen. Maar in de praktijk van alledag is het toch anders. In werkelijkheid moet er heus nog wel het nodige veranderen.

Uw vader was eerste president van Suriname en pedagoog. Uw moeder was lerares. Wie herkent u in uzelf het meest? Uw vader of uw moeder?

Beide. Mijn moeder is in 1997 overleden en ik voel dat zij bij mij is, heel duidelijk. Zij is voor mij een voorbeeld hoe je zelfstandig en autonoom als vrouw in het leven kan staan. Zij verloor op vrij jonge leeftijd haar vader en heeft toen als oudste dochter moeten meewerken aan het onderhoud van de familie, samen met háár moeder. Ze moest geld verdienen én voor haar studie zorgen. Later heeft zij zich als lerares ingezet voor de ontwikkeling van andere kinderen.

En wanneer herkent u uw vader in uzelf?

Zijn voorbeeld voel ik op momenten dat ik politiek moet handelen. Van hem heb ik meegekregen hoe je bepaalde thema’s onder de aandacht moet brengen of houden en dat je ‘met een pot honing eerder tot zaken komt’. Mensen als het ware verleiden om ze te laten zien: er is écht wat aan de hand en dit kunnen we niet over ons heen laten gaan, hier moeten we wat aan doen. Dan ben ik mijn vader, de politicus.

Surinaamse kinderen groeien vaak op in een eenoudergezin. Ziet u daarin een ontwikkeling?

Ik denk dat ongeveer 70 procent van de Surinaams moeders de kinderen zonder partner opvoedt (feit: 57 procent in 2008), maar ik denk dat het verschuift… Je ziet twee tendensen. In de witte samenleving – om het zo maar eens te zeggen – is er een tendens naar meer alleenstaand ouderschap. In de Surinaamse gemeenschap zie je juist een lijn waarbij meer jonge mensen huiselijkheid, familie, een eigen gezinnetje willen. Dat heeft te maken met het opklimmen op de maatschappelijke ladder. Hoe hoger de klasse, hoe meer men traditionele gezinsvormen nastreeft. Tegelijkertijd is er in de Surinaamse gemeenschap ook nog steeds een grote groep die tot de lagere sociaaleconomische klasse behoort. Persoonlijk denk ik dat de Surinaamse bevolking van de autochtone leert en ook omgekeerd. Het is een vorm van integratie.

De alleenstaande Franse Minister van Justitie, Rachida Dati, dochter van een Marokkaanse vader en een Algerijnse moeder, kreeg op haar 43e een kind en hield de naam van de vader geheim. Ze wil haar kind alleen opvoeden. We kenden het fenomeen al uit de artiestenwereld: Madonna. Zijn het voorbeelden voor een nieuwe generatie jonge meiden die gemakkelijker kiezen voor een kind zonder dat ze een vaste partner hebben?

We hebben de afgelopen tijd vrij veel debatten gehad over uitgesteld ouderschap en wat het kan betekenen voor jonge vrouwen. Sommige vrouwen en meisjes hebben het daar behoorlijk moeilijk mee in de zin dat zij heel graag moeder willen worden, maar worstelen met de vraag of zij dit laten afhangen van wel of geen partner hebben. Als de spreekwoordelijke biologische klok tikt, kiezen sommige alleenstaande vrouwen er bewust voor alleen een kind te krijgen. Je zou kunnen veronderstellen dat dát de lijn gaat worden, omdat het nu beter dan vroeger mogelijk is om een alleenstaande ouder te zijn. Mensen verwachten niet alle ziel en zaligheid meer van één partner. Als je deze principes in overweging neemt, kun je heel goed de veronderstelling staven dat nieuwe generaties vaker zullen gaan voor een alleenstaand moederschap als geaccepteerde gezinsvorm. Inmiddels heeft de nieuwe generatie ook veel voorbeelden.

Mensen verwachten niet meer alle ziel en zaligheid van één partner

Heeft u kinderen?

Ik heb geen ‘biologische’ kinderen. In het werk dat ik hiervoor deed, heb ik wel veel met kinderen en jongeren gewerkt. Voor hen mocht ik een soort moeder zijn. Mijn man en ik hebben ook een pleegzoon die een aantal jaren bij ons in huis is geweest.

In het rapport ‘Nieuwe Gezinnen’, dat we dit jaar met het CBS hebben uitgebracht, hebben we veel aandacht gegeven aan stiefgezinnen, omdat die meer voorkomen. Er zijn nu in Nederland 125.000 à 150.000 stiefgezinnen (feit: 149.000 in 2007).

U gaat voor ’equality’ tussen mannen en vrouwen. Stel dat u – om uw ideaal te bereiken – net als Harry Potter met een toverstok één aspect aan mannen mocht veranderen. Wat zou u dan veranderen?

Eigenlijk denk ik aan twee dingen. Ik zou willen dat mannen die zeggen dat ze meer voor kinderen, ouders of geliefden willen zorgen dat ook doen. Dat is één. En het volgende wat ik zou willen veranderen, is dat mannen zichzelf iets meer ruimte en tijd gunnen om niet op één manier naar de dingen te kijken maar op verschillende manieren. Iets minder dat strak-mannelijke patroon van ‘A is A en het kan niet anders’.

Maar uit allerlei onderzoek komt naar voren dat het ‘directere’ mannelijke denken juist samenhangt met het verschillend functioneren van hersenen van mannen. In feite wilt u met uw toverstaf dus de biologie van de man zo veranderen dat iedereen als een vrouw denkt.

De manier waarop vrouwen denken… vanuit één ding beginnen en daar omheen allerlei nieuwe dingen ontwikkelen, nog niet precies weten waar je uitkomt, maar al wél starten… Die manier van denken, dat soort leiderschap, vind ik iets van de nieuwe tijd. Waarschijnlijk denkt de meerderheid zo, er zijn meer vrouwen dan mannen. Ik geloof circa 53 op 47 (feit: 51 op 49). Dat zou ik mannen ook wel gunnen, dat zij meer op die manier denken. Dan zou je elkaar ook wat beter begrijpen.

Uit de jeugdmonitor 2008 bleek dat Surinaamse jongeren behoorlijk vaak crimineel zijn. Wat doet dat met u? Wordt u kwaad, heeft u begrip of heeft u plaatsvervangende schaamte?

Ik schat dat circa 20 procent van de 18- tot 25-jarige Surinaamse jongens in één jaar tijd als verdachte door de politie is gehoord (feit in 2006: 13 procent van de jongemannen). Ik vind dat heel erg. Er is een grote groep Surinaamse Nederlanders – vooral jongens – die nog aan de onderkant van de samenleving zit, die heel weinig kansen heeft en waar behoorlijke problematiek aanwezig is. Ik vind dat heel erg, omdat het ook onmacht aangeeft; dat we dat nog niet voor elkaar hebben kunnen krijgen. En dat ook ik, als Surinaamse Nederlandse, het niet goed heb gedaan. Dat betekent dat wij ons dat moeten aantrekken en dat wij daarmee absoluut iets moeten doen. Dat gebeurt gelukkig ook wel. Dat vind ik zelf heel belangrijk. Daarin denk ik heel graag mee. Bij alle etnische groepen, dus ook voor autochtonen, geldt overigens dat er een oververtegenwoordiging is naar gender en die is veel spectaculairder dan die naar etniciteit.

Er is een grote groep Surinaamse Nederlanders die nog aan de onderkant van de samenleving zit, die heel weinig kansen heeft en waar behoorlijke problematiek aanwezig is

Als zwarte vrouw weet ik hoe het is om in deze samenleving je hoofd boven water te houden

Agnes Jongerius grijpt de financiële crisis aan om meer vrouwen in de boardroom te propageren. Met meer vrouwen als bankier zou de financiële crisis niet zo heftig zijn geworden?

Ik ben het eens met Agnes Jongerius. Je ziet nu dat de bancaire wereld vooral door mannen wordt geleid. We hadden het daarnet over dat mannen over het algemeen een bepaalde manier van denken hebben en bepaalde risico’s nemen. Dat is stoer en dat wordt beloond. Vrouwen zijn eerder geneigd om minder risico te nemen. Als je beide manieren van denken bij elkaar zet, houd je zowel de schwung als de controle erin. In die zin worden de kwaliteiten van beide seksen benut. Ik schat dat in Nederland ongeveer een kwart van alle leidinggevenden – en dan heb ik het niet uitsluitend over de top, maar over alle werkenden, bijvoorbeeld ook in de supermarkt – een vrouw is (feit: in 2007 is 27 procent van alle leidinggevenden een vrouw).

Dus vrouwen kunnen de bankiers van de wereld nog wat leren? Waarom organiseert E-Quality dan nog cursussen ’hoe ga ik met geld om’ in de vorm van Vrouw&Geld Cafés?

Dat lijkt een tegenstelling, maar dat is het niet. Vrouwen zijn eerder geneigd om aan anderen te denken dan aan zichzelf. Om het bekende voorbeeld maar weer eens te geven: een man die een nieuw bedrijf start, schaft vaak eerst voor zichzelf de leukste, nieuwste laptop en een mooie grote auto aan. Een vrouw zal eerder investeren in deskundigheid en vergeten voor zichzelf te zorgen. Ze moet ook bedenken welke persoonlijke financiële consequenties het heeft als ze stopt met werken of als er een echtscheiding komt. Veel vrouwen vinden dit heel vervelend gepraat. Als je erg verliefd bent en gaat trouwen of samenwonen en denkt ‘dit is het helemaal’ dan ga je niet zitten zeuren over hoe je dat allemaal vastlegt. Een vrouw is, denk ik, eerder emotioneel en sociaal, waardoor zij onvoldoende let op haar eigen belangen. Wij adviseren bijvoorbeeld een eigen rekening aan te houden naast een gezamenlijke. Wat je dan ziet, is dat elk van beide evenveel overmaakt op die gezamenlijke rekening. Surinaamse vrouwen zijn overigens best economisch zelfstandig, méér dan alle vrouwen in Nederland in het algemeen en ook meer dan uitsluitend de autochtone vrouwen (feit: met 46 procent de hoogste score).

E-Quality heeft ook te maken met tegengaan van discriminatie. Bent u zelf wel eens gediscrimineerd?

Ja, vele malen. Ineens is het er kkrrts! Ik schrik er iedere keer weer van, word verdrietig en ook kwaad. Dan denk je ’Hoe bestaat het?’ Soms weet je ook niet wat er achter zit, is het omdat je vrouw bent, omdat je zwart bent, omdat je deze leeftijd hebt, omdat je er zó uitziet? Het zijn al die factoren bij elkaar. Nee, in sommige gevallen weet je het gewoon niet. Er zijn zoveel kleine dingen. Je zit bijvoorbeeld in een volle tram en er komt niemand naast je zitten. Of dat jij naast iemand gaat zitten en dat ze dan hun tas angstvallig bij zich nemen. Je weet het niet zeker, maar het is wel shockerend. Dan moet je je even resetten. Zij denken zo, maar ik gelukkig niet. Terwijl ik natuurlijk ook situaties ken waarin mensen vriendelijk tegen mij zijn en mij als gelijke behandelen. Dat geeft weer kracht. Ja, dan denk je: die mensen zijn er gelukkig ook in Nederland en die mensen staan waar Nederland voor wil staan, dat we samen een diverse samenleving vormen.

Toch accepteert u de Award Beste Zwarte Zakenvrouw van het jaar. Is dat niet een vorm van zelfdiscriminatie? Dat vindt u geen probleem?

Nee, want ik zie mezelf als een zwarte vrouw. Hoe ik ben en wat ik ben wordt ook bepaald door het feit dat ik een Surinaamse zwarte vrouw ben. Dat is mijn achtergrond. Als zwarte vrouw weet ik hoe het is om in deze samenleving je hoofd boven water te houden. Ik ben als het ware van meerdere werelden en kan zaken combineren, dus je hebt veel te bieden. Om eerlijk te zijn ben ik er ook trots op een zwarte vrouw te zijn. Dus ik vind het een mooie award van de businessclub van ZZVN en ben er heel vereerd door. Ik heb deze award altijd gepromoot en er aandacht voor gevraagd, omdat het belangrijk is de Nederlandse samen leving te laten zien wat een diversiteit we hier hebben. Zo’n award laat zien dat al deze mensen hun bijdrage leveren en ervoor zorgen dat we in deze samenleving prettig samen kunnen leven.

Score op de statistische meetlat






maandag, december 10, 2007

54. Vaderloze moedergezinnen in jeugdzorg en hulpverlening - Leeuwarden

Drang en dwang als hulpverleningsmiddel

Onderbeschreven “casus” werd gebaseerd op de praktijk. Daarbij zijn gefingeerde namen gebruikt.

Bron: Sociale teams Leeuwarden in beeld, Leeuwarden, Hulp en Welzijn, Februari 2006

José (36) is bekend bij praktisch elke hulpverlenende instantie in Leeuwarden. Ook haar zes kinderen staan in menig dossier. Onder dwang aanvaardt José hulp van het sociaal team.

Op een oude bank in de voortuin hangt een jongen van een jaar of zeven. ‘Hé Jordi, is je moeder thuis?’ informeert de hulpverleenster. Het joch haalt zijn schouders op. De voordeur staat op een kier. Binnen zit José een sigaret te roken en naar een soap te kijken. Ze draagt een roze coltrui, een spijkerbroek en hoge laarzen. Haar lange, roodgeverfde haar heeft ze opgestoken. Ze heeft een vriendelijk gezicht, maar wantrouwende ogen. Met nauwelijks verhulde tegenzin begroet ze het bezoek.

Haar hele leven komt José al in aanraking met hulpverleners. Net als haar zussen stond ze onder toezicht van de jeugdzorg. Toen ze zestien was, raakte ze zwanger. Ze ging al nauwelijks naar school, maar nu helemaal niet meer. Baantjes had ze nooit lang. Haar verslaving aan alcohol speelde daarin mee. Ze werkte als prostituee, maar het is onduidelijk of ze dat nog steeds doet. Geld krijgt ze nu via een uitkering. Ze heeft schulden bij postorderbedrijven en bij de woningstichting. Het is niet gemakkelijk om de eindjes aan elkaar te knopen met zes kinderen. De vaders zijn niet meer in beeld, op één na. Die hokt tegenwoordig met haar zus.

De politie heeft een lijvig dossier over het gezin. Buren klagen over vechtpartijen, geschreeuw, harde muziek, rotzooi. De oudste zoon is opgepakt voor inbraken en berovingen. Hij heeft zijn moeder wel eens bij de keel gegrepen, maar daar heeft ze geen aangifte van gedaan. Huiselijk geweld is niet nieuw in het gezin. José heeft een aantal vrienden met losse handen gehad. Zelf kan ze ook behoorlijk uithalen, zeker als ze dronken is. Ze kan er tegen als zij een knal krijgt, maar van haar kinderen moet je afblijven. Voor haar kinderen doet ze alles. Het zijn schatten, ook al zijn ze niet gemakkelijk. Vijf van de zes zitten op het speciaal onderwijs en staan onder toezicht van de jeugdzorg.

Dwang

De hulpverleenster steekt zelf ook een sigaret op en vraagt waarom Jordi vandaag niet op school is. José houdt haar ogen op de televisie gericht en zegt dat haar zoontje niet lekker is. Ze toont pas interesse als de hulpverleenster vertelt dat haar 15-jarige zoon Sherman misschien stage kan lopen bij een garagebedrijf. ‘Sherman is gek op auto’s’, zegt José. ‘Hij is er heel handig mee’. Met gevoel voor humor: ‘Hij krijgt ze tenminste altijd heel snel open!’

De verslavingszorg, de jeugdzorg, het maatschappelijk werk, de politie en de woningstichting zijn allemaal betrokken bij het gezin. Geen van alle instanties lukt het om effectieve hulp te beiden. Het sociaal team wordt gevraagd de impasse te doorbreken. Het team besluit drang en dwang toe te passen om een oplossing te forceren. Zonder dwang zou het gezin niet meewerken. Het plan van aanpak is eenvoudig; de woning uit of hulp accepteren. José houdt zielsveel van haar kinderen, daar zijn alle hulpverleners van overtuigd. Ze heeft alleen zelf nooit het goede voorbeeld gekregen. Geweld, criminaliteit, werkloosheid en armoede waren normaal in de omgeving waarin zij opgroeide. Het streven van het sociaal team is zorgen dat haar kinderen het niet normaal vinden om te spijbelen, een uitkering te trekken en bij te klussen in het criminele circuit. Zorgen dat ze in elk geval tot hun achttiende op school blijven. Ook probeert het team de overlast voor de buurt te beperken.

Nadruk op het goede

In de ogen van de buitenwereld vormen José en haar kinderen een asociaal gezin. De hulpverleenster kijkt er genuanceerder tegenaan. ‘Families zoals die van José hebben wel degelijk normen en waarden, alleen zijn dat niet die van onze maatschappij. Als ze problemen met elkaar hebben, lossen ze dat op hun eigen manier op. De buitenwereld vindt het niet normaal hoe zij leven, maar ja... wat is normaal?’ Het sociaal team wil het gezin bijeen houden. ‘Die vrouw gaat voor haar kinderen: het is een echte moederkloek. Ze hebben een stevige band, ook al ruziën ze wat af. Eigenlijk kunnen ze niet met en niet zonder elkaar.’

Tijdens het gesprek legt de hulpverleenster de nadruk op wat er wél goed gaat in het gezin. Zo is Jordi vandaag wel thuis, maar de andere kinderen zitten gewoon op school. Nu ze vaker naar school gaan, halen ze betere cijfers. José vindt het prettig om te horen dat er afspraken zijn gemaakt met de sociale dienst over de aflossing van schulden. Als de hulpverleenster na drie kwartier vertrekt, zegt José dat het gesprek haar is meegevallen. ‘Ik krijg al mijn hele leven van hulpverleners te horen dat ik niet deug en dat ik een slechte moeder ben. Nou, ga er maar aan staan om zes kinderen in je eentje op te voeden. Ik ben blij ook eens te horen dat ik niet àlles fout doe!’

De rol van het sociaal team

José is bekend bij het sociaal team. Ze wordt ingebracht omdat er veel zorgen zijn over haar en haar kinderen. Ook moet de overlast die zij veroorzaken in de wijk stoppen. Omdat José weigert vrijwillig hulpverlening te accepteren, besluit het team dat ze over de streep moet worden getrokken. Nu blijkt de kracht van het sociaal team: de woningcorporatie kan voor een dwangmiddel zorgen, namelijk een huisuitzetting. José krijgt te horen dat ze hulp moet accepteren, anders staat ze op straat. Zo zorgt een niet-hulpverlenende instantie dat de hulpverlening toegang krijgt tot het gezin.

Er is nu wel sprake van een paradox: José wordt gedwongen om iets te doen dat goed voor haar en haar gezin is. Aan de hulpverleners de moeilijke taak om haar toch te motiveren voor de hulp. Dat doen ze door haar positief te benaderen en de nadruk te leggen op wat er goed gaat. Is er eenmaal een goede werkrelatie, dan wordt het gemakkelijker om te bespreken wat er nog te verbeteren valt in het gezin.


Sociale Teams Leeuwarden in beeld

Bron: Gemeente Leeuwarden; Hulp en Welzijn; Donderdag, 2 Maart 2006

Burgemeester Geert Dales en wethouder Hetty Hafkamp ontvingen uit handen van een cliënt van de Sociale Teams dinsdag 28 februari 2006 het boekje ‘In Beeld’. In het boekje wordt beschreven in welke situaties sociale teams ingrijpen en hoe ze dat doen. De cliënt vertelde op een levendige manier over zijn levenssituatie en wat zijn sociale team voor hem heeft betekend. Hij sloot af met het advies om de regels vooral rekkelijk toe te passen met het motto van Wim Sonneveld: voor het algemeen nut.

Leeuwarden heeft drie Sociale Teams. Een Sociaal Team bestaat uit medewerkers van verschillende hulpverleningsinstellingen en dienstverlenende organisaties. Zij richten zich op het bedenken en organiseren van adequate hulp aan mensen met meervoudige problemen. Cliënten krijgen met een Sociaal Team een centraal aanspreekpunt, in plaats van dat ze te maken hebben met meerdere instanties. De Sociale Teams zorgen ervoor dat er een hulpaanbod komt dat goed aansluit bij de behoeften van de cliënt en de problematiek. De teams zijn anderhalf jaar (eind 2004) geleden gestart. Ze werken in achterstandswijken in Leeuwarden. De Sociale Teams zullen de komende jaren vaker worden ingezet. De gemeente Leeuwarden zal dit proces van harte ondersteunen.

Wie belangstelling heeft voor het boekje “In Beeld” kan deze opvragen bij Hulp en Welzijn Leeuwarden, tel. (058) 234 84 34.