Posts tonen met het label Jeugdzorg Nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jeugdzorg Nederland. Alle posts tonen

vrijdag, oktober 11, 2013

705. "Kind bij scheiding niet automatisch aan moeder toewijzen" stelt emeritus hoogleraar pedagogiek Louis Tavecchio in een interview met Felix Meurders

Kind niet automatisch aan moeder toewijzen
VARA radioprogramma FM De Gids – Presentator Felix Meurders - 10 oktober 2013

Bekijk het interview:



Aan wie moeten kinderen door een rechter worden toegewezen, als hun ouders in een vechtscheiding liggen die hun veiligheid bedreigt? Daarover is de afgelopen twee weken discussie ontstaan in de kranten. De laatste bijdrage aan die discussie was van Bureau Jeugdzorg, dat stelde dat als de moeder vóór de scheiding ook al het meest voor de kinderen zorgde, zij een logische keuze van de rechter is.
Louis Tavecchio, psycholoog en emeritus hoogleraar pedagogiek, vindt die keuze veel te gemakkelijk. Die taakverdeling is vaak in overleg tot stand gekomen. Het is nog geen reden om de biologische vader uit te schakelen bij een scheiding.

-------------------------------------------------------------
Transcript: Felix Meurders in gesprek met Louis Tavecchio, em. hoogleraar pedagogiek
Donderdag 10 oktober, 11.30 uur. Radio 1, VARA

FM: Aan wie moeten kinderen door een rechter worden toegewezen als hun ouders in een vechtscheiding liggen en de veiligheid van de kinderen wordt bedreigd op die manier? Daarover is de afgelopen twee weken een discussie ontstaan in de kranten en de laatste bijdrage aan die discussie was van Bureau Jeugdzorg. Dat stelde dat het logisch is dat de rechter de kinderen aan de moeder toewijst als zij voor de scheiding ook al het meest voor de kinderen zorgde.
Het klinkt logisch: als de moeder voor de scheiding al voor de kinderen zorgde dan na de scheiding ook maar.

LT: Maar dat zorgen moet je natuurlijk veel breder zien. Vaders en moeders zijn evenzeer opvoedingsverantwoordelijk voor hun kinderen. En voordat de kinderen kwamen is er, als het goed is, overleg gepleegd tussen beide echtelieden of degenen die samenwonen over rol- en taakverdeling, wanneer de kinderen er eenmaal zijn. En anders ontstaat het vanzelf. In de praktijk is het zo dat die zorg op een bepaalde manier wordt verdeeld. Vader zorgt nog vaak voor het inkomen en een heleboel randvoorwaarden die ervoor zorgen dat het kind voorspoedig kan opgroeien, en de dagelijkse interactie en allerlei regelingen rond de omgang met het kind wordt in onze cultuur meestal door de moeder gedaan.

FM:Heeft jeugdzorg dan niet gelijk?

LT: Neen, ik vind het zeer onlogisch dat de kinderen naar de moeder gaan na de scheiding, omdat zij er meer was vóór de scheiding. Beide ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding, maar als er een scheiding is worden de kinderen vaker aan de moeder toegewezen. Ook als er omgangsregelingen zijn die de vader in staat stellen, met een juridische uitspraak, om een gelijkwaardig aandeel in de opvoeding te houden na de scheiding, wordt daar vaak niet de hand aan gehouden. Dat is helaas het geval. Die opvoedingsverantwoordelijkheid strekt zich in die zin uit dat ook de relatie met het kind op peil moet worden gehouden. Het kind wordt vaak aan de moeder toegewezen, woont ook vaak bij haar in huis, de vader begint dus eigenlijk met een achterstand na de scheiding om de relatie met zijn kinderen op hetzelfde niveau te houden als daarvoor.
Het is dus veel logischer – en dat zeg ik als psycholoog en pedagoog – en ook in het belang van het kind, om de vader juist extra kansen te geven om de relatie met zijn kind op niveau te houden en die verder uit te bouwen, in plaats van de kans daarop veel kleiner te maken. Dat is precies het tegenovergestelde van wat in het belang is van het kind. De rechter baseert zich op vooroordelen en achterhaalde literatuur over het belang van moeders en vaders in de opvoeding,. De vader is even belangrijk als gehechtheidfiguur als de moeder. Dat weten we al tien jaar uit allerlei onderzoek. Ik heb het idee dat de mensen uit de rechterlijke macht en bij Jeugdzorg op eenzijdige interpretaties van oude literatuur afgaan.
De vader is vaak kansloos, hij wordt vaak zelf niet eens gehoord en de mening die de moeder heeft over de vader wordt vaak als uitgangspunt genomen voor de behandeling en de mate waarin de vader in het verloop van de toewijzing betrokken wordt.

FM: Spelen de vrouwen het voordeel dat ze hebben uit?

LT: Het zou erg onaardig zijn om te zeggen: “dat spelen alle vrouwen uit.”
Maar ze hoeven het nauwelijks uit te spelen, want ze hebben zo'n enorme voorsprong dat een heel klein tikje tegen de bal, zal ik maar zeggen, al voldoende is.

FM: En dat beïnvloedt dus de omgangsregeling met de vader, en op het moment dat die vader daar tegen in het verweer komt, wat wordt er dan gezegd?

LT:Dan wordt er gezegd, wat is dat een agressieve man.

FM: Wat maakt dat het belangrijk is om uit te gaan van gelijkwaardig ouderschap. Helpt dat het kind meer?

LT: Het is uit allerlei onderzoek bekend dat een positieve betrokkenheid van vaders het kind enorm vooruit helpt, niet alleen in sociale vaardigheden, ook in presteren op school, in zelfvertrouwen. Dat geldt misschien nog iets meer voor vaders van zonen, dan voor vaders van dochters. Maar de vader is de belangrijkste gehechtheidfiguur, samen met de moeder, voor het kind. En dat kun je niet in één klap afbreken omdat de ouders uit elkaar zijn gegaan. Het is een continue band en een continue relatie, die voortdurend van belang blijft voor een voorspoedige ontwikkeling van het kind.

FM: Maar is er nog sprake van gelijkwaardig ouderschap bij een vechtscheiding?

LT: Je moet de vader de kans gunnen en geven om – terwijl hij met een achterstandspositie begint, omdat het kind vaak wordt toegewezen aan de moeder –als het ware een doorstart als vader te kunnen maken. En als je een beetje volgt wat er op dit moment met allerlei doorstart initiatieven gebeurt, dan moet je die mensen niet op achterstand zetten, maar ze juist een extra zetje geven in de goede richting. En dat ontbreekt volledig.

FM: En deze discussie begon vanwege de slachtoffers die er onder kinderen vallen als de vechtscheiding genegeerd wordt. Als de kinderen tussen de vechtende ouders inzitten omdat ze daar nog wonen. Zou Jeugdzorg zich volgens u dan meer moeten gaan richten op de scheiding van die ouders?

LT: Nee, want ik ben het eens met de heer Sprokkereef dat Jeugdzorg geen echtscheidingsbureau is. Maar laat Jeugdzorg beginnen om de vader gelijkwaardig te horen en zijn mening, over wat er gebeurd is en zijn betrokkenheid bij het kind, even zwaar mee te tellen, en niet de mening van de moeder over de vader als uitgangspunt te nemen voor hun beleid. Maar de vader gelijkwaardig behandelen en de kans geven om volwaardig aan de discussie deel te nemen. Ze zeggen altijd dat ze niet aan waarheidsvinding doen, “daar zijn wij niet voor,” dat begrijp ik, dat moeten misschien anderen doen. Maar als je de mening van de moeder over wat er gebeurd is als uitgangspunt neemt, dan heb je de vader bij voorbaat op grote achterstand gezet en is hij kansloos om in een gelijkwaardige behandeling zijn opvoedingsverantwoordelijkheid als vader te kunnen voortzetten.

FM: U vindt dat de vader te weinig serieus genomen wordt.

LT: Dat vind ik niet alleen, dat vinden een heleboel anderen. En dat geldt met name bij het handhaven van omgangsregelingen. Die vallen zeer vaak in het nadeel van vaders uit, terwijl er een juridische uitspraak aan ten grondslag ligt. Maar er wordt niet opgetreden. In het omgekeerde geval, als een vader zich niet houdt aan een omgangsregeling met de moeder, dan wordt hij opgehaald door de politie, of wordt hij ingerekend en moet hij daar zeer uitgebreid verantwoording over afleggen.

FM: Jeugdzorg en rechters moeten worden bijgeschoold, daar komt het op neer hè?

LT: Die moeten worden bijgeschoold. En Jeugdzorg moet de literatuur van de laatste tien jaar maar eens gaan lezen.

maandag, mei 16, 2011

20110516. SP-Kamervragen over de hulp aan kinderen van gescheiden ouders door de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Aan: De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Postbus 20018, 2500 EA DEN HAAG
Betreft: Kamervragen over de hulp aan kinderen van gescheiden ouders
Kenmerk: MC-U-3058848
Datum: 16 mei 2011

Geachte voorzitter,

Hierbij zend ik u mede namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Kooiman (SP) over de hulp aan kinderen van gescheiden ouders (2011ZO6144).

Hoogachtend,

de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
mw. drs. M.L.L.E. Veldhuijzen van Zanten-Hyllner


Bezoekadres: Ministerie van VWS, Parnassusplein 5, 2511 VX Den Haag
Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief. Retouradres: Ministerie van VWS, Postbus 20350, 2500 EH Den Haag


----------------

Antwoorden op SP-Kamervragen over de hulp aan kinderen van gescheiden ouders door de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Kenmerk: MC-U-3058848)

1 Wat is uw reactie op de TV-uitzending ‘Kinderen verstoken van hulp na echtscheiding’ [1] ? Bent u bekend met het probleem dat artsen, psychologen en andere hulpverleners pas met een onderzoek of behandeling kunnen beginnen als beide ouders hiervoor toestemming geven, hetgeen niet altijd het geval is, bijvoorbeeld na een echtscheiding?

Ik heb kennis genomen van bedoelde TV-uitzending. Het is een slechte zaak als kinderen niet de zorg zouden krijgen die ze nodig hebben. Ik ben bekend met het feit dat beide ouders voor de behandeling van kinderen tot 16 jaar toestemming moeten geven als zij beiden ouderlijk gezag hebben. Het is echter niet zo dat wanneer één van beide ouders geen toestemming geeft, een onderzoek of behandeling per definitie uitgesloten is. In de TV-uitzending blijven de wettelijke mogelijkheden onderbelicht.

2. Deelt u de mening dat gewaarborgd moet zijn dat kinderen die hulp nodig hebben deze hulp ook krijgen, ook wanneer een van beide ouders niet bereid is hiervoor toestemming te geven? Deelt u eveneens de mening dat een conflict tussen de ouders de behandeling van het kind niet in de weg mag staan? Zo niet, waarom niet?

3 Bent u van mening dat de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (de Wgbo) voldoende ruimte biedt om de noodzakelijke hulp te verlenen aan kinderen zonder toestemming van beide ouders? Kunt u uw antwoord toelichten?


2 en 3
Ik ben van mening dat kinderen een noodzakelijke behandeling niet mag worden onthouden. Een eventueel conflict tussen beide ouders mag dit niet verhinderen. De huidige regelgeving biedt mijns inziens voldoende mogelijkheden om te zorgen dat, ook bij een conflict tussen beide ouders, het kind de noodzakelijke behandeling krijgt. Op grond van de Wgbo kunnen behandelingen die niet van ingrijpende aard zijn zonder expliciete toestemming van de ouders worden verricht. De toestemming wordt verondersteld. [3] Of een behandeling wel of niet ingrijpend van aard is hangt af van de aard of de gevolgen van de behandeling. Niet ingrijpend van aard zijn onschuldige en voor de hand liggende handelingen [4] en behandelingen waarbij de geestelijke of lichamelijke integriteit van de patiënt niet of nauwelijks in het geding is. [5]

Ingeval een behandeling ingrijpend van aard is, moet onderscheid gemaakt worden tussen drie leeftijdscategorieën:

Kinderen jonger dan 12 jaar
Voor een ingrijpende behandeling bij een kind dat jonger is dan 12 jaar, moeten beide ouders in principe instemmen. Zodra evenwel de tijd ontbreekt om toestemming te vragen en de onverwijlde uitvoering van de behandeling kennelijk nodig is om ernstig nadeel voor de patiënt te voorkomen, kan de hulpverlener ook zonder toestemming van de ouders overgaan tot behandeling. [6] Onder hulpverlener op grond van de Wgbo wordt ook de gezondheidszorgpsycholoog verstaan.

Kinderen van 12 tot en met 15 jaar
Voor kinderen in de leeftijd van 12 tot en met 15 jaar is weliswaar uitgangspunt dat zowel toestemming van de ouders als van het kind zelf nodig is, maar zodra behandeling de weloverwogen wens van het kind is, kan een kind behandeld worden. De mening van het kind is in deze leeftijdscategorie dus doorslaggevend. Behandeling is in principe mogelijk als deze kennelijk nodig is om ernstig nadeel voor het kind te voorkomen. [7]

Kinderen vanaf 16 jaar
Kinderen vanaf 16 jaar mogen zelf beslissen over zaken die hun gezondheid betreffen. [8] Toestemming van de ouders is niet nodig.

Uit het voorgaande volgt dat de problematiek van het expliciete weigeren van toestemming van (één van) beide ouders, speelt bij kinderen onder de 12 jaar of een kind in de leeftijd van 12 tot en met 15 jaar dat geen weloverwogen wens tot behandeling heeft of kan hebben en waarbij het kennelijk niet nodig is om de behandeling onverwijld uit te voeren om ernstig nadeel voor de patiënt te voorkomen. Als een ouder met een kind in die leeftijdscategorie het niet eens is met een ingrijpende behandeling, zijn er de volgende mogelijkheden. Een ouder kan het meningsverschil aan de rechter voorleggen en deze vervangende toestemming vragen. [9] De rechter zal dan allereerst proberen om de ouders tot overeenstemming te brengen. Als dit niet lukt zal de rechter (uiterlijk binnen zes weken) een beslissing nemen die hij in het belang van het kind wenselijk acht. De rechter kan ook een bijzonder curator benoemen om de belangen van het kind al dan niet in rechte te behartigen.[10]
Bij onvoldoende tijd om deze rechterlijke beslissing af te wachten bestaat de mogelijkheid om contact op te nemen met de Raad voor de Kinderbescherming of de officier van justitie. [11] De rechter kan op verzoek van de Raad of de officier van justitie in spoedeisende gevallen aan een Bureau Jeugdzorg de voorlopige voogdij over het kind toewijzen. Deze kan dan toestemming geven voor de behandeling.

Ten slotte is in dit verband van belang dat de beslissing van (één van) de ouders er nooit toe kan leiden dat de hulpverlener moet handelen in strijd met de zorg van een goed hulpverlener. [12] Goed hulpverlenerschap gaat over welke zorg een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht. [13] Een hulpverlener kan bijvoorbeeld twijfels hebben of de ouder zich volledig door het belang van zijn patiënt laat leiden of dat er veeleer subjectieve waardeoordelen meespelen of wellicht zelfs eigenbelang. [14] Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als toestemming voor een medisch noodzakelijke maar kostbare behandeling wordt geweigerd. De hulpverlener mag daarom niet zomaar iedere wilsuiting van de ouder volgen en heeft in de beoordeling daarvan een eigen verantwoordelijkheid. [15] Het gaat hier om uitzonderlijke gevallen waarin de ouder kennelijk niet in het belang van het kind handelt. [16] De hulpverlener kan dan onder omstandigheden toch tot de behandeling overgaan. Bij de afweging zijn onder meer de reden van de weigering van de ouder en de gedragsregels die door de desbetreffende beroepsorganisatie worden gehanteerd, van belang.
Voor de volledigheid verwijs ik u naar de brief die de toenmalige Minister voor Jeugd en Gezin in mei 2010 aan beroepsorganisaties heeft gestuurd, teneinde over bovenstaande kwesties duidelijkheid te verschaffen. [17]

4 Hoe moet de arts of hulpverlener beoordelen of er sprake is van ‘ernstig nadeel’ voor de patiënt, het criterium van de artikelen 7:450 lid 2 en 7:466 lid 2 BW, wanneer deze arts of hulpverlener het kind niet mag zien omdat een van beide ouders weigert toestemming te geven? Hoe gaat u er voor zorgen dat de hulpverlener, bijvoorbeeld een psycholoog of psychiater, het kind in ieder geval kan zien om in te schatten of hulpverlening noodzakelijk is voor het kind?

4 Een arts of hulpverlener moet een kind zien om te kunnen beoordelen dat een behandeling kennelijk nodig is om ernstig nadeel voor het kind te voorkomen. Als een ouder geen toestemming geeft en de hulpverlener daardoor in eerste instantie niet in staat is om het kind te zien, kan de hulpverlener eventueel een gesprek aangaan met de weigerachtige ouder om deze te overtuigen van het belang van het kind dat de hulpverlener het kind kan zien om te kunnen beoordelen of behandeling nodig is. Leidt dit niet tot het gewenste resultaat, dan kan de kwestie, zoals hierboven vermeld onder 2 en 3, zowel door de andere ouder als de hulpverlener (met hulp van Raad voor de Kinderbescherming of de officier van justitie) aan de rechter worden voorgelegd.

5 Bent u bereid de Wgbo zo te wijzigen dat er meer ruimte ontstaat om kinderen te onderzoeken of te behandelen in die gevallen dat er geen sprake is van toestemming van beide ouders en het kind klem komt te zitten? Zo nee, waarom niet? Welke maatregelen bent u dan bereid te nemen om er voor te zorgen dat ook kinderen van gescheiden ouders de hulp krijgen die zij nodig hebben?

5 Ik ben van mening dat, gezien bovenstaande beantwoording, het toepasselijke recht voldoende ruimte biedt om, bij gebrek aan toestemming van één van de ouders die met ouderlijk gezag is belast, kinderen de noodzakelijke hulp te bieden die zij nodig hebben.

6 Bent u in ieder geval bereid met hoogleraren en Jeugdzorg Nederland in gesprek te gaan over deze problematiek en de wenselijke wijziging van de Wgbo? Zo nee, waarom niet?

6 Ja, inmiddels is een gesprek gepland met Jeugdzorg Nederland en een betrokken hoogleraar om van gedachten te wisselen over deze problematiek.


Voetnoten:
[1] De ombudsman, ‘Kinderen verstoken van hulp na echtscheiding’, vrijdag 18 maart 2011.
[2] Onder ouder wordt verstaan een ouder met ouderlijk gezag of een wettelijk vertegenwoordiger.
[3] Artikel 7:466, tweede lid, BW.
[4] Kamerstukken II 1989/90, 21 561, nr. 3, p. 49.
[5] Kamerstukken II, 1989/90, 21561, nr. 6, p. 71.
[6] Artikel 7:466, eerste lid, BW.
[7] Artikel 7:450, tweede lid, BW.
[8] Artikel 7:447, eerste lid, BW.
[9] Artikel 1:253a BW.
[10] Artikel 1:250 BW.
[11] Artikel 1:272 BW.
[12] Artikel 7:453 en 7:465, eerste en vierde lid, BW.
[13] HR 9 november 1990, NJ 1991, 26.
[14] Kamerstukken II 1989/90, 21561, nr. 3, p.48.
[15] Asser/Hartkamp, 2009 (7-IV), nr. 412, p. 293-294.
[16] Kamerstukken II 1989/90, 21651, nr. 11, p. 36.
[17] Bijlage bij Kamerstukken II 2009/10, 31 001, nr. 91

vrijdag, maart 18, 2011

110318. VARA Ombudsman meent: Kinderen verstoken van hulp na echtscheiding

Kinderen verstoken van hulp na echtscheiding
Bron: VARA Ombudsman: Datum uitzending: vrijdag 18 maart 2011 op Nederland 2 om 19.25 uur; Tijdsduur: 23'55", Zie het TV-item hieronder vanaf 13’40’’

Get Microsoft Silverlight Of bekijk de flash versie.

VARA Ombudsman uitzending van 18 maart 2011. Klik hierboven op de pijl om dit TV-item te bekijken. Het betreffende TV-Item vangt aan vanaf 13 min. en 40 sec. in de uitzending.

In deze aflevering:
Artsen, psychologen en andere hulpverleners kunnen pas met een onderzoek of behandeling van een kind beginnen als beide ouders hiervoor toestemming geven. Als één van hen weigert, blijft het kind verstoken van hulp. Hoeveel kinderen door de ruzie tussen hun ouders geen hulp krijgen is niet duidelijk. Wel blijkt uit cijfers van het CBS dat jaarlijks 33.000 minderjarige kinderen bij een echtscheiding betrokken zijn. Uit onderzoek blijkt verder dat “scheidingskinderen” twee keer zo veel psychische problemen vertonen dan kinderen uit gezinnen die nog intact zijn. Hulpverleners kunnen zich verder wenden tot het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Maar ook dat kan alleen in zeer ernstige situaties. Bovendien volgen in dat geval tijdrovende procedures, terwijl het kind steeds verder afglijdt. Een laatste mogelijkheid is dat ouders zelf naar de rechter stappen, maar ook dat kost tijd, geld en komt de vaak toch al slechte verhoudingen niet ten goede. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport erkent dat “zich lastige situaties kunnen voordoen”, maar ziet geen noodzaak hier iets aan te doen. Volgens Jeugdzorg Nederland kan het niet zo zijn dat een conflict tussen de ouders de behandeling van een kind in de weg staat. Vicevoorzitter Jan Dirk Sprokkereef pleit voor een aanpassing van de wet. Jeugdzorg Nederland gaat daarover in overleg met huisartsen, GGZ Nederland en de Raad voor de Kinderbescherming.


Kinderen verstoken van hulp na echtscheiding

Bron: VARA Ombudsman, 18-03-2011.

Kinderen van gescheiden ouders krijgen door de strijd tussen hun vader en moeder vaak niet de medische of psychische hulp die ze nodig hebben.

Artsen, psychologen en andere hulpverleners kunnen pas met een onderzoek of behandeling beginnen als beide ouders hiervoor toestemming geven. Als één van hen weigert, blijft het kind verstoken van hulp. Psychologen en jeugdhulpverleners zien met lede ogen aan hoe kinderen hierdoor verder in de knel komen. Zij roepen in ‘De Ombudsman’ op tot een wetswijziging.

Twee keer zo veel psychische problemen
Hoeveel kinderen door de ruzie tussen hun ouders geen hulp krijgen is niet duidelijk. Wel blijkt uit cijfers van het CBS dat jaarlijks 33.000 minderjarige kinderen bij een echtscheiding betrokken zijn. Uit onderzoek blijkt verder dat ‘scheidingskinderen’ twee keer zo veel psychische problemen vertonen dan kinderen uit gezinnen die nog intact zijn. Ze zijn vaker agressief, angstig of depressief.

Doorgaans houden na een echtscheiding beide ouders het ouderlijk gezag. Zij moeten samen de belangrijke beslissingen nemen in het leven van hun kind. Dit geldt ook voor besluiten over medische of psychische hulp. Artsen, psychologen en andere hulpverleners moeten daar rekening mee houden. Zo schrijft de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) voor dat een kind pas mag worden onderzocht of behandeld, als beide ouders hiervoor toestemming hebben gegeven. Als één van hen weigert, kan het kind niet worden geholpen.

Toestemming weigeren
Dit overkwam Natascha, die hulp zocht voor haar negenjarige zoon. Hij vertoonde suïcidale neigingen, waarvoor zij hem wilde laten onderzoeken. Zij vertelt in ‘De Ombudsman’ over de problemen die ze daarbij ondervond. De vader weigerde immers toestemming te geven. Hij vond dat ze het in onderling overleg moesten oplossen. Natascha stuitte voortdurend op gesloten deuren. Ze benaderde vijf klinieken, die zeiden niets voor haar te kunnen doen.

Ook psychologen en hulpverleners constateren met lede ogen dat ze zonder twee handtekeningen niets kunnen beginnen. Alleen als het kind overduidelijk schade lijdt door het uitblijven van een behandeling, biedt de wet de mogelijkheid toch hulp te verlenen zonder toestemming van beide ouders. De lat daarvoor ligt echter hoog. Artsen zijn bovendien zeer terughoudend, omdat diverse behandelaars in het verleden door het medisch tuchtcollege zijn veroordeeld.

Tijdrovende procedures
Artsen of hulpverleners kunnen zich verder wenden tot het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Maar ook dat kan alleen in zeer ernstige situaties. Bovendien volgen in dat geval tijdrovende procedures, terwijl het kind steeds verder afglijdt. Een laatste mogelijkheid is dat ouders zelf naar de rechter stappen, maar ook dat kost tijd, geld en komt de vaak toch al slechte verhoudingen niet ten goede.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport erkent in een reactie tegenover ‘De Ombudsman’ dat “zich lastige situaties kunnen voordoen”, maar ziet geen noodzaak hier iets aan te doen. Volgens het ministerie moeten ouders proberen er zelf uit te komen.

Aanpassing van de wet
Volgens Jeugdzorg Nederland, de koepelorganisatie van alle Bureaus Jeugdzorg, is dat te makkelijk gedacht. “Het kan niet zo zijn dat een conflict tussen de ouders de behandeling van een kind in de weg staat”, zegt vicevoorzitter Jan Dirk Sprokkereef. Hij pleit in ‘De Ombudsman’ voor een aanpassing van de wet. Jeugdzorg Nederland gaat daarover in overleg met huisartsen, GGZ Nederland en de Raad voor de Kinderbescherming. Sprokkereef wil binnen enkele maanden met een concreet voorstel komen waarop de wet kan worden gewijzigd.

------------------------------------------
Nawoord Vaderkenniscentrum SKO:
Meld uw ervaring hieronder!