Posts tonen met het label Gedeeld ouderschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gedeeld ouderschap. Alle posts tonen

zondag, mei 06, 2012

669. Gedeeld ouderschap na scheiding: Analyse van het beschikbare onderzoek naar verblijfsco-ouderschap (Linda Nielsen, 2011)

Shared Parenting After Divorce: A Review of Shared Residential Parenting Research
Source: Linda Nielsen - Journal of Divorce & Remarriage - Volume 52, Issue 8 - pages 586-609 - Available online: 18 Nov 2011

Gedeeld ouderschap na scheiding: Een analyse en beoordeling van het beschikbare onderzoek naar gedeeld verblijfsco-ouderschap
Bron: Linda Nielsen - Tijdschrift voor Echtscheiding & Hertrouwen - Volume 52, Nummer 8 - Pagina's 586-609 - beschikbaar online: 18 november 2011

ABSTRACT
One of the most complex and compelling issues confronting policymakers, parents, and the family court system is what type of parenting plan is most beneficial for children after their parents' divorce. How much time should children live with each parent? An increasing number of children are living with each parent at least 35% of the time in shared residential parenting families: How are these children and their parents faring? In what ways, if any, do divorced parents who share the residential parenting differ from parents whose children live almost exclusively with their mother? How stable are shared residential parenting plans? By reviewing the existing studies on shared parenting families, these questions are addressed.

GENERAL CONCLUSIONS BY LINDA NIELSEN
Given the growing popularity of shared residential parenting, policymakers and professionals who work in family court, as well as parents, should find the research compelling. As demonstrated in this review, overall these studies have reached four general conclusions.
  1. First and foremost, most of these children fare as well or better than those in maternal residence—especially in terms of the quality and endurance of their relationships with their fathers.
  2. Second, parents do not have to be exceptionally cooperative, without conflict, wealthy, and well educated, or mutually enthusiastic about sharing the residential parenting for the children to benefit.>
  3. Third, young adults who have lived in these families say this arrangement was in their best interest—in contrast to those who lived with their mothers after their parents’ divorce.
  4. And fourth, our country, like most other industrialized countries, is undergoing a shift in custody laws, public opinion, and parents’ decisions—a shift toward more shared residential parenting.
With the research serving to inform us, we can work together more effectively and more knowledgeably to enhance the well-being of children whose parents are no longer living together.

vrijdag, maart 26, 2010

461. Belgische scheidende ouders kiezen in 4 op 10 gevallen voor verblijfsco-ouderschap sinds invoering van wet op beurtelingse huisvesting (bilocatie) in 2006

Vier op de tien kiezen co-verblijf

Bron: België - De Standaard - Van onze redactrice Veerle Beel - donderdag 25 maart 2010

GENT - In vier op de tien gevallen kiezen (Belgische) scheidende ouders voor verblijfsco-ouderschap. Als de rechter de knoop moet doorhakken, is dat slechts in een kwart van de gevallen.

Verblijfsco-ouderschap is goed voor het welzijn van de ouders die ervoor kiezen en ertoe in staat zijn.

Maar voor de kinderen maakt het niet zoveel uit waar ze wonen. Belangrijker is of ze een goed contact behouden met de beide ouders. Dat is een van de opvallendste conclusies uit het grote Ipos-onderzoek naar de levenskwaliteit van gezinnen in scheiding. Het gaat om een samenwerking tussen meerdere universiteiten.

Een jaar lang, van maart 2008 tot maart 2009, hebben onderzoekers elke dag postgevat in de rechtbanken van Antwerpen, Gent, Mechelen en Kortrijk. Ze nodigden iedereen die voor een scheidingszaak kwam uit om mee te doen. Doel: achterhalen welke elementen de levenskwaliteit van mensen tijdens een scheiding verhogen of verlagen. 1.865 volwassenen deden mee en 175 van hun kinderen, tussen 11 en 17 jaar.

Vier op de tien kinderen zeggen dat ze beurtelings bij elk van de ouders gaan wonen en dat strookt ook met wat de ouders zeggen die zelf tot een overeenkomst komen. Ouders die het op dit punt niet eens geraken, laten de knoop doorhakken door de rechter. Die beslist in een kwart van de gevallen tot verblijfsco-ouderschap. De nieuwe echtscheidingswet van 2007 schuift dit gedeelde verblijf nochtans als ‘prioritair te onderzoeken' naar voren.

‘Het is goed dat magistraten de wet niet als “norm” hanteren en dat het hen niet tegenhoudt om op maat van de gezinnen te werken, want dat is belangrijk voor de levenskwaliteit', zegt de Gentse professor Ann Buysse, die het Ipos-onderzoek coördineert. Verblijfsco-ouderschap blijkt vooral aan te slaan waar weinig ouderlijk conflict leeft en bij bedienden. Minder bij arbeiders, en ook minder bij hogere kaderleden. Wellicht heeft dit ook te maken met de haalbaarheid en de praktische organisatie van het gedeelde verblijf.

Nog opvallend: ouders die midden in een scheidingsprocedure zitten, melden een eerder laag gevoel van welbevinden. Kinderen niet. Het overheersende gevoel bij hen is er een van opluchting. Al is het ook mogelijk dat alleen die kinderen meededen die zich niet bijzonder verdrietig of verward voelen.

Blz. 7 Ouderconflict erger dan scheiding zelf.

Veerle Beel

Ouderconflict is erger dan scheiding zelf

Bron: België - De Standaard - (vbr) - donderdag 25 maart 2010

GENT - Kinderen kunnen het best met de scheiding van hun ouders overweg als ze begrijpen waarom.

‘Voor ouders is het wellicht erger dat ze hun kinderen niet meer elke avond kunnen onderstoppen dan voor hun kinderen', zegt de Gentse professor Ann Buysse. ‘Niet waar en bij wie ze wonen, is voor hen het belangrijkste, maar de kwaliteit van de relaties die ze met hun beide ouders blijven hebben.'

Professor Buysse, die psychologe is, verdedigt die stelling al een tijdje, en ziet ze nu ook voorzichtig bevestigd in de eerste resultaten van het grote IPOS-scheidingsonderzoek.

‘Hoe beter de relatie met hun moeder én hun vader, hoe beter kinderen zich ook voelen', aldus Buysse.

‘Ze moeten het idee hebben dat ze altijd een beroep op hen kunnen doen. En ook dat er bij de beslissingen over de scheiding rekening wordt gehouden met wat voor hen belangrijk is. Een jongen wil blijven voetballen. Iemand anders wil naar de muziekles blijven gaan, of samen met opa piano blijven spelen. De vraag die telt, is: hebben mijn ouders gedacht aan wat voor mij belangrijk is om gelukkig te zijn? Tel ik nog mee?'

Over het algemeen boeten ouders tijdens het scheidingsproces meer aan levenskwaliteit in dan hun kinderen: ze zijn minder tevreden met hun leven op emotioneel, materieel, fysiek en relationeel gebied, en rapporteren een lagere productiviteit en maatschappelijke participatie. Wie in een echtscheiding door onderlinge toestemming (EOT) is verwikkeld, ervaart minder conflicten dan wie voor de rechter verschijnt in een procedure op grond van onherstelbare ontwrichting (EOO).

‘Voor kinderen is ouderlijk conflict altijd moeilijk', zegt Buysse. Ze plaatst wel een kanttekening: ‘Alle kinderen krijgen wel eens te maken met ouders die ruzie maken. Als het gaat om intens en frequent conflict, wordt het lastig voor hen. Maar als kinderen begrijpen wat er gebeurt en waarom hun ouders ruzie maken, kunnen ze er beter mee omgaan. Daarom moeten scheidingsdeskundigen ouders aanmoedigen om met hun kinderen over de scheiding te praten. Kinderen hebben recht op een duidelijke en correcte uitleg.'

Een op de vijf scheidende volwassenen gaat in bemiddeling, maar slechts een derde regelt ook alles via die bemiddeling. Er zijn aanwijzingen in het onderzoek dat bemiddeling een goed traject is voor kinderen, omdat ze minder ouderconflict meemaken. Voor de levenskwaliteit van de ouders maakt het niet uit.

Deskundigen, die ook massaal werden ondervraagd, zijn verdeeld over de zin van bemiddeling.

Justitieassistenten, die meestal met moeilijke scheidingen worden geconfronteerd, zijn er helemaal voorstander van dat scheidenden vanaf het begin naar bemiddeling worden gestuurd. Hulpverleners en bemiddelaars zijn veeleer akkoord. Magistraten en notarissen antwoorden neutraal. Advocaten gaan eerder niet akkoord.

Buysse stelt vast dat de scheidingsdeskundigen vooral op hun eigen terrein blijven. ‘Het zou niet slecht zijn als er meer werd samengewerkt. Ieder heeft zijn specialiteit en de context waarin mensen scheiden is complex.'

De resultaten van dit onderzoek worden vandaag voorgesteld in het Vlaams Parlement.

(vbr)

dinsdag, maart 25, 2008

70. KNVB maakt voetballen voor twee clubs mogelijk maar past dubbele lidmaatschapsgelden niet aan voor kinderen van gescheiden ouders

Na scheiding kind lid 2 voetbalclubs
Telegraaf - Binnenland - Reageer - di 18 mrt 2008, 07:28 | 52 reacties

AMSTERDAM - Steeds meer kinderen van gescheiden ouders zijn lid van twee voetbalclubs. De KNVB heeft speciaal voor deze doelgroep een regeling, waarbij jeugdleden in het ene weekend voor de club in de regio van de vader uitkomen en een volgend weekend voor de club in het leefgebied van de moeder.



De kinderen kunnen hiervoor dispensatie aanvragen bij de districtskantoren in de regio's waar ze willen voetballen. Volgens KNVB-woordvoerder Rob de Leede is deze zogenoemde regeling 'dubbele speelgerechtigheid' bedoeld voor jeugdspelers, die jonger zijn dan zestien jaar.

Hoewel de regeling al enkele jaren bestaat, wordt er pas de laatste jaren vanwege de toenemende bekendheid meer gebruik van gemaakt. Al zijn de aantallen volgens zegsman De Leede nog altijd bescheiden. Wel is de verwachting dat dit aantal de komende jaren toeneemt.

--------------------
KNVB Dispensatiebeleid Jeugdvoetbal

Overige dispensatie normen

Door gewijzigde maarschappelijke ontwikkelingen (kinderen van gescheiden ouders) is het speler en speelsters jonger dan 16 jaar mogelijk om voor twee verenigingen uit te komen. Dit betreft alleen spelers of speelsters die uitkomen in klassen van B categorie. Dispensatie verzoeken dienen schriftelijk ingediend te worden bij het KNVB districtskantoor.

------------------
Directeur 'amateurvoetbal' Ruud Bruijnis (werkt meer dan 26 jaar bij de KNVB in Zeist) zegt over de 'maatschappelijke taak' van de bond: ,,We hebben het als KNVB ook mogelijk gemaakt dat kinderen van gescheiden ouders bij twee clubs lid kunnen zijn. Zodat ze altijd kunnen voetballen, of ze nu bij vader of bij moeder zijn. Ook dat is een maatschappelijke ontwikkeling waar we een antwoord op willen bieden.

Bron: Uit “Wat doe jij – 'Basta! De tijd van wegkijken is voorbij'”; De officiële KNVB website - vrijdag, 27 januari 2006 15:10

------------------
Commentaar Vaderkenniscentrum

Een goed initiatief van de KNVB dat hiermee haar maatschappelijke taak invult en meegaat met haar tijd. Wel een tweetal kanttekeningen:

1. De KNVB-clubs geven geen bijpassende korting aan gescheiden ouders en blijven dubbele lidmaatschapsgelden beuren:
De KNVB maakt de dubbele speelgerechtigdheid voor twee clubs voor kinderen voor gescheiden ouders dan weliswaar beperkt mogelijk, en dat is een goed initiatief, maar de KNVB geeft geen bijpassende korting en doet niets aan de nu vereiste dubbele lidmaatschapstarieven in verband met het vereiste lidmaatschap van twee clubs voor de kinderen van gescheiden ouders. Dat is mager. Vooral omdat de gescheiden ouders voor hun kind toch al tegen dubbele kleedkosten aan lopen die het voetballen voor twee clubs met verschillende teneues meebrengt voor hun kind.

2. Goede voorlichting op de KNVB website over deze dispensatieregeling voor kinderen van gescheiden ouders ontbreekt geheel:
Op de KNVB-site wordt nergens fatsoenlijke voorlichting gegeven aan de gescheiden ouders over het aanvragen van de dubbele speelgerechtigdheid voor hun kinderen. Hoe moeten zij dit dan weten? Alweer een minpuntje.

zondag, maart 16, 2008

66. Gedeeld ouderschap na scheiding beste optie voor kinderen

Auteur: Drs. Peter A.N. Tromp, Vaderkenniscentrum, februari 2008

Als we kijken naar wat het beschikbare wetenschappelijk onderzoek zegt over het werkelijke belang van het kind dan komt daaruit een geheel ander beeld naar voren, dan wat nu in Nederlandse familierechtbanken doorgaat voor het "belang van het kind" als argument voor een standaardpraktijk van beschikkingen die scheidingskinderen veroordelen tot eenouderlijke zorg door in hoofdzaak alleen hun moeders.

Vergelijken we de uitkomsten voor kinderen die na de scheiding opgroeien in een vorm van co-ouderschap of gedeeld ouderschap, met geregeld contact met en zorg van hun beide ouders, met de uitkomsten voor kinderen die na de scheiding opgroeien onder de eenouderlijke zorg van slechts één der ouders, meestal de moeder, dan doen de kinderen die in co-ouderschap of gedeeld ouderschap opgroeien het veel beter.

Betere uitkomsten voor kinderen
En die betere uitkomsten voor kinderen werden ook gemeten wanneer daarbij gecontroleerd werd op reeds voor de scheiding bestaande conflicten tussen de ouders als zelfselecterende factor voor co-ouderschap of gedeeld ouderschap. Uit een meta-analyse op 33 onderliggende scheidingsonderzoeken concludeerde Bauserman (American Psychological Association, 2002), dat kinderen die opgroeien in een vorm van co-ouderschap met frequent contact met en zorg van beide ouders, minder gedrags- en emotionele problemen hadden, een hoger gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen hadden, beter relaties konden opbouwen en behouden, zowel binnen het gezin als daarbuiten en beter op school presteerden, dan kinderen die na de scheiding onder eenouderlijke zorg waren opgegroeid.

Het verging de kinderen die na de scheiding opgroeiden onder gedeeld ouderschap of co-ouderschap daarbij zoveel beter dan de kinderen die onder eenouderlijke zorg bij één van de ouders opgroeiden, dat gelijkwaardig of gedeeld ouderschap na scheiding verreweg “second best” bleek voor kinderen en voor hen de ideale situatie van een intact gebleven gezin nog het meest benaderde.

Uit een reeks van andere onderzoeken blijkt verder dat kinderen die na de scheiding opgroeien onder gedeeld ouderschap bij beide ouders zich beter ontwikkelen, tevredener zijn, beter aangepast zijn en meer zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde hebben in vergelijking met kinderen die na een scheiding opgroeien onder eenouderlijke zorg van één der ouders (Nunan, 1980; Cowan, 1983; Pojman, 1982; Livingston, 1983; Noonan, 1984; Shiller, 1984, 1986; Handley, 1985; Wolchik, 1985; Bredfield, 1985; Öberg & Öberg, 1987).

Uit een Harvard studie op 517 scheidingsfamilies over een periode van ruim 4 jaar bleken kinderen die na de scheiding opgroeiden onder gedeeld ouderschap minder depressief, minder gedragsafwijkend, en behaalden zij betere schoolresultaten dan kinderen die na de scheiding onder eenouderlijke zorg opgroeiden. (Buchanan, Maccoby, Dornbusch, 1996.)

En ook jongens die onder gedeeld ouderschap of co-ouderschap opgroeien, blijken minder emotionele problemen te hebben dan jongens die na de scheiding opgroeien onder de eenouderlijke zorg van één van de beide ouders (Pojman 1982; Shiler 1986).

Vanuit een oogpunt van het belang van het kind bezien is de huidige praktijk van eenouderlijke zorg in het Nederlandse familierecht daarom dan ook volstrekt onbegrijpelijk.

Onderzoek wijst uit dat het veel minder goed gaat met kinderen die na de scheiding vaderloos opgroeien onder de eenouderlijke zorg van slechts een der ouders, meestal de moeder. Kinderen die vaderloos opgroeien in eenoudergezinnen hebben meer depressieklachten, gebruiken eerder drugs en alcohol, krijgen meer ongelukken en plegen vaker zelfmoord dan kinderen die opgroeien met de zorg en betrokkenheid van beide ouders. (Zweeds bevolkingsonderzoek naar de gevolgen van eenoudergezinnen voor kinderen, Ringbäck Weitoft, Hjern, Haglund, Rosén, 2003).

Opgroeiende kinderen (0-12) in vaderloze eenoudergezinnen lopen meer risico om in armoede te leven, lopen meer risico op fysiek, emotioneel en seksueel misbruik, lopen eerder van huis weg, lopen meer risico op gezondheidsklachten en hebben meer problemen op school en in de omgang met anderen.

Opgroeiende tieners in vaderloze eenoudergezinnen lopen meer kans op tienerzwangerschap, in de criminaliteit te belanden, te roken, alcohol en drugs te gebruiken, te spijbelen, geschorst te worden, op jonge leeftijd school te verlaten en aanpassingsproblemen te hebben.

En opgroeiende jong-volwassenen in vaderloze eenoudergezinnen hebben meer moeite opleidingen af te maken, werk te vinden, hebben vaker een laag inkomen en een uitkering, lopen meer risico dak- en thuisloos te raken, lopen meer risico in de criminaliteit te belanden, hebben eerder chronisch emotionele en psychische problemen, ontwikkelen vaker gezondheidsklachten, gaan sneller relaties aan waar ze ook sneller mee gaan samenwonen, en gaan eerder scheiden en hebben vaker buitenechtelijke kinderen. (Meta-studie “Experiments in living, The fatherless family, Civitas, O'Neill, 2002).

En sinds kort is er nu ook een samenhang vastgesteld tussen het opgroeien in vaderloze eenoudergezinnen en de prevalentie van ADHD bij kinderen (Strohschein, 2007).

Minder conflicten
Bovendien bleek uit de meta-studie van Bauserman (American Psychological Association APA, 2002) dat in tegenstelling tot wat vaak over co-ouderschap of gedeeld ouderschap beweerd wordt, het aantal conflicten tussen de ouders juist sterk verminderde in vergelijking met het aantal conflicten in situaties van eenouderlijke zorg. Beter voor de kinderen dus. Britse tienermeiden die opgroeien onder eenouderlijke zorg geven immers aan zich gestresst en overbelast te voelen door de scheidingsproblemen van hun ouders, vooral door het beroep dat op hen gedaan wordt door de verzorgende ouder, in 90% van de gevallen de moeder, voor steun in de met de andere ouder na de scheiding gevoerde strijd over de kinderen. (Bliss Survey, 2005: Girls take strain of parents' split)

Overigens hebben niet alleen de ouders minder onderlinge conflicten bij gedeeld of gelijkwaardig ouderschap na scheiding zo blijkt uit het onderzoek. Ook kinderen die na de scheiding opgroeien onder gedeeld ouderschap blijken minder conflicten met hun ouders te hebben, dan kinderen die na de scheiding onder eenouderlijke zorg bij één ouder opgroeien (Karp, 1982).

Kinderen willen het zelf het liefste
Door tegenstanders van gelijkwaardig ouderschap wordt verder wel beweert dat degenen die gelijkwaardig ouderschap bepleiten alleen aan het eigenbelang van de ouders denken en niet aan dat van de kinderen. Uit onderzoeken waarin de kinderen zelf gevraagd is, waaraan zij nu de voorkeur geven, blijkt echter dat kinderen zelf verre de voorkeur geven aan gedeeld en gelijkwaardig ouderschap en zorg van beide ouders na de scheiding (Smart c.s., 2000; Fabricius, 2003). Kinderen willen zelf niets liever dan hun beide ouders na een scheiding behouden. Ook blijken kinderen die opgroeien onder gedeeld ouderschap veel tevredener dan kinderen die opgroeien onder eenouderlijke zorg, waarbij zij de voordelen van het hebben van een nauwe band met hun beide ouders zelf als belangrijk benoemen (Kelly, 1993).

Minder loyaliteitsconflicten
Door pseudo-deskundigen (Groenhuijsen) wordt vaak de verder niet onderbouwde veronderstelling opgeworpen dat kinderen die onder de gedeelde zorg van hun beide ouders opgroeien geen eigen thuis (ontneem kinderen niet hun thuis wordt er dan geroepen) overhouden, voortdurend onderweg zijn en bij het opgroeien voortdurend blootgesteld zouden worden aan loyaliteitsconflicten. Het onderzoek spreekt echter ook hier weer geheel andere taal over het werkelijke belang van het kind (Steinman, 1981, Luepnitz, 1986, Shiller, 1986, Coller, 1988, Tornstam, 2000).

Kortom bezien vanuit het werkelijke belang van opgroeiende kinderen na de scheiding dringt zich maar een conclusie op: Het gedeeld of gelijkwaardig ouderschap na de scheiding zou verre de voorkeur dienen te verkrijgen boven de huidige praktijk van eenouderlijke zorg. Als we werkelijk om kinderen geven en werkelijk in hun belang zouden handelen is gedeeld gelijkwaardig ouderschap met behoud van de nauwe betrokkenheid met beide ouders in het leven van kinderen de enig aangewezen weg.

Minder scheidingen
Daar komt bovendien nog bij dat hoe meer gedeelde zorg en gelijkwaardig ouderschap wordt ingevoerd en toegewezen en verkozen boven eenouderlijke zorg na scheiding, hoe minder ouders nog geneigd blijken om te gaan scheiden Gelijkwaardig en gedeeld ouderschap helpt dus ook direct mee om intacte gezinnen - nog steeds de meest ideale opgroeiplaats voor kinderen – juist beter en langer in stand te houden. (Brinig, Allen, 2000)