maandag, juni 25, 2007

20. Ook VVD stemde op 12 juni 2007 vóór gelijkwaardig ouderschap en gedeelde zorg na scheiding.

Alleen PvdA en ChristenUnie stemden nu op 12 juni j.l. tegen !!

Stemcorrectie door de VVD bij Amendement 26 op gelijkwaardig ouderschap en gedeelde zorg na scheiding bij Wetsvoorstel 30 145

Naar telefonische mededeling van dhr. Fred Teeven, VVD-Tweede Kamerlid en woordvoerder familierecht, op 21 juni 2007 stemde de VVD toch vóór het Amendement 26 op het gelijkwaardig ouderschap en de gedeelde zorg na scheiding bij wetsvoorstel 30145. De eerder op 12 juni j.l. tijdens de stemmingen in de Tweede Kamer genoteerde tegenstem van de VVD blijkt achteraf op een ongelukkig misverstand te berusten en een stem vóór te hebben moeten zijn. Waarvan akte en nota. Met grote waardering.

De volgende acht politieke partijen stemden nu op 12 juni 2007 in de Tweede Kamer vóór het Amendement 26 op gelijkwaardig ouderschap en gedeelde zorg na scheiding:

1. Socialistische Partij (SP)
2. Democraten 66 (D66)
3. GroenLinks (GL)
4. Partij van de Dieren (PvdD)
5. Christen Democratisch Appel (CDA)
6. Partij voor de Vrijheid (PVV)
7. Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)
8. Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD): Na stemcorrectie !

Hulde voor deze acht partijen en voor de SP als de initiatiefnemer tot dit amendement. Daarbij ben ik aangenaam verrast door de vóór stemmen van CDA en SGP. Bijzonder veel waardering daarvoor.

Tegen gelijkwaardig ouderschap na scheiding stemden op 12 juni 2007 echter:
1. PvdA (Samira Bouchibti)
2. ChristenUnie (Ed Anker, André Rouvoet)

Bericht van Vader Kennis Centrum (VKC) van Stichting Kind en Omgangsrecht

---------------------------------------

Herzien overzicht van Stemmingen in de Tweede Kamer in verband met stemming amendement 26 (21 juni 2007)

Aan de leden en plv. leden van de commissie voor Justitie van de Eerste Kamer datum: 13 juni 2007 (herzien op 21 juni 2007)

betreffende wetsvoorstel:

30145


Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met het bevorderen van voortgezet ouderschap na scheiding en het afschaffen van de mogelijkheid tot het omzetten van een huwelijk in een geregistreerd partnerschap (Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding)

Eindstemming wetsvoorstel

Het wetsvoorstel is op 12 juni 2007 aangenomen door de Tweede Kamer. SP, PvdA, VVD, PvdD, ChristenUnie, SGP, PVV en CDA stemden voor.

Aangenomen amendementen

Artikel I, onderdeel Ba

Artikel II, onderdeel A

1719 (Bouchibti)

Met dit amendement wordt de definitie van kinderen voor wie een ouderschapsplan moet worden opgesteld verduidelijkt. In de huidige omschrijving vallen alle kinderen die deel uitmaken van het gezin onder het ouderschapsplan. Het gaat hierbij om gezamenlijke kinderen van wie de echtgenoten beide de ouder zijn maar bijvoorbeeld ook om kinderen die binnen een lesbische relatie geboren zijn (ouder/niet-ouder) of kinderen uit een eerdere relatie. Dat heeft tot gevolg dat echtgenoten/partners die een huwelijk of geregistreerd partnerschap zijn aangegaan en al een kinderen hebben uit een eerdere relatie, worden verplicht ook voor deze kinderen afspraken vast te leggen in het ouderschapsplan. Voor deze laatste groep kinderen vinden wij het niet noodzakelijk dat hiervoor een ouderschapsplan wordt opgesteld. Om deze reden bewerkstelligt dit

amendement dat de ouder die alleen het gezag uitoefent over zijn of haar kind en van wie de andere echtgenoot niet de ouder is, ten aanzien van dit kind geen afspraken behoeft vast te leggen in een ouderschapsplan.

Aangenomen. Voor: SP, GroenLinks, PvdA, VVD, CDA en de PVV


Artikel I, onderdeel G

11 26 (De Wit)

Het is in het belang van het kind dat het contact heeft met beide ouders en ook verzorgd wordt door beide ouders. In het wetsvoorstel worden twee normen ontwikkeld; de ene ouder is verplicht de ontwikkeling van de band van het kind met de andere ouder te bevorderen, de ouder zonder gezag heeft ook de plicht omgang te hebben met zijn kind. Het wetsvoorstel is hierin niet duidelijk genoeg.

Gelijke rechten en plichten voor beide ouders is de basis om beide ouders onvoorwaardelijke opvoedingsverantwoordelijkheid te laten dragen. Beide ouders hebben het recht en de plicht om gelijkwaardig aan de opvoeding deel te nemen. Ouderschap is uitsluitend gebaseerd op de relatie kind-ouder, niet op de relatie tussen ouders onderling. De continuering van de opvoedingsrelatie tussen kind en beide ouders is in het belang van het kind. Gelijkwaardig ouderschap en een opvoedingsplicht dienen ook na een echtscheiding, een geregistreerd partnerschap of een periode van samenleven centraal te blijven staan.

Om expliciet duidelijk te maken dat beide ouders gelijke rechten en plichten hebben wordt gelijkwaardig ouderschap de norm. In de wet wordt opgenomen dat het kind recht heeft op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Deze wettelijke basis voor gelijkwaardig ouderschap geeft ouders een uitgangspositie om gezamenlijk tot een bij hun situatie passende oplossing te komen.

Aangenomen. Voor: SP, GroenLinks, D66, PvdD, SGP, CDA en de PVV

De VVD heeft in de plenaire vergadering van 20 juni 2007 laten weten geacht te willen worden vóór dit amendement te hebben gestemd.

Artikel I, onderdeel Ga

Artikel I, onderdeel K, artikel 253a, lid 3

1424 (De Pater-van der Meer c.s.)

Ook ouders die niet gehuwd zijn en geen geregistreerd partnerschap zijn aangegaan hebben de plicht zich rekenschap te geven over de toekomst van hun kinderen na het verbreken van de relatie. In toenemende mate kiezen partners er niet meer voor hun onderlinge relatie vast te leggen. Niet de vorm van de relatie, maar het belang van het kind moet leidend zijn.

Dit amendement verplicht de ouders, die het gezamenlijk gezag hebben laten aantekenen (art. 1:252), tot het opstellen van een ouderschapsplan indien zij hun samenleving beëindigen.

Dit ouderschapsplan is geen vrijblijvende aangelegenheid. Indien er geen ouderschapsplan is opgesteld, zal de rechtbank het verzoek om een beslissing als bedoeld in art. 253a (nieuw) moeten aanhouden, totdat een ouderschapsplan is opgesteld.

Ook daarbij blijft het belang van het kind leidend: indien het belang van het kind dit vergt, blijft aanhouding achterwege. De ouders houden dan wel de plicht tot het opstellen van een ouderschapsplan. Noodzakelijke maatregelen kunnen echter dan toch in het belang van het kind worden genomen.

Aangenomen. Voor: SP, PvdA, PvdD, ChristenUnie, SGP, CDA en PVV

Verworpen, ingetrokken en / of vervallen amendementen

Beweegreden

Artikel I, onderdeel A0a

Artikel I, onderdelen Ac, Ad, Ae, Af

Artikel I, onderdeel Ca

Artikel I, onderdeel D

Artikel I, onderdelen Da, Db

Artikel IIA

Artikel III, punt 01

Artikel IIIA

1318202223 (Teeven)

Dit amendement heeft tot doel een administratieve echtscheiding mogelijk te maken voor echtgenoten die het met elkaar eens zijn over de voorwaarden van een overeenkomst als bedoeld in artikel 149d van boek 1 BW. Het gaat daarbij om een dejuridisering van de echtscheiding, waarbij uiteraard altijd de gang naar de rechter mogelijk blijft. Deze mogelijkheid is bedoeld voor die echtgenoten die geen kinderen hebben dan wel echtgenoten die al kinderen hebben uit een eerdere relatie waarbij de ouder die alleen het gezag uitoefent over zijn of haar kind en van wie de andere echtgenoot niet de ouder is, ten aanzien van dit kind

geen afspraken behoeft vast te leggen in een ouderschapsplan.

Een administratieve scheiding levert, naast een vereenvoudiging van de procedure, een aanzienlijke kostenbesparing op voor echtgenoten die op deze wijze hun relatie willen beëindigen. Echtgenoten zullen de afspraken met betrekking tot de afwikkeling van de echtscheiding opnemen in de overeenkomst. Om de kwaliteit van de afspraken te waarborgen is artikel 149c opgenomen. Op de bij de overeenkomst betrokken advocaat, notaris of mediator, rust de plicht partijen mondeling te informeren over de gevolgen van de gemaakte afspraken en de verdeling. De hiervoor genoemde administratieve echtscheiding kan in veel gevallen ook leiden tot besparingen op de gefinancierde rechtshulp.

Verworpen. Voor: SP, GroenLinks, D66, PvdD en de VVD

Artikel I, onderdeel K, artikel 253a, lid 5

1015 (De Wit)

Een ouder die problemen heeft met het niet naleven van de afspraken uit het ouderschapsplan moet het geschil snel aan de rechter voor kunnen leggen, die alvorens op het verzoek te beslissen een vergelijk zal beproeven. De normale termijn van zes weken is daarbij te lang.

Dit amendement beoogt een snelle toegang tot de rechter te verzekeren bij daadwerkelijk gebleken niet-nakoming van de afspraken uit het ouderschapsplan. Om te voorkomen dat deze korte termijn er toe zal leiden dat ouders te snel hun geschil aan de rechter voorleggen moet het gaan om daadwerkelijke niet-nakoming van de afspraken. Daarvan is niet direct na een keer sprake; wanneer de afspraken meer dan eens niet zijn nagekomen zal de rechtbank het geschil binnen twee weken behandelen.

Verworpen. Voor: SP, PvdD, GroenLinks, VVD, SGP en de PVV

Moties

25 (Agema) om ten minste 1000 euro boete op te leggen wanneer een ouder de omgangsregeling frustreert

Verworpen. Voor: de fractie van de PVV

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen