Posts tonen met het label beurtelingse huisvesting. Alle posts tonen
Posts tonen met het label beurtelingse huisvesting. Alle posts tonen

vrijdag, maart 26, 2010

461. Belgische scheidende ouders kiezen in 4 op 10 gevallen voor verblijfsco-ouderschap sinds invoering van wet op beurtelingse huisvesting (bilocatie) in 2006

Vier op de tien kiezen co-verblijf

Bron: België - De Standaard - Van onze redactrice Veerle Beel - donderdag 25 maart 2010

GENT - In vier op de tien gevallen kiezen (Belgische) scheidende ouders voor verblijfsco-ouderschap. Als de rechter de knoop moet doorhakken, is dat slechts in een kwart van de gevallen.

Verblijfsco-ouderschap is goed voor het welzijn van de ouders die ervoor kiezen en ertoe in staat zijn.

Maar voor de kinderen maakt het niet zoveel uit waar ze wonen. Belangrijker is of ze een goed contact behouden met de beide ouders. Dat is een van de opvallendste conclusies uit het grote Ipos-onderzoek naar de levenskwaliteit van gezinnen in scheiding. Het gaat om een samenwerking tussen meerdere universiteiten.

Een jaar lang, van maart 2008 tot maart 2009, hebben onderzoekers elke dag postgevat in de rechtbanken van Antwerpen, Gent, Mechelen en Kortrijk. Ze nodigden iedereen die voor een scheidingszaak kwam uit om mee te doen. Doel: achterhalen welke elementen de levenskwaliteit van mensen tijdens een scheiding verhogen of verlagen. 1.865 volwassenen deden mee en 175 van hun kinderen, tussen 11 en 17 jaar.

Vier op de tien kinderen zeggen dat ze beurtelings bij elk van de ouders gaan wonen en dat strookt ook met wat de ouders zeggen die zelf tot een overeenkomst komen. Ouders die het op dit punt niet eens geraken, laten de knoop doorhakken door de rechter. Die beslist in een kwart van de gevallen tot verblijfsco-ouderschap. De nieuwe echtscheidingswet van 2007 schuift dit gedeelde verblijf nochtans als ‘prioritair te onderzoeken' naar voren.

‘Het is goed dat magistraten de wet niet als “norm” hanteren en dat het hen niet tegenhoudt om op maat van de gezinnen te werken, want dat is belangrijk voor de levenskwaliteit', zegt de Gentse professor Ann Buysse, die het Ipos-onderzoek coördineert. Verblijfsco-ouderschap blijkt vooral aan te slaan waar weinig ouderlijk conflict leeft en bij bedienden. Minder bij arbeiders, en ook minder bij hogere kaderleden. Wellicht heeft dit ook te maken met de haalbaarheid en de praktische organisatie van het gedeelde verblijf.

Nog opvallend: ouders die midden in een scheidingsprocedure zitten, melden een eerder laag gevoel van welbevinden. Kinderen niet. Het overheersende gevoel bij hen is er een van opluchting. Al is het ook mogelijk dat alleen die kinderen meededen die zich niet bijzonder verdrietig of verward voelen.

Blz. 7 Ouderconflict erger dan scheiding zelf.

Veerle Beel

Ouderconflict is erger dan scheiding zelf

Bron: België - De Standaard - (vbr) - donderdag 25 maart 2010

GENT - Kinderen kunnen het best met de scheiding van hun ouders overweg als ze begrijpen waarom.

‘Voor ouders is het wellicht erger dat ze hun kinderen niet meer elke avond kunnen onderstoppen dan voor hun kinderen', zegt de Gentse professor Ann Buysse. ‘Niet waar en bij wie ze wonen, is voor hen het belangrijkste, maar de kwaliteit van de relaties die ze met hun beide ouders blijven hebben.'

Professor Buysse, die psychologe is, verdedigt die stelling al een tijdje, en ziet ze nu ook voorzichtig bevestigd in de eerste resultaten van het grote IPOS-scheidingsonderzoek.

‘Hoe beter de relatie met hun moeder én hun vader, hoe beter kinderen zich ook voelen', aldus Buysse.

‘Ze moeten het idee hebben dat ze altijd een beroep op hen kunnen doen. En ook dat er bij de beslissingen over de scheiding rekening wordt gehouden met wat voor hen belangrijk is. Een jongen wil blijven voetballen. Iemand anders wil naar de muziekles blijven gaan, of samen met opa piano blijven spelen. De vraag die telt, is: hebben mijn ouders gedacht aan wat voor mij belangrijk is om gelukkig te zijn? Tel ik nog mee?'

Over het algemeen boeten ouders tijdens het scheidingsproces meer aan levenskwaliteit in dan hun kinderen: ze zijn minder tevreden met hun leven op emotioneel, materieel, fysiek en relationeel gebied, en rapporteren een lagere productiviteit en maatschappelijke participatie. Wie in een echtscheiding door onderlinge toestemming (EOT) is verwikkeld, ervaart minder conflicten dan wie voor de rechter verschijnt in een procedure op grond van onherstelbare ontwrichting (EOO).

‘Voor kinderen is ouderlijk conflict altijd moeilijk', zegt Buysse. Ze plaatst wel een kanttekening: ‘Alle kinderen krijgen wel eens te maken met ouders die ruzie maken. Als het gaat om intens en frequent conflict, wordt het lastig voor hen. Maar als kinderen begrijpen wat er gebeurt en waarom hun ouders ruzie maken, kunnen ze er beter mee omgaan. Daarom moeten scheidingsdeskundigen ouders aanmoedigen om met hun kinderen over de scheiding te praten. Kinderen hebben recht op een duidelijke en correcte uitleg.'

Een op de vijf scheidende volwassenen gaat in bemiddeling, maar slechts een derde regelt ook alles via die bemiddeling. Er zijn aanwijzingen in het onderzoek dat bemiddeling een goed traject is voor kinderen, omdat ze minder ouderconflict meemaken. Voor de levenskwaliteit van de ouders maakt het niet uit.

Deskundigen, die ook massaal werden ondervraagd, zijn verdeeld over de zin van bemiddeling.

Justitieassistenten, die meestal met moeilijke scheidingen worden geconfronteerd, zijn er helemaal voorstander van dat scheidenden vanaf het begin naar bemiddeling worden gestuurd. Hulpverleners en bemiddelaars zijn veeleer akkoord. Magistraten en notarissen antwoorden neutraal. Advocaten gaan eerder niet akkoord.

Buysse stelt vast dat de scheidingsdeskundigen vooral op hun eigen terrein blijven. ‘Het zou niet slecht zijn als er meer werd samengewerkt. Ieder heeft zijn specialiteit en de context waarin mensen scheiden is complex.'

De resultaten van dit onderzoek worden vandaag voorgesteld in het Vlaams Parlement.

(vbr)

donderdag, mei 29, 2008

99. Zucht ... hadden wij nu maar zo'n SPa-minister als Kathleen van Brempt i.p.v. het vadervijandige Nederlandse PvdA-duo Dijksma en Plasterk

Kinderen moeten op 2 adressen kunnen wonen

België - De Morgen: Binnenland - (276653) - 15/05/08 09u13

Kathleen Van Brempt.

Kinderen die op twee adressen wonen - in een gezin waarvan de ouders in co-ouderschap leven - moeten ook officieel op die twee adressen kunnen worden ingeschreven. Dat vraagt de Vlaamse minister van Gelijke Kansen Kathleen Van Brempt naar aanleiding van de Dag van het Gezin. Nu kan dat niet en vallen hun ouders naast allerlei kortingen zoals goedkope abonnementen bij het openbaar vervoer, aftrek van de hypothecaire lening,...


Van Brempt kent dergelijke gezinnen vanaf 1 juli alvast de kortingen toe waar ze bij De Lijn recht op hebben. Ze roept ook alle ministers op om alle verdoken discriminaties tegenover niet-klassieke gezinnen op te zoeken en af te schaffen. Van Brempt pleit intussen ook voor een wettelijk recht op kinderopvang. (belga/tdb)


Standpunt - Kind

De Morgen: De Gedachte; Standpunt Yves Desmet - Politiek hoofdredacteur (277918) - 16/05/08 07u51

Kinderen die op twee adressen wonen - in een gezin waarvan de ouders voor het systeem van co-ouderschap gekozen hebben - moeten ook officieel op die twee adressen kunnen worden ingeschreven, vindt de Vlaamse minister van Gelijke Kansen Kathleen Van Brempt.

Nu kan dat niet en hun ouders vallen daardoor naast allerlei kortingen zoals goedkopere abonnementen bij het openbaar vervoer, de aftrek van de hypothecaire lening, en noem maar op. Van Brempt heeft een punt. De tijd van het klassiek samengestelde gezin als vrijwel uniek samenlevingsmodel ligt al een behoorlijk tijdje achter ons.

In iedere klas heeft ongeveer een derde van de leerlingen al een scheiding van de ouders meegemaakt en ze leven in nieuw samengestelde gezinnen. Maar de wetgeving heeft deze nieuwe sociologische realiteit nog niet in al haar aspecten gevolgd en bijgevolg blijven voor deze kinderen een aantal verdoken discriminaties bestaan.

Een scheiding betekent meestal al een financiële achteruitgang voor de beide ex-partners. Bijkomend jammer is dat ongeveer ieder onderzoek uitwijst dat in deze nieuwe gezinssituaties, en vooral bij alleenstaande vrouwen met kinderen, vaak een groter risico op bestaansonzekerheid bestaat. Dan scheelt het snel een stuk of men enkele honderden euro's kinderkorting per jaar misloopt.

Het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn dat eenzelfde aantal kinderen in de toekomst een dubbel voordeel zou opleveren voor de beide gescheiden ouders, maar evenmin is het goed te praten dat eenzelfde aantal kinderen vandaag minder voordelen krijgt, enkel en alleen door een relationele beslissing van hun ouders.

Een extra argument is bovendien dat sinds de laatste herziening van het familierecht het systeem van co-ouderschap als eerste keuze voorgesteld wordt door de overheid zelf. Dan zou het van enige consequentie getuigen om die prioriteit ook daadwerkelijk te ondersteunen. Niet eens door bijkomende steunmaatregelen, maar door een feitelijke discriminatie weg te werken.

Kathleen Van Brempt is echter slechts bevoegd voor De Lijn, waarop ze de korting zal invoeren. De meeste discriminaties vallen echter onder de bevoegdheid van federale ministers. Het valt te hopen dat haar voorbeeld daar navolging krijgt. Zeker bij CD&V, een partij die in het verleden, zij het in andere dossiers, toch telkens de stelling heeft verdedigd dat ieder kind, ongeacht de situatie, dezelfde rechten verdient.

Yves Desmet
Politiek hoofdredacteur


Dag van het Gezin: Pleidooi voor een progressieve gezinspolitiek

Kathleen van Brempt – Vlaamse Minister voor Gelijke Kansen - donderdag 15 mei 2008

Vandaag is het Internationale Dag van het Gezin. Ik wil op deze dag een pleidooi houden voor een progressieve gezinspolitiek.

Rekening houden met nieuwe vormen van gezinnen, is niet meer dan rechtvaardig. Een concreet voorbeeld: bij De Lijn krijg je korting op de Buzzy Pazz (het jongerenabonnement) als je meerdere kinderen hebt. Voor het tweede kind 20% korting. Voor het derde kind is het abonnement zelfs gratis. Maar stel je hebt drie kinderen en je leeft in co-ouderschap waarbij twee kinderen bij de mama staan ingeschreven en één kind bij de papa. Dan verlies je de korting van het derde kind. Want enkel met kinderen op hetzelfde adres wordt rekening gehouden bij de korting. De praktijk is hier dus niet aangepast aan de nieuwe vormen van gezinnen die er vandaag bestaan. Daarom heb ik aan De Lijn gevraagd om vanaf 1 juli gezinnen die in co-ouderschap leven en die kinderen hebben die op verschillende adressen ingeschreven staan toch kortingen te geven op hun Buzzy Pazz. Dit kan voor die ouders een besparing van meer dan 150 euro per jaar betekenen. Ik zal ook actie ondernemen om de andere Vlaamse bevoegdheden te screenen op onrechtvaardigheden. De beste oplossing is natuurlijk ervoor zorgen dat kinderen in co-ouderschap op beide adressen ingeschreven kunnen worden.

Gezinnen helpen bij hun combinatie van hun job en hun gezin, is ook één van mijn speerpunten. Recht op kinderopvang, uibreiding van het vaderschapsverlof, gezinsvriendelijke diensten in bedrijven,...zijn allemaal maatregelen om daaraan tegemoet te komen. Om goed te weten te komen wat mensen zelf als oplossingen willen, zal ik na de zomer een grote gezinsenquête houden bij gezinnen met kinderen.


98. Co-ouderschap en fiscus in België

Gelijke rechten voor beide ouders

België - De Tijd - 27/05/2008

Steeds meer gescheiden ouders kiezen ervoor om hun kinderen in co-ouderschap op te voeden. De huisvesting van de kinderen is dan gelijkmatig verdeeld. Wat zijn de fiscale gevolgen van die beslissing?

Bij co-ouderschap is de huisvesting van de kinderen gelijkmatig verdeeld over beide ouders. Een voorwaarde voor het fiscaal ten laste nemen van een kind is dat het deel uitmaakt van uw gezin, wat niet (volledig) het geval is bij co-ouderschap. Vanaf aanslagjaar 2008 wordt de regeling voor co-ouders versoepeld en kan het belastingvoordeel voor de kinderen ten laste verdeeld worden. Iedere ouder krijgt de helft van de volledige verhoging van de belastingvrije som. Bij het vaststellen van die toeslag wordt geen rekening gehouden met het feit of er nog andere kinderen in het gezin zijn.

Bijkomende toeslag

Ook de bijkomende toeslag voor kinderen jonger dan drie jaar, voor wie geen opvangkosten worden afgetrokken, kunnen co-ouders verdelen. Iedere ouder moet voor zich uitrekenen of het niet interessanter is om een aftrek te vragen voor de uitgaven voor kinderoppas. Mogelijk geniet de ene ouder een bijkomende toeslag (de helft van 480 of 240 euro in aanslagjaar 2008) en geeft de andere ouder uitgaven voor een kinderoppas aan.

Formaliteiten

Ook de formaliteiten zijn vanaf aanslagjaar 2008 een stuk eenvoudiger geworden. U moet niet langer jaarlijks een gezamenlijke schriftelijke aanvraag bij de aangifte voegen. U moet alleen een afschrift van de rechterlijke beslissing of overeenkomst kunnen voorleggen als de administratie daarom vraagt. De overeenkomst moet wel geregistreerd of gehomologeerd zijn of de rechterlijke beslissing moet genomen zijn op uiterlijk 1 januari 2008.

Onderhoudsuitkeringen

De aftrek van onderhoudsuitkeringen en de verhoging van de belastingvrije som kunnen niet gecombineerd worden. De ouder die onderhoudsuitkeringen betaalt, moet afwegen wat voor hem of haar het interessantste is: een verhoging van de toeslag voor kinderen ten laste (basisverhoging plus eventueel bijkomende verhogingen) of het fiscaal inbrengen van de onderhoudsuitkeringen.

Alleenstaande ouder

Een alleenstaande ouder met een of meerdere kinderen ten laste heeft recht op een toeslag op de belastingvrije som van 1.280 euro. Ook ouders die opteren voor de toepassing van de fiscale coouderschapsregeling kunnen daarvan genieten. Toch moet men kijken naar de

situatie van iedere ouder. De co-ouders zijn misschien niet allebei fiscaal alleenstaande. Een ouder die alleen wordt belast en aan wie de helft van de toeslagen op de belastingvrije som voor een of meer kinderen wordt toegekend, heeft recht op de toeslag van 1.280 euro voor een alleenstaande ouder met kinderlast. Als beide co-ouders alleenstaande zijn, krijgen ze ieder 1.280 euro.