Posts tonen met het label familierecht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label familierecht. Alle posts tonen

donderdag, september 30, 2010

586. Archief 'Rampscheidingen (1975 - heden)'

Archief Rampscheidingen in de Nederlandse en Vlaamse media (1975 - heden)
Media-archief 'Rampscheidingen (1975 - heden)' - Nederlands-Vlaams historisch media-archief in opbouw over de gevolgen van (echt)scheiding voor scheidingskinderen en hun - door het familierecht en overheidsinstanties - van hen gescheiden ouders

Hieronder vindt u het, door publicist Rob van Altena vanaf 1975 gestarte en tot op heden bijgehouden, historisch Nederlands-Vlaamse media-archief in opbouw met een opsomming van ca. honderd rampscheidingen - die in de media zijn gekomen (pers, boeken, radio, tv, internet) – van ouders (vaders én moeders), die bij (echt)scheiding door familiewetgeving, familierecht, kinderbescherming en andere overheidsinstanties buitengesloten werden van hun kinderen en daarbij vaak zowat alles kwijtraakten. Dit eerste media-historische archief in opbouw werd door Rob van Altena alfabetisch naar achternaam van de betrokken vaders en moeders opgezet en kan niet anders dan nu nog verre van volledig zijn.

Oproep:
Uw aanvullingen en hulp in het verder compleet maken ervan zijn daarom dringend gevraagd en noodzakelijk en wordt/worden dan ook zeer op prijs gesteld!
Als u dus in het archief hieronder nog de artikelen en publicaties in de media mist over bijv. uw eigen scheiding, of u weet van andere hieronder nog niet vermelde kranten- en tijdschriftartikelen, radio- en TV-uitzendingen en andere publicaties over andere rampscheidingen, stuur deze dan graag in naar Vaderkenniscentrum.nl op het emailadres vaderkenniscentrum @ gmail . com (Uw aanvullingen graag aan ons inzenden onder vermelding van "Mijn aanvulling(en) op het media-archief Rampscheidingen (1975-heden)" in de onderwerpregel van uw email).

Alfabetisch historisch media-archief naar achternaam van betrokken vaders:

Marcel Adriaansz. Volkskrant Magazine, 25 februari 2006.
Cees Albers. ‘Waar is Iris?’ in De Telegraaf, 5 januari 2002.
Rob van Altena. ‘Mishandelde mannen’ in Humo, sept/okt. 2003. Ook ‘De januskop van het feminisme’ in boek van Joep Zander e.a. ‘Gemist vaderschap’, 2006, blz. 30 e.v.

Ton Baars. ‘Zoontje van Ton Baars werd vermoord’ in Panorama, 22 december 1999. Ook De Gelderlander van 3 aug. 1999 en Gelders Dagblad van 4 aug. 1999.
Tjerk Bakker. Boek ‘Omgangsonrecht’, 1994.
Ramon Bastiaanse. ‘Camping papa’s’ in HP/De Tijd, 13 sept. 2002
Simon de Beer. Noordhollandse Courant, maart of april 2006.
Derk van der Bent. Panorama nr. 9, 2005.
Nico ten Berge. ‘Ook mannen krijgen blijf-van-mijn-lijf huizen’ in Trouw, 10 februari 2009.
Jaap Blaak, ‘Uitgekleed door z’n ex’, Panorama nr. 23, 2002.
Gerard en Fred Blankespoor. ‘Edith beschuldigde .. ten onrechte van seksueel misbruik’, De Telegraaf, 24 juni 2000; ‘Kruistocht voor eerherstel’, idem, 29 december 2001; ‘Haags Gerechtshof: liegen mag’, idem, 20 maart 2003.
Jantje Blom. ‘Dossier Berends-van Dam’, VN, 3 januari 1998
Koos Blumink. ‘Mijn kinderen zijn vreemden voor me’, De Volkskrant, 21 november 2008.
Tejo van der Bom. ‘Moeder laat vriendin kind na via testament’ in AD, 11 juli 2003.
‘Hof: dochter onder hoede vriendin moeder’, De Telegraaf, 12 juli 2003; ‘Ik ben gewoon bij hem’, Trouw, 30 juli 2004.
Over deze zaak radiodiscussie op AVRO, radio I, 12 november 2003, 16.00 uur met Peter Prinsen, Joep Zander, Boris Dittrich en Bernarde Kramer.
Michael Boogerd. ‘Het zwarte gat vult langzaam op’ in De Gelderlander, 26 januari 2009.
Hamza (Haykel) Bouguezzi. ‘Alaya is terug’ in ND, 5 mei 2006. Ook AD, 20 april 2006 en De Volkskrant, 21 april 2006. ‘Mama komt je halen’ in AD, 13 maart 2010. Ook gelijknamige boek.
Peter Brons. ‘Dreigende straf is het laatste zetje’ in AD, 23 januari 2009.
Gerrit van Bijsterveld. Boek ‘Ik wil mijn kind zien’, 1996.

Fred Candel. ‘Vader van mishandelde Kevin (8) en Mara (15) smeekt overheid in te grijpen’, De Telegraaf, 19 januari 2000.
Huub Canisius. Rechtskundig Weekblad, 21 jan. 1989; ‘In memoriam’ in het Vlaamse vaderblad Hoop!, nr. 3, 1998.
Gary Christophersen. ‘Canadese vader Gary Christopherson’ in De Telegraaf, 27 nov. 1999. Ook De Volkskrant, 1 december 1999.
Daniël Coppens. ‘Meisje schrijft brief dat zij incest verzon’ in Het laatste Nieuws,
16 december 2002; ‘Vader leeft ondergedoken…’, idem van 24 januari 2003;
‘An Coppens …trok haar beschuldiging weer in’, Humo, 7 januari 2003.

Hadi Deliba. ‘Moeder smeekt Algerijnse ex-vriend..’ in De Telegraaf van 27 jan. 2000;
‘Straf voor ontvoerd houden van kind’, De Telegraaf, 13 aug. 2003. De Telegraaf 15 nov. 2003 en 21 maart 2006; ‘OM wil nog eens acht jaar cel voor kinderontvoerder’ in De Volkskrant, 23 mei 2008.
Naar aanleiding van met name deze zaak een aantal artikelen door Rob van Altena en Wim Orbons over de zeer ongelijke bestraffing van vader en moeder bij ontvoeringen onder titels als ‘Bij vader heet het ontvoeren, bij moeder relocatie’ of variaties daarop. In de Staatscourant van 22 feb. 2005 en 22 aug. 2007; Nederlands Dagblad van 15 maart 2005, 15 jan, 4 april en 27 aug 2007, Friesch Dagblad van 18 juli 2006, De Gelderlander van 22 aug. 2006 e.a.
Geurt van Doorn. ‘Mishandelde mannen’, VN, 3 januari 2004.
Hans Dorrestijn. Boek ‘Finale kwijting’, 2000.

Imar Einarson. ‘Verkrachting niet te bewijzen’, De Gelderlander, 6 oktober 2004.
Peter Engbert. ‘Moeder blijft omgang weigeren’ in AD, 27 maart 2010.

Les Fleming. Echtscheidingsbulletin, nov/dec 2001, blz. 16 e.v.

David Gallas. ‘Vader ontvoert dochtertje (5)’. De Telegraaf 13 juni 2003.
Jos van Gorp. ‘Uitgekleed door z’n ex’ in Panorama nr 23, 2002
Chiel Grieshaver. ‘Moord op herhaling’, De Telegraaf, 5 januari 2002; ‘Vader nagelt politie .. aan de schandpaal’, idem, 3 april 2004.

Hisham al-Hafez. Tal van publikaties, de voornaamste: ‘Syrische vader: zonder de kinderen verlies ik alles’ in AD van 12 juli 2006; ‘Website De Telegraaf voor ambassadekinderen’ in De Telegraaf van 23 september 2006; ‘Bot brengt Sara en Ammar terug’ in AD van 23 dec. 2006; ‘Ik ben genaaid door Janneke en de overheid’, Nieuwe Revu nr. 38, 2007; ‘Moeder krijgt volledige voogdij over Sara en Ammar’, AD van 10 oktober 2007; ‘Vader verbijsterd na verliezen gezag’ in AD van 11 oktober 2007.
Mario Hammer. Volkskrant Magazine van 25 februari 2006.
Jeroen van Hasselt. ‘Verketterd door de sekssekte’ in De Telegraaf van 26 juni 2008.
Geert Hoes. De Telegraaf, 13 april 2006.
Roy Hoefman. ‘Opeens was ik een kinderverkrachter’, De Telegraaf, 18 maart 2006.
J.M.Hoytink. ‘Alkmaarse buurt vreesde al het ergste’, De Telegraaf, 27 januari 1993; ‘Kamerlid wil onderzoek…’, De Volkskrant, 11 aug.1992. Ook in Tjerk Bakkers boek Omgangsonrecht, 1994.
Jacques Huinck, boek Echtscheiding als broodbeleg, 1990.
Eric Huisson. ‘Camping papa’s’ in HP/De Tijd van 13 september 2002.

José de Jesus. ‘Iedereen is blij, behalve mijn pappa’, AD 15 april, 22 mei en 11 juni 2009.
Faroek Jildiz. ‘Vrouw doodt haar man in drukke straat’, De Gelderlander, 16 november 1977.

Martinus K. ‘Incest-rechter moet de cel in’, De Telegraaf, 10 aug. 1995; ‘Rechter uit cel
na incest-affaire, idem van 31 okt, 1995 ; ‘Kantonrechter vrijgesproken’, idem van
9 december 1995.
Cees Kalthof. ‘Vechten om kind na echtscheiding’ in AD van 8 mei 2004.
Paul Katzenbauer. ‘Zo leer je kinderen een uitspraak van de rechter aan je laars te lappen’
in Perspectief van december 2003.
Bert Kluitenberg. De Gelderlander van 9 sept. 1999. ‘Kind ontvoerd, kinderbijslag terugbetalen’ in De Volkskrant 19 november 1999.
Albert Kok. ‘Wethouder vrijuit na bedgevecht’, De Telegraaf, 9 oktober 2008.
Pieter Koole. In boek ‘Gemist vaderschap’, blz. 126.
Cyril van Krugten. ‘Fatsoenlijke mannen slaat juist niet terug, Haagsche Courant,
24 januari 2004, ‘Vluchten voor de feeks’ ND, 31 juli 2004.

Paul Leendertz. Deze vechtscheiding loopt nog. Tal van berichten, de voornaamste: ‘Rechter: vader moet Katja teruggeven’, Trouw, 30 mei 2009; ‘Vader Katja had contactverbod wegens mishandeling’, De Gelderlander, 2 juni 2009; ‘CDA eist uitleg over hulp van VS bij ontvoering’, De Volkskrant, 3 juni 2009; ‘Moeder heeft proces gefrustreerd’, De Gelderlander, 4 juni 2009; ‘Vader mocht Katja van rechter in VS ophalen’, De Gelderlander 5 juni 2009; ‘Moeder alsnog voogdij over Katja(8)’, AD,
23 juni 2009; ‘Katja mist Holland’, De Telegraaf, 27 augustus 2009; ‘Ontvoerde Katja: ik wil niet naar Holland terug’, AD, 10 maart 2010; ‘Rechter wijst gezag over Katja aan de moeder toe’, AD en De Volkskrant van 4 mei 2010; ‘Katja is bang/Katja is blij’, AD,
28 september 2010.
Maarten Legène. ‘Een kind heeft twee ouders’ in Trouw van 9 augustus 2001. Ook boek Vaders bestaan niet, 2004.
Guus van Lingen. ‘Derde vader die onderduikt met kinderen’ in De Telegraaf van 11 juni 1993.
Ron Luyten. ‘Camping papa’s’, HP/De Tijd van 13 september 2002.

Wim de Maagt. ‘Zorgende vader moet zijn kind toch afstaan’, De Telegraaf, 28 maart 1985.
Nico Makris. ‘Stukgelopen huwelijk..’, De Limburger, 1 maart 1994.
Ruud Moeskops. ‘Verwaarloosde kinderen aan Engelse moeder toegewezen’, De Telegraaf, 30 januari 1993.
Nico Mul. ‘Ze hebben me de straat uitgejaagd’, Deventer Dagblad, 6 januari 1998; ‘Vrouw eist straatverbod’, idem, 20 januari 1998; ‘De luxaflex moet weer omlaag’, idem, 21 januari 1998; ‘Ik ben een lieve pappie’, Opzij, februari 1998.

Henk Nederlof. ‘Alimentatie na stichten brand’, Haagsche Courant, 30 juni 2007.

Frank Onnen. Boek ‘En toen zaten we met de brokken’, Spectrum, 1978.
Arthur Oostwegel. ‘Vaderverdriet dreef hem de dood in’, Privé, 4 mei l991; ‘Politie bewaakt Marjon Lambriks’, idem, 25 mei 1991.
Wim Orbons. ‘Van rechter naar rechter om zoontje te zien’, De Limburger, 3 april 2002;
‘Zoontje verliezer in strijd van ouders, Limburgs Dagblad, 6 april 2002; ‘Verdachte stalking vrijgesproken’, idem, 11 mei 2005.

Sjaak Pagie. ‘Dwaze vader’, De Telegraaf, 18 juni 2005.
Gerrit Pelkman. ‘Moordende moederliefde’, Nieuwe Revu, 10-16 januari 2007.
Yves Pessy. ‘Feniks op de Waalbrug’ in boek ‘Gemist vaderschap’, blz. 57 e.v.

Pieter Querreveld. ‘Vermist’, weekblad Vriendin, 14/20 oktober 1998.
Mariano Quevedo Minguela. De Volkskrant, 11 juli 2001 ; ‘Moeder ontvoert eigen kind’, DeTelegraaf, 20 november 2004 ; ‘Marjorie Doorenbos weer vrij, AD, 13 maart en
6 april 2007; DeTelegraaf, 11 mei en 20 december 2007.

Emile Ratelband. ‘Ratelband woest op rechter’, De Telegraaf, 4 maart 2006; ‘Emile uitgekleed door ex’, idem, 14 maart 2008; ‘Moon wil nu al scheiden’, idem, 15 maart 2008; ‘Ratelband mag dochter niet zien’, idem, 16 maart 2008.
Rob Rekers. ‘List en bedrog beloont met voogdij’, De Telegraaf, 18 mei 1991; ‘Nederlander riskeert doodstraf na ontvoering dochtertje’, Haagsche Courant, 13 januari 1994.
René Rens. ‘Margrietha beschoot ex’, De Telegraaf, 29 maart en 13 augustus 2008.
Patrick van Rhijn. Boeken ‘Weg van Lila’, 2007 en ‘Vaderstad’, 2009.
Poppe-Jan Rongen. ‘Vader hoorde op tv van gruweldood kinderen’, De Telegraaf,
3 augustus 2005; ‘Jeugdzorg kende situatie gezin Tolbert, De Volkskrant, 3 augustus 2005; ook De Telegraaf van 2 en 9 augustus 2005; ‘Achttien jaar en tbs in Tolbert-zaak’, De Volkskrant van 17 februari 2006; ‘Alleen 18 jaar gevangenisstraf’, Trouw, 17 april 2007.
Gerard Rotteveel. ‘Moeder liet dochters aan hun lot over’ AD, 23 juli 2008.
Hans de Rijk. ‘Het kind van de rekening’, De Telegraaf, 14 november 1998.
Erik Rijks. Zijn boek ’Omgang moet’, 1988.

Francesco Sarri. ‘Moeder duikt onder met dochtertje’, De Telegraaf van 24 januari 2007; ‘Noa terug bij vader na snelle actie politie’ , De Telegraaf, 8 maart 2007; ‘Italiaanse vader woedend op Vermist’, AD, 16 maart 2007; ‘Oorlog om de kinderen’, De Telegraaf, 24 maart 2007.
Hans Scherpenisse. ‘Het kind van de rekening’, Haagsche Courant, 10 januari 2004.
Harm van de Seijp. Panorama nr. 23, 2003.
Ipe Smit. ‘Kind heeft recht op beide ouders’, Woerdense Courant, 14 oktober 1995.
Herman Schiphorst. In boek ‘Gemist vaderschap’, blz. 81 e.v.
Emiel Smulders. ‘Vaders lezen liever kranten’ in ‘Gemist vaderschap’, blz. 57 e.v.
Herman Stevens. Boek ‘Vaderland, het land waaruit niemand terugkeert’, 2010(?).
Alex Swaen. ‘Wanhopige vader eist omgang’, Haagsche Courant, 22 september 1992.

Alain Teister. Boek ‘Mijn pappie is enkel een foto’, 1975.
Theo Tetteroo. ‘Incestaangifte was vals’, De Telegraaf, 8 november 2003; ‘Mijn vader zit onschuldig vast’, idem, 21 februari 2004; ‘Onschuldig vast’, idem, 6 augustus 2006.
Ken Thompson. ‘Kleine Andrew duikt op in Amsterdam’, De Telegraaf, 10 september 2010; ‘Wanhopige vader zocht per fiets door heel Europa’, AD, 10 september 2010; ‘Vader ontmoet eindelijk zoontje’, De Telegraaf, 15 september 2010.
Gert Timmerman. ‘Dochter beschuldigt Gert van incest’, Weekend, 30 juni 1999; ‘Hoezo incest? Gert Timmerman samen met dochters op podium’, Party, 21 juli 1999.
Geert Tomlow. ‘Verstoten vaders’, Vrij Nederland, 4 september 2004.

Jan Uijlenbroek. ‘Vader verliest kinderen door testament’, Haagsche Courant, 14 maart 1992; ‘Voogdes laat vader opsluiten’, Haagsche Courant, 22 april 1992; ‘Vader blijft in cel wegens verzwijgen schuilplaats van zoontje Hugo’,De Telegraaf, 24 april 1992; ‘Weduwnaar krijgt toch voogdij over zoon’, De Telegraaf, 16 december 1992.

John Voorthuizen. ‘Gezin vijf dagen in kuil in bos’, De Volkskrant, 7 april 2005; ‘Vader kuilkinderen…’, De Gelderlander, 11 april 2005.

Alexander Warenberg, ‘Kinderen pianist vaker ontvoerd’, AD, 20 september 2003; ‘En nu terug naar school’, Het Nieuwsblad, 3 november 2003; ‘Politie wist van ontvoering’, De Telegraaf, 2 oktober 2004.
Peter van de Wiel. Boek ‘De gescheiden man. Rechtspositie, kansen en willekeur’, 1998.
Jan Winter. ‘Drents paar dumpte kinderen’, AD, 2 april 2004.
Danny de Witte. ‘Joyce (7) ontvoerd!’, Blik, 12 december 1995.
Andy Work. ‘Verstoten vaders’, Vrij Nederland, 4 september 2004.

Willem en Alle IJ. De Telegraaf, 18 mei 1994.

Joep Zander. ‘Hongerende Dwaze Vader’, De Volkskrant, 25 oktober 1995;
‘De moeilijke regels voor omgang en gezag’, De Telegraaf, 28 oktober 1995; ‘Dwaze Vader teleurgesteld…’, De Gelderlander, 20 september 1996; ‘Dwaze Vader Joep Zander’, Deventer Dagblad, 9 augustus 1997; ‘Verstoten vaders’, VN, 4 september 2004; ‘Dwaze Vaders’, Panorama nr. 9, 2005;
Jacques van Zeeland. ‘Verliefde vrouw stuurde echtgenoot op moordenaar af’, De Telegraaf, 13 januari 1995.

--------------------
Hoofdarchivaris en auteur: Rob van Altena: (Laatste update: 29 september 2010)
Mede-archivarissen: ..................................................................................
(Hier kan als dank voor uw hulp en aanvullingen desgewenst ook uw naam komen te staan als mede-archivaris en -auteur. Zie bovenaan bij de oproep voor een verdere toelichting).

woensdag, juni 16, 2010

513. Oproep: formeren groep voor reactie raadpleging EU over kinderrechten

De EU Commissie doet een openbare raadpleging over de de rechten van het kind.

http://ec.europa.eu/justice_home/news/consulting_public/news_consulting_0009_en.htm

Dit is onze kans om de huidige obstakels en problemen met betrekking tot kinderrechten, familierecht en jeugdzorg onder de aandacht te brengen en oplossingen hiervoor aan te dragen. Hiermee kunnen we mogelijk een steentje bijdragen aan het verbeteren van de kinderrechten voor de toekomst. Ik roep daarom iedereen op om een groep samen te stellen die dit oppakt. De reactie moet er liggen voor 20 augustus, dus snelheid is geboden.

Graag reactie naar vaderkenniscentrum@gmail.com voor iedereen die zich geroepen voelt om hier een bijdrage aan te leveren.

Martin Barto
i.s.m. Peter Tromp
Vaderkenniscentrum.nl

donderdag, april 03, 2008

77. Over "gender racisme" en "gender apartheid" in familierecht en overheidsbeleid:: Noodzaak van eigen discours om aan ongelijkheid een stem te geven

In reactie op twee eerdere emails van Joep Zander en Jan van Baelen in de Nieuwsbrief "Beide Ouders" van het Vaderkenniscentrum in reactie op mijn gebruik van de aanduiding "gender racisme" de volgende bijdrage:

De introductie van de begrippen gender racisme en gender apartheid ... over het belang van een eigen discours waarin misstanden en onrecht een naam krijgen en bespreekbaar gemaakt worden

Wat betreft kinderen gebruik ik zelf, wanneer ik schrijf of spreek over de gevolgen van de ‘scheidingscultuur’ (een begrip geïntroduceerd en afkomstig van Wim Orbons) en ‘eenouderschapspraktijken’ (een weer door mijzelf geïntroduceerd begrip) voor kinderen in het familierecht, bij voorkeur al jaren de nadere aanduiding “scheidingskinderen”, waarmee ik de 32% van alle Nederlandse kinderen aanduid die een scheiding van de eigen ouders meemaakten. (De term "scheidingskinderen" is voor zover ik heb kunnen achterhalen rond het jaar 2000 geïntroduceerd door de auteur Rob van Altena in een door hem geschreven folder "Het Ouderverstotingssyndroom" voor het toenmalige Platform SCJF.)

In specifieke gevallen gebruik ik daarnaast ook wel de termen “vaderloze kinderen” of “vaderloos opgroeiende kinderen”. "De vaderloze samenleving", "vaderloze gezinnen" en "vaderloze kinderen" zijn termen die in verband gebracht met de ontvadering in het familierecht afkomstig zijn van de Duitse schrijver en journalist Matthias Matussek (*) die over dit verschijnsel in 1998 het boek "Die vaterlose Gesellschaft" publiceerde (zie hierover ook het themanummer "Die vaterlose Gesellschaft" van het Duitse blad Der Spiegel uit november 1997). En met het verschijnen in september 2002 van het Britse Civitas Rapport "Experiments in Living: The Fatherless Family" (PDF) van onderzoekster Rebecca O'Neill (zie ook het artikel : De gevolgen van ouderverstoting en vaderloos opgroeien voor onze kinderen) werden deze termen vervolgens ook in het Angelsaksische taalgebied geïntroduceerd en gemeengoed als aanduiding voor nieuwe verschijnselen in de werkelijkheid die tot dan toe geen naam hadden.

Met het gebruik van de termen "vaderloze kinderen", "vaderloze gezinnen", een"vaderloze samenleving" wil ik zelf soms alleen de groep van 560.000 Nederlandse scheidingskinderen aanduiden die door de overheid, het familierecht en de zorgouder geheel zijn buitengesloten van hun andere ouder, meestal de vader en zijn verdere familie: opa en oma, ooms en tantes, neefjes en nichtjes. Maar soms gebruik ik de term "vaderloze kinderen" ook veel breder als aanduiding voor (praktisch) de totale groep van 1,1 miljoen Nederlandse "scheidingskinderen". Immers: Als gevolg van de eenouderschapspraktijken van de Nederlandse overheid in het familierecht groeit - op de kleine beperkte groepen kinderen die in een co-ouderschapsregeling opgroeien, omdat de ouders daar in het verleden zelf voor kozen tegen het familierecht en de overheid in, of de groep kinderen alleen bij hun vaders opgroeiden onder 'eenouderschap' (een nieuw door mij geïntroduceerde aanduiding naast de eerder al genoemde term 'eenouderschapspraktijken') - zelfs de groep kinderen met een redelijk tot goed functionerende 'omgangs- of bezoekregeling' (samen met de term "omgangshuizen" een term uit het onderdrukkende discours van het familierecht en de jeugdzorg van de Nederlandse overheid die teruggaat op de zgn. bezoekregelingen uit het gevangeniswezen) van een weekende per 2 weken met hun vader toch nagenoeg vaderloos en onder 'eenouderzorg' (alweer een door mij gebruikte en geïntroduceerde term om dingen een naam te geven) op, waarin het vaderschap voor deze kinderen volstrekt gemarginaliseerd is tot een "McDonalds-vaderschap" dat met vaderschap en de zorgwens en -plicht van vaders voor hun kinderen weinig meer te maken heeft. (Zie voor het "McDonalds-vaderschap" van de overheid en het familierecht bijvoorbeeld de video van de documentaire van Sir Bob Geldof uit 2004, die ook te bezichtigen valt in de rechterzijkolom van deze website).

Wat in deze discussie over woorden en termen echter essentieel is, is dat er enkele jaren terug voor de problemen in het familierecht geen of te weinig woorden en termen beschikbaar waren om ze ook goed mee aan te kunnen duiden en bespreekbaar te kunnen maken. In het voorjaar en de zomer van 2004 en verder na terugkomst van het gezamenlijk bijwonen van de Eerste Europese Vaderconferentie in Wenen (in september 2004) was dat voor mij in lange discussies met de Brits-Duitse vader Eugen Hockenjos, ons belangrijkste punt van zorg en we besloten dingen gericht te gaan benoemen en labelen en die begrippen breed te gaan verspreiden. Verder heeft die conclusie toen ook geleid tot oprichting van een Europees Vaderkenniscentrum, toen nog het Father(Care) Knowledge Centre Europe geheten. (Want benoemen van ervaren verschijnselen is een ding, maar vervolgens kwantificeren, kwalificeren en documenteren een tweede.) Ik was zelf in die tijd bovendien ook mediawoordvoerder voor de Nederlandse Fathers4Justice en was in dat verband steeds bezig met en op zoek naar sprekende termen en woorden om problemen bespreekbaar en begrijpbaar te kunnen maken naar de media.

Het is in dat licht en die context dat de nu alweer enkele jaren terug in de discussies met Eugen geïntroduceerde en geframede termen “gender racisme” en “gender apartheid” tegen vaders in het familierecht en het overheidsbeleid moeten worden bezien (**). De systematische introductie van deze termen was naast de al bestaande termen als “gender discriminatie” en “gender mainstreaming” zo belangrijk en essentieel omdat met deze termen dingen en verschijnselen en vooral onrecht, ongelijkheid en discriminatie - in combinatie gebracht met de begrippen geslacht en gender - beschreven en een naam gegeven kon worden. En het is pas als en nadat dingen een naam hebben gekregen die door anderen ook herkend wordt en kan worden, dat ze beginnen te bestaan en bespreekbaar worden in de werkelijkheid, want pas dan kunnen ze aangeduid worden en kunnen ze ook pas veranderd worden.

Het emotionele gestotter en het gemis aan die aanduidende woorden en dat discours bij ons als ouders was toendertijd ook de aanleiding en essentie van mijn toenmalige discussies met Eugen Hockenjos hierover en de reden waarom we tot de gerichte introductie van deze begrippen zijn gekomen. Iedereen voelt immers intuïtief aan wat er allemaal mis is in het familierecht, maar omdat er geen of te weinig woorden en termen beschikbaar waren om dat ook “talig” uit te drukken anders dan in de termen uit het wel beschikbare maar juist onderdrukkende discours van het bestaande familierecht zelf, stikten wij er als het ware in als we erover probeerde te praten en konden niet rustig in woorden en termen aanduiden waaruit die misstanden dan wel bestonden.

Juist het eerder ontbreken van een krachtig eigen discours met eigen termen en begrippen om aan te duiden wat er mis is in het familierecht veroordeelde ons als protesterende ouders ertoe om ons in woordeloze emoties van verdriet, woede en protest te moeten uiten. Het heeft ons toen – de nog tot vandaag in de media voortdurende aanduiding, bijnaam en het negatieve image van “wanhopige” emotionele probleemouders bezorgd – ouders die zo gemakkelijk individueel als querulanten opzij gezet konden worden “omdat daar niet mee te praten viel”. Het is dat probleem waarover ik enkele jaren terug als woordvoerder van de Nederlandse Fathers4Justice langdurig gesproken heb met Eugen Hockenjos en dat was onze diagnose van het hoofdprobleem van de ouderbeweging dat ondermeer geresulteerd heeft in de nieuw door ons geïntroduceerde begrippen “gender racisme” en ‘Gender Apartheid” in het familierecht en het overheidsbeleid.

Google Testscore voor de begrippen “Gender Apartheid” en “Gender Racisme” op 4 april 2008:

- “Gender Apartheid” (33.900 Google Hits)

- “Gender Racism” (10.600 Google Hits)

- “Gender Racisme” (77 Google Hits)

Ik ben daarop zelf beide termen bewust veelvuldig in de internationale forums gaan gebruiken. De termen blijken daarbij ook in een enorme behoefte te voorzien om aan te duiden wat tot dan niet aangeduid kon worden. Beide termen zijn goeddeels ingeburgerd. Je vindt ze overal terug op forums en op de thuiswebsites van ouderorganisaties over deze onderwerpen, waaronder ook de websites van Fathers4Justice (zoek bijv. vervolgens naar het op deze pagina gebruikte begrip "Gender Apartheid")

Dat werk van het creëren van een eigen discours en eigen begrippen om de werkelijk bestaande misstanden bij overheid en familierecht ook in uit te kunnen drukken anders dan in verdriet en emotie is ook nog steeds en lang niet af. Er is op dat punt nog heel veel werk te doen. Als dat werk niet gedaan wordt, dan zijn betroffenen twee keer slachtoffer van de misstanden bij de overheid en het familierecht. Een keer wanneer het onrecht hen wordt aangedaan en opnieuw en voor de tweede keer wanneer de slachtoffers van deze misstanden aandacht en erkenning vragen voor die misstanden en aangedaan onrecht, maar daarvoor geen erkenning krijgen en genegeerd worden omdat er geen krachtige eigen taal gecreëerd en beschikbaar is om de misstanden ook in aan te duiden, te benoemen, te agenderen, bespreekbaar te maken en erkend te krijgen. Nu wordt hen niet alleen groot onrecht gedaan, zij worden daarna ook nog eens letterlijk doodgezwegen en genegeerd. Het ging en gaat erom om dat te stoppen en woorden te geven aan onrecht en onmacht om zo het zwijgen te doorbreken en verandering mogelijk te maken.

Met vriendelijke groet,

Peter Tromp
Vaderkenniscentrum
http://www.vaderkenniscentrum.blogspot.com

(*) De term "vaderloze samenleving" zelf dateert al uit 1919 en is afkomstig van de Oostenrijkse arts en psychoanalyticus Paul Federn die hem gebruikte in de titel van zijn boek "Zur Psychologie der Revolution: Die vaterlose Gesellschaft" met een na-oorlogse psychologische analyse van zijn (revolutionaire) tijd dat hij publiceerde nadat hij terugkeerde uit de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog.
(**) De Engelse termen "gender racism" en "Gender Apartheid" als aanduiding voor de ervaren discriminatie en ongelijke behandeling van vooral vaders in het familierecht en in het overheidsbeleid hadden toen beiden al een voorgeschiedenis. De terminologie had in iets andere vorm al eerder het licht gezien en duikt in het midden van de negentiger jaren van de vorige eeuw voor het eerst op in schriftelijke stukken, bijvoorbeeld in de schriftelijke discussies tussen de Britse vaders Eugen Hockenjos, Ivor Catt en Robert Whiston in de aanloop en voorbereiding op een bijeenkomst over vaderschap bij de Britse IPPR met Adrienne Burgess rondom de publicatie van haar boek "Fatherhood Reclaimed" ten tijde van de Britse Labour verkiezingsoverwinning in 1996. Gebruikt worden dan echter nog termen zoals "Father Apartheid", "Sexual Apartheid" en "Gender Injustice".

Een eerste variant van de term gender racism werd vervolgens op 12 augustus 2001 geïntroduceerd en gebruikt als "genderized racism" door een toen op de internationale forums schrijvende vader onder het pseudoniem "Advocate 100" (zie Eurodads bericht 4438 van 12 augustus 2001), terwijl de term "gender racism" zelf bijna 2 jaar later voor het eerst kort geïntroduceerd en gebruikt werd door respectievelijk Ivor Catt en door Matthäeus Huber, een Duitse immigrantenvader en leraar Spaans uit London, op 9 mei 2003 (zie Eurodads bericht 11289 van 9 mei 2003) in zijn verlate maar ontdane reactie op een al ouder BBC bericht van 10 maart 2001 waarin een "male curfew" gemeld werd voor de avonden voor de Colombiaanse hoofdstad Bogota: de 4 miljoen mannen van de stad mochten 's avonds en 's nachts helemaal de straat niet meer op om het zo veiliger te maken. Vanaf oktober 2004 verschijnen dan de eerste berichten van mijzelf met een systematisch gebruik van de term om deze breder ingang te laten vinden op de internationale forums. Eerst nogal onhandig vind ikzelf (zie hiervoor bv. mijn eigen berichten op het internationale forum Eurodads: Bericht 21234 van 11 november 2004; Bericht 21318 van 13 november 2004; Bericht 27072 van 1 augustus 2005; Bericht 27369 van 12 september 2005; Bericht 27370 van 12 september 2005; Bericht 27379 van 13 september 2007; Bericht 27520 van 10 oktober 2005), want ik moest zelf ook aan de terminologie wennen, maar al snel wende het systematisch gebruik ervan en de terminologie werd vervolgens ook snel door anderen opgepikt en overgenomen.

Ook de Engelse term "Gender Apartheid" zelf had al een voorgeschiedenis. De term "Gender Apartheid" als zodanig wordt voor zover ik heb kunnen nagaan voor het eerst gebruikt door Duncan Shields van Live Beat Dads United Kingdom (LBDUK) en het International Men's Network (IMN) in het geleverde begeleidend bewijs bij een petitie "REGULATION OF THE LEGAL PROFESSION INQUIRY" gericht aan het Schotse parlement.

maandag, december 10, 2007

54. Vaderloze moedergezinnen in jeugdzorg en hulpverlening - Leeuwarden

Drang en dwang als hulpverleningsmiddel

Onderbeschreven “casus” werd gebaseerd op de praktijk. Daarbij zijn gefingeerde namen gebruikt.

Bron: Sociale teams Leeuwarden in beeld, Leeuwarden, Hulp en Welzijn, Februari 2006

José (36) is bekend bij praktisch elke hulpverlenende instantie in Leeuwarden. Ook haar zes kinderen staan in menig dossier. Onder dwang aanvaardt José hulp van het sociaal team.

Op een oude bank in de voortuin hangt een jongen van een jaar of zeven. ‘Hé Jordi, is je moeder thuis?’ informeert de hulpverleenster. Het joch haalt zijn schouders op. De voordeur staat op een kier. Binnen zit José een sigaret te roken en naar een soap te kijken. Ze draagt een roze coltrui, een spijkerbroek en hoge laarzen. Haar lange, roodgeverfde haar heeft ze opgestoken. Ze heeft een vriendelijk gezicht, maar wantrouwende ogen. Met nauwelijks verhulde tegenzin begroet ze het bezoek.

Haar hele leven komt José al in aanraking met hulpverleners. Net als haar zussen stond ze onder toezicht van de jeugdzorg. Toen ze zestien was, raakte ze zwanger. Ze ging al nauwelijks naar school, maar nu helemaal niet meer. Baantjes had ze nooit lang. Haar verslaving aan alcohol speelde daarin mee. Ze werkte als prostituee, maar het is onduidelijk of ze dat nog steeds doet. Geld krijgt ze nu via een uitkering. Ze heeft schulden bij postorderbedrijven en bij de woningstichting. Het is niet gemakkelijk om de eindjes aan elkaar te knopen met zes kinderen. De vaders zijn niet meer in beeld, op één na. Die hokt tegenwoordig met haar zus.

De politie heeft een lijvig dossier over het gezin. Buren klagen over vechtpartijen, geschreeuw, harde muziek, rotzooi. De oudste zoon is opgepakt voor inbraken en berovingen. Hij heeft zijn moeder wel eens bij de keel gegrepen, maar daar heeft ze geen aangifte van gedaan. Huiselijk geweld is niet nieuw in het gezin. José heeft een aantal vrienden met losse handen gehad. Zelf kan ze ook behoorlijk uithalen, zeker als ze dronken is. Ze kan er tegen als zij een knal krijgt, maar van haar kinderen moet je afblijven. Voor haar kinderen doet ze alles. Het zijn schatten, ook al zijn ze niet gemakkelijk. Vijf van de zes zitten op het speciaal onderwijs en staan onder toezicht van de jeugdzorg.

Dwang

De hulpverleenster steekt zelf ook een sigaret op en vraagt waarom Jordi vandaag niet op school is. José houdt haar ogen op de televisie gericht en zegt dat haar zoontje niet lekker is. Ze toont pas interesse als de hulpverleenster vertelt dat haar 15-jarige zoon Sherman misschien stage kan lopen bij een garagebedrijf. ‘Sherman is gek op auto’s’, zegt José. ‘Hij is er heel handig mee’. Met gevoel voor humor: ‘Hij krijgt ze tenminste altijd heel snel open!’

De verslavingszorg, de jeugdzorg, het maatschappelijk werk, de politie en de woningstichting zijn allemaal betrokken bij het gezin. Geen van alle instanties lukt het om effectieve hulp te beiden. Het sociaal team wordt gevraagd de impasse te doorbreken. Het team besluit drang en dwang toe te passen om een oplossing te forceren. Zonder dwang zou het gezin niet meewerken. Het plan van aanpak is eenvoudig; de woning uit of hulp accepteren. José houdt zielsveel van haar kinderen, daar zijn alle hulpverleners van overtuigd. Ze heeft alleen zelf nooit het goede voorbeeld gekregen. Geweld, criminaliteit, werkloosheid en armoede waren normaal in de omgeving waarin zij opgroeide. Het streven van het sociaal team is zorgen dat haar kinderen het niet normaal vinden om te spijbelen, een uitkering te trekken en bij te klussen in het criminele circuit. Zorgen dat ze in elk geval tot hun achttiende op school blijven. Ook probeert het team de overlast voor de buurt te beperken.

Nadruk op het goede

In de ogen van de buitenwereld vormen José en haar kinderen een asociaal gezin. De hulpverleenster kijkt er genuanceerder tegenaan. ‘Families zoals die van José hebben wel degelijk normen en waarden, alleen zijn dat niet die van onze maatschappij. Als ze problemen met elkaar hebben, lossen ze dat op hun eigen manier op. De buitenwereld vindt het niet normaal hoe zij leven, maar ja... wat is normaal?’ Het sociaal team wil het gezin bijeen houden. ‘Die vrouw gaat voor haar kinderen: het is een echte moederkloek. Ze hebben een stevige band, ook al ruziën ze wat af. Eigenlijk kunnen ze niet met en niet zonder elkaar.’

Tijdens het gesprek legt de hulpverleenster de nadruk op wat er wél goed gaat in het gezin. Zo is Jordi vandaag wel thuis, maar de andere kinderen zitten gewoon op school. Nu ze vaker naar school gaan, halen ze betere cijfers. José vindt het prettig om te horen dat er afspraken zijn gemaakt met de sociale dienst over de aflossing van schulden. Als de hulpverleenster na drie kwartier vertrekt, zegt José dat het gesprek haar is meegevallen. ‘Ik krijg al mijn hele leven van hulpverleners te horen dat ik niet deug en dat ik een slechte moeder ben. Nou, ga er maar aan staan om zes kinderen in je eentje op te voeden. Ik ben blij ook eens te horen dat ik niet àlles fout doe!’

De rol van het sociaal team

José is bekend bij het sociaal team. Ze wordt ingebracht omdat er veel zorgen zijn over haar en haar kinderen. Ook moet de overlast die zij veroorzaken in de wijk stoppen. Omdat José weigert vrijwillig hulpverlening te accepteren, besluit het team dat ze over de streep moet worden getrokken. Nu blijkt de kracht van het sociaal team: de woningcorporatie kan voor een dwangmiddel zorgen, namelijk een huisuitzetting. José krijgt te horen dat ze hulp moet accepteren, anders staat ze op straat. Zo zorgt een niet-hulpverlenende instantie dat de hulpverlening toegang krijgt tot het gezin.

Er is nu wel sprake van een paradox: José wordt gedwongen om iets te doen dat goed voor haar en haar gezin is. Aan de hulpverleners de moeilijke taak om haar toch te motiveren voor de hulp. Dat doen ze door haar positief te benaderen en de nadruk te leggen op wat er goed gaat. Is er eenmaal een goede werkrelatie, dan wordt het gemakkelijker om te bespreken wat er nog te verbeteren valt in het gezin.


Sociale Teams Leeuwarden in beeld

Bron: Gemeente Leeuwarden; Hulp en Welzijn; Donderdag, 2 Maart 2006

Burgemeester Geert Dales en wethouder Hetty Hafkamp ontvingen uit handen van een cliënt van de Sociale Teams dinsdag 28 februari 2006 het boekje ‘In Beeld’. In het boekje wordt beschreven in welke situaties sociale teams ingrijpen en hoe ze dat doen. De cliënt vertelde op een levendige manier over zijn levenssituatie en wat zijn sociale team voor hem heeft betekend. Hij sloot af met het advies om de regels vooral rekkelijk toe te passen met het motto van Wim Sonneveld: voor het algemeen nut.

Leeuwarden heeft drie Sociale Teams. Een Sociaal Team bestaat uit medewerkers van verschillende hulpverleningsinstellingen en dienstverlenende organisaties. Zij richten zich op het bedenken en organiseren van adequate hulp aan mensen met meervoudige problemen. Cliënten krijgen met een Sociaal Team een centraal aanspreekpunt, in plaats van dat ze te maken hebben met meerdere instanties. De Sociale Teams zorgen ervoor dat er een hulpaanbod komt dat goed aansluit bij de behoeften van de cliënt en de problematiek. De teams zijn anderhalf jaar (eind 2004) geleden gestart. Ze werken in achterstandswijken in Leeuwarden. De Sociale Teams zullen de komende jaren vaker worden ingezet. De gemeente Leeuwarden zal dit proces van harte ondersteunen.

Wie belangstelling heeft voor het boekje “In Beeld” kan deze opvragen bij Hulp en Welzijn Leeuwarden, tel. (058) 234 84 34.

zondag, november 25, 2007

46. Boekrecensie - Weg van Lila - Patrick van Rhijn


De losbandige vrijgezel wordt tegen wil en dank een volwassen man met verantwoordelijkheid.

Samenhangende artikelen:

1. Uitspraak van de dames rechters van het Gerechtshof Amsterdam - Vaders hebben geen rechten - De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam waarin Lila gescheiden wordt van haar zorgende vader en de discussie daarover in de rubriek Vrouw van de Telegraaf (Vader Kennis Centrum nr. 37)

2. Autobiografische roman "Weg van Lila" (2007) – Boekrecensie van de eerste autobiografische roman van Patrick van Rhijn (Vader Kennis Centrum nr. 46)

3. Autobiografische zomerroman Vaderstad (2009) – Tweede autobiografische roman (met CD) van Patrick van Rhijn (Vader Kennis Centrum nr. 291)

Eindelijk een Nederlands boek over de misstanden van het familierecht, dacht ik toen ik het boek in handen had. Er waren al een paar boeken over dit onderwerp in Groot Brittannië verschenen, maar zoals te verwachten, gingen die natuurlijk over het Britse systeem dat toch enigszins afwijkt van de Nederlandse rechtspraak.

Het boek is overzichtelijk in 4 delen opgedeeld.
  • Deel 1 speelt zich af in Londen waar de hoofdpersoon een losbandig vrijgezellenleven leidt.
  • Deel 2 het korte familieleven in Nederland.
  • Deel 3 het leven van een alleenstaande papa die voor zijn dochtertje van 0 tot 3 jaar zorgt.
  • Deel 4 het rouwproces van papa die zijn dochtertje moet missen nu zij bij mama woont.
Misschien ligt het aan mijn leeftijd dat het eerste deel mij niet zo kan bekoren. Ik persoonlijk vind het niet zo interessant om alle details van iemands heftige seksleven te lezen, maar misschien dat leeftijdsgenoten dit herkennen of zo willen zijn, hierdoor juist gepakt worden en het boek gaan lezen.

Toch speelt het eerste deel van dit boek bij nader inzien een belangrijke rol in het verkrijgen van inzicht in de ontwikkeling van de hoofdpersoon. Het is het startpunt vanwaar de hoofdpersoon groeit van een losbandige vrijgezel in een zorgzame, verantwoordelijke papa.

De persoonlijke groei van de hoofdpersoon in dit verhaal is mooi en erg realistisch beschreven. Wat sterk naar voren komt door het hele verhaal heen, zijn de emoties van alle partijen die zo karakteristiek zijn voor dit soort familiekwesties.

Aan mensen die geen ervaring hebben met de familierechtbanken, kan ik zeggen dat de wispelturigheid en dreigementen van de moeder, de laksheid van advocaten, het eindeloze wachten, de knoeierij van de Raad voor de Kinderbescherming en het gedoe bij de rechtbanken ook erg realistisch zijn.

Zeer 'verrassend' is de uitspraak in Hoger Beroep van drie rechters van het Gerechtshof Amsterdam die niet zoals gebruikelijk voor continuïteit kiezen, maar 'regelgeving in het buitenland' verkiezen boven de gang van zaken in eigen land. Deze uitspraak van de Amsterdamse rechters leidde in de rubriek Vrouw van de Telegraaf van 7 oktober 2007 zelfs tot een discussie van de dag onder de titel: "Vaders hebben geen rechten".

Al met al is het een boek dat de moeite van het lezen waard is. Vooral voor jonge mensen die aan het begin van het traject staan, is het een ‘eyeopener’.

Hopelijk zullen er meer vaders in Nederland de moeite nemen om hun verhaal en ervaringen met de familierechtbanken op te tekenen.

Marijke de Both
Purple Heart van Fathers 4 Justice



Weg van Lila staat in de Bestseller Top 25 Literatuur (best verkochte boeken) op Bol.com



Boekpresentatie Patrick van Rhijn

Boek "Weg van Lila" wordt door zangeres Do gepresenteerd aan schrijver Patrick van Rhijn, 18 oktober 2007 19:30, te Hilversum




Patrick van Rhijn presenteert zijn nieuwe boek "Weg van Lila" samen met zangeres (Do)minique van Hulst op 18 oktober 2007 in Hilversum

Patrick van Rhijn met Peter Tromp van Vaderkenniscentrum tijdens de presentatie in Hilversum

Nederlandse Do(minique van Hulst) zingt haar wereldhit 'Heaven' live en unplugged bij Top of the Pops.





Weg van Lila

Op 7 juli 2006 verloor Patrick van Rhijn, na drie jaar alleen voor zijn dochtertje te hebben gezorgd, de laatste rechtszaak om haar hoofdverblijfplaats. Zijn nu 4-jarige dochtertje woont sindsdien bij haar moeder in Zweden.

Zijn romandebuut Weg van Lila is het aangrijpende, maar vaak ook hilarische verslag van deze turbulente jaren. Djon Maas lijkt de tijd van zijn leven te hebben als regisseur bij MTV in Londen. Niet alleen werkt hij met wereldsterren als Robbie Williams, Janet Jackson en Christina Aguilera, maar hij weet ook de ene na de andere babe te scoren. Aan zijn leven van wilde feesten, drank, one-, two- en threenightstands komt een einde als hij Mikki leert kennen en hij eindelijk de confrontatie aangaat met zichzelf en zijn verleden.

Om privéredenen, die worden beschreven in het boek Weg van Lila, besluit Van Rhijn eind 2001 om samen met zijn Zweedse vriendin terug te keren naar Nederland. Hij trouwt met haar en niet lang daarna – in juni 2002 - krijgen zij een prachtige dochter (Lila in het boek). Het vaderschap maakt van Djon een ander mens.

Maar het huwelijk houdt geen stand en een jaar later gaan hij en zijn Zweedse partner Mikki uit elkaar en besluit Mikki terug te keren naar haar vaderland Zweden. Eerst laat ze Lila vrijwillig bij hem achter maar al snel eist ze dat het dan 1-jarige meisje bij haar in Zweden komt wonen. Djon weigert en de twee komen in de rechtszaal lijnrecht tegenover elkaar te staan in een rechtszaak over bij wie het dan 1-jarige meisje zal opgroeien.

Van Rhijn krijgt haar in eerste instantie toegewezen. Drie jaar lang voedt Djon zijn dochtertje met ziel en zaligheid op. Dan wijst de rechter – tot Djons verbijstering – Lila alsnog aan de moeder toe. Na drie jaar volledige zorg krijgt hij op 7 juli 2006 te horen dat hij het meisje alsnog naar Zweden moet laten gaan. Hoe gaat Djon om met dit verschrikkelijke verlies? Valt hij terug in zelfdestructie of lukt het hem groter te worden dan zijn verdriet?

Als teken van liefde en respect naar alle betrokkenen maar ook als voorzet tot nadenken en als kritische noot naar de wet en de positie van vaders in voogdijzaken besluit Van Rhijn om de dagboeken die hij voor zijn dochtertje bijhield in de drie jaar dat hij haar bij zich had, te gebruiken als basis voor het schrijven van zijn debuutroman



Patrick van Rhijn in Goedemorgen Nederland

Interview Goedemorgen Nederland
KRO - Goedemorgen Nederland – Deel 1 - maandag 15 oktober 2007

Schrijver Patrick van Rhijn over ‘Weg van Lila’, een autobiografische roman over de strijd voor zijn dochtertje. Op maandag 15 oktober was vader Patrick van Rhijn (MTV regisseur) te gast in het programma Goedemorgen Nederland. Klik hier om de uitzending te bekijken. Het interview met Patrick van Rhijn begint zo rond de 5 minuten.

Goedemorgen presentator Sven Kockelmann na afloop: 'Ik vond Weg van Lila echt een heel aangrijpend boek!'




Boektrailer - Weg van Lila – Het vaderschap maakt van Djon een ander mens ….

Weg van Lila is het autobiografische verhaal over Djon, een jonge MTV regisseur die drie jaar alleen voor zijn dochtertje, van nu vier jaar, zorgt en die dan de rechtzaak verliest waarna hij het meisje naar haar moeder in Zweden moet laten vertrekken. Het is het hilarische, maar genadeloos eerlijke verhaal over hoe zowel de vader, de moeder als het kind die conflict- en scheidingssituatie ervaren en hoe ze omgaan met hun angsten, onzekerheden, woede en verdriet.

donderdag, oktober 18, 2007

37. De vadervijandige uitspraak van de dames van het Gerechtshof Amsterdam en de discussie "Vaders hebben geen rechten" daarover in Telegraaf - Vrouw

Vaders hebben geen rechten

Telegraaf - Rubriek Vrouw - woensdag 17 okt 2007 - wo 17 okt 2007, 08:34

Samenhangende artikelen:

1. Uitspraak van de dames rechters van het Gerechtshof Amsterdam - Vaders hebben geen rechten - De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam waarin Lila gescheiden wordt van haar zorgende vader en de discussie daarover in de rubriek Vrouw van de Telegraaf (Vader Kennis Centrum nr. 37)

2. Autobiografische roman "Weg van Lila" (2007) – Boekrecensie van de eerste autobiografische roman van Patrick van Rhijn (Vader Kennis Centrum nr. 46)

3. Autobiografische zomerroman Vaderstad (2009) – Tweede autobiografische roman (met CD) van Patrick van Rhijn (Vader Kennis Centrum nr. 291)

"Ouders zijn zó bang hun kind te verliezen dat ze bijna ontoerekeningsvatbaar worden."

AMSTERDAM - "Pure mannendiscriminatie!" Patrick van Rhijn schreeuwde het uit toen hij na drie jaar touwtrekken te horen kreeg dat hij zijn dochtertje, voor wie hij al die tijd zorgde, kwijtraakte.

Tegen het advies van de Raad voor de Kinderbescherming in besloot de rechter in hoger beroep dat het vierjarige meisje naar zijn in Zweden wonende ex-vrouw moest.

(Toelichting Vaderkenniscentrum :: Lees hieronder de omstreden uitspraak in deze zaak in juli 2006 van de drie dames-rechters van het Gerechtshof Amsterdam)

Haat en pijn

Hij beschrijft de turbulente jaren in het net bij Karakter Uitgevers verschenen 'Weg van Lila'. "Het is bedoeld als een mooi document over onze tijd samen, de liefde, de schoonheid, maar ook de haat en de pijn" , aldus Van Rhijn, die tevens de positie van vaders in voogdijzaken wil aankaarten.

"Het is bovendien een voorzet tot nadenken: in conflictsituaties als deze zijn twee ouders zó bang hun kind te verliezen dat ze bijna ontoerekeningsvatbaar worden. Als je allebei groter dan je angst, woede, onzekerheid en wraak kan zijn, is dat voor iedereen beter."

Van Rhijn werkte als regisseur bij MTV in Londen en leidde een nogal wild leven toen hij de Zweedse Mikki leerde kennen. Ze trouwden, verhuisden naar Nederland en in juni 2002 werd hun dochter geboren. Een jaar later echter scheidden ze en Mikki ging zonder Lila terug naar Zweden, maar al snel wilde ze dat haar dochter bij haar kwam wonen.

Hechtingspersoon

"Lila (de namen in het boek zijn gefingeerd) was vier toen ze van de ene op de andere dag een nieuwe woonplaats kreeg en de belangrijkste hechtingspersoon opeens weg was", aldus Van Rhijn. "Hoe het nu met haar gaat, vind ik moeilijk in te schatten. Ze kan de woorden niet meer vinden, en ik heb te weinig informatie om er iets zinnigs over te zeggen. Ze geeft aan dat ze bij mij wil zijn, maar dat wil niet zeggen dat ze niet bij haar moeder wil zijn."

Patrick verloor na drie jaar touwtrekken de voogdij over zijn dochtertje aan zijn in Zweden wonende ex-vrouw. Mannen lijken helemaal geen rechten te hebben als het om de voogdij over hun kinderen gaat. Vind je dit terecht? Moet een moeder altijd voorrang krijgen?

Discussieer ook mee met het Forum Vrouw van de Telegraaf!

=============================================

Telegraaf - Rubriek Vrouw - woensdag 17 okt 2007

Discussie van de dag

Vaders hebben geen rechten

Mannen lijken helemaal geen rechten te hebben als het om de voogdij over hun kinderen gaat. Vind je dit terecht? Moet een moeder altijd voorrang krijgen?

Lees verder Discussieer mee

Uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in juli 2006

==============================

De omstreden uitspraak in deze zaak van de drie dames- raadsheren aan het Gerechtshof Amsterdam

Uitspraak Gerechtshof Amsterdam- Meervoudige Familiekamer; 6 juli 2006

LJN: AY3929, Gerechtshof Amsterdam , 621/05

Datum uitspraak:

06-07-2006

Datum publicatie:

14-07-2006

Rechtsgebied:

Personen-en familierecht

Soort procedure:

Hoger beroep

Inhoudsindicatie:

Gewone verblijfplaats minderjarige bij de moeder, hetgeen voor de minderjarige, die tot op heden hoofdzakelijk in Nederland heeft verbleven, een verhuizing naar Zweden zal meebrengen.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM - MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER

BESCHIKKING van 6 juli 2006 in de zaak met rekestnummer 621/05 van:

[...], wonende te [woonplaats] (Zweden), APPELLANTE, procureur: mr. G.W. Kernkamp,

t e g e n

[...], wonende te [woonplaats], GEÏNTIMEERDE, procureur: mr. P. van Dolderen.

1. Het (verdere) verloop van het geding

1.1. Het hof verwijst naar en neemt over hetgeen omtrent het eerdere verloop van het geding is opgenomen in zijn tussenbeschikking van 7 juli 2005.

1.2. Op 24 januari 2006 is een rapport verschenen van de Raad voor de Kinderbescherming, regio Amsterdam en Gooi- en Vechtstreek, locatie Amsterdam (hierna: de Raad). Op 25 januari 2006 is dit rapport ingekomen ter griffie van het hof.

1.3. De mondelinge behandeling van de zaak is op 3 mei 2006 voortgezet.

2. Nadere feiten

2.1. De moeder heeft in de periode van omstreeks eind augustus 2005 tot eind december 2005 een woning gehuurd in [woonplaats vader], waar zij om de week verbleef en van dinsdagavond tot zondagochtend voor [de minderjarige] zorgde. De andere week verbleef zij in Zweden. Eind december 2005 heeft de moeder de huur van de woning in [woonplaats vader] opgezegd, zich gevestigd in Zweden en niet meer in Nederland voor [de minderjarige] gezorgd.

[de minderjarige] is zowel in de zomervakantie van 2005 als in de kerstvakantie in 2005 gedurende drie weken bij de moeder in Zweden geweest, alsmede een periode van 35 dagen in maart en april 2006. [de minderjarige] heeft frequent telefonisch contact met de moeder.

2.2. De Raad heeft op verzoek van het hof onderzocht bij wie van beide ouders [de minderjarige] het beste haar hoofdverblijf kan krijgen en omtrent de resultaten van dit onderzoek het onder 1.2. vermelde rapport uitgebracht.

In het rapport wordt beschreven dat de Raad heel zorgvuldig heeft gekeken naar de ouderschapsmogelijkheden van beide ouders. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de vader en de moeder zich beiden inzetten voor [de minderjarige] en dat beiden haar in voldoende mate kunnen bieden wat zij nodig heeft. Zowel de vader als de moeder zijn heel erg betrokken op hun dochter en willen het beste voor [de minderjarige], aldus het rapport.

De Raad heeft niet kunnen constateren dat de vader niet goed voor [de minderjarige] heeft gezorgd sinds ze in 2003 bij hem is komen wonen. Ook de moeder zorgt goed voor [de minderjarige]. Er lijken geen kind-signalen te zijn die zouden kunnen doen vermoeden dat één van beide ouders minder goed voor [de minderjarige] kan zorgen. Beide ouders lijken over voldoende pedagogisch inzicht te beschikken over wat een opgroeiend kind nodig heeft. [de minderjarige] heeft beide ouders nodig, ze is aan beide ouders gehecht en ze voelt zich bij beide ouders prettig, aldus het rapport.

De Raad concludeert dat het moeilijk is geweest een beslissing te nemen en een advies te formuleren. Het feit dat de vader sinds 2003 voor [de minderjarige] heeft gezorgd en zij gewend is aan het leven in Nederland en hier naar het kinderdagverblijf gaat en straks naar de basisschool zal gaan, is voor de Raad doorslaggevend geweest voor de conclusie dat het voor de ontwikkeling van [de minderjarige] goed zal zijn de ingeslagen weg in Nederland voort te zetten en haar verblijf bij de vader te continueren. De Raad acht het niet in het belang van [de minderjarige] om weer een scheiding van de vader en haar woonomgeving in Nederland door te maken en adviseert het verzoek van de moeder te bepalen dat de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] bij haar zal zijn, af te wijzen.

3. Beoordeling van het hoger beroep

3.1. Het hof stelt voorop dat bij beantwoording van de vraag die thans voor ligt, te weten bij wie van de ouders [de minderjarige] haar gewone verblijfplaats dient te hebben, het belang van [de minderjarige] voorop staat en dat niet alleen de belangen van de ouders daaraan ondergeschikt zijn, maar ook eventuele in het verleden door de ouders in dat verband gemaakte afspraken, ten aanzien waarvan bovendien geconstateerd kan worden dat beide partijen daarover van mening verschillen.

3.2. De rechtbank heeft in de bestreden beschikking, voor zover thans van belang, het navolgende overwogen:

“....Met betrekking tot de gewone verblijfplaats van de minderjarige wordt overwogen dat, hoewel de rechtbank het niet uitgesloten acht dat de vrouw evenzeer in staat is voor het kind te zorgen, niettemin zal worden beslist dat het kind haar gewone verblijfplaats bij de man zal hebben. De rechtbank is van oordeel dat het kind in de voor haar vertrouwde omgeving dient te blijven wonen. De man neemt sedert het vertrek van de vrouw uit de echtelijke woning, al dan niet met behulp van derden, de gehele zorg voor het kind voor zijn rekening en de rechtbank is niet gebleken van feiten en omstandigheden die aanleiding geven om hierin verandering aan te brengen. Om die reden ziet de rechtbank, mede gelet op de jonge leeftijd van het kind, geen aanleiding in de huidige situatie van de minderjarige thans wijziging te brengen....”

3.3. De moeder heeft middels twee grieven voornoemd oordeel bestreden. Zij brengt - als al aangegeven in de tussenbeschikking van het hof van 7 juli 2005 - in grief I naar voren dat de rechtbank van onjuiste feiten is uitgegaan en in grief II dat de rechtbank ten onrechte haar verzoek heeft afgewezen, in welk verband zij erop wijst dat de rechtbank geen enkele overweging heeft gewijd aan de door haar aangevoerde argumenten.

De moeder heeft in de loop van de procedure ter onderbouwing van de door haar aangevoerde grieven en het door haar verzochte, het bepalen van de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] bij haar, gesteld dat [de minderjarige] de eerste anderhalf jaar van haar leven grotendeels bij haar heeft doorgebracht en dat [de minderjarige] daardoor een zeer nauwe band met haar heeft. Ter adstructie hiervan wijst zij erop dat de vader toen fulltime werkte, erg carriëre gericht is en geheel instemde met deze rolverdeling. Zij wijst er daarnaast op dat zij [de minderjarige] in juni 2003 heeft meegenomen naar Zweden en dat [de minderjarige] gedurende de hele zomer van 2003 tot eind augustus 2003 bij haar in Zweden was, dat in het leven van een jong meisje de moederfiguur een belangrijker rol speelt dan de vader en dat de door haar geraadpleegde psychologen het erover eens zijn dat de door de vader gecreëerde situatie bepaaldelijk niet gunstig is voor een evenwichtige ontwikkeling van [de minderjarige]. Ook wijst zij erop dat de vader zodra [de minderjarige] in Nederland was, zeer afhoudend was in contacten tussen [de minderjarige] en haar. Gekeken dient te worden, aldus de moeder, wie [de minderjarige] een optimaal verzorgingsklimaat kan geven. Optimaal in de zin van een stabiel leefmilieu zonder veel wisselende verzorgers, regelmaat, veiligheid, voldoende uitdaging biedend zodat [de minderjarige] zich goed kan ontwikkelen, waarbij van belang is dat de ouder bij wie [de minderjarige] haar gewone verblijfplaats heeft, de andere ouder een essentiële rol in het leven van [de minderjarige] laat spelen.

De moeder is ervan overtuigd dat zij daartoe beter in staat is dan de vader, in welk verband zij wijst op de zeer ruime ouderschaps-mogelijkheden in Zweden, die het haar - mede gezien haar huidige nieuwe zwangerschap - mogelijk maken gedurende bijna drie jaar verlof op te nemen, alsmede op de in Zweden kindvriendelijke regeling voor werkende ouders in geval van ziekte van een kind en op het recht om de arbeidsdag te verkorten van 8 naar 6 uur per dag tot het kind de leeftijd van acht jaar heeft bereikt. Hierdoor, aldus de moeder, heeft zij, in tegenstelling tot de vader die door zijn werkzaamheden veel meer zal zijn aangewezen op wisselende verzorgers voor [de minderjarige], ruimschoots de gelegenheid de verzorging van [de minderjarige] zelf ter hand te nemen, waardoor [de minderjarige] zeker tot zij 8 jaar oud is niet vaak zal zijn aangewezen op verzorging door anderen. Daarnaast wijst de moeder er nog op dat [de minderjarige] in Zweden later leerplichtig wordt dan in Nederland, waardoor er - mocht worden bepaald dat de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] bij haar zal zijn - in het kader van de omgang veel meer mogelijkheden voor de vader zijn om [de minderjarige] gedurende langere perioden bij zich te hebben. Zou daarentegen worden bepaald dat de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] bij de vader zal zijn, dan zou dit in feite ertoe leiden dat haar omgang met [de minderjarige] wordt beperkt tot de helft van de vakanties, hetgeen het contact van [de minderjarige] met de moeder zeer zal beperken met mogelijkerwijs, gezien de rol van de moeder voor het identificatieproces van een dochter, zeer nadelige invloed op [de minderjarige]’s ontwikkeling. Ook acht zij zich, gelet op haar ervaringen met de vader in het verleden, beter in staat de niet-verzorgende ouder een rol van betekenis te laten spelen in het leven van [de minderjarige] hetgeen eveneens van belang is voor een evenwichtige ontwikkeling van [de minderjarige]. In dit verband geeft zij enerzijds aan mee te zullen werken aan een zeer ruimhartige omgang tussen de vader en [de minderjarige] en wijst zij anderzijds op de mogelijkheid voor [de minderjarige] om in Zweden in het Nederlands onderwijs te krijgen, waardoor [de minderjarige] altijd met haar vader zal kunnen blijven communiceren. Tot slot heeft de moeder naar voren gebracht dat het voor zich spreekt dat mocht haar verzoek worden toegewezen, er een geleidelijke overgang van het verblijf van [de minderjarige] bij de vader naar het gewone verblijf bij haar moet zijn.

3.4. De vader heeft in hoger beroep betoogd dat de rechtbank in de beschikking waarvan beroep goed tot de kern is gekomen. Hij is ervan overtuigd dat het ontwikkelingsbelang van [de minderjarige] het meest gewaarborgd wordt wanneer zij bij hem blijft wonen, in welk verband hij wijst op de navolgende tot een tweetal hoofdpunten terug te brengen redenen.

[de minderjarige] is, aldus de vader, precies in een fase waarin zij het essentiële vermogen ontwikkelt zich aan andere mensen te hechten. Het is daarbij van het grootste belang dat [de minderjarige] zich vrij en veilig voelt, zoals nu het geval is. [de minderjarige] staat heel onbevangen en open ten opzichte van andere mensen, is vol vertrouwen en kent weinig angsten. Hij geeft aan er niet aan te moeten denken welke gevolgen het voor [de minderjarige] zou hebben wanneer zij bij hem, de persoon aan wie ze het meest gehecht is en in wie zij het volste vertrouwen heeft, wordt weggehaald, waarbij nog niet gedacht is aan andere mensen en dingen waaraan [de minderjarige] in haar leventje in Nederland is gehecht. Een verhuizing naar Zweden zou het ontwikkelingsbelang van [de minderjarige] ernstig schaden.

Daarnaast en dat is het tweede hoofdpunt dat de vader naar voren brengt, is het onzeker of de moeder even goed als hij in staat is om [de minderjarige] dagelijks te verzorgen en op te voeden, in welk verband de vader erop wijst dat de moeder in oktober 2003 heeft aangegeven de zorg voor [de minderjarige] niet aan te kunnen. Dit laatste vormt, aldus de vader, voor [de minderjarige] een risico dat niet genomen mag worden. Voorts ontkent de vader dat de moeder in het eerste levensjaar van [de minderjarige] de dagelijkse zorg voor het kind volledig voor haar rekening heeft genomen, hij heeft van meet af aan veel tijd aan [de minderjarige] besteed en zekerheid en structuur in zijn werk gaan voor hem boven het maken van carriëre.

De vader betwist daarnaast gemotiveerd dat hij niet ruimhartig meewerkt aan contact tussen de moeder en [de minderjarige], in welk verband hij aangeeft op welke momenten en hoe er omgang tussen de moeder en [de minderjarige] is. Hij geeft aan voor [de minderjarige] Zweedstalige boekjes, cd’s en dvd’s te kopen en ook zelf te werken aan het verbeteren van zijn Zweedse taalbeheersing. Hij wijst erop dat [de minderjarige] inmiddels al bijna drie jaar bij hem woont, dat zij een vrolijk, sociaal en slim meisje is dat zich goed ontwikkelt (ter adstructie waarvan de vader verslagen heeft overgelegd), dat hij een flexibele baan heeft als producer, dat [de minderjarige] vanaf 18 april 2006 naar de basisschool [...] in [woonplaats vader] gaat en dat hij en [de minderjarige] zijn verhuisd naar een kindvriendelijke buurt waar binnenkort ook het beste vriendje van [de minderjarige], [...] die ook naar [dezelfde school] zal gaan, komt wonen. [de minderjarige] heeft het zowel op school als in het nieuwe huis erg naar haar zin. Ook wijst de vader er nog op te hebben ervaren hoe belangrijk rust en regelmaat voor [de minderjarige] is, in welk verband hij erop wijst dat [de minderjarige] erg van streek was nadat zij een aantal keren van ouder en land had gewisseld.

3.5. In de in de onderhavige zaak gewezen tussenbeschikking van 7 juli 2005 heeft het hof op grond van het feit dat het zich onvoldoende voorgelicht achtte, de Raad verzocht een onderzoek in te stellen en omtrent de resultaten van het onderzoek aan het hof een rapport met advies uit te brengen, in welk verband onder 4.6. van die beschikking op specifieke aspecten die in de onderhavige zaak spelen, is gewezen. Voor de inhoud en het advies dat vervolgens door de Raad is gegeven, wordt verwezen naar hetgeen hiervoor onder 2.2. is opgenomen. De moeder kan zich in het advies niet vinden, zij meent dat er geen sprake is van een afgewogen advies. Kort samengevat is naar haar mening onvoldoende meegewogen wie van de ouders in staat is de meest stabiele verzorging te geven aan [de minderjarige]. De vader stemt in met de inhoud van het rapport van de Raad, in welk verband hij erop wijst dat [de minderjarige] al haar hele leven in Nederland woont waarvan de laatste twee en half jaar bij hem.

3.6. De Raad heeft - niettegenstaande het feit dat de Raad ter terechtzitting in hoger beroep heeft aangegeven dat de verschillende opvang-mogelijkheden bij de ouders niet zijn meegewogen - verklaard het in het rapport geformuleerde advies te handhaven, met name vanwege de verstoring van de continuïteit die toewijzing van het verzoek van de moeder voor [de minderjarige] met zich mee zal brengen.

3.7. Het hof is van oordeel dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting voldoende vast is komen te staan dat beide ouders zeer betrokken zijn bij [de minderjarige] en zich inzetten voor haar welzijn. Voorts is voldoende aannemelijk geworden dat beide ouders in staat en toegerust zijn om [de minderjarige] te verzorgen en op te voeden. Daarmee vervalt het door de vader naar voren gebrachte (tweede) hoofdpunt, te weten dat hij vreest dat de moeder niet in staat zou zijn goed voor [de minderjarige] te kunnen zorgen.

3.8. Uit het rapport van de Raad komt - wat er overigens zij van de kritiek van de moeder op het rapport van de Raad - voorts naar voren dat [de minderjarige] beide ouders nodig heeft, aan beide ouders is gehecht en zich bij beide ouders thuis voelt. Overigens wordt dit bevestigd door hetgeen door de ouders ter terechtzitting naar voren is gebracht. Naar het oordeel van het hof brengt dit mee dat noch voor de door de vader onder het eerste hoofdpunt opgenomen vrees noch voor de door de moeder geuite vrees grond aanwezig lijkt te zijn, te meer niet nu beide partijen die vrees onvoldoende op het kind toegespitst hebben onderbouwd.

3.9. Hiermee rest de vraag of van doorslaggevend belang moet worden geacht of [de minderjarige] in de voor haar vertrouwde omgeving moet blijven, dan wel of de door de moeder overigens aangevoerde omstandigheden dermate belangrijk zijn dat in het belang van [de minderjarige] anders zou moeten worden beslist. Het hof is van oordeel dat dit laatste het geval is en wel op grond van het navolgende.

Gelet op het middels stukken onderbouwde en door de vader onvoldoende bestreden betoog van de moeder met betrekking tot haar ouderschapsmogelijkheden in Zweden kan worden aangenomen dat, indien de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder wordt bepaald, [de minderjarige] hoofdzakelijk door haar moeder zal worden verzorgd. Indien daarentegen zou worden bepaald dat de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] bij haar vader zou zijn, dan heeft dit tot gevolg dat [de minderjarige] haar moeder nog slechts beperkt kan zien en dat zij voorts voor een deel aan de zorg van anderen dan de vader zal worden toevertrouwd. Alhoewel op zich, gelet op de ontwikkeling van [de minderjarige] tot op dit moment, zeker niet gezegd kan worden dat dit niet goed zou zijn (geweest) voor [de minderjarige], dient dit er naar het oordeel van het hof niet toe te leiden dat er dan maar geen verandering in haar verblijfplaats moet worden aangebracht. Immers, daarnaast is nog van belang dat, nu [de minderjarige] in Zweden later dan in Nederland leerplichtig wordt, het vaststellen van de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder tot gevolg heeft dat de omgangsmogelijkheden van [de minderjarige] met haar vader veel ruimer zijn dan de omgangsmogelijkheden met de moeder zouden zijn, indien haar gewone verblijfplaats bij haar vader zou worden bepaald. Door de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder te bepalen, komt de zorg voor [de minderjarige] hoofdzakelijk bij één van de ouders te liggen en worden daarnaast haar omgangsmogelijkheden met de niet-verzorgende ouder ruimer, hetgeen naar het oordeel van het hof meer in het belang van [de minderjarige] moet worden geacht dan het in stand houden van de feitelijke situatie. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de moeder ter terechtzitting ook heeft toegezegd dat [de minderjarige] de komende tijd regelmatig naar de vader toe zal kunnen gaan.

Het hof realiseert zich dat verhuizing van [de minderjarige] naar Zweden een verstoring van de continuïteit in haar leven met zich mee zal brengen. Echter, gezien de leeftijd van [de minderjarige] en de goede band met beide ouders alsmede het feit dat [de minderjarige] de komende jaren naar Zweedse maatstaven nog niet leerplichtig zal zijn, verwacht het hof dat de wijziging in haar leefomgeving niet te belastend voor [de minderjarige] zal zijn.

Het hof acht het voor de ontwikkeling van [de minderjarige] van groot belang dat zij, gelet op haar jonge leeftijd, de band met beide ouders kan onderhouden en ontwikkelen. Het hof verwacht dat beide ouders zich in zullen spannen daar zorg voor te dragen en de overgang naar Zweden voor [de minderjarige] zorgvuldig zullen voorbereiden en begeleiden.

3.10. Dit leidt tot de volgende beslissing.

4. Beslissing

Het hof:

  • vernietigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;
  • bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder zal zijn;
  • verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door Mv. mr. S. Clement, Mv. mr. M. Wigleven en Mv. mr. M.J. van Zutphen in tegenwoordigheid van mr. J. Cornel-Lubberts als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2006 door de rolraadsheer.

==============================================

Mevrouw mr. S. CLEMENT, geboren sep 1955

mw. mr. S. Clement is Raadsheer aan het Gerechtshof Amsterdam sinds 2003-04-24

FUNCTIES:

  • Voorheen: Ambtenaar Hoge Raad der Nederlanden, Den Haag (vanaf 1 september 1985)
  • Gerechtsauditeur Hoge Raad der Nederlanden, Den Haag (vanaf 29 juni 1988)
  • Rechter-plaatsvervanger aan de Rechtbank Haarlem (vanaf 2 maart 1992)
  • Rechter-plaatsvervanger aan de Rechtbank Den Haag (vanaf 25 augustus 1993)
  • Rechter aan de Rechtbank Den Haag (vanaf 1 oktober 1994)
  • Raadsheer aan het Gerechtshof Amsterdam (vanaf 24 april 2003)
  • NU: Raadsheer aan het Gerechtshof Amsterdam (sinds 24 april 2003)

NEVENFUNCTIES

  • Beoordelaar (2x per jaar) Pleitoefeningen (sinds 1 januari 2003)

--------------------------------------------------------------

Mevrouw mr. M. WIGLEVEN, geboren apr 1946

mw. mr. M. Wigleven Raadsheer aan het Gerechtshof Amsterdam sinds 2002-01-01

FUNCTIES

  • Voorheen: Advocaat en Procureur te Amsterdam kantoor Stibbe Simont Monahan Duhot (beëdiging in 1970, maar inmiddels kennelijk advocaat af.)
  • Raadsheer-plaatsvervanger aan het Gerechtshof Den Haag (vanaf 21 maart 1995)
  • Raadsheer aan het Gerechtshof Den Haag (vanaf 1 maart 1997)
  • NU: Raadsheer aan het Gerechtshof Amsterdam 1 januari 2002

NEVENFUNCTIES

AUTEUR VAN:

  • Personen- en familierecht 1997 / onder red. van: M. Wigleven. Sdu Uitgevers Juridisch & Fiscaal, 1997. ISBN 9054091266. Bundeling van de wet- en regelgevingsteksten van het Nederlandse personen- en familierecht.

---------------------------------------------------------

Mevrouw mr. M.J. van ZUTPHEN

mw. mr. M.J. van Zutphen is Raadsvrouw-plaatsvervanger aan het Gerechtshof Amsterdam sinds 2003-07-17 en Raadsvrouw aan het Gerechtshof Arnhem sinds 2006-11-15

FUNCTIES:

  • Voorheen: Juridisch medewerker afdeling Algemene Bestuurlijke &Juridische Zaken gemeente Amsterdam
  • Rechter-plaatsvervanger aan de Rechtbank Haarlem (vanaf 2 maart 1992)
  • Rechter aan de Rechtbank Haarlem (vanaf 4 februari 1994)
  • Nu: Raadsheer-plaatsvervanger aan het Gerechtshof Amsterdam (sinds 17 juli 2003)
  • Raadsheer aan het Gerechtshof Arnhem (sinds 15 november 2006)

NEVENFUNCTIES

  • Voorheen: Lid van de Ouderraad en medezeggenschapsraad van het Hervormd Lyceum Zuid Amsterdam
  • Nu: Bestuurslid Stichting Kindertehuis Zandvoort in Haarlem (vanaf 1 april 2003)
  • Bestuurslid Stichting Zes Continenten in Amsterdam (sinds 2004-01-01)