dinsdag, december 21, 2010

664. De allerlaatste kans voor ouders - Jeugdzorg - GGZ Drenthe - Gezinspsychiatrisch Centrum 'De Stee'

Inleiding
Een verrassend mooie integere reportage. Hulde aan de redactie van EO Uitgesproken en Andries Knevel. Maar dat kwam - en zeker niet in de laatste plaats - ook omdat het hier kennelijk ging om een jeugdzorginstelling (De Stee) die beide ouders en het kind wel met respect tegemoet kan treden. Een jeugdzorginstelling bovendien, die niet alleen met moeders om kan gaan, maar ook met vaders. Een instelling dus die een moeder- en vaderinclusief beleid weet te voeren. Helaas is dat echter eerder uitzondering dan de regel in de huidige Nederlandse jeugdzorg.

Peter Tromp
Vaderkenniscentrum


De allerlaatste kans voor ouders
Bron: EO – Uitgesproken EO – Andries Knevel - 21 dec 2010 - 12:20





Jaarlijks worden zo’n 10.000 kinderen uit huis geplaatst, waarvan naar schatting zo'n 2000 kinderen onder de 2 jaar. Gezinspsychiatrisch centrum De Stee biedt ouders een laatste kans om te laten zien dat ze wel voor hun kind kunnen zorgen.

Get Microsoft Silverlight Bekijk de video in andere formaten.

Rene en Jaqueline zijn de ouders van Dominca. De kinderrechter heeft bepaald dat zij niet goed voor hun kind kunnen zorgen. Beide ouders hadden problemen met drank en drugs, kenden geen stabiele woonsituatie en er was niet genoeg geld om Dominca te verzorgen. Nu krijgen ze hun allerlaatste kans in de Stee om hun dochter te behouden.

Uitgesproken EO volgt Rene en Jacqueline 8 maanden lang tijdens hun opvang in de Stee. Lukt het hen om uiteindelijk zelfstandig voor Dominca te zorgen?



Bekijk de preview:





Herkansing voor ouders in De Stee
Bron: Dekrantvanmiddendrenthe.nl | Beilen | Altijd actueel | Nieuws | vrijdag 12 maart 2010

BEILEN - Een nogal uniek project. Zo mag je de gezinsbehandeling in De Stee op het GGZ-terrein in Beilen dat onlangs geopend werd wel noemen.

In De Stee, waar de dagbehandeling plaatsvindt van het gezinspsychiatrisch centrum, worden multiprobleemgezinnen met zeer jonge kinderen (0-2 jaar) behandeld. De kinderen uit deze gezinnen die in aanmerking komen voor gezinsbehandeling zijn vanwege de diverse ernstige problemen in het gezin uithuis geplaatst. Om te voorkomen dat in de tussentijd hechtingsproblemen ontstaan tussen kind en ouders hebben de ouders in De Stee regelmatig de kinderen bij zich. Onderzoek heeft uitgewezen dat het van belang is om op die leeftijd binnen een half jaar te besluiten waar het kind opgroeit. Dat kan ook bij pleegouders zijn. Is die duidelijkheid er niet, dan ontstaat er schade in de ontwikkeling van het kind. Het is daarom van belang dat zo snel mogelijk na de uithuis plaatsing samen met de ouders gewerkt wordt aan een beslissing over de beste plek voor het kind. Veiligheid van de kinderen en het onderlinge contact staan centraal bij de behandeling. De ouders worden min of meer klaargestoomd om op een goede manier als ouders te kunnen functioneren. In dat geval gaat er een positief advies naar de gezinsvoogd. Het kan echter ook zijn, dat na behandeling blijkt dat de ouders niet in staat zijn hun kind(eren) op een verantwoorde manier op te voeden. Dan gaat er, liefst met toestemming van de ouders, een negatief advies naar de voogd waarbij de kinderen in een pleeggezin geplaatst worden. Kortom, in De Stee wordt bepaald waar het bedje van de kinderen komt te staan.

vrijdag, december 10, 2010

653. Wie is er hier eigenlijk een ‘piece of shit’? Over Tros-Vermist en presentator Jaap Jongbloed

De hele afgelopen week (en langer) werden we via de Nederlandse TV, in een poging om voldoende aandacht te trekken voor de aflevering van vanavond 10 december 2010 van Tros Vermist, door Jaap Jongbloed en Tros Vermist lastig gevallen met een sensatiezoekende aankondigende ‘leader’ met daarin een beneveld ogende dochter uit Canada die ons aan de deur eerst hard toeschreeuwde dat haar vader “a piece of shit” was, waarop zij vervolgens de deur voor onze ogen dichtsmeet.

Nu zijn vals sentiment, emotioneel ‘bloed aan de paal’, valse betrokkenheid, sensationalisme, stemmingmakerij, slechte presentatie, valse muziekjes en verborgen gender racisme al jarenlang de vaste hoofdingrediënten en formule van het programma “Vermist” van de TROS, de zelfbenoemde grootste ‘familie’ van Nederland. En van je familie 'moet je het maar net hebben' gaat het Nederlandse spreekwoord toch. Het programma kan dan ook rustig het meest onoprechte programma, dat de Nederlandse publieke omroep ons te bieden heeft, worden genoemd. Zoals een mestkever van paardenhopen houdt, zo verdienen Tros-Vermist en Jaap Jongbloed al jarenlang hun boterham aan het familieverdriet en de ellende van mensen.

Maar met hoe weinig integriteit, compassie en respect voor de betrokken mensen - in dit geval een verlegen en terug getrokken Canadees-Hollandse vader, zijn ontroerde Canadese zoon die al zoveel moeite deed en zijn nog altijd woedende Canadese dochter die na de scheiding van haar ouders nog altijd de nieuwe stiefmoeder niet accepteert - dit ‘tearjerker’-programma daarbij echt gemaakt wordt, dat realiseer je je toch eigenlijk pas echt achteraf, nadat we uiteindelijk het zo schreeuwend aangekondigde onderwerp zelf in de uitzending van vrijdagavond 10 december 2010 te zien kregen. Door hen in de leader een week of langer op de Nederlandse TV in aankondigingen zo neer te zetten, wordt hen onrecht gedaan, maar krijgt het programma wel de (verkeerde) aandacht die het steeds zo wanhopig bij het Nederlandse publiek zoekt. Dat stemt treurig.

Maar kijkt u liever zelf hieronder.

Get Microsoft Silverlight Bekijk de video in andere formaten.

donderdag, december 09, 2010

maandag, december 06, 2010

649. De kinderen aan het woord - Boekbespreking van de boeken 'Uit elkaar' (Cornald Maas) en 'Stiefkind, het overkomt je' (Sandra Boer en Erica Theloosen) door Henk Riemersma


  • Uit elkaar – Cornald Maas
  • Stiefkind, het overkomt je, door Sandra Boer en Erica Theloosen
De kinderen aan het woord
Boekbespreking door Henk Riemersma

Twee boeken waar je niet vrolijker van wordt: “Uit elkaar”, van Cornald Maas - een bij uitgeverij Prometheus uitgegeven bundeling van verhalen die eerder onder dezelfde titel in het magazine van een van de landelijke dagbladen zijn verschenen. En “Stiefkind, het overkomt je”, van therapeute Sandra Boer en tekstschrijfster Erica Theloosen, uitgegeven bij De Parelreeks, de uitgeverij van mevrouw Theloosen.

Door elkaar

Toen ze nog wekelijks in het landelijk dagblad verschenen las ik er dus gewoon één per week. De interviews van Cornald Maas met kinderen van gescheiden ouders, over de gevolgen die de echtscheiding voor hun levens heeft gehad. Goed te doen. Ik vond ze vaak wat vlak, maar dat schiep ook wel weer enige afstand. Geen overdadige (emotionele) stijl in ieder geval. Lees je er dertig achter elkaar (van de ongeveer zeventig) dan beginnen ze behoorlijk door elkaar te lopen: in de stijl van Cornald Maas worden alle verschillende verhalen bijna één, het verhaal van Cornald Maas, zelf ook het ‘product’ van gescheiden ouders.

Niet uit te leggen

Ook het boek “Stiefkind, het overkomt je”, bestaat uit interviews met kinderen die “het is overkomen”, die dus na de scheiding van de ouders in minstens twee ‘samengestelde’ gezinnen (met stiefouders en stiefbroertjes en/of –zusjes) zijn terechtgekomen. Twaalf interviews in dit geval. Hier zijn de verhalen niet aan een krantenkolom gebonden, dus afhankelijk van de persoon kunnen deze uitdijen. De interviews worden ‘onderbroken’ door een korte samenvatting van wat komen gaat, waarvan de reden mij ontgaat. Daarnaast worden ze voorafgegaan door een grafische schets van de opeenvolgende leefsituaties in de verschillende samengestelde gezinnen van de kinderen. De bedoeling hiervan is de levensloop te verhelderen (“in één oogopslag” denkt de achterflap), maar ook na intensieve bestudering bleven sommige samenstellingen mij een volkomen raadsel – al was het alleen maar omdat ‘V’ voor Vader staat, i.p.v. vrouw en ‘M’ voor Moeder, i.p.v. man. Nog afgezien daarvan kan het af en toe razend ingewikkeld zijn. Vader en moeder gaan scheiden, allebei gaan ze een andere relatie aan met iemand die eigen kinderen meeneemt, na enige tijd gaan die ook weer scheiden en komt de volgende stiefvader of –moeder met een eigen berg kinderen, waaronder stiefkinderen. Ergens zegt een kind dat hij de moeite niet eens meer neemt om het aan nieuwe collega’s of kennissen uit te leggen.

‘Vaderfiguur’

Wat mij vooral opvalt is dat de meeste verhalen over de vader gaan. En dan met name over het feit dat nagenoeg iedereen een problematische verstandhouding met deze persoon heeft. In de verhalen van Cornald Maas wordt deze meneer zelfs regelmatig teruggebracht tot een figuur: de ‘vaderfiguur’. Die gemist wordt. Moeder is in bijna alle gevallen een warme, betrokken, open, eerlijke, sociale, verstandige, cultuur minnende, verzorgende, aanwezige vrouw. Vaders nemen in veel te veel gevallen hun verantwoordelijkheid niet, gaan er vandoor met een vijfentwintig jaar jongere vrouw of hebben verzwegen dat ze homo zijn. Allemaal slecht. Deze mannen worden volkomen terecht door moeder het huis uit gezet. Vrouwen daarentegen worden niet het huis uitgezet maar verlaten het gezin omdat ze er eerlijk voor uitkomen dat ze lesbisch blijken en/of zich, in de verhalen van de kinderen, verder willen ontwikkelen en ontplooien, dan wel omdat ze de ruimte voor zichzelf willen nemen om een andere relatie aan te gaan. Helemaal geweldig! Opvallend is ook dat de meeste stief- en pleegvaders dan weer wèl deugen (vaak beter dan de eigen!) en natuurlijk zijn de meeste stief- en pleegmoeders klassiek ‘boos’. Zou dat misschien verband kunnen houden met het feit dat de nieuwe vaders de ‘goede moeder’ komen helpen, terwijl nieuwe moeders de ‘lul van een vader’ nog verder van eigen huis en haard weten weg te lokken?

Afwezige vader krijgt schuld

Terwijl in nagenoeg alle verhalen de vader na de scheiding wordt teruggebracht tot maximaal ‘een weekendje in de veertien dagen’ en in aantal gevallen helemaal niet, is er in de bundel van Cornald Maas maar één persoon die het probleem helder benoemt: van mama mocht ik mijn papa (bijna) niet meer zien en nu ik na twintig jaar mijn vader eindelijk (beter) heb leren kennen realiseer ik me dat ik al die tijd door mijn moeder ben voorgelogen. Nu hoef ik mijn moeder niet meer te zien. Nagenoeg alle andere kinderen vinden het volkomen vanzelfsprekend dat ze door hun moeder worden opgeëist en geven dan hun vader de schuld van het feit dat zij zo’n problematische relatie met hem hebben. Er is er een bij die al jaren geen contact meer heeft met zijn vader en als hij deze dan eindelijk eens treft blijkt de man opeens een vriendin te hebben, wat hij nooit heeft verteld! Mooie boel.

Loyaliteitsconflicten

Hoe dan ook, al de kinderen die in deze boeken aan het woord komen hebben het moeilijk. Stellen zich allemaal vragen bij hun leven en hun relaties. Met hun eigen ouders, hun pleeg- of stiefouders, eigen broers en zussen, pleeg- dan wel stiefbroers en –zussen. Hun huidige relatie. Zullen we wel trouwen? Kinderen krijgen? Is dat nu wel verstandig? Sommigen zijn totaal getroebleerd, lopen van therapeut naar magnetiseur, van riagg naar hypnose. Er is er eigenlijk niet een die een beetje ‘normaal’ is terechtgekomen. Dat blijkt ook al wel uit onderzoeken: kinderen uit gebroken gezinnen presteren minder op school en zijn bevattelijker voor verslavingen en deelname aan criminele activiteiten. Die laatste twee ben ik in deze boeken overigens niet tegengekomen. In ieder geval aan de buitenkant zijn het allemaal keurige, goed functionerende mensen geworden. Maar van binnen worstelen ze met bindings- dan wel verlatingsangsten en natuurlijk (afhankelijk van de complexiteit van de samengestelde gezinnen) een enorme hoeveelheid loyaliteitsconflicten.

De zweep erover!

Alleen in het enkele geval waarin sprake is van een redelijke gelijkwaardigheid van de beide (biologische) ouders waar het opvoeding en verzorging betreft, worden de kinderen het minst door dit soort problematieken geteisterd. Wat we allemaal al dachten natuurlijk. Voldoende reden om het Gelijkwaardig Ouderschap nu maar eens dwingend vast te leggen, desnoods met de zweep erover. De kinderen zeggen het zelf!

Uit elkaar, door Cornald Maas
ISBN 9789044616101; Paperback; Aantal pagina's 256
Uitgeverij Prometheus; prijs 17,95

Stiefkind, het overkomt je, door Sandra Boer en Erica Theloosen
ISBN 978-90-816066-1-5; Paperback; 151 pagina’s
verschenen in De Parelreeks; Prijs € 17,50



  • Zie voor deze boekbespreking ook: daddy!

vrijdag, december 03, 2010

646. Nieuwe EU-regeling grensoverschrijdende echtscheidingen in de maak - Nederland nog niet toegetreden

14 EU-ministers van Justitie hebben op 3 december 2010 nieuwe regels bij grensoverschrijdende echtscheidingen onderschreven. Nederland is daarbij echter nog niet toegetreden.

Het voorstel is er op gericht internationale echtparen meer zeggenschap over hun scheiding te geven en zwakkere echtgenoten te beschermen (Opmerking: Dit is het gebruikelijke misleidende EU-eufemisme om de toch al dominante positie en absolute macht van vrouwen in het familierecht nog verder te versterken.) tegen oneerlijke benadeling in de echtscheidingsprocedure. Rechters zullen een gemeenschappelijke formule hanteren om te bepalen van welk land het recht wordt toegepast wanneer de echtgenoten het niet eens kunnen worden. Het voorstel laat het recht van de lidstaten om te bepalen wat onder het huwelijk wordt verstaan onverlet.

Op grond van het voorstel van de Commissie zullen echtparen tijdens het huwelijk kunnen overeenkomen welk recht op hun echtscheiding van toepassing dient te zijn. Dit zou hen meer rechtszekerheid, voorspelbaarheid en flexibiliteit bieden en bijdragen tot een betere bescherming van echtgenoten en kinderen tegen gecompliceerde, langdurige en pijnlijke procedures (zie MEMO/10/100).

Nu een politiek akkoord is bereikt onder de EU-ministers van Justitie, bijeen in de Raad, is het de beurt aan het Europees Parlement om zijn advies over deze wettelijke regeling uit te brengen. Pas daarna kan de regeling van kracht worden.

Verwacht wordt dat de Raad de nieuwe wetgeving vóór het einde van het jaar formeel kan vaststellen. De nieuwe regeling zal 18 maanden na de vaststelling in werking treden en dan gelden in 14 lidstaten (België, Bulgarije, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Italië, Letland, Luxemburg, Hongarije, Malta, Oostenrijk, Portugal, Roemenië en Slovenië). De nieuwe regels zijn daarmee dan weliswaar nog niet geldig voor Nederland, dat (nog) niet is toegetreden tot deze regeling, maar andere landen kunnen later wel heel eenvoudig en makkelijk toetreden.

woensdag, november 24, 2010

637. 'Meet The Judge'-bijeenkomst Rechtbank Utrecht op 24 november 2010 - Verslag (1)

Auteur: Peter Tromp Msc, Vz van Stichting Kind en Omgangsrecht / Vaderkenniscentrum.nl

Hierbij een eerste korte impressie van de bijeenkomst ‘Meet the Judge’ georganiseerd door de rechtbank van Utrecht.

Gerelateerd artikel:
Woensdagavond 24 november 2010 was ik aanwezig bij de bijeenkomst “Meet The Judge” van de Rechtbank Utrecht. Deze bijeenkomst van de Rechtbank Utrecht bleek druk bezocht. Er was een gemeleerde groep van bezoekers met enerzijds ervaringen met het recht en anderzijds jonge en oudere mensen die geïnteresseerd waren in de opleiding tot rechter.

Van de zijde van de Rechtbank Utrecht waren, naast de communicatieadviseurs van de rechtbank, ook aanwezig de president van de rechtbank, dhr. mr. H.AE. Uniken Venema (zie ook bijlage 1), en een groep van ca. 10 rechters, w.v. (slechts) één oud-familierechter, meerdere bestuursrechters, meerdere civiele rechters, een kantonrechter en meerdere strafrechters.

De totale groep bezoekers werd na ontvangst opgedeeld over vijf gesprekstafels, waarna in drie gespreksronden, waarbij de rechters steeds in koppels van gesprekstafel wisselden, in tafelgesprekken aan de steeds wisselende rechterskoppels vragen gesteld kon worden.

Zoals gezegd was de vertegenwoordiging vanuit het familierecht echter minimaal en dat was erg jammer. Later begreep ik van een van de andere deelnemers wel dat er tegenwoordig geen vaste familierechters meer zijn en dat alle rechters in een job-rotatie- of rouleerschema van vijf jaar alle rechtsgebieden beurtelings voor hun rekening nemen. Toch vond ik het bijzonder jammer en erg mager dat er, behalve oud-familierechter dhr. mr. A.S. Penders, van de huidige groep familierechters aan de Rechtbank Utrecht helemaal niemand aanwezig was.


Inhoudsopgave:

A. Eerste gespreksronde:
1. Vraag naar de verhouding tussen de geslachten bij de Utrechtse rechters en beleid van de rechtbank gericht op meer mannelijke en allochtone rechters
2. RAIO of RIO: De twee trajecten van de rechtersopleiding
3. Geen enkel verantwoordelijkheidsgevoel bij rechtbank voor het niet-nakomen van rechterlijke beschikkingen in het familierecht: Dat is de taak van het OM

B. Tweede gespreksronde:
4. Bij de bestuursrechters van de Rechtbank Utrecht dienen weinig tot geen bestuursrecht zaken tegen de Raad voor de Kinderbescherming en de Bureaus Jeugdzorg als bestuursorganen

C. Derde gespreksronde:
5. Over neutraliteit en onafhankelijkheid van, en non-discriminatie door, de Utrechtse rechters in het familierecht
6. Er heeft in het verleden een studiemiddag van de Rechtbank Utrecht met de Dwaze Vaders plaats gevonden (Update: Later bleek dit een studiemiddag van de Afdeling Familierecht van de Rechtbank Utrecht met de Stichting Ouders Zonder Omgang (OZO) te zijn geweest, die op 12 november 2009 in Utrecht plaatsvond. Zie hieronder in de tekst bij punt 6 voor een link naar een verslag daarvan op de OZO-website.)
7. Beschikbare tijd per zaak: Utrechtse familierechters schrijven eigen beschikkingen en vonnissen niet, dat doen de secretaressen van de rechters
8. De Rechtbank Utrecht meent in Rv. Art. 815, Lid 6 een ontsnappingsclausule te hebben gevonden voor de verplichte wettelijke eis dat partijen bij een scheiding altijd een ouderschapsplan moeten opstellen en voorleggen aan de rechter en hanteert deze ontsnappingsclausule ook in de praktijk en eist niet altijd het wettelijke ouderschapsplan!
9. Ongrondwettelijke beperking van de openbaarheid van rechterlijke uitspraken door de Rechtbank Utrecht
10. De familierechter aan de Rechtbank Utrecht is 'lijdelijk' en onderzoekt zelf niet, d.w.z. doet niet aan waarheidsvinding bij bv. valse beschuldigingen

Bijlagen:
Bijlage 1: Mr. H.AE. (Herco) Uniken Venema (50), president van de rechtbank Utrecht
Bijlage 2: Openbaarheid van uitspraken in de rechtspraak? De omslachtige of ontbrekende regelingen voor het opvragen van de 99% van de niet op Rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken bij de Rechtbank Utrecht

A. Mijn eerste gespreksronde:

1. Vraag naar de verhouding tussen de geslachten bij de Utrechtse rechters en beleid van de rechtbank gericht op meer mannelijke en allochtone rechters
Op mijn vraag naar een gender-breakdown analyse van de populatie rechters naar geslacht, i.v.m. de overvloed aan vrouwelijke rechters in het familierecht, werd mij door dhr. mr. J.W. Wagenaar, rechter/persrechter aan de Rechtbank Utrecht en oud-advocaat, verzekerd dat de Rechtbank Utrecht evenveel mannelijke als vrouwelijke rechters zou tellen. Door het job-rotation systeem zou de oververtegenwoordiging van vrouwelijke rechters in het familierecht zijn opgevangen. Wel werd ik verwezen naar de recente RAIO-enquete onder Rechterlijke Ambtenaren In Opleiding (RAIO - zie hieronder, de beginopleiding voor rechters) waaruit zou blijken dat daar veel meer vrouwen dan mannen op af kwamen. Andere bronnen waarnaar verwezen werd voor meer informatie over de verhouding tussen vrouwelijke en mannelijke rechters waren het Ministerie van Justitie en de Raad voor de Rechtspraak aan de Kneuterdijk in Den Haag.

Verder blijken er nauwelijks allochtone rechters te zijn en blijkt er geen gericht beleid te worden gevoerd door de rechtbanken en de beide opleidingstrajecten (zie hieronder) om een representatieve populatie rechters op te leiden naar zowel allochtone afkomst als naar geslacht

2. RAIO of RIO: De twee trajecten van de rechtersopleiding
Er zijn voor rechters twee opleidingstrajecten: 1. de RAIO-opleiding voor jonge beginnende rechters die 4-6 jaar duurt en 2. de RIO-opleiding (Rechters In Opleiding) die 1 jaar duurt voor ervaren juristen, die vanuit advocatuur etc. zij-instromen. In dat ene jaar RIO opleiding krijg je een opleiding in een tweetal rechtssectoren (bv. familierecht en bestuursrecht). Voorwaarde voor toelating tot deze zij-instroom van de RIO-opleiding is 6 jaar relevante werkervaring in een juridisch beroep. RAIO's in opleiding mogen nog geen recht spreken in rechtszaken, maar RIO's in opleiding juist wel begreep ik. De selectiecriteria aan de poort blijken voor beide opleidingen erg hoog en zwaar en er zijn veel afvallers. Men moet verder als het ware bij de rechtbank van opleiding solliciteren voor toelating.

3. Geen enkel verantwoordelijkheidsgevoel bij rechtbank voor het niet-nakomen van rechterlijke beschikkingen in het familierecht: Dat is de taak van het OM
Daarnaar gevraagd, na eerst gewezen te hebben op de massaliteit waarmee in het familierecht beschikkingen (omgang, ouderschapsplan) door de ouders niet worden nagekomen, m.n. door moeders, werd mij door dhr. mr. J.W. Wagenaar meegedeeld dat hij en zijn collegarechters zich op geen enkele manier verantwoordelijk voelen voor het niet-nakomen en de handhaafbaarheid en handhaving van rechterlijke uitspraken. Mw. mr. H.A. Brouwer verwees daarvoor geheel naar het OM. Het OM wordt door de rechterlijke macht dus geheel verantwoordelijk gesteld voor het niet nakomen en/of handhaven van beschikkingen in het familierecht.

B. Mijn tweede gespreksronde:

4. Bij de bestuursrechters van de Rechtbank Utrecht dienen weinig tot geen bestuursrecht zaken tegen de Raad voor de Kinderbescherming en de Bureaus Jeugdzorg als bestuursorganen
De Raad voor de Kinderbescherming en de Bureaus Jeugdzorg zijn tevens zgn. bestuursorganen en moeten daarmee o.m. ook voldoen aan de wetgeving inzake openbaar bestuur (WOB) en de eisen die daarin gesteld worden aan bestuursorganen. Daarnaar gevraagd deelde mw. mr. J.M. Willems, bestuursrechter aan de Rechtbank Utrecht, echter mee dat er in Utrecht nauwelijks bestuursrechtzaken tegen de Raad voor de Kinderbescherming of de Bureaus Jeugdzorg spelen. mv. Willems vertelde verder dat er in het bestuursrecht in Utrecht enerzijds een accent gelegd wordt op mediation, bevorderen dat partijen er onderling uitkomen. Anderzijds wordt er een accent gelegd op snel beslissen door de rechter, d.w.z. er wordt snel gekozen wie van de partijjen in zijn gelijk zou staan: rechtspreken als keuzeproces.

C. Mijn derde gespreksronde:

5. Over neutraliteit en onafhankelijkheid van, en non-discriminatie door, de Utrechtse rechters in het familierecht
Ondanks het ontbreken van een "equal level playing field" (een gelijk speelveld) tussen vaders en moeders in het familierecht getuige het feit dat rechters in het familierecht bij scheiding de kinderen in 85% van de gevallen met moeders meegeven en eveneens in diezelfde 85% van de gevallen vaders naar de kinderen op een onoverbrugbare achterstand zetten in een marginale omgangsregeling/ouderschapsplan, vinden de rechters bij de Rechtbank Utrecht toch dat men geen last heeft van een zgn. "maternal preference". Men acht zichzelf neutraal, onafhankelijk en discrimineert niet ten opzichte van vaders verzekert dhr. mr. A.S. Penders, de enige aanwezige oud-familierechter en voormalig Hoofd Juridische Ondersteuning aan de Rechtbank Utrecht, mij. En in zijn eigen praktijk als familierechter waren de kinderen even vaak in de zorg van vader meegegeven als in de zorg van moeder, zo deelde hij mee. Men is zich kennelijk nauwelijks bewust van het ontbrekende gelijke speelveld tussen vaders en moeders en de "maternal preference" voor moeders en enorme discriminatie van vaders van rechters in familierechtbeschikkingen bij de Rechtbank Utrecht zo blijkt nu. Daarnaar gevraagd ontkent men dit of vindt men dat het eigenlijk niet bestaat.

6. Er heeft in het verleden een studiemiddag van de Rechtbank Utrecht met de Dwaze Vaders plaats gevonden
Diverse malen tijdens het gesprek wordt mij door dhr. mr. A.S. Penders verder gewezen op een studiemiddag die in het verleden met de Dwaze Vaders aan de Rechtbank Utrecht werd georganiseerd. Ik hou mij daarom aanbevolen als iemand mij nadere informatie kan verschaffen over wat op deze studiemiddag aan de orde kwam.

Update met dank aan Theo Nieuwenhuizen (OZO): Later bleek dit geen studiemiddag met de Dwaze Vaders te zijn geweest, maar een studiemiddag met de Stichting Ouders Zonder Omgang. De studiemiddag van Stichting Ouders Zonder Omgang (OZO) met de Afdeling Familierecht van de Rechtbank Utrecht heeft in Utrecht plaats gevonden op vrijdag 12 november 2009. Het verslag daarvan valt terug te lezen in het laatste nummer van OZO-nieuws in 2009 op de website van OZO. Zie daarvoor: http://www.stozo.nl/OZOnieuws2009-4.htm

7. Beschikbare tijd per zaak: Utrechtse familierechters schrijven eigen beschikkingen en vonnissen niet, dat doen de secretaressen van de rechters
Op mijn vraag hoeveel tijd familierechters nu beschikbaar hebben voor een zaak in het familierecht krijg ik van dhr. mr. A.S. Penders als antwoord, zoveel tijd als hij zelf nodig acht, zonder dat hij concrete informatie geeft over de hoeveelheid tijd die hij in de voorbereiding en na de zitting aan een familierechtzaak kan besteden en besteed. Op mijn doorvragen deelt dhr. mr. A.S. Penders wel mede dat de Utrechtse familierechters als tijdsbesparing de eigen beschikkingen en vonnissen niet hoeven te schrijven, dat doen de secretaressen voor de rechters. Zij maken een samenvatting en schrijven de beschikking waarna de rechter goed(- of af)keurt.

Mw. mr. V.M.M. van Amstel, vice-president van de Rechtbank Utrecht en bestuursrechter, deelt daarop mee dat zij zelf gemiddeld per werkweek van 4 dagen ongeveer 15 rechtszaken afhandelt en rekent voor dat dit op een gemiddeld beschikbare tijd van ca. 2,5 uur per zaak neerkomt. Als een zaak echter meer tijd vraagt dan neemt zij die ook in de thuisuren zo deelt zij mede (vgl. de situatie voor een leerkracht die ook vaak 's avonds thuis nog werkt aan de lesvoorbereiding voor de volgende dag etc.).

Ook mw. mr. V.M.M. van Amstel benoemd daarbij weer, evenals eerder de bestuursrechter mw. mr. J.M. Willems uit de tweede ronde, een zekere mate van tijdsdruk als inherent aan het proces van beslissingen nemen en keuzes maken waarvoor de rechter nu eenmaal staat en benadrukt de noodzaak van het "keuzes maken" voor rechters, het wikken en wegen, waarbij te licht bevonden wordt.

Op mijn daarop bij mw. mr. V.M.M. van Amstel opgeworpen tegenwerping en aangezwengelde discussie dat er in het familierecht juist veel teveel door rechters gereduceerd wordt tot het maken van keuzes tussen de beide ouders - vóór de een en tégen de ander - terwijl het er in het familierecht nu juist om zou moeten gaan dat er GEEN keuze voor één van de beide ouders gemaakt wordt, maar dat BEIDE ouders na de uitgesproken scheiding behouden blijven voor het kind en dat familierechtelijke beschikkingen nou juist niet moeten gaan over het maken van keuzes tussen de ouders, maar over regelingen die het mogelijk moeten maken dat beide ouders beschikbaar blijven in het leven van hun kinderen, komt door de inmiddels ontbrekende tijd helaas niet echt meer aan bod. Bijzonder jammer, want ik was benieuwd geweest naar de reactie van mv. Vivienne van Amstel op dit onderwerp.

8. De Rechtbank Utrecht meent in Rv. Art. 815, Lid 6 een ontsnappingsclausule te hebben gevonden voor de verplichte wettelijke eis dat partijen bij een scheiding altijd een ouderschapsplan moeten opstellen en voorleggen aan de rechter en hanteert deze ontsnappingsclausule ook in de praktijk en eist niet altijd het wettelijke ouderschapsplan!
Op mijn vraag dat, nu de wet op het voortgezet ouderschap na scheiding sinds maart 2009 in Art. 815, Leden 2 en 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bij scheiding altijd een ouderschapsplan voorschrijft, er bij scheidingszaken aan de Rechtbank Utrecht ook altijd door de familierechter een ouderschapsplan wordt vastgesteld, deelt de vice-president van de Rechtbank Utrecht, mw. mr. V.M.M. van Amstel, mij mede, dat dat niet altijd gebeurd aan de Rechtbank Utrecht en dat dat ook niet altijd noodzakelijk zou zijn. De Rechtbank Utrecht heeft voor het verplicht op te stellen Ouderschapsplan namelijk een ontsnappingsclausule gevonden en past die ook toe in Art. 815, Lid 6 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

Art. 815, Leden 2 en 3: Wettelijk verplicht ouderschapsplan bij scheiding
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv); Derde Boek. Van regtspleging van onderscheiden aard; Zesde Titel. Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht; Tweede afdeling. Rechtspleging in scheidingszaken:
http://wetten.overheid.nl/BWBR0001827/DerdeBoek/ZesdeTitel/Tweedeafdeling/1/Artikel815/geldigheidsdatum_30-11-2010

Lid 2.Het verzoekschrift bevat een ouderschapsplan ten aanzien van:
a. hun gezamenlijke minderjarige kinderen over wie de echtgenoten al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen;
b. de minderjarige kinderen over wie de echtgenoten ingevolge artikel 253sa of 253t het gezag gezamenlijk uitoefenen.

Lid 3.In het ouderschapsplan worden in ieder geval afspraken opgenomen over:
a. de wijze waarop de echtgenoten de zorg- en opvoedingstaken, bedoeld in artikel 247 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, verdelen of het recht en de verplichting tot omgang, bedoeld in artikel 377a, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek vormgeven;
b. de wijze waarop de echtgenoten elkaar informatie verschaffen en raadplegen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van de minderjarige kinderen;
c. de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen.

Art. 815, Lid 6: De ontsnappingsclausule van de Rechtbank Utrecht om toch geen verplicht ouderschapsplan van scheidende partijen met kinderen te eisen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv); Derde Boek. Van regtspleging van onderscheiden aard; Zesde Titel. Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht; Tweede afdeling. Rechtspleging in scheidingszaken:
http://wetten.overheid.nl/BWBR0001827/DerdeBoek/ZesdeTitel/Tweedeafdeling/1/Artikel815/geldigheidsdatum_30-11-2010

Lid 6.Indien het ouderschapsplan, bedoeld in het tweede lid, of de stukken, bedoeld in het vijfde lid, onderdelen a tot en met c, redelijkerwijs niet kunnen worden overgelegd, kan worden volstaan met overlegging van andere stukken of kan op andere wijze daarin worden voorzien, een en ander ter beoordeling van de rechter.

9. Ongrondwettelijke beperking van de openbaarheid van rechterlijke uitspraken door de Rechtbank Utrecht
Grondwet, Art. 121: Openbaarheid van rechtspraak
http://wetten.overheid.nl/BWBR0001840/geldigheidsdatum_30-11-2010#Hoofdstuk6
Met uitzondering van de gevallen bij de wet bepaald vinden de terechtzittingen in het openbaar plaats en houden de vonnissen de gronden in waarop zij rusten. De uitspraak geschiedt in het openbaar.
Volgens Art. 121 uit de Nederlandse grondwet èn Art. 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) (fair trial) dienen rechterlijke uitspraken allemaal en zonder uitzondering in het openbaar te geschieden.  Maar van de ca. twee miljoen uitspraken, die Nederlandse rechters jaarlijks doen (en die inmiddels ook allemaal digitaal door de rechterlijke macht worden gearchiveerd), wordt slechts ca. 1% in geanonimiseerde vorm ook via Rechtspraak.nl en het internet openbaar en publiek toegankelijk gemaakt. Welke uitspraken wel/niet openbaar worden gemaakt wordt daarbij geheel aan de rechters zelf ter vrije keuze over gelaten. En als de pers of andere belanghebbenden vanuit het belang van een uitspraak toch graag kennis willen nemen van een bepaalde uitspraak in geanonimiseerde vorm die niet door de rechters is gepubliceerd, dan komen zij in omslachtige, ingewikkelde en tijdrovende schriftelijke aanvraagprocedures bij de rechtbanken en gerechtshoven terecht.

Wanneer ik dit echter voorleg aan de rechters van de Rechtbank Utrecht dan verwijst de vice-president, mv. Vivienne van Amstel, mij desondanks naar Art. 27 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv):
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Art. 27:
http://wetten.overheid.nl/BWBR0001827/EersteBoek/Eerstetitel/Derdeafdeling/Artikel27/geldigheidsdatum_30-11-2010

1.De terechtzitting is openbaar. De rechter kan evenwel gehele of gedeeltelijke behandeling met gesloten deuren of slechts met toelating van bepaalde personen bevelen:
a. in het belang van de openbare orde of de goede zeden,
b. in het belang van de veiligheid van de Staat,
c. indien de belangen van minderjarigen of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eisen, of
d. indien openbaarheid het belang van een goede rechtspleging ernstig zou schaden.

2.Indien iemand op een terechtzitting de orde verstoort, kan de rechter hem laten verwijderen.
Ik heb dat artikel er naderhand natuurlijk bij gepakt (zie hierboven) en dan blijkt dat dit artikel 27 Rv op geen enkele wijze aan de rechterlijke macht de mogelijkheid biedt om aan de grondwettelijke openbaarheid van rechterlijke uitspraken beperkingen op te leggen. Het artikel betreft alleen rechterlijke beperkingsmogelijkheden voor het bijwonen van zittingen (openbaarheid van rechtszittingen), niet voor de grondwettelijke openbaarheid van rechterlijke uitspraken (openbaarheid van uitspraken). Toch is het precies dat wat de rechterlijke macht zo ruimschoots doet, het beperken van de grondwettelijke openbaarheid van uitspraken. Slechts 1% van de rechterlijke uitspraken worden immers gepubliceerd.  De andere 99% van de rechterlijke uitspraken is niet openbaar toegankelijk. Dat is in strijd met de Nederlandse grondwet en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de verwijzing van de vice-president van de rechtbank Utrecht, mv. Vivienne van Amstel, naar Art. 27 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) blijkt dus achteraf inadequaat.

De vice-president van de rechtbank Utrecht, mv. Vivienne van Amstel, deelt mij verder mee zelf een handleiding voor het (schriftelijk) opvragen van niet-gepubliceerde uitspraken bij de Rechtbank Utrecht te hebben geschreven, welke gepubliceerd zou zijn op Rechtspraak.nl. Hoe ik later echter ook speur, die handleiding blijkt daar niet te bestaan. Op Rechtspraak.nl is alleen een schimmige en warrige lappendeken van instructies (zie bijlage 2) van de Rechtbank Utrecht terug te vinden over hoe mensen van de pers en direct-betrokkenen schriftelijk bij de Rechtbank Utrecht het verzoek kunnen doen om een uitspraak te verkrijgen. Die schriftelijke verzoekprocedure aan de rechtbank gaat echter weken duren en de uitslag ervan is ongewis want na ontvangst wordt de aanvraag beoordeeld en krijgt men hierover schriftelijk bericht, waarbij, terwijl anonimisering van uitspraken al gebruikelijk is, de rechtbank desondanks "om privacyredenen" kan beslissen geen inzage te geven. Zo staat het er althans. De openbaarheid van uitspraken wordt hiermee door de Rechtbank Utrecht geschonden.

10. De familierechter aan de Rechtbank Utrecht is 'lijdelijk' en onderzoekt zelf niet, d.w.z. doet niet aan waarheidsvinding bij bv. valse beschuldigingen
Tot slot komt, naar aanleiding van mijn vraag naar waarheidsvinding door de Utrechtse familierechters in geval van valse beschuldigingen in een familie- of scheidingszaak, in mijn nagesprek met oud-familierechter dhr. mr. A.S. Penders nog een uiterst interessant punt naar boven. Naar zijn mededeling en de opvatting van de Rechtbank Utrecht is de familierechter altijd "lijdelijk" en doet deze geen eigen waarheidsvinding. De familierechter aan de Rechtbank Utrecht mag dus niet zelf onderzoeken. Het is daarom geheel aan partijen zelf om valse beschuldigingen ter zitting altijd helder en duidelijk tegen te spreken, zo niet dan moet de "lijdelijke" familierechter de valse beschuldigingen wel voor waar aannemen. Het is daarom voor u of uw advocaat dus zaak om op zittingen van de familierechter bij de Rechtbank Utrecht eventuele valse beschuldigingen door de wederpartij niet te laten lopen maar onmiddelijk en helder tegen te spreken. Waarvan nota en akte.

In het 'Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht' uit 2006 staat over de “lijdelijkheid van familierechters” echter het volgende:
De familierechter: een lijdelijk en/of leidend rechter? In de familierechtspraak is, evenals in de algemene civiele rechtspraak, lange tijd het uitgangspunt geweest dat de rechter zich lijdelijk diende op te stellen. De familierechter werd gebonden aan de feiten zoals partijen die voor hem presenteerden. Het ging om de formele waarheid en niet zozeer om de materiële waarheid. De laatste decennia is de kritiek op dit uitgangspunt toegenomen. In dit artikel wordt aan de hand van voorbeelden nagegaan waarom die lijdelijkheid steeds meer vervangen is door een actieve opstelling van de familierechter. Beschreven wordt welke mogelijkheden de familierechter heeft om voor partijen en de betrokken kinderen te komen tot een daadwerkelijke aanpak en oplossing van familierechtelijke geschilpunten.
Tijdschrift voor Familie en Jeugdrecht (2006), volume 28 , issue 5 , p. 126-131
Tot zover mijn persoonlijk verslag van de bijgewoonde "Meet The Judge" bijeenkomst op woensdagavond 24 november 2010 aan de Rechtbank Utrecht,

Het was een leerzame, geanimeerde en waardevolle ervaring,

Peter Tromp Msc
Coördinator/voorzitter van het Vaderkenniscentrum.nl van Stichting Kind en Omgangsrecht



-----

Bijlagen:

Bijlage 1: Mr. H.AE. (Herco) Uniken Venema (50), president van de rechtbank Utrecht

Vanaf oktober 2007 is mr. H.AE. (Herco) Uniken Venema (50) benoemd tot president van de rechtbank Utrecht. Voorheen was hij lid van het College van procureurs-generaal (2005 – 2007) en president van de rechtbank Arnhem (2002 – 2005). Bij de rechtbank Utrecht heeft hij eerder gewerkt (1995 – 2002) als rechter en als sectorvoorzitter van de sector handels- en familierecht. Voor zijn overstap naar de Rechtspraak was hij advocaat in Den Haag.

Bijlage 2: Openbaarheid van uitspraken in de rechtspraak? De omslachtige of ontbrekende regelingen voor het opvragen van de 99% van de niet op Rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken bij de Rechtbank Utrecht

1. Voor de pers:

A. Persinformatie
Rechtspraak.nl – Rechtbank Utrecht
http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/Rechtbanken/Utrecht/Persinformatie.htm

Opvragen van uitspraken
Voor informatie over of een toelichting op een bepaalde uitspraak, kunnen journalisten contact opnemen met voorlichting. Uitspraken van zaken die veel publiciteit trekken en/of juridisch interessant zijn, worden zo snel mogelijk op deze site gepubliceerd onder Actualiteiten.

Afdeling voorlichting van de rechtbank Utrecht:
Voor kwesties die de rechtspraak in het algemeen aangaan, kunt u zich ook wenden tot de afdeling communicatie van de Raad voor de rechtspraak in Den Haag.

Contactpersonen media:
• dhr. drs. M.F.W. Gerritsen, communicatieadviseur (030-2233028)
• dhr. mr. P.V. van Daalen, senior medewerker communicatie (030-2233027)
• mw. mr. H. Phaff, persrechter
• dhr. mr. J.W. Wagenaar, persrechter
Beide persrechters zijn bereikbaar via de afdeling voorlichting.

B. Telefoon- en faxnummers
Rechtspraak.nl – Rechtbank Utrecht
http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/Rechtbanken/Utrecht/Telefoon-+en+faxnummers.htm

Persvoorlichting (communicatie)
Telefoon (030) 223 30 27 of (030-223 30 28)
e-mail: communicatie.rb.utrecht@rechtspraak.nl
Nb: dit e-mailadres is niet bedoeld voor zaaksgebonden informatie en/of vragen. Neem daarvoor contact op met de betreffende sector.

2. Voor direct betrokkenen in een zaak

A. Meer veelgestelde vragen
Rechtspraak.nl – Rechtbank Utrecht
http://www.rechtspraak.nl/Naar+de+rechter/Veelgestelde+vragen/#VEELGESTELDEVRAGENNRDUITSPRAKEN

Ik zoek een rechterlijke uitspraak
Kijk in de databank op Rechtspraak.nl. Als de uitspraak niet is opgenomen in de databank, kunt u de rechtbank (of het gerechtshof) vragen om een afschrift van het vonnis. Om privacyredenen kan de rechtbank beslissen geen inzage te geven.

B. Veelgestelde vragen
Rechtspraak.nl – Rechtbank Utrecht
http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/Rechtbanken/Utrecht/Veelgestelde+vragen.htm#rechtspraak

Waarom staat mijn uitspraak niet op www.rechtspraak.nl?
De rechtbank publiceert slechts een selectie van alle uitspraken op www.rechtspraak.nl. Uitspraken worden altijd geanonimiseerd. U zult dus nooit namen van verdachten in op onze website gepubliceerde uitspraken aantreffen. Mondelinge uitspraken van de strafrechter komen (vrijwel) nooit op www.rechtspraak.nl.

Hoe kan ik een oude uitspraak opvragen?
De rechtbank verstrekt alleen vonnissen, wanneer de belangen van de veroordeelde of andere mensen die in het vonnis genoemd worden hierdoor niet geschaad worden. Vonnissen die de rechtbank verstuurt, zijn altijd geanonimiseerd. U zult dus geen namen van betrokkenen aantreffen in het afschrift. Als u procespartij bent (geweest) heeft u overigens altijd recht op een afschrift.

U kunt uw verzoek per brief sturen naar:
Rechtbank Utrecht
T.a.v. Hoofd administratie sector Handels- & Familierecht/ Strafrecht/ Bestuursrecht/ Kanton (a.u.b. juiste sector aangeven)
Postbus 16005
3500 DA Utrecht
Vermeld in uw brief in ieder geval:
  • Waarom u een afschrift van het vonnis wilt ontvangen
  • Een beschrijving van het onderwerp van de zaak (indien mogelijk het zaaknummer)
  • De naam van de procespartij(en) waarop de zaak betrekking heeft
  • Wanneer de rechtbank uitspraak heeft gedaan.
Na ontvangst wordt uw aanvraag beoordeeld. U krijgt hierover schriftelijk bericht.

3. Voor andere geïnteresseerden dan de pers

Voor hen wordt geen enkele regeling bij de Rechtbank Utrecht gegeven.

Zie verder ook Publicaties Rechtbank Utrecht
Rechtspraak.nl – Rechtbank Utrecht
http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/Rechtbanken/Utrecht/Over+de+rechtbank/Publicaties/

_____
Disclaimer: 
Aan dit verslag kunt u geen rechten ontlenen. Vaderkenniscentrum kan geen sluitend juridisch advies geven: neemt u hiervoor, als het zover komt, contact op met bijvoorbeeld een advocaat, notaris of de geëigende overheidsinstanties. Het Vaderkenniscentrum huldigt een eigen rechtsopvatting op een rechtsgebied dat in ontwikkeling is. Hoewel het Vaderkenniscentrum de grootst mogelijke algemene zorg aan uw adviesverzoek en – in voorkomend geval - melding zal besteden, is het Vaderkenniscentrum niet aansprakelijk voor de gegeven adviezen. Adviezen en reacties van het Vaderkenniscentrum worden uitsluitend gegeven onder volledige uitsluiting van alle aansprakelijkheid van Vaderkenniscentrum voor de door haar gegeven adviezen en reacties.
_____

637a. Verslag (2), Meet The Judge, Rechtbank Utrecht, 24 november 2010

Meet the Judge, 24-11-2010, Rechtbank Utrecht
Auteur: Aram Kroos

Hierbij een tweede korte impressie van de bijeenkomst ‘Meet the Judge’ georganiseerd door de rechtbank van Utrecht.

Gerelateerd artikel:
Na ontvangst werden alle gasten aan de verschillende tafels uitgenodigd. Aan deze tafels zaten ook 2 rechters. De presentator/communicatiemedewerker legde ons de bedoeling van de avond uit. Drie gespreksrondes met de opeenvolgende onderwerpen:
-het werk van de rechter,
-de dilemma’s van de professie
-een vrije ronde.
Na iedere ronde interviewde de presentator verschillende deelnemers van de verschillende gesprekken.
Er diende twee spelregels te worden gerespecteerd: geen vragen over individuele zaken en niet aan tafel bij een rechter bij wie een zaak van je dient (ter voorkoming van situaties zoals bij de zaak Wilders). Na iedere ronde schoven de rechters een tafel door.

Aan onze tafel zijn de volgende onderwerpen besproken

A. 1e ronde: Het werk van de rechter

1. Verplichten van advocaat
De regel is uitgelegd: bij een belang van 5000,00 Euro is dit verplicht (gaat binnenkort verhoogd worden naar 25000,00 Euro). Ook werd er door de rechters verdedigd dat het noodzakelijk is omdat een advocaat van de juridische gebruiken en werkwijzen op de hoogte is.
De vraag die bleef liggen is dat je als individu zelf zou mogen bepalen bij welke grootte van belang de drempel is wanneer je een advocaat wenst.
Ook kwam de rol van de advocaat t.o.v. een rechter in beeld. De rechter en advocaat hebben vaak ervaringen met elkaar welke menselijkerwijs in meer of mindere mate bijdragen aan de loop van het proces.

2. Wraking
Het systeem van wraking is uitgelegd. De advocaten aan tafel vinden het een goed systeem. De vraag of er een onafhankelijke commissie van burgers moet komen werd geen goed idee gevonden. Dan ligt een beslissing over onpartijdigheid bij mensen die in het bepalen van onpartijdigheid geen deskundige zijn. Juist de rechters zelf zijn deskundig op het gebied van onpartijdigheid. De vraag komt of het dan niet beter is de onderlinge beoordeling door rechters van het zelfde kantoor op onpartijdigheid te laten verschuiven naar beoordeling door rechters van een ander kantoor.

B. 2e ronde: Dilemma’s van de professie

3. Kosten van een rechtszaak voor de burger
De toch al hoge griffierechten dreigen verhoogd te worden omdat het niet kostendekkend is. Hierbij gaat de rechtbank uit van ‘de vervuiler betaald’.
Gevaar van rechtszaak voor elite wordt ook zo ervaren door de rechters aan onze tafel. Zij zouden de rechtspraak ook dichter bij de burgers willen brengen

4. Leven van een rechter
De rechters aan onze tafel leven zijn zich zeer sterk bewust van hun positie en leidden hun leven volgens de regels. Zij laten geen klusjes zwart doen, downloaden niet, etc. etc. Daarnaast letten ze goed op hun privacy; geen gebruik van sociale media als facebook, hyves etc.

C. 3e ronde: Vrije ronde

5. Bewijslast
Er wordt gevraagd hoe rechters in het familierecht omgaan met beschuldigingen en bewijzen. Het feit dat er nog wel ’s wat niet aangetoonde zwarte pieten op tafel komen wordt de aanwezige rechters bevestigd. Zij zijn er zich van bewust. Feitelijk doen ze er ook weinig mee. Ze zeggen zich te laten zich adviseren door jeugdzorg en de raad van de kinderbescherming. Daarnaast beoordelen ze lijdelijk. (Zie hiervoor ook .
Ook bij andere recht-sectoren is bewijslast lastig. In dit kader komen we op het onderwerp getuigen.

6. Getuigen
De rechters leggen uit dat het zeer lastig is uit getuigenverklaringen gebeurtenissen/de waarheid te herleiden. Vaak heeft het voorval ver in het verleden plaatsgehad. De verschillende getuigen hebben zeer uiteenlopende verklaringen. Tegenwoordig zijn er gelukkig veel mensen die zaken op de mobiel vastleggen.

7. Napraten
Na afloop worden op verschillende plaatsen de discussies met de rechters voortgezet. Interessant is ons gesprek met een familierechter waarbij uiteraard de gang van zaken bij echtscheidingsprocedures waar kinderen betrokken zijn wordt besproken.

-De betreffende rechter concludeert met ons dat het tegenwoordig verplichte ouderschapsplan niet wezenlijk meer inhoud dan het vastgestelde convenant van voorheen. Belangrijk is wel dat het door de ouders samen wordt opgesteld wat leidt tot meer draagkracht onder hen. Ook constateren we dat ook voorheen ouders op hun initiatief samen tot een convenant kwamen en ook constateren we dat als ouders nu niet willen er geen ouderschapsplan komt.

-Over de term ‘Het belang van het kind’ bevestigd de betreffende rechter dat dit geen juridisch omschreven term is. Dat kan zijn inziens ook niet omdat dit voor ieder kind en situatie verschillend is. Daarom laten rechters zich hier adviseren door jeugdzorg en de raad voor de kinderbescherming. De constatering dat ‘het belang van het kind’ door rechters ook zonder raadpleging van de raad of jeugdzorg als een verantwoording op zich wordt gebruikt erkent de rechter. Hierover zegt hij dat dan de scheidingssituatie zoals die wordt geschetst als argument voor deze verantwoording dient.

- De rechter herkent dat in de scheidingszaken met kinderen vrouwen i.h.a. anders dan mannen worden beoordeeld. Op de vraag hoe hier mee om wordt gegaan deelt de rechter mede dat er 2 juridische beroepsorganisaties zijn (de namen ben ik hiervan kwijt) waar ervaringen van rechters worden gedeeld en waar de feedback op uitvoering van de wet wordt verzameld.

Ik heb de bijeenkomst als zeer prettig ervaren. Je kan toch vrij open in gesprek gaan met de rechters. Zij op hun beurt laten merken dat ze het echt plezierig vinden met een belang-stellende (-hebbende) in gesprek te zijn. Kleine inhoudelijke tipjes van de sluiers werden opgelicht en onze dilemma’s t.o.v. de rechtspraak zijn toch vaak ook wel de dilemma’s van rechters.

Aram Kroos

dinsdag, november 23, 2010

643. Het Belgische verblijfsco-ouderschap in Vlaanderen geëvalueerd vanuit de ouders en de emancipatiebijdrage (gelijke kansen)

Het verblijfsco-ouderschap geëvalueerd
Bron: Gazet van Antwerpen - 23/11/'10

23 NOVEMBER 2010 - De kindrekening moet verplicht worden. En er moet een regeling komen voor de domiciliëring van kinderen van gescheiden ouders die nu eens bij de ene ouder en dan weer bij de andere ouder verblijven. Dat leert de eerste studie over het verblijfsco-ouderschap. Het gaat om een studie van Marcia Poelman en Marie Kruyfhooft, die vandaag in Antwerpen werd voorgesteld aan het Steunpunt Gelijke Kansenbeleid. Ze belicht het verblijfsco-ouderschap vanuit de visie van de gelijkheid van mannen en vrouwen, niet vanuit het perspectief van de kinderen. Een overzicht.

WAT IS VERBLIJFSCO-OUDERSCHAP?
Op 3 juni 1995 werd het gezagsco-ouderschap ingevoerd. Die wet bepaalt dat beide gescheiden ouders evenveel gezag hebben over hun kinderen, ongeacht waar die kinderen verblijven. Door de wet van 18 juli 2006 werd daar het verblijfsco-ouderschap aan toegevoegd. Die maakt het mogelijk dat de kinderen van gescheiden ouders nu eens bij de vader en dan weer bij de moeder verblijven. Dat kon eigenlijk al, maar in 2006 werd het wettelijk geregeld en werd het verblijfsco-ouderschap als model opgelegd. De rechter kan er slechts op gemotiveerde wijze van afwijken in bepaalde gevallen (bv. als de ouders te ver uit elkaar wonen of als geen enkel overleg meer mogelijk is e.d.). Gezagsco-ouderschap en verblijfsco-ouderschap vallen niet noodzakelijk samen.

De onderzoekers trokken een toevalssteekproef van 766 mensen, die ofwel in 2002 gescheiden zijn en ofwel na 2006. Door deze twee tijdsperiodes wilden ze de gevolgen van de wet meten. Het gaat om dossiers van gescheidenen met kinderen bij de rechtbanken van Gent, Hasselt en Turnhout. Daarnaast werden experten ondervraagd.

De problematiek werd bekeken vanuit de verschillen tussen de geslachten. De gevolgen van het verblijfsco-ouderschap voor de kinderen werd niet bestudeerd. Dat gebeurt later nog. Vorige week ontstond enige opwinding over het "co-schoolschap", waarbij de kinderen om de week in een andere school werden ingeschreven. Het Vlaams Kinderrechtencommissariaat ontving hierover vorig jaar een drietal klachten en was flink tegen dit systeem omdat deze voortdurende pendel tussen scholen, niet in het belang is van de kinderen. (Zie voor zijn visie: hier.)

WAT STELT DE STUDIE VAST?
Wat blijkt uit de studie?
* 80,6% van de echtscheidingen uit de steekproef werden uitgesproken met onderlinge toestemming. De nieuwe echtscheidingsvorm (EOO, echtscheiding door onherstelbare ontwrichting, nvdr) tekent slechts voor 7,5% van de gevallen. 56,6% van de gescheidenen is minder dan vijf jaar uit elkaar, maar 7,5% al meer dan 11 jaar.
* Vooraleer de wet op het verblijfsco-ouderschap van kracht werd, legde de rechter in 12,7% van de gevallen een gelijkmatig verdeeld verblijf op. Na de wetswijziging in 14,6% van de gevallen. De wet van 2006 leidde dus tot een zeer kleine toename.
* De leeftijd van de kinderen speelt geen rol. In het buitenland komt verblijfsco-ouderschap minder voor als de kinderen zeer jong zijn of als het om adolescenten gaat. In Vlaanderen is er blijkbaar geen verschil. Wél is de leeftijd één van de belangrijkste redenen om een verblijfsco-ouderschap dat gestart is weer stop te zetten.
* Ouders die verblijfsco-ouderschap toepassen zijn jonger en recenter gescheiden.
* De kinderen worden nog erg vaak bij de moeder gedomicilieerd: in 69,9% van de gevallen. Dit is niet onbelangrijk omdat domiciliëring allerlei financiële en fiscale gevolgen heeft.
* De ouders hanteren meestal een week-om-week-ritme (83,7%), waarbij de kinderen om de week van de ene woning naar de andere verhuizen. Dan volgt een veertiendaags ritme (3,8%). Maar een kwart van de ouders die deze week/week-wissel hanteren komt de afspraken in de praktijk niet na.
* Grote afstanden tussen de woningen van beide ouders komen zelden voor: 47,6% van de ouders woont op minder dan 5 kilometer van elkaar, maar toch woont 6,7% op een afstand tussen 20 en 30 kilometer en 2,4% op een afstand van meer dan 30 kilometer. De grote afstand is een van de oorzaken om het verblijfsco-ouderschap weer stop te zetten.
* In 15% van de gevallen was de opgestarte regeling alweer gestopt op het moment van het onderzoek, doorgaans op vraag van de kinderen.
* De moeder blijkt nog altijd meer bij te dragen in de kosten van de opvoeding dan de vader. Dat geldt vooral voor de medische kosten, de kosten voor de school en die voor vrije tijd. Als reden zien de onderzoekers dat de rollenpatronen die tijdens het huwelijk bestonden, voortgaan na de scheiding. De moeder gaat makkelijker met de kinderen naar de tandarts dan de vader en ze koopt ook eerder schoolgerief en kledij. Een gezamenlijke kindrekening, waarop de kinderbijslag moet worden gestort, verkleint de kans op een ongelijke verdeling van de kosten.
* Gelijk verdeeld co-ouderschap leidt er toe dat de alimentatie correcter wordt betaald.
* 94,4% van de vrouwen in verblijfsco-ouderschap werkt. Van de vrouwen die de kinderen permanent bij zich hebben werkt 83,7% en als de kinderen permanent bij de vader zijn werkt nog slechts 57,1% van de moeders. Bij de mannen is er geen verschil al naargelang de verblijfsregeling die ze voor hun kinderen hebben.
* Eerder onderzoek toonde aan dat bedienden en middenkaders oververtegenwoordigd zijn in het verblijfsco-ouderschap. Maar in dit onderzoek werden geen verschillen gevonden naar het soort job.
Hoe meer autonomie de ouders hebben om hun werktijd zelf in te delen, hoe meer kans op een verblijfsco-ouderschap.
Slechts 7,7% van de mannen zegt dat ze meer uren gaan werken door het verblijfsco-ouderschap. Bij de vrouwen ligt dat cijfer drie keer zo hoog (27,5%). In totaal werken 68,2% van de mannen evenveel voor de toepassing van het verblijfsco-ouderschap als erna. Bij de vrouwen is dat slechts 51,9%.
De aard van de verblijfsregeling heeft weinig effecten op de loopbaan van hun ouders, zo besluiten de onderzoekers. De ongelijkheden die al voor de scheiding bestonden zetten zich door na de scheiding. De beroepsstatus van voor de scheiding trekt zich door na de scheiding.
* Minder dan de helft van de verblijfsco-ouders zegt dat ze alleen instaan voor de opvang van de kinderen als die bij hen gehuisvest zijn. Als iemand anders de kinderen opvangt zijn dat meestal de grootouders (20,9%).
* 35,4% van de gescheiden ouders heeft op het moment van het onderzoek een nieuwe partner. Bij gelijkmatig verblijf van de kinderen bij beide ouders is er terzake nauwelijks verschil tussen mannen en vrouwen. Maar vooral voor vrouwen is "herpartneren" een goede strategie om inkomensverlies te voorkomen. Dit heeft echter niets met het verblijfsco-ouderschap te maken.
* De gescheiden ouders ruziën over de kinderen, maar die geschillen hangen niet samen met de aard van de verblijfsregeling van de kinderen. De leeftijd van de kinderen speelt wel een rol: hoe ouder het jongste kind, hoe minder conflict inzake zijn opvoeding.

WAT WILLEN DE CO-OUDERS?
De verblijfsco-ouders mochten ook zelf voorstellen formuleren. Wat zijn de belangrijkste?
* Ze pleiten voor een dubbele domiciliëring, zodat de voordelen die uit domiciliëring voortvloeien altijd kunnen spelen. Die voordelen zijn bv. kortingen bij verenigingen, bij het berekenen van het kadastraal inkomen en ook om voordelen bij het toekennen van premies.
* Ze willen dat de kindrekening verplicht wordt omdat zo de kosten gelijkmatiger kunnen worden verdeeld. Nu kan de rechter een kindrekening opleggen, maar hij moet het niet.
* Ze pleiten ook voor inspraak van de kinderen vanaf een bepaalde leeftijd bij het bepalen van de verblijfsregeling. Die inspraak bestaat reeds, maar gaat niet ver genoeg, zo menen de ouders.
* Er zijn te weinig opvangmogelijkheden.
* Afspraken over de kinderen niet naleven moet beter gecontroleerd worden én de procedure moet efficiënter.

WAT VINDEN DE ONDERZOEKSTERS?
Zij volgen de ouders op bepaalde punten. Zo zijn ze ook voorstander van meer kinderopvang, omdat ouders die in ploegen werken zonder extra opvang geen verblijfsco-ouderschap kunnen toepassen. Bovendien zijn ze ervoor gewonnen om de kindrekening automatisch op te leggen.

Ze willen verder dat de ouders duidelijk en helder geïnformeerd worden over de financiële en fiscale gevolgen van de verblijfsregeling. Ze pleiten verder voor psycho-sociale begeleiding van de ouders na de scheiding.

Net zoals een minderheid van de ouders willen ze dat de verblijfs- en kostenregeling op vaste momenten wordt geëvalueerd. Nu moet een ouder die boos is omdat de andere ouder zich niet aan de afspraken houdt, zelf naar de rechter stappen en dat is geen goede zaak.

In tegenstelling tot de ouders zijn de onderzoekers geen echte voorstanders van een dubbele domiciliëring, omdat dit een enorme belasting voor de overheidsadministratie kan worden. Heel wat procedures (het opstellen van de kieslijsten en allerlei subsidiereglementen bv.) vertrekken van één unieke domicilie. Dubbele domiciliëring kan tot nieuwe vormen van fraude leiden. De onderzoekers willen integendeel dat alle voordelen die uit domiciliëring voortvloeien worden opgelijst en dan ook toegekend bij verblijfsco-ouderschap, zonder dat de wet op de domiciliëring moet worden veranderd.

Lees ook:

zondag, november 21, 2010

641. Over Marokkaanse meisjes zonder hoofddoek en kindermishandeling door hun moeders en stiefvaders

Rauw en puur - Zonder hoofddoek

NTR, Documentaireserie van Mildred Roethof, Player omroep.nl – 21 november 2010

http://player.omroep.nl/?aflID=11728771&silverlight=true
http://gemi.st/11728771

NTR documentaireserie Rauw en puur - Afl. Zonder hoofddoek

NTR documentaireserie van Mildred Roethof - Ondermeer over Marokkaanse meisjes die door hun (gescheiden) moeders in eenoudergezinnen mishandeld worden.

Get Microsoft Silverlight Bekijk de video in andere formaten.
Roethof laat de strijd zien van jonge moslimmeisjes die geen hoofddoek willen dragen en vallen op jongens die juist niet van Marokkaanse origine zijn. Meisjes in Marokkaanse eenoudergezinnen die door hun moeders mishandeld worden of in aanwezigheid van moeder als 9-jarige door 'stiefvader' aangerand zijn, bij verzet of aangifte worden verstoten door hun familie en letterlijk in elkaar worden geslagen omdat zij zich afzetten tegen het islamitische milieu.

zaterdag, november 20, 2010

640. 'Vader is een nul', Column over vaderschap door filosoof Ger Groot in Trouw van 20 november 2010.


© FOTO ANP
Vrouwen nemen de leiding in het gezin, mannen passen zich laks aan, signaleert filosoof Ger Groot. Daarmee is het vaderschap op de tocht komen te staan. Dat schaadt vaders, maar vooral hun kinderen.

  • Lees hier de volledige column van Ger Groot in Trouw van 20 november 2010.
Ger Groot is bijzonder hoogleraar filosofie en literatuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Deze voordracht sprak hij eerder dit jaar uit op het symposium 'Betrokken vaderschap' aan de Universiteit van Amsterdam.

Bronnen:

dinsdag, november 16, 2010

636. 'Vaderschap' in moederland Nederland: 'Caro heeft een zeer Ingewikkelde Pa (...)'

Caro heeft een zeer Ingewikkelde Pa. (…)
Uit: Guus Kuijer, Voor altijd samen, amen, Amsterdam/Antwerpen, 1999.

Mijn moeder zegt dat je vroeger ook een Gewone Pa had. Die kwam thuis, keek televisie en dronk bier. 

Zulke vaders bestaan geloof ik niet meer.

Je hebt bijvoorbeeld een vader die je vader niet is.
Of een vader die wel je vader is maar ergens anders woont.
Of een vader die wel bestaat, maar je weet niet waar.
Of een vader uit een buisje die je niet kent.
Of een vader uit een buisje die je wel kent, maar waar je geen pappa tegen zegt, omdat je pappa zegt tegen de man van je moeder.
Of een vader uit een buisje die niet de man van je moeder is, maar waar je wel pappa tegen zegt.
Of een vader waarvan je weet waar hij is, maar waar je niet naartoe mag.
Of je hebt twee vaders, die van mannen houden.
Of twee vaders die allebei vrouw zijn, maar lesbisch.

Nou ja, zoek het maar uit. 

---------------------------------------------------------------------

Voor altijd samen, amen – Guus Kuijer

Polleke gaat met Mimoen, al twee jaar. Maar nu mag het niet meer van zijn ouders. Mimoen moet later namelijk met een Marokkaans meisje trouwen. Natuurlijk vindt Polleke dat hartstikke stom.
Pollekes moeder heeft het ook niet gemakkelijk. Met Pollekes vader die verslaafd is. En met Pollekes meester die met haar wil trouwen. De arme Polleke weet zich soms geen raad met die mensen.
Gelukkig heeft ze opa en oma op de boerderij. En het kalfje dat naar haar is genoemd. Bij opa en oma leert ze bidden, ook al is ze niks van haar geloof. Bidden kan ze goed, vooral als ze aan Mimoen denkt.

Guus Kuijer ontving voor Voor altijd samen, amen in 2000 de Gouden Griffel. In 1979 kreeg hij de Staatsprijs voor kinder- en jeugdliteratuur en in 2007 de E. du Perronprijs voor zijn gehele oeuvre.

zaterdag, november 13, 2010

633. Een voorbeeld van de behandeling die vaders en hun kinderen ten deel valt in het Nederlandse familierecht: Het Gerechtshof Amsterdam

GIELOSCOOP: Het eerste boek met een soundtrack!
Bron: VARA – 3FM Radio - GIEL - Live optredens - 19 maart 2009

Schrijver en vader Patrick van Rhijn & zangeres Nina June LIVE bij GI:EL met het boek “Vaderstad” en de soundtrack “Wonderwater”

GIEL: Wat een primeur weer mensen! Het eerste boek met een soundtrack hier live in de studio! Nina June zong het prachtige liedje 'Wonderwater' bij het boek 'Vaderstad' van Patrick van Rhijn!



Wat een wonderschoon liedje, en wat een prachtige teksten van Patrick. De soundtrack van zijn boek werd live gespeeld door Nina June!

Reacties
Dan: Ik hoorde hem op de radio en dat verhaal leek me zo indrukwekkend!
Anniek: Mooi gezongen, vooral het verhaal daarvoor is indrukwekkend! Groetjes,,


Hieronder ook de willekeurige en niet te begrijpen uitspraak van drie vrouwelijke rechters - mevrouw mr. S. CLEMENT, mevrouw mr. M. WIGLEVEN en mevrouw mr. M.J. van ZUTPHEN - van het Gerechtshof Amsterdam waarover de vertwijfelde vader 'John' in dit fragment wordt gebeld door zijn advocate Sarah na drie jaar onafgebroken alleen voor zijn tot dan toe steeds in Nederland opgegroeide dochtertje Lila te hebben gezorgd:

Uitspraak Gerechtshof Amsterdam - Meervoudige Familiekamer; 6 juli 2006
Bron: LJN: AY3929, Gerechtshof Amsterdam, 621/05

Datum uitspraak: 06-07-2006
Datum publicatie: 14-07-200
Rechtsgebied:
Personen-en familierecht
Soort procedure: Hoger beroep
Inhoudsindicatie: Gewone verblijfplaats minderjarige bij de moeder, hetgeen voor de minderjarige, die tot op heden hoofdzakelijk in Nederland heeft verbleven, een verhuizing naar Zweden zal meebrengen.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM - MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER

BESCHIKKING van 6 juli 2006 in de zaak met rekestnummer 621/05 van:

[...], wonende te [woonplaats] (Zweden), APPELLANTE, procureur: mr. G.W. Kernkamp,

t e g e n

[...], wonende te [woonplaats], GEÏNTIMEERDE, procureur: mr. P. van Dolderen.

1. Het (verdere) verloop van het geding

1.1. Het hof verwijst naar en neemt over hetgeen omtrent het eerdere verloop van het geding is opgenomen in zijn tussenbeschikking van 7 juli 2005.

1.2. Op 24 januari 2006 is een rapport verschenen van de Raad voor de Kinderbescherming, regio Amsterdam en Gooi- en Vechtstreek, locatie Amsterdam (hierna: de Raad). Op 25 januari 2006 is dit rapport ingekomen ter griffie van het hof.

1.3. De mondelinge behandeling van de zaak is op 3 mei 2006 voortgezet.

2. Nadere feiten

2.1. De moeder heeft in de periode van omstreeks eind augustus 2005 tot eind december 2005 een woning gehuurd in [woonplaats vader], waar zij om de week verbleef en van dinsdagavond tot zondagochtend voor [de minderjarige] zorgde. De andere week verbleef zij in Zweden. Eind december 2005 heeft de moeder de huur van de woning in [woonplaats vader] opgezegd, zich gevestigd in Zweden en niet meer in Nederland voor [de minderjarige] gezorgd.

[de minderjarige] is zowel in de zomervakantie van 2005 als in de kerstvakantie in 2005 gedurende drie weken bij de moeder in Zweden geweest, alsmede een periode van 35 dagen in maart en april 2006. [de minderjarige] heeft frequent telefonisch contact met de moeder.

2.2. De Raad heeft op verzoek van het hof onderzocht bij wie van beide ouders [de minderjarige] het beste haar hoofdverblijf kan krijgen en omtrent de resultaten van dit onderzoek het onder 1.2. vermelde rapport uitgebracht.

In het rapport wordt beschreven dat de Raad heel zorgvuldig heeft gekeken naar de ouderschapsmogelijkheden van beide ouders. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de vader en de moeder zich beiden inzetten voor [de minderjarige] en dat beiden haar in voldoende mate kunnen bieden wat zij nodig heeft. Zowel de vader als de moeder zijn heel erg betrokken op hun dochter en willen het beste voor [de minderjarige], aldus het rapport.

De Raad heeft niet kunnen constateren dat de vader niet goed voor [de minderjarige] heeft gezorgd sinds ze in 2003 bij hem is komen wonen. Ook de moeder zorgt goed voor [de minderjarige]. Er lijken geen kind-signalen te zijn die zouden kunnen doen vermoeden dat één van beide ouders minder goed voor [de minderjarige] kan zorgen. Beide ouders lijken over voldoende pedagogisch inzicht te beschikken over wat een opgroeiend kind nodig heeft. [de minderjarige] heeft beide ouders nodig, ze is aan beide ouders gehecht en ze voelt zich bij beide ouders prettig, aldus het rapport.

De Raad concludeert dat het moeilijk is geweest een beslissing te nemen en een advies te formuleren. Het feit dat de vader sinds 2003 voor [de minderjarige] heeft gezorgd en zij gewend is aan het leven in Nederland en hier naar het kinderdagverblijf gaat en straks naar de basisschool zal gaan, is voor de Raad doorslaggevend geweest voor de conclusie dat het voor de ontwikkeling van [de minderjarige] goed zal zijn de ingeslagen weg in Nederland voort te zetten en haar verblijf bij de vader te continueren. De Raad acht het niet in het belang van [de minderjarige] om weer een scheiding van de vader en haar woonomgeving in Nederland door te maken en adviseert het verzoek van de moeder te bepalen dat de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] bij haar zal zijn, af te wijzen.

3. Beoordeling van het hoger beroep

3.1. Het hof stelt voorop dat bij beantwoording van de vraag die thans voor ligt, te weten bij wie van de ouders [de minderjarige] haar gewone verblijfplaats dient te hebben, het belang van [de minderjarige] voorop staat en dat niet alleen de belangen van de ouders daaraan ondergeschikt zijn, maar ook eventuele in het verleden door de ouders in dat verband gemaakte afspraken, ten aanzien waarvan bovendien geconstateerd kan worden dat beide partijen daarover van mening verschillen.

3.2. De rechtbank heeft in de bestreden beschikking, voor zover thans van belang, het navolgende overwogen:

“....Met betrekking tot de gewone verblijfplaats van de minderjarige wordt overwogen dat, hoewel de rechtbank het niet uitgesloten acht dat de vrouw evenzeer in staat is voor het kind te zorgen, niettemin zal worden beslist dat het kind haar gewone verblijfplaats bij de man zal hebben. De rechtbank is van oordeel dat het kind in de voor haar vertrouwde omgeving dient te blijven wonen. De man neemt sedert het vertrek van de vrouw uit de echtelijke woning, al dan niet met behulp van derden, de gehele zorg voor het kind voor zijn rekening en de rechtbank is niet gebleken van feiten en omstandigheden die aanleiding geven om hierin verandering aan te brengen. Om die reden ziet de rechtbank, mede gelet op de jonge leeftijd van het kind, geen aanleiding in de huidige situatie van de minderjarige thans wijziging te brengen....”

3.3. De moeder heeft middels twee grieven voornoemd oordeel bestreden. Zij brengt - als al aangegeven in de tussenbeschikking van het hof van 7 juli 2005 - in grief I naar voren dat de rechtbank van onjuiste feiten is uitgegaan en in grief II dat de rechtbank ten onrechte haar verzoek heeft afgewezen, in welk verband zij erop wijst dat de rechtbank geen enkele overweging heeft gewijd aan de door haar aangevoerde argumenten.

De moeder heeft in de loop van de procedure ter onderbouwing van de door haar aangevoerde grieven en het door haar verzochte, het bepalen van de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] bij haar, gesteld dat [de minderjarige] de eerste anderhalf jaar van haar leven grotendeels bij haar heeft doorgebracht en dat [de minderjarige] daardoor een zeer nauwe band met haar heeft. Ter adstructie hiervan wijst zij erop dat de vader toen fulltime werkte, erg carriëre gericht is en geheel instemde met deze rolverdeling. Zij wijst er daarnaast op dat zij [de minderjarige] in juni 2003 heeft meegenomen naar Zweden en dat [de minderjarige] gedurende de hele zomer van 2003 tot eind augustus 2003 bij haar in Zweden was, dat in het leven van een jong meisje de moederfiguur een belangrijker rol speelt dan de vader en dat de door haar geraadpleegde psychologen het erover eens zijn dat de door de vader gecreëerde situatie bepaaldelijk niet gunstig is voor een evenwichtige ontwikkeling van [de minderjarige]. Ook wijst zij erop dat de vader zodra [de minderjarige] in Nederland was, zeer afhoudend was in contacten tussen [de minderjarige] en haar. Gekeken dient te worden, aldus de moeder, wie [de minderjarige] een optimaal verzorgingsklimaat kan geven. Optimaal in de zin van een stabiel leefmilieu zonder veel wisselende verzorgers, regelmaat, veiligheid, voldoende uitdaging biedend zodat [de minderjarige] zich goed kan ontwikkelen, waarbij van belang is dat de ouder bij wie [de minderjarige] haar gewone verblijfplaats heeft, de andere ouder een essentiële rol in het leven van [de minderjarige] laat spelen.

De moeder is ervan overtuigd dat zij daartoe beter in staat is dan de vader, in welk verband zij wijst op de zeer ruime ouderschaps-mogelijkheden in Zweden, die het haar - mede gezien haar huidige nieuwe zwangerschap - mogelijk maken gedurende bijna drie jaar verlof op te nemen, alsmede op de in Zweden kindvriendelijke regeling voor werkende ouders in geval van ziekte van een kind en op het recht om de arbeidsdag te verkorten van 8 naar 6 uur per dag tot het kind de leeftijd van acht jaar heeft bereikt. Hierdoor, aldus de moeder, heeft zij, in tegenstelling tot de vader die door zijn werkzaamheden veel meer zal zijn aangewezen op wisselende verzorgers voor [de minderjarige], ruimschoots de gelegenheid de verzorging van [de minderjarige] zelf ter hand te nemen, waardoor [de minderjarige] zeker tot zij 8 jaar oud is niet vaak zal zijn aangewezen op verzorging door anderen. Daarnaast wijst de moeder er nog op dat [de minderjarige] in Zweden later leerplichtig wordt dan in Nederland, waardoor er - mocht worden bepaald dat de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] bij haar zal zijn - in het kader van de omgang veel meer mogelijkheden voor de vader zijn om [de minderjarige] gedurende langere perioden bij zich te hebben. Zou daarentegen worden bepaald dat de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] bij de vader zal zijn, dan zou dit in feite ertoe leiden dat haar omgang met [de minderjarige] wordt beperkt tot de helft van de vakanties, hetgeen het contact van [de minderjarige] met de moeder zeer zal beperken met mogelijkerwijs, gezien de rol van de moeder voor het identificatieproces van een dochter, zeer nadelige invloed op [de minderjarige]’s ontwikkeling. Ook acht zij zich, gelet op haar ervaringen met de vader in het verleden, beter in staat de niet-verzorgende ouder een rol van betekenis te laten spelen in het leven van [de minderjarige] hetgeen eveneens van belang is voor een evenwichtige ontwikkeling van [de minderjarige]. In dit verband geeft zij enerzijds aan mee te zullen werken aan een zeer ruimhartige omgang tussen de vader en [de minderjarige] en wijst zij anderzijds op de mogelijkheid voor [de minderjarige] om in Zweden in het Nederlands onderwijs te krijgen, waardoor [de minderjarige] altijd met haar vader zal kunnen blijven communiceren. Tot slot heeft de moeder naar voren gebracht dat het voor zich spreekt dat mocht haar verzoek worden toegewezen, er een geleidelijke overgang van het verblijf van [de minderjarige] bij de vader naar het gewone verblijf bij haar moet zijn.

3.4. De vader heeft in hoger beroep betoogd dat de rechtbank in de beschikking waarvan beroep goed tot de kern is gekomen. Hij is ervan overtuigd dat het ontwikkelingsbelang van [de minderjarige] het meest gewaarborgd wordt wanneer zij bij hem blijft wonen, in welk verband hij wijst op de navolgende tot een tweetal hoofdpunten terug te brengen redenen.

[de minderjarige] is, aldus de vader, precies in een fase waarin zij het essentiële vermogen ontwikkelt zich aan andere mensen te hechten. Het is daarbij van het grootste belang dat [de minderjarige] zich vrij en veilig voelt, zoals nu het geval is. [de minderjarige] staat heel onbevangen en open ten opzichte van andere mensen, is vol vertrouwen en kent weinig angsten. Hij geeft aan er niet aan te moeten denken welke gevolgen het voor [de minderjarige] zou hebben wanneer zij bij hem, de persoon aan wie ze het meest gehecht is en in wie zij het volste vertrouwen heeft, wordt weggehaald, waarbij nog niet gedacht is aan andere mensen en dingen waaraan [de minderjarige] in haar leventje in Nederland is gehecht. Een verhuizing naar Zweden zou het ontwikkelingsbelang van [de minderjarige] ernstig schaden.

Daarnaast en dat is het tweede hoofdpunt dat de vader naar voren brengt, is het onzeker of de moeder even goed als hij in staat is om [de minderjarige] dagelijks te verzorgen en op te voeden, in welk verband de vader erop wijst dat de moeder in oktober 2003 heeft aangegeven de zorg voor [de minderjarige] niet aan te kunnen. Dit laatste vormt, aldus de vader, voor [de minderjarige] een risico dat niet genomen mag worden. Voorts ontkent de vader dat de moeder in het eerste levensjaar van [de minderjarige] de dagelijkse zorg voor het kind volledig voor haar rekening heeft genomen, hij heeft van meet af aan veel tijd aan [de minderjarige] besteed en zekerheid en structuur in zijn werk gaan voor hem boven het maken van carriëre.

De vader betwist daarnaast gemotiveerd dat hij niet ruimhartig meewerkt aan contact tussen de moeder en [de minderjarige], in welk verband hij aangeeft op welke momenten en hoe er omgang tussen de moeder en [de minderjarige] is. Hij geeft aan voor [de minderjarige] Zweedstalige boekjes, cd’s en dvd’s te kopen en ook zelf te werken aan het verbeteren van zijn Zweedse taalbeheersing. Hij wijst erop dat [de minderjarige] inmiddels al bijna drie jaar bij hem woont, dat zij een vrolijk, sociaal en slim meisje is dat zich goed ontwikkelt (ter adstructie waarvan de vader verslagen heeft overgelegd), dat hij een flexibele baan heeft als producer, dat [de minderjarige] vanaf 18 april 2006 naar de basisschool [...] in [woonplaats vader] gaat en dat hij en [de minderjarige] zijn verhuisd naar een kindvriendelijke buurt waar binnenkort ook het beste vriendje van [de minderjarige], [...] die ook naar [dezelfde school] zal gaan, komt wonen. [de minderjarige] heeft het zowel op school als in het nieuwe huis erg naar haar zin. Ook wijst de vader er nog op te hebben ervaren hoe belangrijk rust en regelmaat voor [de minderjarige] is, in welk verband hij erop wijst dat [de minderjarige] erg van streek was nadat zij een aantal keren van ouder en land had gewisseld.

3.5. In de in de onderhavige zaak gewezen tussenbeschikking van 7 juli 2005 heeft het hof op grond van het feit dat het zich onvoldoende voorgelicht achtte, de Raad verzocht een onderzoek in te stellen en omtrent de resultaten van het onderzoek aan het hof een rapport met advies uit te brengen, in welk verband onder 4.6. van die beschikking op specifieke aspecten die in de onderhavige zaak spelen, is gewezen. Voor de inhoud en het advies dat vervolgens door de Raad is gegeven, wordt verwezen naar hetgeen hiervoor onder 2.2. is opgenomen. De moeder kan zich in het advies niet vinden, zij meent dat er geen sprake is van een afgewogen advies. Kort samengevat is naar haar mening onvoldoende meegewogen wie van de ouders in staat is de meest stabiele verzorging te geven aan [de minderjarige]. De vader stemt in met de inhoud van het rapport van de Raad, in welk verband hij erop wijst dat [de minderjarige] al haar hele leven in Nederland woont waarvan de laatste twee en half jaar bij hem.

3.6. De Raad heeft - niettegenstaande het feit dat de Raad ter terechtzitting in hoger beroep heeft aangegeven dat de verschillende opvang-mogelijkheden bij de ouders niet zijn meegewogen - verklaard het in het rapport geformuleerde advies te handhaven, met name vanwege de verstoring van de continuïteit die toewijzing van het verzoek van de moeder voor [de minderjarige] met zich mee zal brengen.

3.7. Het hof is van oordeel dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting voldoende vast is komen te staan dat beide ouders zeer betrokken zijn bij [de minderjarige] en zich inzetten voor haar welzijn. Voorts is voldoende aannemelijk geworden dat beide ouders in staat en toegerust zijn om [de minderjarige] te verzorgen en op te voeden. Daarmee vervalt het door de vader naar voren gebrachte (tweede) hoofdpunt, te weten dat hij vreest dat de moeder niet in staat zou zijn goed voor [de minderjarige] te kunnen zorgen.

3.8. Uit het rapport van de Raad komt - wat er overigens zij van de kritiek van de moeder op het rapport van de Raad - voorts naar voren dat [de minderjarige] beide ouders nodig heeft, aan beide ouders is gehecht en zich bij beide ouders thuis voelt. Overigens wordt dit bevestigd door hetgeen door de ouders ter terechtzitting naar voren is gebracht. Naar het oordeel van het hof brengt dit mee dat noch voor de door de vader onder het eerste hoofdpunt opgenomen vrees noch voor de door de moeder geuite vrees grond aanwezig lijkt te zijn, te meer niet nu beide partijen die vrees onvoldoende op het kind toegespitst hebben onderbouwd.

3.9. Hiermee rest de vraag of van doorslaggevend belang moet worden geacht of [de minderjarige] in de voor haar vertrouwde omgeving moet blijven, dan wel of de door de moeder overigens aangevoerde omstandigheden dermate belangrijk zijn dat in het belang van [de minderjarige] anders zou moeten worden beslist. Het hof is van oordeel dat dit laatste het geval is en wel op grond van het navolgende.

Gelet op het middels stukken onderbouwde en door de vader onvoldoende bestreden betoog van de moeder met betrekking tot haar ouderschapsmogelijkheden in Zweden kan worden aangenomen dat, indien de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder wordt bepaald, [de minderjarige] hoofdzakelijk door haar moeder zal worden verzorgd. Indien daarentegen zou worden bepaald dat de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] bij haar vader zou zijn, dan heeft dit tot gevolg dat [de minderjarige] haar moeder nog slechts beperkt kan zien en dat zij voorts voor een deel aan de zorg van anderen dan de vader zal worden toevertrouwd. Alhoewel op zich, gelet op de ontwikkeling van [de minderjarige] tot op dit moment, zeker niet gezegd kan worden dat dit niet goed zou zijn (geweest) voor [de minderjarige], dient dit er naar het oordeel van het hof niet toe te leiden dat er dan maar geen verandering in haar verblijfplaats moet worden aangebracht. Immers, daarnaast is nog van belang dat, nu [de minderjarige] in Zweden later dan in Nederland leerplichtig wordt, het vaststellen van de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder tot gevolg heeft dat de omgangsmogelijkheden van [de minderjarige] met haar vader veel ruimer zijn dan de omgangsmogelijkheden met de moeder zouden zijn, indien haar gewone verblijfplaats bij haar vader zou worden bepaald. Door de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder te bepalen, komt de zorg voor [de minderjarige] hoofdzakelijk bij één van de ouders te liggen en worden daarnaast haar omgangsmogelijkheden met de niet-verzorgende ouder ruimer, hetgeen naar het oordeel van het hof meer in het belang van [de minderjarige] moet worden geacht dan het in stand houden van de feitelijke situatie. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de moeder ter terechtzitting ook heeft toegezegd dat [de minderjarige] de komende tijd regelmatig naar de vader toe zal kunnen gaan.

Het hof realiseert zich dat verhuizing van [de minderjarige] naar Zweden een verstoring van de continuïteit in haar leven met zich mee zal brengen. Echter, gezien de leeftijd van [de minderjarige] en de goede band met beide ouders alsmede het feit dat [de minderjarige] de komende jaren naar Zweedse maatstaven nog niet leerplichtig zal zijn, verwacht het hof dat de wijziging in haar leefomgeving niet te belastend voor [de minderjarige] zal zijn.

Het hof acht het voor de ontwikkeling van [de minderjarige] van groot belang dat zij, gelet op haar jonge leeftijd, de band met beide ouders kan onderhouden en ontwikkelen. Het hof verwacht dat beide ouders zich in zullen spannen daar zorg voor te dragen en de overgang naar Zweden voor [de minderjarige] zorgvuldig zullen voorbereiden en begeleiden.

3.10. Dit leidt tot de volgende beslissing.

4. Beslissing

Het hof:
  • vernietigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;
  • bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder zal zijn;
  • verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mv. mr. S. Clement, mv. mr. M. Wigleven en mv. mr. M.J. van Zutphen in tegenwoordigheid van mr. J. Cornel-Lubberts als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2006 door de rolraadsheer.

==============================================

Mevrouw mr. S. CLEMENT, geboren september 1955
Mw. mr. S. Clement is sinds 2003-04-24 Raadsvrouw aan het Gerechtshof Amsterdam en sinds 01-07-2010 bovendien ook nog vice-president aan dit hof

FUNCTIES:
  • Voorheen: Ambtenaar Hoge Raad der Nederlanden, Den Haag (vanaf 1 september 1985)
  • Voorheen: Gerechtsauditeur Hoge Raad der Nederlanden, Den Haag (vanaf 29 juni 1988)
  • Voorheen: Rechter-plaatsvervanger aan de Rechtbank Haarlem (vanaf 2 maart 1992)
  • Voorheen: Rechter-plaatsvervanger aan de Rechtbank Den Haag (vanaf 25 augustus 1993)
  • Voorheen: Rechter aan de Rechtbank Den Haag (vanaf 1 oktober 1994)
  • NU: Raadsvrouw aan het Gerechtshof Amsterdam (vanaf 24 april 2003)

NEVENFUNCTIES
  • Voorheen: Werkgroep Modelbeleid interne klachtenregeling gerechten (van 01-12-2007 tot 02-04-2009)
  • Voorheen: Beoordelaar (2x per jr.) Pleitoefeningen (van 01-01-2003 tot 02-04-2009)
--------------------------------------------------------------

Mevrouw mr. M. WIGLEVEN, geboren apr 1946
Mw. mr. M. Wigleven is Raadsvrouw aan het Gerechtshof Amsterdam sinds 2002-01-01

FUNCTIES
  • Voorheen: Advocaat en Procureur te Amsterdam kantoor Stibbe Simont Monahan Duhot (beëdiging in 1970, maar inmiddels kennelijk advocaat af.)
  • Voorheen: Raadsvrouw-plaatsvervanger aan het Gerechtshof Den Haag (vanaf 21 maart 1995)
  • Voorheen: Raadsvrouw aan het Gerechtshof Den Haag (vanaf 1 maart 1997)
  • NU: Raadsvrouw aan het Gerechtshof Amsterdam 1 januari 2002

NEVENFUNCTIES

AUTEUR VAN:
  • Personen- en familierecht 1997 / onder red. van: M. Wigleven. Sdu Uitgevers Juridisch & Fiscaal, 1997. ISBN 9054091266. Bundeling van de wet- en regelgevingsteksten van het Nederlandse personen- en familierecht.
---------------------------------------------------------

Mevrouw mr. M.J. van ZUTPHEN
Mw. mr. M.J. van Zutphen is Raadsvrouw-plaatsvervanger aan het Gerechtshof Amsterdam sinds 2003-07-17 en Raadsvrouw aan het Gerechtshof Arnhem sinds 2006-11-15

FUNCTIES:
  • Voorheen: Juridisch medewerker afdeling Algemene Bestuurlijke &Juridische Zaken gemeente Amsterdam
  • Voorheen: Rechter-plaatsvervanger aan de Rechtbank Haarlem (vanaf 2 maart 1992)
  • Voorheen: Rechter aan de Rechtbank Haarlem (vanaf 4 februari 1994)
  • Nu: Raadsvrouw-plaatsvervanger aan het Gerechtshof Amsterdam (sinds 17 juli 2003)
  • Nu: Raadsvrouw aan het Gerechtshof Arnhem (sinds 15 november 2006)
NEVENFUNCTIES
  • Voorheen: Lid van de Ouderraad en medezeggenschapsraad van het Hervormd Lyceum Zuid Amsterdam
  • Nu: Bestuurslid Stichting Kindertehuis Zandvoort in Haarlem (vanaf 1 april 2003)
  • Nu: Bestuurslid Stichting Zes Continenten in Amsterdam (sinds 2004-01-01)