Posts tonen met het label eenoudergezinnen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eenoudergezinnen. Alle posts tonen

zondag, november 21, 2010

641. Over Marokkaanse meisjes zonder hoofddoek en kindermishandeling door hun moeders en stiefvaders

Rauw en puur - Zonder hoofddoek

NTR, Documentaireserie van Mildred Roethof, Player omroep.nl – 21 november 2010

http://player.omroep.nl/?aflID=11728771&silverlight=true
http://gemi.st/11728771

NTR documentaireserie Rauw en puur - Afl. Zonder hoofddoek

NTR documentaireserie van Mildred Roethof - Ondermeer over Marokkaanse meisjes die door hun (gescheiden) moeders in eenoudergezinnen mishandeld worden.

Get Microsoft Silverlight Bekijk de video in andere formaten.
Roethof laat de strijd zien van jonge moslimmeisjes die geen hoofddoek willen dragen en vallen op jongens die juist niet van Marokkaanse origine zijn. Meisjes in Marokkaanse eenoudergezinnen die door hun moeders mishandeld worden of in aanwezigheid van moeder als 9-jarige door 'stiefvader' aangerand zijn, bij verzet of aangifte worden verstoten door hun familie en letterlijk in elkaar worden geslagen omdat zij zich afzetten tegen het islamitische milieu.

donderdag, juni 03, 2010

503. Forse toename Friese jeugdigen in eenoudergezinnen.

Uit: ‘De Staat van de Friese Jeugd 2010, De Friese jeugd in vergelijking met de Nederlandse jeugd’ (Par. 1.5. Jeugdigen en eenoudergezinnen), Partoer CMO Fryslân en Jeugdmonitor Fryslân, Leeuwarden, mei 2010

  • Het aantal Friese jongeren in een eenoudergezin is tussen 2000 en 2009 met 32% gestegen.
  • In 2009 woonde 11% van de Friese jeugd in een gezin met één ouder. Landelijk was dit 13 %.
Steeds meer jeugdigen groeien op in een eenoudergezin; zowel landelijk als in Fryslân. Een eenoudergezin is een huishouden bestaande uit één ouder met één of meer kinderen. In 2009 woonden er 21.384 Friese jeugdigen t/m 24 jaar in een eenoudergezin, in 2000 waren dit er nog 16.174. Dit is een toename van ruim 32%; dit percentage is groter dan het landelijke (27%).

Het aantal jeugdigen in een eenoudergezin steeg in elke gemeente in Fryslân in de periode van 2000 tot en met 2009, met uitzondering van de eilandgemeenten.

In 2009 woonde 11% van de Friese jeugd in een eenoudergezin. Dit is wel lager dan landelijk waar 13% van de jeugd in een eenoudergezin woonde (figuur 2.6).

Figuur 1.6 - Percentage jeugdigen woonachtig in eenoudergezin, 2000 t/m 2009

Klik op de afbeelding voor een vergrote wqeergave! 
Bron: CBS Landelijke Jeugdmonitor, bewerking Jeugdmonitor Fryslân

Download volledig rapport: http://www.partoer.nl/files/13765/de_staat_van_de_friese_jeugd__partoer.pdf
----------------------

Friese jeugd woont vaker bij één ouder - Rapport brengt leven jongeren in beeld

Bron: Friesch Dagblad, Regio, donderdag, 3 juni 2010

Leeuwarden - Steeds meer Friese jongeren groeien op in een eenoudergezin. In 2009 woonden er 21.384 Friezen tot en met 24 jaar in een eenoudergezin. In 2000 waren dat er nog 16.174. Dit betekent een toename van ruim 32 procent. Landelijk nam het percentage in deze periode toe met 27 procent.

Het aantal jeugdigen in een eenoudergezin steeg tussen 2000 en 2009 in elke Friese gemeente, met uitzondering van de eilandgemeenten. In 2009 woonde 11 procent van de Friese jeugd in een gezin met één ouder. Landelijk was dit 13 procent.

Dit blijkt uit het rapport De Staat van de Friese jeugd 2010. Dat rapport is opgesteld door Partoer CMO Fryslân in opdracht van de provincie. In het rapport wordt de Friese jeugd vergeleken met de Nederlandse jeugd. Er is gekeken naar onder meer gezondheid, welzijn, jeugdzorg, onderwijs, criminaliteit, werk en inkomen. Partoer baseert het rapport op de Jeugdmonitor Fryslân, een digitale databank met informatie van Bureau Jeugdzorg Friesland, GGZ, UWV, politie en justitie.

Uit het rapport blijkt verder dat de meeste Friese kinderen voldoende bewegen en dat Friese jongeren iets minder alcohol zijn gaan drinken. Partoer vermoedt dat die daling te danken is aan de media-aandacht voor alcoholgebruik onder jongeren. Volgens Partoer drinken Friese jongeren overigens nog steeds te veel.

In het schooljaar 2008-2009 waren er 3761 achterstandsleerlingen in Fryslân, aldus het rapport. Achterstandsleerlingen zijn leerlingen in het basisonderwijs van wie beide ouders een laag opleidingsniveau hebben. Het percentage achterstandsleerlingen is tussen 2004 en 2008 flink afgenomen. In 2004 was 22 procent van de Friese basisschoolleerlingen een achterstandsleerling, in 2008 was dit 11 procent. Landelijk daalde het percentage in dezelfde periode van 25 procent naar 15 procent.

Fryslân had in 2008 vier gemeenten die boven het landelijke percentage achterstandsleerlingen uitkwamen: Ameland (20 procent), Kollumerland (17 procent), Achtkarspelen en Smallingerland (beide 16 procent). Vooral de positie van Ameland is opvallend, omdat de andere Waddeneilanden aanzienlijk onder het landelijke percentage scoorden.

Jeugdwerkloosheid
De jeugdwerkloosheid is in Fryslân fors gestegen, zo blijkt. Er is wel een groot verschil tussen jonge Friese mannen en jonge Friese vrouwen. Het aantal werkzoekende jonge mannen nam tussen 2008 en 2010 met liefst 134 procent toe. Dit ligt flink boven het landelijke gemiddelde van 97 procent. Het aantal werkzoekende jonge vrouwen steeg in deze periode in Fryslân met 20 procent (landelijk 25 procent). Jonge mannen, zo luidt een mogelijke verklaring, hebben vaker een baan in sectoren die gevoelig zijn voor het economisch tij: ICT, transport en bouw.

In Fryslân is het percentage jongeren dat voor de rechter moest verschijnen voor het eerst sinds 2004 gedaald. Van alle twaalf- tot en met 21-jarigen moest 3,16 procent zich in 2008 bij de rechter melden. Landelijk was dit 3,27 procent.
----------------------

Jeugd heeft toekomst, maar heeft toekomst ook jeugd?

Bron: Leeuwarder Courant, pag. 1, Van onze verslaggevers MINSKE & MEAR, 22 mei 2010

LEEUWARDEN – Vergrijzing, krimp, leegstand. Als het over bevolkingsprognoses gaat, trekt de volwassen bevolking meestal de aandacht. Maar aan de onderkant van de piramide voltrekt zich in stilte een snelle ‘ontgroening’ in Friesland. Het Centraal bureau voor de Statistiek (CBS) voorspelt dat het aantal nul- tot twintigjarigen tot 2040 in deze provincie vermindert met 6,6 procent. Daarmee gaat de daling hier twee keer zo snel als in heel Nederland.

Vooral in plattelandsgemeenten blijft het aantal geboorten sterk achter en trekken meer jongeren na de middelbare school weg. Vergeleken met vijf jaar geleden zijn er zesduizend minder jeugdigen (0 tot 24) in Friesland (van 201.356 naar 195.349), maar de dorpen worden veel harder getroffen dan de steden. Als het CBS gelijk krijgt, daalt het aandeel jeugd de komende jaren nog verder, met 2030 als dieptepunt (180.000). Daarna komt er pas weer een lichte stijging.

Hoe de Friese jeugd er wat gezondheid, opleiding en arbeidsmarkt betreft voorstaat, is op te maken uit het rapport ‘De staat van de Friese jeugd 2010’, geschreven door Partoer, het centrum voor maatschappelijke ontwikkeling dat provincie, gemeenten en particuliere organisaties adviseert. De conclusie is dat de jongeren het in deze provincie niet slecht doen. Zo zijn er minder voortijdige schoolverlaters dan elders in Nederland, is het alcoholgebruik lager en doen minder jongeren een beroep op de WW. Daar staat tegenover dat de gemiddelde opleidingsgraad van de Friese jeugd lager is dan elders.
----------------------

Friese jeugd in de plus

Bron: Leeuwarder Courant, pag. 15, Hans Willems en Pauline van Kempen, 22 mei 2010

Het opleidingsniveau is wat lager en de werkloosheid wat groter. Maar voor de rest doet de Friese jeugd het eigenlijk heel goed. Tenminste de jongeren die in Friesland blijven, want de cijfers die Partoer CMO Fryslân bijeenbrengt in de Jeugdmonitor Fryslân wijzen uit dat nog altijd een flink deel van de oudere jeugd haar heil zoekt buiten de provincie.

Meten is weten. Onder dat motto verzamelt Partoer CMO Fryslân sinds jaar en dag uit allerlei bronnen gegevens over Friesland en zijn bevolking. Met die kennis ondersteunt het centrum provincie, gemeenten en maatschappelijke organisaties, vooral op het terrein van welzijn en zorg. Omdat cijfers pas echt gaan leven als ze reliëf krijgen, heeft Partoer nu een reeks kerngegevens over de Friese jeugd afgezet tegen landelijke gemiddelden en gebundeld in ‘De staat van de Friese jeugd 2010’.

Wat meteen al opvalt, is dat de plussen groter in aantal zijn dan de minnen. Zo ligt de kindersterfte in Friesland beneden het landelijke gemiddelde, treft minder jongeren het lot om op te groeien in een eenoudergezin of een gezin dat leeft van een uitkering, en ligt zowel het alcoholgebruik als de criminaliteit op een lager niveau dan landelijk.

Daar staat tegenover dat Friese jongeren gemiddeld genomen lager geschoold zijn en een iets grotere kans lopen om werkloos te raken. En de hoeveelheid meldingen van kindermishandeling is in Friesland hoger dan in de rest van Nederland. Het meest verontrustende: het aantal jongeren loopt hier veel sneller terug dan landelijk. Friesland vergrijst.

(…………….)

Gezinnen

Hoewel het tal kinderen dat in een eenoudergezin woont in Friesland lager ligt dan het landelijk gemiddelde, is er wel sprake van een opvallende toename. Sinds 2000 bedraagt die toename maar liefst 32 procent, terwijl de landelijke groei 27 procent bedroeg. Dat resulteert erin dat nu 11 procent van de 0- tot 24-jarigen in een eenoudergezin woont (landelijk 13 procent).

Een op de twintig jongeren tot en met zeventien jaar groeit op in een gezin dat leeft van een uitkering, blijkt uit de cijfers. Leeuwarden torent boven de andere gemeenten uit met 9,8 procent, een percentage waarmee de stad zelfs in de top tien van Nederland belandde. Ter vergelijking: in Gaasterlân-Sleat treft dit lot slechts 1,3 procent van de jongeren.

(…………….)
----------------------

Ontgroening als sluipend gif

Bron: Leeuwarder Courant, pag. 1, willems@lc.nl, 25 mei 2010

Kunnen er aan vergrijzing van de samenleving nog positieve kanten zitten, de ontgroening die Friesland treft, is alleen maar negatief. Het rapport ‘De staat van de Friese jeugd 2010’, waarin Partoer, centrum voor maatschappelijke ontwikkeling, een beeld schetst van jong Friesland, heeft een optimistische toon over hoe de jongeren het doen. Maar het is ronduit zorgelijk als het gaat over het aantal jeugdigen dat deze provincie telt.

De komende twintig jaar loopt het aandeel van de 0- tot 24-jarigen in deze provincie twee keer zo hard terug als in heel Nederland. En het proces is al een jaar of vijf aan de gang.

Minder geboorten en vroeg wegtrekkende jongeren maken dat de bevolkingskolom in Friesland aan de onderkant akelig dun begint te worden.

Op veel terreinen zal dit steeds diepere sporen trekken. Het wordt (nog) stiller en saaier in Friesland, lijkt het wel. Nog meer scholen vallen om. Verenigingen, maatschappelijke organisaties en bedrijven moeten het doen met minder nieuw bloed. De dynamiek die jongeren altijd met zich meebrengen, vermindert navenant.

Daar komt nog bij dat het platteland veel harder wordt getroffen dan de stedelijke samenleving. In de dorpen zal de afwezigheid van jong bloed nog sterker gevoeld worden de komende decennia en verspreid over Friesland zijn er regio’s die extra inboeten aan leefbaarheid.

We zijn geneigd de vergrijzing van de samenleving alleen uit te leggen als een financieel-economisch probleem (terugloop beroepsbevolking, betaalbaarheid sociaal stelsel, etc.). Zo’n macro-blik maakt het probleem tot iets abstracts waar te veel mensen schouderophalend aan voorbijgaan. Friesland zal moeten inzien dat van de ontgroening een veel groter effect uitgaat. Het raak ons allemaal. Het heeft iets sluipends en iets giftigs.

Het verschijnsel zelf is niet te verhelpen. Het aantal geboorten is in het eerste decennium van deze eeuw gedaald. Jongeren beginnen later aan gezinsvorming en het aantal alleenstaanden neemt toe. Een campagne om het geboortecijfer op te krikken is niet meer van deze tijd, en zou ook niets uitrichten.

Wat deskundigen en bestuurders wel kunnen doen is de cijfers uiterst serieus nemen en ze tot uitgangspunt maken van beleid. Er zal veel meer gedaan moeten worden om jongeren voor deze provincie te behouden of terug te halen na hun studietijd. Bundel de krachten, scherp de urgentie van het probleem aan en betrek vooral ook de kleiner wordende groep jongeren zelf bij het zoeken naar een goed en effectief antwoord.
----------------------

Staat van de Friese jeugd gepubliceerd

Bron: Partoer CMO Fryslân, 26 mei 2010

Partoer CMO Fryslân publiceerde onlangs het rapport ‘De staat van de Friese jeugd'. Hoe is het met de Friese jeugd? Dit is een belangrijke vraag voor beleidsmakers in Fryslân. De jeugd van vandaag de dag vormt immers de toekomst van de Friese samenleving. De staat van de Friese jeugd zoomt in op de Friese jeugd. Het rapport geeft inzicht in de overeenkomsten en verschillen tussen de Friese en de Nederlandse jeugd. De informatie is toegespitst op de thema's: bevolking, gezondheid, welzijn en jeugdzorg, onderwijs, werk en inkomen, veiligheid en criminaliteit.

De gegevens in dit rapport zijn een selectie van de gegevens uit de Jeugdmonitor Fryslân: een digitale databank met informatie over de Friese jeugd van 0 t/m 24 jaar. De Jeugdmonitor Fryslân verzamelt, ordent en publiceert actuele en betrouwbare gegevens op de website www.jeugdmonitorfryslan.nl. Partoer CMO Fryslân ontwikkelde deze monitor - in nauwe samenwerking met andere Friese organisaties - in opdracht van de provincie Fryslân.

In tegenstelling tot de website gaat De staat van de Friese Jeugd soms nader in op bepaalde gegevens. Bijvoorbeeld op verschillen tussen jongens en meisjes. Ook wordt, waar mogelijk, een verklaring gegeven voor de uitkomsten. De nadruk ligt echter op het signaleren van ontwikkelingen ten aanzien van de Friese jeugd. De resultaten kunnen dienen als basis voor het ontwikkelen van regionaal en lokaal jeugdbeleid.
De staat van de Friese Jeugd in andere media:

donderdag, februari 18, 2010

426. Problemen van 'overbelaste jongeren' aangepakt

Ter toelichting vooraf.

'Overbelaste jongeren' zijn in Nederland, zo blijkt ondermeer uit de cijfers inzake het beroep op de Jeugdzorg en de cijfers inzake jeugdcriminaliteit, hoofdzakelijk jongeren uit vaderloze eenoudergezinnen ontstaan door het gebroken gezinnenbeleid van de Nederlandse politiek.

Peter Tromp
Vaderkenniscentrum

Problemen van overbelaste jongeren aangepakt

Bron: Nederlandse Regering | Nieuwsbericht | 17-02-2010

Het Rijk en gemeenten gaan samenwerken om de problemen van overbelaste jongeren aan te pakken. De gemeenten ontvangen jaarlijks 21,7 miljoen euro om 5.500 jongeren per jaar een startkwalificatie te laten halen.
Dit hebben minister Rouvoet (Jeugd en Gezin) en staatssecretaris Van Bijsterveldt (OCW) afgesproken met de gemeenten.

Nederland telt ongeveer 16.000 overbelaste jongeren. Zij hebben een opeenstapeling van persoonlijke problemen, zoals gedragsproblemen, psychische problemen, een instabiele thuissituatie en schulden.
Deze jongeren lopen een groot risico om zonder een startkwalificatie (een havo-, vwo- of mbo-2-diploma) het onderwijs te verlaten en een maatschappelijke 'drop-out' te worden.

Gemeenten krijgen regie
Gemeenten moeten samen met scholen en hulpverlenende instanties zorgen voor een gecombineerd programma van school, (jeugd)zorg en eventueel werk.

Omdat de problemen per gemeente verschillen, mogen de gemeenten zelf bepalen hoe zij het geld besteden. De resultaten worden bijgehouden en geëvalueerd.

Meer informatie

Eerder bericht

dinsdag, september 29, 2009

383. Brits gezondheidsonderzoek: Kinderen van werkende moeders zijn ongezonder en hebben een ongezondere leefstijl

Hieronder opgenomen artikelen over dit onderwerp:

·
Kroost werkende moeders ongezonder

Telegraaf - Buitenland -. di 29 sep 2009, 08:13 | 119 reacties
http://www.telegraaf.nl/buitenland/4945810/__Dik_door_werkende_moeder__.html?p=25,1

AMSTERDAM - Kinderen van werkende moeders leven een stuk ongezonder dan het kroost van thuisblijvende mama's.

 

Dat blijkt uit nieuw Brits onderzoek. Zo hangen kinderen van werkende moeders vaker voor de televisie, ze eten meer junkfood en bewegen minder.


Kinderen van thuisblijvende mama's eten beter en bewegen meer, zeggen de onderzoekers. Het verschil wordt kleiner als moeders alleen parttime werken.


De onderzoekers benadrukken dat ze niet willen dat vrouwen stoppen met werken, maar willen gezinnen er wel bewust van maken dat de ongezonde leefstijl veel te maken heeft met tijdgebrek.


Het onderzoek werd gehouden onder 12.500 Britse schoolkinderen.



Children of working mothers have unhealthier lifestyles
UK Institute of Child Health - 29 September 2009
http://www.ucl.ac.uk/news/news-articles/0909/09092903


Children whose mothers go out to work have poorer dietary habits than children’s whose mothers are not in paid employment, according to a new UCL study.




The children furthermore are more sedentary, and are more likely to be driven to school than children whose mothers do not work outside the home, according to research published today by Professor Catherine Law (UCL Institute of Child Health) in the Journal of Epidemiology and Community Health.






The researchers' findings are based on more than 12,500 five-year-old singleton children – those who were not part of a multiple birth – who were part of the UK Millennium Cohort Study.





The mothers reported on the hours they worked and their children’s usual dietary habits, exercise levels, and sedentary activities. Questions included how much sweets and crisps, sweetened drinks, fruits and vegetables the child consumed, whether they took part in organised exercise, and how they got to school. Mothers were also asked how long their child used a computer or TV each day.



After taking account of factors likely to influence the results, such as maternal education and socioeconomic circumstances, the findings showed that children whose mothers worked part- or full-time were more likely to drink sweetened drinks between meals than children whose mothers had never worked. These children were also more likely to spend at least two hours a day in front of the TV or at a computer, and they were more likely to be driven to school rather than walk or cycle. Children whose mothers worked full time were also less likely to snack on fruit or vegetables between meals, or to eat three or more portions of fruit a day.

Children whose mothers worked flexi-time were more likely to have healthier lifestyles, but once other influential factors had been taken into account, there was little evidence that these children engaged in healthier behaviours.



While the work patterns of fathers have changed relatively little in recent decades, those of mothers have, with around 60% of mothers with children under five in the UK and the US now going out to work, say the authors. Busy working parents may have less time to provide their children with healthy foods and opportunities for physical activity, say the authors, who cite previous research, suggesting a link between working mothers and a higher risk of obesity in their children.


“Our results do not imply that mother should not work,” says author Professor Catherine Law. “Rather, they highlight the need for policies and programmes to help support parents...to create a healthy environment for their children. They suggest that dietary guidelines for children in formal childcare, similar to those already adopted in Scotland might be applied in England, for example.”




Links:
 


    Examining the relationship between maternal employment and health behaviours in 5-year-old British children
    Journal of Epidemiology and Community Health - Hawkins et al., doi:10.1136/jech.2008.084590 - 29 September 2009
    http://jech.bmj.com/cgi/content/short/jech.2008.084590v1?q=w_jech_ahead_tab


    RESEARCH REPORTS

    Summer Sherburne Hawkins, Tim J Cole, Catherine Law*

    UCL Institute of Child Health, United Kingdom

    Correspondence to: C M Law, Institute of Child Health, University College London, Institute of Child Health, 30 Guilford St, London, WCIN 1EH, United Kingdom; c.law@ich.ucl.ac.uk

    Accepted 29 April 2009

    Background: There is little known about potential mechanisms underlying the association between maternal employment and childhood obesity. We examined the relationships between maternal hours worked per week (none, 1-20 hours, 21+ hours) and children's dietary and physical activity/inactivity habits. Where mothers were employed, we also examined the relationships between flexible work arrangements and these health behaviours.

    Methods: We analysed data from 12 576 singleton children age five years in the UK Millennium Cohort Study. Mothers reported information about their employment patterns. Mothers also reported on indicators of their child’s dietary (crisps/sweets, fruit/vegetables, sweetened beverage, fruit consumption), physical activity (participation in organised exercise, transport to school), and inactivity (television/computer use) habits at age five.

    Results: After adjustment for potential confounding and mediating factors, children whose mothers worked part-time or full-time were more likely to primarily drink sweetened beverages between meals (compared to other beverages), use the television/computer at least two hours daily (compared to 0-2), or be driven to school (compared to walk/cycle) than children whose mothers had never been employed. Children whose mothers worked full-time were less likely to primarily eat fruit/vegetables between meals (compared to other snacks) or eat three or more portions of fruit daily (compared to two or fewer). Although in unadjusted analyses children whose mothers used flexible work arrangements engaged in healthier behaviours, relationships were no longer significant after adjustment.

    Conclusions: For many families the only parent or both parents are working. This may limit parents’ capacity to provide their children with healthy foods and opportunities for physical activity. Policies and programmes are needed to help support parents and create a health promoting environment.

    · Full Text (Rapid PDF)



    Working mothers' children unfit
    UK | BBC NEWS | Health | Monday, 28 September 2009
    http://news.bbc.co.uk/2/hi/health/8278742.stm




    About 60% of women with children aged five or younger are working
    Children whose mothers work are less likely to lead healthy lives than those with "stay at home" mothers, a study says.

    The Institute of Child Health study of more than 12,500 five-year-olds found those with working mothers less active and more likely to eat unhealthy food.

    Other experts said more work was needed to see if the results applied to other age groups.

    The study is in the Journal of Epidemiology and Child Health.

    About 60% of mothers with children aged up to five are estimated to be in work.

    Results
    The mothers were asked about the hours they worked and their children's diet, exercise levels and sedentary activities.
    With many more mums having no choice but to work these days and with government policy actively encouraging it, it is difficult to know how mums can do better
    Sally Russell, Netmums

    Send us your comments
    A third of the mothers had not worked since the birth of their child, but the mothers who were employed were spending an average of 21 hours a week at work.

    They took into account factors likely to influence the results, such as the mothers' level of education and socioeconomic circumstances.

    They found that five-year-olds whose mothers worked part-time or full-time were more likely to primarily consume sweetened drinks between meals.

    They used their computers or watched television for at least two hours a day compared to the children of "stay at home" mothers who spent less than two hours on these activities.

    They were also more likely to be driven to school compared to the children of "stay at home" mothers who tended to walk or cycle.

    The children whose mothers had a flexible working pattern did have healthier lifestyles but when other factors were taken into account the researchers said there was little evidence that these children behaved more healthily.

    'Time constraints'
    Debbie Bird: "'Being a working mum is very challenging"

    Professor Catherine Law, who led the study said: "For many families the only parent or both parents will be working.

    "Time constraints may limit parents' capacity to provide their children with healthy foods and opportunities for physical activity.

    "Our results do not imply that mothers should not work.

    "Rather they highlight the need for policies and programmes to help support parents."

    The same children took part in an earlier study by the Institute of Child Health (ICH) which found that those with working mothers were more likely to be obese or overweight by the age of three.

    In the latest study, many of the five-year-olds were engaging in health behaviours likely to promote excess weight gain: 37% were mainly eating crisps and sweets between meals, 41% were consuming sweetened drinks and 61% used the television or a computer at least two hours daily.

    'Controversial research'
    Glenys Jones, nutritionist with the Medical Research Council Human Nutrition Research, said the study was interesting because of limited research so far on the impact of maternal employment on child health choices.

    FROM THE TODAY PROGRAMME

    More from Today programme
    "More work is needed to take into account factors such as how related health behaviours are affected and if the age of the child alters the relationships observed."

    Sally Russell, a spokesman for Netmums, said: "The stress and guilt associated with being a working mum is something we are all too well aware of. This report adds to that guilt.

    "With many more mums having no choice but to work these days and with government policy actively encouraging it, it is difficult to know how mums can do better. "

    A Department of Health spokesman said: "Our Change4Life movement is already helping over 370,000 families eat well, move more and live longer by helping them to understand the harm that fat and added sugar can cause to children's health, and offering them simple yet effective ways to make changes to their diet and increase their activity levels."

    SEE ALSO

    RELATED INTERNET LINKS

    BBC website readers have been sending in their comments on this story. Here is a selection of their thoughts and experiences. Join in the debate

    I was a lone parent working mum. My son is now 25 and for about half his time at school I worked full time. He always walked to school and ate healthily. He is very fit and a perfect weight for his height. I guess he is pretty typical.
    Eva McDiarmid, Glasgow, UK


    Damned if we do, damned if we don't. Never mind the fact that most of us don't have the luxury of choice in the matter. Thanks for reporting this so widely and making my commute to work just a little bit more rubbish today, BBC.
    Debbie Newton, Leeds, UK


    I'm cross on so many levels, but mainly a personal one! I work, my husband doesn't, he is our daughter's main carer. He walks her to school, he looks after her after school stuff and cooks her meals every day. She has restricted TV time and is not allowed sweets. Why do people insist on saying 'mother' when they often mean 'parent'. It's wrong on other levels too of course, but for me it's the stupidity of assuming a mum should stay at home and a dad should work - are we still in the 50s?
    Naomi, Sussex, UK


    As a lone mum to one daughter, I work full time because I cannot manage financially any other way. I feel like I'm damned if I do and I'm damned if I don't. I get encouraged to work over 30 hours a week and get a financial incentive for doing this through tax credits, but I feel like I am also heavily criticised for not being a 'proper' mum by not spending enough time with my daughter. I leave the house at 8am every day, get home at 5.30pm every day, my daughter goes to bed at 7pm. I'd love to know where I'm supposed to shoehorn in some quality time with my girl!
    Jane Crabtree, Middlesbrough, UK


    This does make me feel even more guilty for working. Being in full-time work and handing over my three year old to childcare is bad enough, and then having to spend a lot of time during the evenings and weekends doing 'house stuff' really doesn't leave me much time to spend with him, doing the things we want to do. I almost wish we could go back to the days when the mother was expected to stay at home, and the father provide. Sadly, this isn't financially possible in my case.
    Hannah Steward, Oldbury, UK


    Well this story is of no surprise. But why should it be mothers who stay at home? Surely in these days of equality fathers should be discussed as well. My wife and I decided one of us would be at home to bring up the children ourselves. We based our decision about who would stay home on earning power. I hear many parents say they can't afford to not work yet they will lavish money on unnecessary extras. It's often about priority not ability. Too many children these days are treated like 'hobby children'.
    N Bair, Glossop, UK


    I can't win. I don't want to work, I want to look after my family and ensure my kids have a good life. But unlike the many teen parents, I was pregnant at 16 and I married the father of my kids. We purchased a house when I was 18 and we work hard to pay our mortgage. I see this as what all parents should do to instil pride in themselves and their children. I don't live off other people's tax, I pay for the lazy people who live off the state. If a mother or father stays at home because their income allows them to then I feel this is the dream for all parents and this is very lucky.
    Catrina Stephens, Trowbridge, UK


    'Being a working mum is challenging' (Videolink)
    UK | BBC NEWS | Health | Tuesday, 29 September 2009
    http://news.bbc.co.uk/2/hi/health/8279845.stm

    The children of working mothers are more likely to have unhealthy habits than those of women who do not work according to new research.

    The Institute of Child Health study of more than 12,500 five-year-olds found those with working mothers less active and more likely to eat unhealthy food.

    Researchers say their findings do not mean mothers should stay at home but more advice and support may be needed.

    Debbie Bird from Aylesbury in Buckinghamshire is a working mother. She describes her lifestyle and says ''being a working mum is very challenging''.

    READ MORE: Working mums' children 'less fit'



    Does working harm your children? (Radiolink)
    UK | BBC - Today Programme - Tuesday, 29 September 2009
    http://news.bbc.co.uk/today/hi/today/newsid_8279000/8279887.stm




    Children whose mothers work are less likely to lead healthy lives than those with "stay at home" mums, a study says.


    Professor Catherine Law, from the Institute of Child Health at University College London, has done the research. She said the findings cut across social status.




    "We were able to take into account other factors which might influence diet and physical activity, such as whether a family had a very well educated mother and father or whether they hadn't had the benefit of such education", she said.


    "But these findings were independent of that and in particular it didn't seem to be dependent on income, so going out to work might lead to better opportunities because of increased income, but that didn't seem to be the case in this study."

    dinsdag, juli 07, 2009

    353. Toezichthouder zegt: "De grootste ellende hier komt van kinderen uit eenoudergezinnen."

    Thema's:

    • Een toezichthouder, van de door de gemeente Cromstrijen ingehuurde Bewakingsdienst Zuid-West om de overlast van Numansdorpse hangjongeren in te perken, zegt:
      “De grootste ellende hier komt van kinderen uit eenoudergezinnen, die wat geld mee krijgen en het verder maar op straat moeten uitzoeken.''
    • AD zegt:
      “Dat is nou de harde kern, waarvan de gemeente Numansdorp al eerder vaststelde dat er niet veel meer aan te redden valt.”

    Jeugd weet zich in de gaten gehouden

    Bron: AD.nl - Hoeksche Waard - Door JOHN NIJSSEN - REAGEER - dinsdag 30 juni 2009

    NUMANSDORP - Casper is 15 en gaat elke avond vissen. Op karpers. Vind-ie leuk. Heeft niemand last van. Wel van de Casper die op zaterdagavond soms iets te veel drinkt en dan bijvoorbeeld een tuinstoel in de fik steekt.

    ,,Maar als je wat gedronken hebt, kan het leuk zijn om zoiets te doen. De andere dag heb ik daar dan wel spijt van.''

    Vanwege het spuiten van graffiti, werd hem onlangs een taakstraf van twintig uur opgelegd, te vervullen in het zwembad. Het bruut verstoren van privéfeestjes, zoals onlangs tot twee keer toe gebeurde in Numansdorp, gaat wat hem betreft echter veel te ver.

    Je kunt van Casper zeggen of denken wat je wilt, maar hij verdient in elk geval meer respect dan zijn iets oudere plaatsgenoten, die 'even helemaal geen zin' hebben om hun verhaal te doen en zich snel uit de voeten maken. Dat is nou de harde kern, waarvan de gemeente al eerder vaststelde dat er niet veel meer aan te redden valt. De toezichthouders van Bewakingsdienst Zuid-West kunnen zich bij die conclusie wel iets voorstellen. ,,Zulke gasten zijn er trots op dat ze een strafblad hebben. Trekken zich nergens iets van aan en doen meestal ook geen aangifte tegen elkaar. Vorige week kreeg er nog eentje een kopstoot. Gat in zijn hoofd, vier hechtingen.''

    Toch misdragen ook dergelijke raddraaiers zich minder, sinds de gemeente Cromstrijen de bewakingsdienst heeft ingehuurd om de overlast van Numansdorpse hangjongeren in te perken. Van zaterdagavond tien uur tot diep in de nacht, weet de jeugd zich scherp in de gaten gehouden door Jaap en een van zijn collega's. Behalve als handhavers van de openbare orde, uiteraard in samenwerking met de politie, fungeren de toezichthouders als een soort jongerenwerkers. ,,Hoewel je soms gewoon moet ingrijpen, is het ook belangrijk dat je een vertrouwensband opbouwt. In het begin word je voor van alles en nog wat uitgescholden. Moet je tegen kunnen in dit vak. Ze proberen je gewoon uit, maar je mag je nooit laten provoceren. Op een gegeven moment komen ze toch wel naar je toe met hun verhalen en problemen. De grootste ellende hier komt van kinderen uit eenoudergezinnen, die wat geld mee krijgen en het verder maar op straat moeten uitzoeken.''

    Jaap kent zijn pappenheimers zo zoetjesaan wel. Met zijn collega's weet hij ze overal te vinden. Ook buiten de 'hotspots', zoals de vaste hangplekken bij de Rabobank en in speeltuintjes. ,,Ik doe van tevoren goed mijn huiswerk en heb ogen in mijn achterzak.'' De harde kern bestaat volgens hem uit zo'n twintig jongeren tussen de 14 en 19 jaar. Veelal jongens, 'maar die meiden kunnen er ook wat van hoor'. Daarnaast zijn er enkele tientallen 'meelopertjes'. ,,Individueel allemaal zo mak als een lammetje,'' aldus de toezichthouders.

    Op hun surveillancetochten door het dorp komen zij bovendien geregeld een aantal 8- tot 14-jarigen tegen die, als ze de kans krijgen, ook al de nodige rottigheid uithalen. Jaap: ,,Die generatie is op zich nog wel bij te sturen.''

    Drankmisbruik zorgt doorgaans voor de meeste problemen. ,,Zo nodig pakken we de flessen alcohol die ze bij zich hebben natuurlijk af. We treden in principe alleen op als ze daadwerkelijk overlast veroorzaken. Ze krijgen de keuze: naar huis of een nachtje in de politiecel. Eerst waren we trouwens wel strenger, maar je kunt de jeugd tenslotte ook niet overal wegsturen.''

    Casper schiet dan ook niet in de stress als Jaap en Thomas hem aantreffen in het skateparkje op het bedrijventerrein aan de rand van Numansdorp. Hij verkeert in het gezelschap van Denise (17), Cynthia (15) en Angelique (17). Denise komt net als Casper uit Numansdorp, de anderen uit Zuid-Beijerland.

    Met name de oudste twee zouden hun vertier probleemloos in het café kunnen zoeken, maar dat trekt hen niet. Er zou gewoon meer te beleven moeten zijn, vindt Denise, dol op evenementen zoals de Paardenmarkt en de Nautische Dag. ,,Er is kennelijk wel geld voor extra beveiliging en zo, waarom dan niet voor een fatsoenlijk jongerencentrum?'', oppert Casper. Of hij daar naartoe zou gaan? ,,Ligt eraan wie er zijn en of je er alcohol mag drinken.''

    Cromstrijen heeft het plan om een jeugdsoos te beginnen in Numansdorp. Zij het niet als vervanging van de kroeg, laat staan van de huiskamer waar vaak wordt ingedronken. Het is volgens de gemeente vooral ook de verantwoordelijkheid van ouders om te helpen de overlast van hun baldadige kroost in te dammen. Dat werkt inderdaad het best, zegt Jaap. ,,Laatst zagen we een moeder die haar zoon aan zijn haren meenam. Je kunt je voorstellen hoezeer die jongen afging tegenover zijn vrienden.''

    352. Alleenstaande vaders - Band met opgroeiende kinderen verdiept na overlijden vrouw

    Weduwnaar Klaas Jan de Graaf met zijn kinderen.

    Band met opgroeiende kinderen verdiept na overlijden vrouw

    Bron: Reformatorisch Dagblad - Onderwijs & Opvoeding - Michiel Bakker | 03-07-2009

    Zijn vrouw stierf in 2003. Na achttien jaar huwelijk bleef Klaas Jan de Graaf uit Bunschoten met vier kinderen in de leeftijd van negen tot zeventien jaar achter. Hij merkte dat de band met zijn dochters en –vooral– zijn zonen sindsdien veranderde. „Ik zou tegen alle vaders willen zeggen: Zorg ervoor dat je jongens ook je gevoelige kant zien. Je hoeft niet alleen stoer te zijn.”

    De Graaf (49) is zojuist thuisgekomen van een sportdag op school. Hij is leraar geschiedenis, Nederlands en godsdienst op het Farel College in zijn woonplaats. „Ik heb jarenlang diverse banen gehad, onder meer in de bouw. Toen mijn vrouw overleed, was ik net een jaar leraar, waardoor ik meer thuis kon zijn. Daarin zie ik achteraf Gods leiding.”

    In oktober 2002 krijgt zijn vrouw, Klazien, tijdens het boodschappen doen onverwachts een soort epileptische aanval. Onderzoek wijst uit dat ze een tumor in de hersenen heeft, die volgens de artsen vrijwel zeker goedaardig is. In een paar weken tijd groeit het gezwel echter behoorlijk en blijkt het allerminst onschuldig te zijn. „Toen ik dat hoorde, besefte ik met mijn verstand: Over een halfjaar is het voorbij.”

    Eind december 2002 heeft in het Academisch Ziekenhuis Utrecht een zware, vier en een half uur durende operatie plaats. Half januari komt Klazien thuis, waarna de situatie verder verslechtert. „Vanaf maart heeft ze negen weken boven op bed gelegen. Kort nadat ze er een longontsteking bij kreeg, is ze overleden. Op 27 mei stonden we aan haar graf. Vier dagen later werd ik 43.”

    Paniek

    Het leven van De Graaf staat „emotioneel en praktisch op z’n kop. Vooral het eerste jaar was ik bezig met regelen, regelen, regelen. Als ik naar bed ging, was ik bekaf. Soms werd ik na een paar uur slapen overvallen door paniek. Doe ik dit wel goed, doe ik dat wel goed? Er ontbrak ineens een belangrijke schakel in het gezin en ik moest de taken erbij nemen die Klazien altijd had gedaan. Daarin schiet ik vaak schromelijk tekort.”

    De combinatie van een fulltimebaan en de verantwoordelijkheid voor de opvoeding en het huishouden vergt veel van De Graaf. „Gelukkig kon ik het op school zo regelen dat ik altijd pas het tweede lesuur begon. Daardoor was ik nog thuis als mijn jongste zoon ’s ochtends wegging. En als hij ’s middags thuiskwam, zorgde ik dat ik er ook weer was.”

    De weduwnaar schakelt geen huishoudelijke hulp in. „Mensen zeiden: Neem een werkster. Maar als ik zelf het huis niet bijhoud, raak ik het overzicht kwijt. Nu is het eerlijk gezegd een rommel, maar volgende week loop ik het hele huis van boven naar beneden weer langs. Het begin van de vakantie gebruik ik altijd voor een grote opruimbeurt.”

    Hectisch

    De invulling van de vakanties is na het overlijden van Klazien een zoektocht. In 2004 gaat De Graaf met zijn kinderen naar Italië, waar Cirkel Vakanties een campingterrein voor eenoudergezinnen heeft. „Je zit op jezelf en kunt je eigen gang gaan, maar ’s avonds schuiven mensen gemakkelijk bij elkaar aan en vertelt iedereen z’n lotgevallen. Het is geen christelijke organisatie, maar ik blijf tijdens zo’n vakantie mezelf en vul de zondag op m’n eigen manier in.”

    Nadat hij een aantal jaren alleen met zijn kinderen op vakantie is geweest, tekent De Graaf opnieuw in voor een reis met eenoudergezinnen. „Vorig jaar ben ik met drie kinderen en de vriend van mijn oudste dochter naar Kroatië geweest. Het jaar daarvoor zaten we op een camping op Ameland en had ik weinig aansluiting bij andere kampeerders. Dat miste ik toch wel. Soms is het fijn behalve met je kinderen even met andere volwassenen te kunnen praten.”

    Hij heeft het idee dat anderen vaak onderschatten hoeveel het kost als alleenstaande vader werk, huishouden en opvoeding te moeten combineren. „Natuurlijk hebben de kinderen ook hun taken in huis, maar het meeste komt toch op mijn schouders terecht. Ik wil ze ook niet overvragen. Ze hebben al zo veel meegemaakt dat ik ze verder het liefst een zo onbezorgd mogelijke jeugd wil geven. Voor mezelf is het vaak een kwestie van rennen en vliegen. Heel hectisch.”

    Meer dan eens krijgt De Graaf te horen dat hij zo sterk is. „Maar ik heb ook wel eens de behoefte om níét sterk te zijn. De afgelopen zes jaren zijn de eenzaamste van mijn leven geweest. Lang niet iedereen beseft dat we als gezin diep gewond zijn. Mensen denken soms wel eens te simpel over hoe ons leven eruitziet en spreken soms zo gemakkelijk over hertrouwen.”

    Herkenning en erkenning vindt De Graaf wel tijdens bijeenkomsten van Samen Alleen, een christelijke vereniging voor weduwen en weduwnaars die jonger dan 55 jaar zijn. „Iedereen heeft z’n eigen verhaal over de manier waarop een man of vrouw is overleden. Maar de nasleep is hetzelfde.”

    Emoties

    Bij keuzes die De Graaf moet maken, staat het gezinsbelang voorop. „Ik was ouderling in de gereformeerd vrijgemaakte kerk en gaf zes uur per week catechisatie. Dat ging niet meer. Een paar jaar geleden heb ik nog een keer geprobeerd twee uur catechisatie te geven, maar het kostte me te veel. Ik moest me thuis haasten om na het eten weg te komen. Aan het eind van het seizoen liep ik echt met de tong op de tenen. Dit soort extra activiteiten is voor mij verleden tijd.”

    Op dit moment wonen zijn kinderen allemaal nog thuis –de oudste dochter hoopt in september te trouwen. De relatie met hen is door het sterven van zijn vrouw veranderd, zegt De Graaf. „Ik had met alle vier een goede band, die zich de afgelopen jaren heeft verdiept.”

    Vooral het contact met zijn zonen kreeg een andere dimensie. „Hoe gedraag je je als vader tegenover je zonen? Stoer. De gevoelige lijn loopt meer via de moeder. Na het overlijden van Klazien –de jongens waren toen negen en vijftien– kwamen we ineens heel anders tegenover elkaar te staan. Je moet een nieuwe manier vinden om met elkaar om te gaan. Daar groei je langzaam in.”

    In tegenstelling tot vroeger heeft De Graaf er nu geen moeite mee tegenover zijn kinderen zijn emoties te tonen. „Als ik ontroerd ben, bijt ik niet langer het puntje van m’n tong af om dat te verbergen. Ik zou tegen alle vaders willen zeggen: Zorg ervoor dat je zonen ook je gevoelige kant zien. Je hoeft niet alleen stoer te zijn.”

    Puberteit

    De puberteit van zijn kinderen plaatst De Graaf niet voor grote problemen. „Ik heb het geluk dat ik in het onderwijs werk. Doordat ik altijd met jongeren bezig ben, weet ik hoe ze zijn. Bovendien zijn mijn eigen kinderen niet moeilijk. Natuurlijk hebben ze soms een duidelijke wil –dat botst wel eens–, maar grote problemen hebben we niet gehad.”

    Wel liepen twee kinderen vorig jaar vast op school. „Als Klazien nog had geleefd, waren ze waarschijnlijk niet blijven zitten. Zij ving zulke situaties altijd goed op. Toch is het ook nu uiteindelijk weer goed gekomen. Ik kan zulke dingen ook makkelijk relativeren. Zittenblijven is niet leuk, maar een brand is erger en een overlijden nog veel erger.”

    Hij draait er niet omheen dat hij in de opvoeding fouten maakt. „In sommige situaties ben ik achteraf gezien wel eens te gemakkelijk geweest, terwijl ik op andere momenten juist te kort door de bocht reageerde. Dat is niet vreemd. Ik mis m’n maatje, ben in zekere zin sociaal gehandicapt. Mijn kinderen beseffen dat ook.”

    De Graaf merkt op dat „een kat met één oog geen diepte kan bepalen. Dat ervaar ik sinds het overlijden van Klazien. Je kunt niet overleggen, elkaar niet corrigeren. Vroeger hield ik me nooit met zaken als kleding bezig. Nu komen de kinderen soms met iets thuis waarvan ik denk: Kan dat wel? Zijn de teksten die daarop staan bijvoorbeeld wel verantwoord? Daarover ga ik dan met hen in gesprek.”

    De mooiste ogenblikken dienen zich doorgaans onverwachts aan, zegt De Graaf. Hij doelt onder meer op gesprekken die spontaan ontstaan, bijvoorbeeld tijdens het eten. „Een goede maaltijd heeft een geestelijke dimensie. Dat vind ik belangrijk. Ook als we ’s avonds met elkaar in de kamer zitten, ontstaat er soms ineens een goed gesprek. Maar ik kan er net zo goed van genieten als we gewoon samen een gezelschapsspel doen. Dat zijn kostbare momenten.”

    www.samenalleen.nl.

    Dossier

    Tijd voor vaders

    donderdag, april 23, 2009

    314. E-quality directeur Joan Ferrier aan het woord :: Promotie van moeder-, eenouder- en stiefgezinnen. Nee, ze heeft zelf geen kinderen, nee.


    Opiniemakers, politici en journalisten beïnvloeden de gedachtevorming in de samenleving. Ze beroepen zich in het algemeen op grondige feitenkennis. Maar is dat wel altijd het geval? Het CBS wil iedereen van informatie voorzien, want alleen als je de cijfers kent kan een debat op de juiste gronden worden gevoerd. Bovendien heeft eenieder daarmee een gelijk startpunt. In deze rubriek praat Jan Latten met prominente vrouwen uit onze samenleving waarbij hij ook hun feitenkennis toetst. In de vorige nummers deed hij dat bij Cisca Dresselhuys, Samira Bouchibti, Rita Verdonk en Agnes Jongerius, in deze uitgave legt hij Joan Ferrier langs de ‘statistische meetlat’.

    Meten met Latten

    Jan Latten in gesprek met Joan Ferrier

    ‘Ik schrik iedere keer weer van discriminatie’

    http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/9B8C6048-1500-4386-837F-63E2F90B31B2/0/200901winterrelatiemagazine.pdf

    Joan Ferrier, geboren in Paramaribo in 1953, dochter van Johan Ferrier, pedagoog en eerste president van Suriname en van Edmé Vas, lerares. Zelf orthopedagoge, ooit coördinator van opvanghuizen voor Marokkaanse kinderen en sinds 1998 directeur van E-Quality, kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit. In die rol voorvechtster van gelijke kansen. In 2008 uitgeroepen tot Zwarte Vrouwelijke Manager van het jaar.

    De jury roemde uw onvermoeibare inzet voor het onder de aandacht brengen van man-vrouw verhoudingen en de vasthoudendheid waarmee u heeft laten zien dat tegenwind ook kansen biedt. Maar hoezo tegenwind? Emancipatie heeft toch alleen maar de wind mee?

    In de afgelopen jaren heeft emancipatie echt niet altijd hoog op de politieke agenda gestaan. Kijk, op papier lijkt het keurig geregeld: gelijke kansen voor mannen en vrouwen. Maar in de praktijk van alledag is het toch anders. In werkelijkheid moet er heus nog wel het nodige veranderen.

    Uw vader was eerste president van Suriname en pedagoog. Uw moeder was lerares. Wie herkent u in uzelf het meest? Uw vader of uw moeder?

    Beide. Mijn moeder is in 1997 overleden en ik voel dat zij bij mij is, heel duidelijk. Zij is voor mij een voorbeeld hoe je zelfstandig en autonoom als vrouw in het leven kan staan. Zij verloor op vrij jonge leeftijd haar vader en heeft toen als oudste dochter moeten meewerken aan het onderhoud van de familie, samen met háár moeder. Ze moest geld verdienen én voor haar studie zorgen. Later heeft zij zich als lerares ingezet voor de ontwikkeling van andere kinderen.

    En wanneer herkent u uw vader in uzelf?

    Zijn voorbeeld voel ik op momenten dat ik politiek moet handelen. Van hem heb ik meegekregen hoe je bepaalde thema’s onder de aandacht moet brengen of houden en dat je ‘met een pot honing eerder tot zaken komt’. Mensen als het ware verleiden om ze te laten zien: er is écht wat aan de hand en dit kunnen we niet over ons heen laten gaan, hier moeten we wat aan doen. Dan ben ik mijn vader, de politicus.

    Surinaamse kinderen groeien vaak op in een eenoudergezin. Ziet u daarin een ontwikkeling?

    Ik denk dat ongeveer 70 procent van de Surinaams moeders de kinderen zonder partner opvoedt (feit: 57 procent in 2008), maar ik denk dat het verschuift… Je ziet twee tendensen. In de witte samenleving – om het zo maar eens te zeggen – is er een tendens naar meer alleenstaand ouderschap. In de Surinaamse gemeenschap zie je juist een lijn waarbij meer jonge mensen huiselijkheid, familie, een eigen gezinnetje willen. Dat heeft te maken met het opklimmen op de maatschappelijke ladder. Hoe hoger de klasse, hoe meer men traditionele gezinsvormen nastreeft. Tegelijkertijd is er in de Surinaamse gemeenschap ook nog steeds een grote groep die tot de lagere sociaaleconomische klasse behoort. Persoonlijk denk ik dat de Surinaamse bevolking van de autochtone leert en ook omgekeerd. Het is een vorm van integratie.

    De alleenstaande Franse Minister van Justitie, Rachida Dati, dochter van een Marokkaanse vader en een Algerijnse moeder, kreeg op haar 43e een kind en hield de naam van de vader geheim. Ze wil haar kind alleen opvoeden. We kenden het fenomeen al uit de artiestenwereld: Madonna. Zijn het voorbeelden voor een nieuwe generatie jonge meiden die gemakkelijker kiezen voor een kind zonder dat ze een vaste partner hebben?

    We hebben de afgelopen tijd vrij veel debatten gehad over uitgesteld ouderschap en wat het kan betekenen voor jonge vrouwen. Sommige vrouwen en meisjes hebben het daar behoorlijk moeilijk mee in de zin dat zij heel graag moeder willen worden, maar worstelen met de vraag of zij dit laten afhangen van wel of geen partner hebben. Als de spreekwoordelijke biologische klok tikt, kiezen sommige alleenstaande vrouwen er bewust voor alleen een kind te krijgen. Je zou kunnen veronderstellen dat dát de lijn gaat worden, omdat het nu beter dan vroeger mogelijk is om een alleenstaande ouder te zijn. Mensen verwachten niet alle ziel en zaligheid meer van één partner. Als je deze principes in overweging neemt, kun je heel goed de veronderstelling staven dat nieuwe generaties vaker zullen gaan voor een alleenstaand moederschap als geaccepteerde gezinsvorm. Inmiddels heeft de nieuwe generatie ook veel voorbeelden.

    Mensen verwachten niet meer alle ziel en zaligheid van één partner

    Heeft u kinderen?

    Ik heb geen ‘biologische’ kinderen. In het werk dat ik hiervoor deed, heb ik wel veel met kinderen en jongeren gewerkt. Voor hen mocht ik een soort moeder zijn. Mijn man en ik hebben ook een pleegzoon die een aantal jaren bij ons in huis is geweest.

    In het rapport ‘Nieuwe Gezinnen’, dat we dit jaar met het CBS hebben uitgebracht, hebben we veel aandacht gegeven aan stiefgezinnen, omdat die meer voorkomen. Er zijn nu in Nederland 125.000 à 150.000 stiefgezinnen (feit: 149.000 in 2007).

    U gaat voor ’equality’ tussen mannen en vrouwen. Stel dat u – om uw ideaal te bereiken – net als Harry Potter met een toverstok één aspect aan mannen mocht veranderen. Wat zou u dan veranderen?

    Eigenlijk denk ik aan twee dingen. Ik zou willen dat mannen die zeggen dat ze meer voor kinderen, ouders of geliefden willen zorgen dat ook doen. Dat is één. En het volgende wat ik zou willen veranderen, is dat mannen zichzelf iets meer ruimte en tijd gunnen om niet op één manier naar de dingen te kijken maar op verschillende manieren. Iets minder dat strak-mannelijke patroon van ‘A is A en het kan niet anders’.

    Maar uit allerlei onderzoek komt naar voren dat het ‘directere’ mannelijke denken juist samenhangt met het verschillend functioneren van hersenen van mannen. In feite wilt u met uw toverstaf dus de biologie van de man zo veranderen dat iedereen als een vrouw denkt.

    De manier waarop vrouwen denken… vanuit één ding beginnen en daar omheen allerlei nieuwe dingen ontwikkelen, nog niet precies weten waar je uitkomt, maar al wél starten… Die manier van denken, dat soort leiderschap, vind ik iets van de nieuwe tijd. Waarschijnlijk denkt de meerderheid zo, er zijn meer vrouwen dan mannen. Ik geloof circa 53 op 47 (feit: 51 op 49). Dat zou ik mannen ook wel gunnen, dat zij meer op die manier denken. Dan zou je elkaar ook wat beter begrijpen.

    Uit de jeugdmonitor 2008 bleek dat Surinaamse jongeren behoorlijk vaak crimineel zijn. Wat doet dat met u? Wordt u kwaad, heeft u begrip of heeft u plaatsvervangende schaamte?

    Ik schat dat circa 20 procent van de 18- tot 25-jarige Surinaamse jongens in één jaar tijd als verdachte door de politie is gehoord (feit in 2006: 13 procent van de jongemannen). Ik vind dat heel erg. Er is een grote groep Surinaamse Nederlanders – vooral jongens – die nog aan de onderkant van de samenleving zit, die heel weinig kansen heeft en waar behoorlijke problematiek aanwezig is. Ik vind dat heel erg, omdat het ook onmacht aangeeft; dat we dat nog niet voor elkaar hebben kunnen krijgen. En dat ook ik, als Surinaamse Nederlandse, het niet goed heb gedaan. Dat betekent dat wij ons dat moeten aantrekken en dat wij daarmee absoluut iets moeten doen. Dat gebeurt gelukkig ook wel. Dat vind ik zelf heel belangrijk. Daarin denk ik heel graag mee. Bij alle etnische groepen, dus ook voor autochtonen, geldt overigens dat er een oververtegenwoordiging is naar gender en die is veel spectaculairder dan die naar etniciteit.

    Er is een grote groep Surinaamse Nederlanders die nog aan de onderkant van de samenleving zit, die heel weinig kansen heeft en waar behoorlijke problematiek aanwezig is

    Als zwarte vrouw weet ik hoe het is om in deze samenleving je hoofd boven water te houden

    Agnes Jongerius grijpt de financiële crisis aan om meer vrouwen in de boardroom te propageren. Met meer vrouwen als bankier zou de financiële crisis niet zo heftig zijn geworden?

    Ik ben het eens met Agnes Jongerius. Je ziet nu dat de bancaire wereld vooral door mannen wordt geleid. We hadden het daarnet over dat mannen over het algemeen een bepaalde manier van denken hebben en bepaalde risico’s nemen. Dat is stoer en dat wordt beloond. Vrouwen zijn eerder geneigd om minder risico te nemen. Als je beide manieren van denken bij elkaar zet, houd je zowel de schwung als de controle erin. In die zin worden de kwaliteiten van beide seksen benut. Ik schat dat in Nederland ongeveer een kwart van alle leidinggevenden – en dan heb ik het niet uitsluitend over de top, maar over alle werkenden, bijvoorbeeld ook in de supermarkt – een vrouw is (feit: in 2007 is 27 procent van alle leidinggevenden een vrouw).

    Dus vrouwen kunnen de bankiers van de wereld nog wat leren? Waarom organiseert E-Quality dan nog cursussen ’hoe ga ik met geld om’ in de vorm van Vrouw&Geld Cafés?

    Dat lijkt een tegenstelling, maar dat is het niet. Vrouwen zijn eerder geneigd om aan anderen te denken dan aan zichzelf. Om het bekende voorbeeld maar weer eens te geven: een man die een nieuw bedrijf start, schaft vaak eerst voor zichzelf de leukste, nieuwste laptop en een mooie grote auto aan. Een vrouw zal eerder investeren in deskundigheid en vergeten voor zichzelf te zorgen. Ze moet ook bedenken welke persoonlijke financiële consequenties het heeft als ze stopt met werken of als er een echtscheiding komt. Veel vrouwen vinden dit heel vervelend gepraat. Als je erg verliefd bent en gaat trouwen of samenwonen en denkt ‘dit is het helemaal’ dan ga je niet zitten zeuren over hoe je dat allemaal vastlegt. Een vrouw is, denk ik, eerder emotioneel en sociaal, waardoor zij onvoldoende let op haar eigen belangen. Wij adviseren bijvoorbeeld een eigen rekening aan te houden naast een gezamenlijke. Wat je dan ziet, is dat elk van beide evenveel overmaakt op die gezamenlijke rekening. Surinaamse vrouwen zijn overigens best economisch zelfstandig, méér dan alle vrouwen in Nederland in het algemeen en ook meer dan uitsluitend de autochtone vrouwen (feit: met 46 procent de hoogste score).

    E-Quality heeft ook te maken met tegengaan van discriminatie. Bent u zelf wel eens gediscrimineerd?

    Ja, vele malen. Ineens is het er kkrrts! Ik schrik er iedere keer weer van, word verdrietig en ook kwaad. Dan denk je ’Hoe bestaat het?’ Soms weet je ook niet wat er achter zit, is het omdat je vrouw bent, omdat je zwart bent, omdat je deze leeftijd hebt, omdat je er zó uitziet? Het zijn al die factoren bij elkaar. Nee, in sommige gevallen weet je het gewoon niet. Er zijn zoveel kleine dingen. Je zit bijvoorbeeld in een volle tram en er komt niemand naast je zitten. Of dat jij naast iemand gaat zitten en dat ze dan hun tas angstvallig bij zich nemen. Je weet het niet zeker, maar het is wel shockerend. Dan moet je je even resetten. Zij denken zo, maar ik gelukkig niet. Terwijl ik natuurlijk ook situaties ken waarin mensen vriendelijk tegen mij zijn en mij als gelijke behandelen. Dat geeft weer kracht. Ja, dan denk je: die mensen zijn er gelukkig ook in Nederland en die mensen staan waar Nederland voor wil staan, dat we samen een diverse samenleving vormen.

    Toch accepteert u de Award Beste Zwarte Zakenvrouw van het jaar. Is dat niet een vorm van zelfdiscriminatie? Dat vindt u geen probleem?

    Nee, want ik zie mezelf als een zwarte vrouw. Hoe ik ben en wat ik ben wordt ook bepaald door het feit dat ik een Surinaamse zwarte vrouw ben. Dat is mijn achtergrond. Als zwarte vrouw weet ik hoe het is om in deze samenleving je hoofd boven water te houden. Ik ben als het ware van meerdere werelden en kan zaken combineren, dus je hebt veel te bieden. Om eerlijk te zijn ben ik er ook trots op een zwarte vrouw te zijn. Dus ik vind het een mooie award van de businessclub van ZZVN en ben er heel vereerd door. Ik heb deze award altijd gepromoot en er aandacht voor gevraagd, omdat het belangrijk is de Nederlandse samen leving te laten zien wat een diversiteit we hier hebben. Zo’n award laat zien dat al deze mensen hun bijdrage leveren en ervoor zorgen dat we in deze samenleving prettig samen kunnen leven.

    Score op de statistische meetlat