vrijdag, november 30, 2007

47. Meest ingrijpende wetswijziging sinds 1922 – Overheid verheft zich als ‘superopvoeder’ boven de ouders en grijpt naar willekeur in

Het kind is belangrijker dan de ouders

NRC-Handelsblad - Binnenland - Door onze redacteuren Antoinette Reerink en Frederiek Weeda - 24 november 2007

Rotterdam, 24 nov. De overheid wil ingrijpen bij falende opvoeders makkelijker maken. Daartoe dient de meest ingrijpende wetswijziging in de kinderbescherming sinds 1922.

In de film Ladybird Ladybird van de Britse regisseur Ken Loach verliest de alleenstaande moeder Maggie het ouderlijk gezag over haar vier kinderen na een brand in huis. Als ze eenmaal een stabiele relatie heeft met een betrouwbare man, krijgt ze opnieuw een baby, en wéér een. Maar de jeugdzorginstanties hebben er geen vertrouwen in: na elke bevalling wordt de pasgeborene prompt afgevoerd naar een tehuis, onder hartverscheurend gehuil van Maggie.

Het is het schrikbeeld voor ouders: dat de overheid ingrijpt in de opvoeding of zelfs hun kind uit huis haalt. Deze week presenteerden de ministers Rouvoet (Jeugd en Gezin, CU) en Hirsch Ballin (Justitie, CDA) een wetsvoorstel dat het de overheid gemakkelijker moet maken in te grijpen in de opvoeding van kinderen die in hun ontwikkeling worden bedreigd.

Het is de meest ingrijpende wetswijziging in de kinderbescherming sinds 1922, zegt hoogleraar jeugdrecht Mariëlle Bruning. Zij ziet de wet als een goede poging om het belang van het kind boven dat van de ouders te stellen. Men wil voorkomen dat ouders eindeloos kansen krijgen, zonder oplossing. Dat leidde er immers toe dat ouders hun kind doodden, zoals de peuter Savanna, het meisje van Nulde en het Maasmeisje.

Bedoeling van de wetswijziging is dat ondertoezichtstelling effectiever wordt, vaker wordt opgelegd, en dat ouders zo’n maatregel niet meer ervaren als straf. „Dat is het ook niet”, zegt hoogleraar pedagogiek Doret de Ruyter, die de minister adviseerde. „Het is een tijdelijke maatregel om ouders te helpen, totdat ze zelf het stokje weer kunnen overnemen.”

Het werkt zo: de rechter stelt op verzoek van de Kinderbescherming of Bureau Jeugdzorg een kind onder toezicht van een voogd, die praktische, psychische en pedagogische hulp regelt. Elk jaar wordt bekeken of de ouders alleen verder kunnen.

Wat verandert er precies? Ouders die nu opvoedingshulp weigeren terwijl hun kind in zijn ontwikkeling dreigt te stagneren, worden voortaan verplicht die hulp te accepteren. Hun kind wordt dan onder toezicht gesteld, al blijft het thuis wonen. Dat zijn de ‘lichte gevallen’. De Ruyter: „Nu wordt alleen direct ingegrepen bij evidente gevallen van mishandeling, verwaarlozing of misbruik. Men wacht tot het fout is gegaan met de ontwikkeling van het kind. Tot het kind bijvoorbeeld in zichzelf gekeerd raakt, spijbelt of agressief wordt.”

Dat gaat nu om zo’n 22.000 kinderen per jaar.

De Ruyter: „In de toekomst kan een moeder die bijvoorbeeld een jaar depressief raakt door een echtscheiding, verplicht worden therapie te volgen. Een jaar is lang voor de ontwikkeling van een kind. Maar ingrijpen zal alleen gebeuren als het kind eronder lijdt, wat niet altijd zo is. Sommige kinderen blijven zich goed ontwikkelen ondanks nare omstandigheden.”

Bovendien kan de rechter ouders voortaan gemakkelijker definitief uit de ouderlijke macht zetten. Nu gebeurt dat sporadisch, 250 tot 500 keer per jaar, omdat de rechter het belang van ouders die een nieuwe kans willen vaak zwaar laat wegen. Dit kan ertoe leiden dat een kind, dat soms al lang gehecht is aan pleegouders, toch terug moet naar zijn moeder, als die bijvoorbeeld gestopt is met drinken.

Bruning: „Voortaan zal de rust voor het kind, en de duidelijkheid over wie het opvoedt, wettelijk zwaarder wegen dan het belang van de echte ouder. Hoe jonger het kind, hoe minder tijd een ouder zal krijgen om te bewijzen dat hij het ouderlijk gezag wel aankan.”

Tegelijk onderstreept ze dat pleeggezinnen en tehuizen altijd second best zijn. „Kinderen zijn eindeloos loyaal aan hun echte ouders. Zelfs na jaren willen ze vaak terug naar hun moeder of vader.”

De Rotterdamse advocaat Reinier Feiner, die veel jeugdzaken doet, ziet overigens dat ouders lang niet altijd hun zin krijgen. „Je hoort telkens dat ouders zoveel rechten hebben, maar in de praktijk stelt dat niets voor. Ze hebben amper tijd een tegenonderzoek in te stellen als de rechter tot ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing heeft besloten.”

De toets voor zo’n maatregel doet het Bureau Jeugdzorg of de Raad voor de Kinderbescherming. Feiner: „De rechter geeft deze instellingen eerder het voordeel van de twijfel dan de ouders.”

De rapporterende gezinsvoogd krijgt straks volgens het wetsvoorstel recht op informatie van onder meer artsen, psychiaters en leraren over ouder of kind. Dat maakt schending van hun beroepsgeheim een minder groot risico.

Ook nieuw is dat de gezinsvoogd concrete doelen moet bepalen voor een onder toezicht gesteld gezin. Het kind moet bijvoorbeeld vaker buiten kunnen spelen, of naar huiswerkbegeleiding. Of de ouders moeten een agressiecursus volgen. „Zo wordt het voor zowel de rechter als de ouders duidelijker wat de ondertoezichtstelling inhoudt”, zegt Bruning.

Het is overigens niet zo dat een ‘afwijkende’ opvoedstijl – heel vrij, heel streng – straks aanleiding wordt voor ingrijpen, zegt De Ruyter. „Als dat bij een familie of cultuur hoort, kan een kind erbij gebaat zijn.”

Dat hulpverleners dat soms verkeerd inschatten, blijkt uit een voorbeeld van advocaat Feiner: „Een Afrikaanse moeder van vier kinderen was zwanger van de vijfde. Ze had hulpverlening aanvaard omdat zij geen Nederlands sprak en schulden had. Er kwam wekelijks iemand langs die zag dat moeder geen babykamer inrichtte. Dat vond ze zorgwekkend. De hulpverlener zei: deze moeder is geestelijk onderontwikkeld, niet voorbereid op de bevalling. Terwijl haar kinderen het gewoon goed deden op school. In de cultuur van de vrouw is het de goden verzoeken om een babykamer in te richten en vóór de geboorte al kleertjes te kopen. Toch was die kamer aanleiding om de baby direct na de geboorte door agenten uit huis te laten halen. De rechter heeft dat later teruggedraaid.”

Hulp wordt voor ouders verplicht:

  • De rechten van minderjarigen moeten voorrang krijgen boven het recht van ouders hun kind zelf op te voeden. Dat principe staat centraal bij het wetsvoorstel dat ministers Hirsch Ballin (Justitie, CDA) en Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) de afgelopen week hebben bekendgemaakt.
  • Voortaan worden ouders die opvoedingshulp weigeren verplicht die hulp aan te nemen en worden ze onder toezicht gesteld.
  • De rechter kan de banden tussen falende ouders en hun kinderen voortaan gemakkelijker doorsnijden.
  • Voogden krijgen voortaan het recht op informatie van psychiaters, huisartsen en leraren.
  • Voogden moeten, als de plannen doorgaan, ‘doelen’ opstellen waaraan de ouders en de rechter de vorderingen kunnen toetsen.
  • Nu stelt de rechter elk jaar zo’n 22.000 kinderen onder toezicht van een voogd. Zestig procent blijft thuis wonen.

zondag, november 25, 2007

46. Boekrecensie - Weg van Lila - Patrick van Rhijn


De losbandige vrijgezel wordt tegen wil en dank een volwassen man met verantwoordelijkheid.

Samenhangende artikelen:

1. Uitspraak van de dames rechters van het Gerechtshof Amsterdam - Vaders hebben geen rechten - De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam waarin Lila gescheiden wordt van haar zorgende vader en de discussie daarover in de rubriek Vrouw van de Telegraaf (Vader Kennis Centrum nr. 37)

2. Autobiografische roman "Weg van Lila" (2007) – Boekrecensie van de eerste autobiografische roman van Patrick van Rhijn (Vader Kennis Centrum nr. 46)

3. Autobiografische zomerroman Vaderstad (2009) – Tweede autobiografische roman (met CD) van Patrick van Rhijn (Vader Kennis Centrum nr. 291)

Eindelijk een Nederlands boek over de misstanden van het familierecht, dacht ik toen ik het boek in handen had. Er waren al een paar boeken over dit onderwerp in Groot Brittannië verschenen, maar zoals te verwachten, gingen die natuurlijk over het Britse systeem dat toch enigszins afwijkt van de Nederlandse rechtspraak.

Het boek is overzichtelijk in 4 delen opgedeeld.
  • Deel 1 speelt zich af in Londen waar de hoofdpersoon een losbandig vrijgezellenleven leidt.
  • Deel 2 het korte familieleven in Nederland.
  • Deel 3 het leven van een alleenstaande papa die voor zijn dochtertje van 0 tot 3 jaar zorgt.
  • Deel 4 het rouwproces van papa die zijn dochtertje moet missen nu zij bij mama woont.
Misschien ligt het aan mijn leeftijd dat het eerste deel mij niet zo kan bekoren. Ik persoonlijk vind het niet zo interessant om alle details van iemands heftige seksleven te lezen, maar misschien dat leeftijdsgenoten dit herkennen of zo willen zijn, hierdoor juist gepakt worden en het boek gaan lezen.

Toch speelt het eerste deel van dit boek bij nader inzien een belangrijke rol in het verkrijgen van inzicht in de ontwikkeling van de hoofdpersoon. Het is het startpunt vanwaar de hoofdpersoon groeit van een losbandige vrijgezel in een zorgzame, verantwoordelijke papa.

De persoonlijke groei van de hoofdpersoon in dit verhaal is mooi en erg realistisch beschreven. Wat sterk naar voren komt door het hele verhaal heen, zijn de emoties van alle partijen die zo karakteristiek zijn voor dit soort familiekwesties.

Aan mensen die geen ervaring hebben met de familierechtbanken, kan ik zeggen dat de wispelturigheid en dreigementen van de moeder, de laksheid van advocaten, het eindeloze wachten, de knoeierij van de Raad voor de Kinderbescherming en het gedoe bij de rechtbanken ook erg realistisch zijn.

Zeer 'verrassend' is de uitspraak in Hoger Beroep van drie rechters van het Gerechtshof Amsterdam die niet zoals gebruikelijk voor continuïteit kiezen, maar 'regelgeving in het buitenland' verkiezen boven de gang van zaken in eigen land. Deze uitspraak van de Amsterdamse rechters leidde in de rubriek Vrouw van de Telegraaf van 7 oktober 2007 zelfs tot een discussie van de dag onder de titel: "Vaders hebben geen rechten".

Al met al is het een boek dat de moeite van het lezen waard is. Vooral voor jonge mensen die aan het begin van het traject staan, is het een ‘eyeopener’.

Hopelijk zullen er meer vaders in Nederland de moeite nemen om hun verhaal en ervaringen met de familierechtbanken op te tekenen.

Marijke de Both
Purple Heart van Fathers 4 Justice



Weg van Lila staat in de Bestseller Top 25 Literatuur (best verkochte boeken) op Bol.com



Boekpresentatie Patrick van Rhijn

Boek "Weg van Lila" wordt door zangeres Do gepresenteerd aan schrijver Patrick van Rhijn, 18 oktober 2007 19:30, te Hilversum




Patrick van Rhijn presenteert zijn nieuwe boek "Weg van Lila" samen met zangeres (Do)minique van Hulst op 18 oktober 2007 in Hilversum

Patrick van Rhijn met Peter Tromp van Vaderkenniscentrum tijdens de presentatie in Hilversum

Nederlandse Do(minique van Hulst) zingt haar wereldhit 'Heaven' live en unplugged bij Top of the Pops.





Weg van Lila

Op 7 juli 2006 verloor Patrick van Rhijn, na drie jaar alleen voor zijn dochtertje te hebben gezorgd, de laatste rechtszaak om haar hoofdverblijfplaats. Zijn nu 4-jarige dochtertje woont sindsdien bij haar moeder in Zweden.

Zijn romandebuut Weg van Lila is het aangrijpende, maar vaak ook hilarische verslag van deze turbulente jaren. Djon Maas lijkt de tijd van zijn leven te hebben als regisseur bij MTV in Londen. Niet alleen werkt hij met wereldsterren als Robbie Williams, Janet Jackson en Christina Aguilera, maar hij weet ook de ene na de andere babe te scoren. Aan zijn leven van wilde feesten, drank, one-, two- en threenightstands komt een einde als hij Mikki leert kennen en hij eindelijk de confrontatie aangaat met zichzelf en zijn verleden.

Om privéredenen, die worden beschreven in het boek Weg van Lila, besluit Van Rhijn eind 2001 om samen met zijn Zweedse vriendin terug te keren naar Nederland. Hij trouwt met haar en niet lang daarna – in juni 2002 - krijgen zij een prachtige dochter (Lila in het boek). Het vaderschap maakt van Djon een ander mens.

Maar het huwelijk houdt geen stand en een jaar later gaan hij en zijn Zweedse partner Mikki uit elkaar en besluit Mikki terug te keren naar haar vaderland Zweden. Eerst laat ze Lila vrijwillig bij hem achter maar al snel eist ze dat het dan 1-jarige meisje bij haar in Zweden komt wonen. Djon weigert en de twee komen in de rechtszaal lijnrecht tegenover elkaar te staan in een rechtszaak over bij wie het dan 1-jarige meisje zal opgroeien.

Van Rhijn krijgt haar in eerste instantie toegewezen. Drie jaar lang voedt Djon zijn dochtertje met ziel en zaligheid op. Dan wijst de rechter – tot Djons verbijstering – Lila alsnog aan de moeder toe. Na drie jaar volledige zorg krijgt hij op 7 juli 2006 te horen dat hij het meisje alsnog naar Zweden moet laten gaan. Hoe gaat Djon om met dit verschrikkelijke verlies? Valt hij terug in zelfdestructie of lukt het hem groter te worden dan zijn verdriet?

Als teken van liefde en respect naar alle betrokkenen maar ook als voorzet tot nadenken en als kritische noot naar de wet en de positie van vaders in voogdijzaken besluit Van Rhijn om de dagboeken die hij voor zijn dochtertje bijhield in de drie jaar dat hij haar bij zich had, te gebruiken als basis voor het schrijven van zijn debuutroman



Patrick van Rhijn in Goedemorgen Nederland

Interview Goedemorgen Nederland
KRO - Goedemorgen Nederland Deel 1 - maandag 15 oktober 2007

Schrijver Patrick van Rhijn over ‘Weg van Lila’, een autobiografische roman over de strijd voor zijn dochtertje. Op maandag 15 oktober was vader Patrick van Rhijn (MTV regisseur) te gast in het programma Goedemorgen Nederland. Klik hier om de uitzending te bekijken. Het interview met Patrick van Rhijn begint zo rond de 5 minuten.

Goedemorgen presentator Sven Kockelmann na afloop: 'Ik vond Weg van Lila echt een heel aangrijpend boek!'




Boektrailer - Weg van Lila – Het vaderschap maakt van Djon een ander mens ….

Weg van Lila is het autobiografische verhaal over Djon, een jonge MTV regisseur die drie jaar alleen voor zijn dochtertje, van nu vier jaar, zorgt en die dan de rechtzaak verliest waarna hij het meisje naar haar moeder in Zweden moet laten vertrekken. Het is het hilarische, maar genadeloos eerlijke verhaal over hoe zowel de vader, de moeder als het kind die conflict- en scheidingssituatie ervaren en hoe ze omgaan met hun angsten, onzekerheden, woede en verdriet.

woensdag, november 21, 2007

45. SP wint vadertrofee 2007

De SP heeft de vadertrofee 2007 gewonnen. De prijs werd op dinsdagmiddag 20 november uitgereikt in het kader van de internationale dag van de rechten voor het kind en is een initiatief van het Vaderkenniscentrum en Fathers4Justice.

Krista van Velzen, Harry van Bommel en Sharon Gesthuizen (namens Jan de Wit) luisteren met de door juryvoorzitter Louis Tavecchio uitgereikte vadertrofee 2007 in de hand naar de toelichting van Joep Zander op zijn schilderij

Juryvoorzitter en hoogleraar Pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam Louis Tavecchio reikte de prijs, een schilderij van Joep Zander, uit aan de Kamerleden Jan de Wit, Krista van Velzen en Harry van Bommel in verband met hun activiteiten ter bevordering van gelijkwaardig ouderschap, ook na echtscheiding, een thema dat door de SP ook in haar verkiezingsprogramma werd opgenomen. In het bijzonder roemde de jury de inzet van Jan de Wit die bij de behandeling van het wetsvoorstel voortgezet ouderschap na scheiding een wijzigingsvoorstel indiende dat zou leiden tot een betere ouderschapsverdeling.

De prijs, die dit jaar voor het eerst werd uitgereikt, wordt toegekend aan degene(n) die zich het afgelopen jaar het meest verdienstelijk maakte(n) in het bevorderen van meer armslag en ruimte voor het vaderschap bij de opvoeding van kinderen en het terugbrengen van vaderskant van families in het leven van kinderen.

Naast de SP waren dit jaar ook de VVD en GroenLinks genomineerd voor de vadertrofee. De VVD in verband met haar initiatiefwetsvoorstel dat de positie van vaders na een scheiding moest versterken, GroenLinks vanwege de door haar gepubliceerde vaderverklaring.

Zie voor de uitgebreide juryrapporten van de drie genomineerde politieke partijen:

  1. Jury nominatie SP
  2. Jury nominatie VVD
  3. Jury nominatie GroenLinks
De keuze was moeilijk, verklaarde juryvoorzitter Louis Tavecchio tijdens de uitreiking. Wat voor de jury daarbij de doorslag gaf voor de keuze van de SP als de winnaar in 2007 was dat:
  • de SP het gelijkwaardig ouderschap na scheiding in haar verkiezingsprogramma opnam en met het aangenomen SP-amendement 26 op het gelijkwaardig ouderschap van Jan de Wit bij het Wetsvoorstel op de Bevordering van het Voortgezet Ouderschap na Scheiding (Wetsvoorstel 30145 geheten) daadwerkelijk een belangrijk resultaat wist te behalen wat betreft het beter betrokken houden van vaders bij de zorg en opvoeding van hun kinderen na een scheiding.
  • dat de SP als enige van de drie genomineerde partijen zowel politieke initiatieven nam en resultaten behaalde bij het scheppen van ruimte voor betrokken vaderschap voor vaders in het algemeen (aangenomen motie tot gelijkschakeling van het vaderschapsverlof aan het moederschapsverlof in het leger), als voor de groep gescheiden vaders in het bijzonder (aangenomen amendement op het gelijkwaardig ouderschap na scheiding).
  • dat het vaderbeleid van de SP vorm en inhoud krijgt op meerdere beleidsterreinen tegelijk en vanuit meerdere politieke portefeuillehouders.
  • en "last" maar zeker niet "least" dat de SP-kamerleden zich waar mogelijk ook in individuele schrijnende gevallen openstellen voor het stellen van kamervragen namens verontruste ouders en/of grootouders (bijvoorbeeld in het geval van onderhoudsverhaal voor hun kleinkind vanuit Duitsland op de Nederlandse grootouders van vaderskant), dan wel bemiddelden in het buitenland waar het rechteloos gemaakte vaders betrof zoals de Roemeense vader Vasilica Grosu en zijn zoontje Andrei.
De toekenning van de Vadertrofee in 2007 aan de SP is meer dan verdiend, was daarmee het eindoordeel van de jury, die naast juryvoorzitter professor Tavecchio, bestond uit de pedagoog Peter Tromp van het Vaderkenniscentrum, de publicist en kunstenaar Joep Zander en de internationale coördinator van Fathers-4-Justice Andrew Work.

SP: Gefeliciteerd!

Foto's van de uitreiking van de vadertrofee 2007 aan de SP-fractie in de Tweede Kamer op dinsdagmiddag 20 november.

Krista van Velzen en Harry van Bommel (SP)

Peter Tromp van het Vaderkenniscentrum vertelt tijdens de uitreiking waarom het initiatief tot een vadertrofee werd genomen. Vanaf 2008 zal de vadertrofee jaarlijks op vaderdag worden uitgereikt.

V.l.n.r. Harry van Bommel, Sharon Gesthuizen en Jan de Wit van de SP-Tweede Kamerfractie met fractiemedewerker Alexander van Steenderen

Juryvoorzitter Louis Tavecchio met de juryrapporten en de einduitslag: Winnaar van de vadertrofee 2007 is de SP, omdat ....!

Gewonnen ! Krista van Velzen, Harry van Bommel en Sharon Gesthuizen van de SP-fractie pakken de Vaderdagtrofee 2007 - een schilderij van Joep Zander - uit, terwijl de initiatiefnemers Peter Tromp van het Vaderkenniscentrum en Joep Zander toekijken



Joep zander geeft nog een toelichting ....

Peter Tromp feliciteert de winnaars ....

Hoogleraar Louis Tavecchio nog even in gesprek met SP-Tweede Kamerlid Sharon Gesthuizen: Allebei dagelijks bezig met de kinderopvang

Paul Bastianen en Abdi Jama, beiden Stichting Kind en Omgangsrecht

Joep Zander met Bas van 't Hof en Dennis Grippeling (Fathers4Justice)



- Einde -

vrijdag, november 16, 2007

44. Vaderbeweging reikt op 20 november in Tweede Kamer vadertrofee m/v uit aan politieke partij






Aankondiging, Utrecht, 16 november 2007

De Nederlandse vaderbeweging zal op 20 november, de internationale dag van de rechten voor het kind, in het gebouw van de Tweede Kamer te Den Haag de jaarlijkse Vadertrofee m/v uitreiken. Voor deze eerste Vadertrofee zijn drie politieke partijen genomineerd: GroenLinks, SP en VVD. De trofee wordt uitgereikt door juryvoorzitter professor Louis Tavecchio, bijzonder hoogleraar Pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam.

De jury van de Vadertrofee heeft gekozen voor de nominatie van deze drie politieke partijen omdat zij het vaderschap op de politieke agenda hebben geplaatst. GroenLinks heeft een eigen ‘vaderverklaring’ uitgegeven, de SP nam ‘gelijkwaardig ouderschap’ op in het verkiezingsprogramma en de VVD kwam met een initiatiefwetsvoorstel dat de positie van de vader na een scheiding moest versterken. De trofee voor dit jaar is een schilderij van kunstenaar en publicist Joep Zander.

De Vadertrofee zal vanaf 2008 gewoon op vaderdag worden uitgereikt. Om het in het leven roepen van deze trofee te markeren heeft de vaderbeweging gemeend de internationale dag van de rechten van het kind te moeten aangrijpen aangezien de belangen van het kind bij het toekennen van deze trofee centraal staan. In de jury zitten naast professor Tavecchio vertegenwoordigers van het Vaderkenniscentrum en Fathers4Justice.

De Vadertrofee m/v wordt uitgereikt na bekendmaking van het juryrapport op dinsdagmiddag 20 november in het gebouw van de Tweede Kamer.

Voor meer informatie: Vadertrofee m/v

donderdag, november 15, 2007

43. Telegraaf over oordeel Gerechtshof Den Haag :: "Kinderen horen bij hun moeder! Beau niet naar haar vader in Australië"



Uitspraak Gerechtshof Den Haag in hoger beroep in Australische kinderontvoeringszaak


Kinderen horen bij hun moeder! Beau niet naar haar vader in Australië


Telegraaf – Vrouw - Actueel | Reageer do 15 nov 2007, 12:31 | 4 reacties

AMSTERDAM - De rechter beslist bijna altijd in het voordeel van de moeder. Zo nu ook weer bij Beau. Is dit niet een beetje onterecht? Of is een kind gewoon het beste af bij de moeder? En zorgen moeders veel beter voor hun kroost.

De 8 jarige Beau mag van de rechter bij haar moeder in Nederland blijven. Haar vader die in Australië woont had de voogdij opgeëist. Tevergeefs dus.

Meer rechten

De rechters geven de voogdij bijna altijd aan de moeder. Heeft een moeder door die negen maanden meer rechten? Of geeft een moeder gewoon meer om haar kind? Juist door deze speciale band? En weten alleen moeders precies wat hun kroost nodig heeft?

Praat mee via onderstaande reageerbutton.


Gerelateerde artikelen


Uitspraak Gerechtshof Den Haag in hoger beroep in Australische kinderontvoeringszaak

Bron: Gerechtshof ’s-Gravenhage - Datum actualiteit: 14 november 2007

LJ Nummer BB7840

Den Haag, 14 november 2007 - Het Gerechtshof ‘s-Gravenhage heeft vandaag de beschikking van de rechtbank Middelburg vernietigd waarin was bepaald dat de minderjarige B. teruggebracht moest worden naar de vader in Australië. (LJN: BB5909)

Het hof is er van uitgegaan dat de schriftelijke toestemming van mei 2005 van de vader aan de moeder om met het kind naar Nederland te vertrekken nog rechtskracht heeft. Het hof komt tot dat oordeel op grond van de uitleg van het Australische recht. De moeder is dus niet met het kind ‘ongeoorloofd’ - in de zin van het Haags Kinderontvoeringsverdrag - naar Nederland vertrokken. Het hof heeft het verzoek van de Nederlandse Centrale Autoriteit om de teruggeleiding van het kind naar Australië te bevelen daarom afgewezen.

De Centrale Autoriteit treedt op namens de Nederlandse staat en de ouder van wie het kind zou zijn ontvoerd en is op grond van het verdrag verplicht om voor de onmiddellijke terugkeer van het kind zorg te dragen.

Tegen de uitspraak van het hof kan binnen vier weken beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.


Uitspraak in hoger beroep in Australische kinderontvoeringszaak

LJN: BB7840, Gerechtshof 's-Gravenhage , 1483-M-07

Datum uitspraak: 14-11-2007
Datum publicatie: 14-11-2007
Rechtsgebied: Personen-en familierecht
Soort procedure: Hoger beroep

Inhoudsindicatie:

Teruggeleiding minderjarige naar plaats gewone verblijf in Australie dan wel de afgifte aan de vader. Het hof oordeelt dat de aangezochte rechter - op grond van het vertrouwensbeginsel - niet zonder meer gebonden is aan de uitleg van het buitenlandse recht in een ingevolge artikel 15 van het Haags Kinderontvoeringsverdrag ( HKOV ) afgegeven verklaring dan wel dat hij zonder meer daar op moet afgaan: de aangezochte rechter moet zelfstandig beslissen of met inachtneming van het buitenlands recht is voldaan aan de voorwaarden om het verzoek tot teruggeleiding tot te wijzen. In dit geval heeft de vader met de rechterlijke bekrachtigde Parenting Order toestemming gegeven de verblijfplaats van de minderjarige te wijzigen en daarmee in zoverre afstand gedaan van de uitoefening van zijn gezagsrecht als bedoeld in artikel 5 HKOV. Beslissing:afwijzing van het verzoek tot onmiddellijke teruggeleiding.


Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 14 november 2007

Rekestnummer. : 1483-M-07

Rekestnr. rechtbank : JE RK 07-1103

[appellante],

wonende te [woonplaats],

appellante in hoger beroep,

hierna te noemen de moeder,

procureur mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt,

tegen

de Directie Justitieel Jeugdbeleid,

Afdeling Juridische en Internationale Zaken van het Ministerie van Justitie,

handelend in haar hoedanigheid van Centrale Autoriteit,

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de Centrale Autoriteit,

zowel voor zichzelf als mede namens:

[vader],

wonende te Brisbane, Australië,

hierna te noemen: de vader,

gemachtigde: mr. A.M.E. Guiliano.

Als belanghebbende is aangemerkt:

de raad voor de kinderbescherming,

vestiging Middelburg,

hierna te noemen: de raad.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De moeder is op 18 oktober 2007 in hoger beroep gekomen van een beschik¬king van de rechtbank te Middelburg van 5 oktober 2007.

De Centrale Autoriteit heeft geen verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de Centrale Autoriteit heeft het hof op voorhand een pleitnota, ingekomen per fax op 30 oktober 2007, doen toekomen.

Van de zijde van de moeder zijn bij het hof op 29 oktober 2007 aanvullende stukken ingekomen.

De raad heeft het hof bij brief van 25 oktober 2007 laten weten niet ter terechtzitting te zullen verschijnen.

Op 31 oktober 2007 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de moeder, bijgestaan door haar advocaat, mr. J.A.M. Schoenmakers, en namens de Centrale Autoriteit, mr. A.M.E. Giuliano, vergezeld door mr. M.P. Verveer. De vader is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De aanwezigen hebben het woord gevoerd, mr. Schoenmakers en mr. Giuliano onder meer aan de hand van de bij de stukken gevoegde pleitnotities. [De minderjarige] is in raadkamer gehoord.

HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN DE VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking heeft de rechtbank gelast dat de hierna te noemen minderjarige uiterlijk binnen twee maanden na de datum van de beschikking door de moeder wordt teruggebracht naar de plaats van haar gewone verblijf in Australië. Voorts heeft de rechtbank bepaald dat de hierna te noemen minderjarige aan de vader wordt afgegeven indien de moeder nalatig blijft aan het bevel te voldoen en is het meer of anders verzochte afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht. In hoger beroep wordt uitgegaan van het navolgende:

De moeder heeft de Nederlandse nationaliteit, de vader de Australische. Partijen hebben elkaar in Nederland leren kennen; [in] 1999 is in Nederland [de minderjarige] geboren. Partijen zijn medio 2000 naar Australië vertrokken om daar te wonen en te werken; in 2001 zijn zij in het huwelijk getreden. In april 2005 zijn partijen uit elkaar gegaan; [de minderjarige] is onder de dagelijks zorg van de moeder gebleven.

Partijen hebben op 19 mei 2005 een ‘Consent Order’ ondertekend, waarin onder meer - voor zover hier van belang – partijen een ‘Parenting Order’ zijn overeengekomen inhoudende:

“(..)

CHILDREN’S ORDERS

(..)

7. If at any stage the mother wishes to relocate with the child, including to a location outside of Australia (with it being specifically noted that the mother and child were both born in The Netherlands and the mother may wish to return with the child to the Netherlands) then the father will unconditionally sign all documents and do all such acts and things to facilitate:

(a) the child’s obtaining a passport and travel/entry documents as may be required to facilitate the lawful movements of the mother and/or the child;

(b) the child’s exit from Australia and entry into the Netherlands (or such other country as the mother may from time to time-require), together with her re-entry and exist on multiple occasions to and from whatever countries the mother and child reside; and

(c) the child’s continuing residence in such other country as the mother may direct from time to time.

NOTATIONS

(..)

F. The parties acknowledge that the frequency and duration of contact will necessarily change if the mother and child relocate outside of Australia. If she were to do so the father acknowledges that his contact of necessity would occur either during school holidays or on such other occasions which would require him to travel to the child’s country of then residence.”

Op 2 juni 2005 is de ‘Parenting Order’ door de rechter in de ‘Family Court of Australia’ te Brisbane onder nummer 1537/05 bekrachtigd.

Op 18 november 2006 krijgt de Divorce order van 17 oktober 2006 van de ”Federal Magistrates Court of Australia” zijn gelding blijkens een daartoe door dit gerecht afgegeven “Certificate of Divorce”.

Op 9 maart 2007 heeft de vader een “Application” formulier ‘seeking orders Family Law Act1975/Children/Property’ ingevuld en ingediend bij de Federal Magistrates Court of Australia, blijkens een daarop gesteld stempel binnengekomen op 14 maart 2007 bij de “Brisbane Registry”; aan het gerecht wordt verzocht om “Parenting Orders” en “Property Orders”. Nadien heeft de vader zijn verzoek nog aangevuld in die zin dat hij verzoekt de eerder afgegeven parenting order van 2 juni 2005 terzijde te doen stellen.

Op 11 april 2007 heeft een Child Dispute Conference plaatsgevonden.

Een zitting (“hearing date”) is bepaald op 20 april 2007.

Op 12 april 2007 is de moeder met [de minderjarige] naar Nederland vertrokken.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. Ter beoordeling van het hof staat de teruggeleiding van [de minderjarige] naar de plaats van haar gewone verblijf in Australië, dan wel de afgifte aan de vader.

2. De moeder verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en alsnog de Centrale Autoriteit en de vader niet-ontvankelijk te verklaren, althans het verzoek van de Centrale Autoriteit en de vader af te wijzen.

3. De Centrale Autoriteit bestrijdt haar beroep en verzoekt het hof de bestreden beschikking, eventueel onder aanvulling of verbetering van gronden, te bekrachtigen. De Centrale Autoriteit verwijst daarvoor mede naar de door haar overgelegde verklaring van 12 juni 2007 van de Australische Centrale Autoriteit, de zogenaamde ‘Article 15 declaration’.

4. De moeder heeft tegen de bestreden beschikking zeventien grieven gericht.

Ontvankelijkheid

5. De moeder stelt in de vierde grief dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen: “de kinderrechter stelt vast dat, in het licht van hetgeen het Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen, hierna het HKOV, eist, voldoende is getracht overeenstemming tussen partijen te bereiken in deze kwestie”. De moeder staat open voor overleg met de vader en stelt dat er schending is van artikel 7 van het HKOV, nu op geen enkele wijze de mogelijkheid van een schikking is onderzocht. De Centrale Autoriteit meent dat zij haar verplichtingen ex artikel 7 van het HKOV is nagekomen.

6. Het hof is van oordeel dat het verweer van de moeder niet slaagt en overweegt daartoe als volgt . Uit de stukken is naar voren gekomen dat de Centrale Autoriteit de moeder op 14 juni 2007 heeft aangeschreven en heeft aangegeven, behulpzaam te kunnen zijn bij het bereiken van een minnelijke regeling. De moeder heeft niet aangegeven daarop te willen ingaan. Eerst bij brief van 8 augustus 2007 van de advocaat van de moeder wordt aangegeven dat de moeder zou openstaan voor bemiddeling. In dat stadium wenste de vader daaraan niet meer mee te werken, omdat hij het teruggeleidingsverzoek met spoed wilde voorleggen aan de rechter. Het hof is dan ook van oordeel dat de Centrale Autoriteit zich voldoende heeft ingespannen om te trachten partijen tot overeenstemming te brengen. De omstandigheid dat dit niet is gelukt, doet daaraan niet af.

Toepasselijk recht

7. In de derde grief bestrijdt de moeder de vaststelling van de rechtbank in de bestreden beschikking, dat Australisch recht van toepassing is. Ingevolge het bepaalde in artikel 3 lid 1 onder a van het HKOV wordt het gezagsrecht beoordeeld naar het recht van de staat waarin het kind onmiddellijk vóór de overbrenging zijn gewone verblijfsplaats had. De moeder betoogt dat na het treffen van de regeling tussen partijen, bevestigd door de “Family Court”op 2 juni 2005, Australië niet langer de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] was, doch Nederland.

8. Het hof stelt voorop dat het begrip “gewone verblijfplaats” een feitelijk begrip is waaraan inhoud wordt gegeven door de omstandigheden en feiten van het concrete geval. In dit geval betreft het een in 1999 in Nederland geboren minderjarige die in 2000 met haar ouders naar Australië vertrekt en daar tot april 2007, het moment van overbrenging naar Nederland, heeft gewoond. Op grond daarvan is het hof van oordeel dat de gewone verblijfplaats vóór de overbrenging Australië is. Het feit dat bij de moeder al langere tijd de intentie heeft bestaan om naar Nederland te vertrekken met [de minderjarige] maakt het niet anders, nu aan die intentie eerst in april 2007 uitvoering is gegeven. Het vorenstaande brengt het hof tot het oordeel dat het gezagsrecht in beginsel dient te worden beoordeeld naar Australisch recht.

Gezag

9. In de zevende grief bestrijdt de moeder dat te dezen sprake is van ouders die gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben over [de minderjarige].

10. Het hof overweegt dat, nu de moeder niet heeft aangegeven op grond van welke wettelijke bepaling dan wel rechterlijke en/of administratieve beslissing er sprake zou zijn van een afwijking van het wettelijke stelsel van gezamenlijk gezag op grond van de Family Law Act 1975 zoals toegelicht in de “Article 15 declaration” van de Australian Government van 12 juni 2007, in de onderhavige zaak ervan wordt uitgegaan dat de ouders gezamenlijk het gezag zoals bedoeld in artikel 3 jº 5 van het HKOV hebben over [de minderjarige].

Beoordeling van het verzoek

11. De vijfde, zesde, tiende en twaalfde grief lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.

De vraag die aan het hof voor ligt is of de moeder [de minderjarige] ‘ongeoorloofd’ in de zin van artikel 3 van het HKOV naar Nederland heeft overgebracht en niet doen terugkeren.

12. Het hof stelt voorop dat ten einde vast te stellen of er sprake is van een ongeoorloofde overbrenging in de zin van artikel 3 van het HKOV, artikel 14 van het HKOV – voor zover hier van belang en verkort weergegeven – bepaalt dat de rechterlijke autoriteit van de aangezochte Staat rechtstreeks rekening kan houden met het recht van de Staat waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft en met de aldaar al dan niet formeel erkende rechterlijke beslissingen.

13. De “Explanatory Report“ bij het HKOV houdt - voor zover hier van belang - in:

“Article 14 – Relaxation of the requirements of proof of foreign law

Since the wrongful nature of a child’s removal is made to depend, in terms of the Convention, on its having occurred as the result of a breach of the actual exercise of custody rights conferred by the law of the child’s habitual residence, it is clear that the authorities of the requested State will have to take this law into consideration when deciding whether the child should be returned. In this sense, the provision (..) that the authorities ‘shall have regard to the law of the child’s habitual residence, could be regarded as superfluous. However, such a provision would on the one hand underline the fact that there is no question of applying that law, but merely of using it as a means of evaluating the conduct of the parties, while on the other hand, in so far it applied to decisions which could underlie the custody rights that had been breached, it would make the Convention appear to be a sort of lex specialis, according to which those decisions would receive effect indirectly in the requested Sate, an effect which would not be made conditional on the obtaining of an exequatur or any other method of recognition of foreign judgments.

Since the first aspect of article 14 necessarily derives from other provisions of the Convention, the actual purport of article 14 is concerned only with the second. The article therefore appears as an optional provision for proving the law of the child’s residence and according to which the authority concerned ‘may take notice directly of the law of, and of judicial or administrative decisions, formally recognized or not in the State of habitual residence of the child, without recourse to the specific procedures for the proof of that law or for the recognition of foreign decisions which would otherwise be applicable’. There is no need to stress the practical importance this rule may have in leading to the speedy decisions which are fundamental to the working of the Convention.”

14. Het hof leidt uit artikel 14 van het HKOV en de daarop gegeven toelichting af, dat het niet gehouden is, om de inhoud van het recht van de staat waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft in een specifieke procedure te doen vaststellen.

Anders dan de rechtbank, is het hof van oordeel, dat de aangezochte rechter - op grond van het vertrouwensbeginsel – niet zonder meer is gebonden aan de uitleg van het buitenlandse recht in een ingevolge artikel 15 van het HKOV afgegeven verklaring, dan wel dat hij daar zonder meer op af zou moeten gaan, maar dient de aangezochte rechter zelfstandig te beslissen of met inachtneming van dat buitenlandse recht is voldaan aan de voorwaarden om het verzoek tot teruggeleiding toe te wijzen.

15. Het hof is van oordeel dat de vader met de rechterlijk bekrachtigde ‘Parenting Order’ zoals hiervoor weergegeven, ondubbelzinnig en onvoorwaardelijk aan de moeder toestemming heeft gegeven om de gewone verblijf/woonplaats van [de minderjarige] te wijzigen. Hij heeft daarmee in zoverre afstand gedaan van de uitoefening van zijn gezagsrecht zoals bedoeld in artikel 5 van het HKOV, te weten het recht om over de verblijfplaats van het kind te beslissen.

16. Daarenboven is in de weergeven ‘Notations’ door de vader tot uitdrukking gebracht dat hij zich heeft gerealiseerd dat wijziging van de verblijfplaats van [de minderjarige] buiten Australië voor hem consequenties heeft in de uitoefening van zijn omgangsrecht en dat hij die consequenties heeft aanvaard.

17. Het hof is van oordeel dat daarmee is voorzien in het bepaalde in artikel 65Y, subsection 2 en onder a, van de Family Law Act 1975 namelijk dat, indien een parenting order van kracht is, een persoon die daarbij partij was, het kind niet buiten Australië mag meenemen tenzij met schriftelijke toestemming van de partijen ten behoeve van wie de parenting order was gemaakt.

18. Voor zover in de “Article 15 declaration” van de Australian Government van 12 juni 2007 is betoogd - en door de Centrale Autoriteit ter zitting in hoger beroep is bepleit - dat te dezen artikel 65Z Family Law Act 1975 – handelende over het máken van een parenting order - van toepassing zou zijn, gaat het hof daaraan voorbij nu uit genoemd wetsartikel niet blijkt dat de rechtskracht van de tussen partijen vaststaande parenting order van 2 juni 2005 is opgehouden te bestaan, althans is komen te vervallen, op de enkele grond dat de vader in maart 2007 bij de ‘Family Court of Australia’ te Brisbane kennelijk een verzoek heeft ingediend ‘seeking parenting/property orders’. Bovendien blijkt uit de tekst van artikel 65 Z niet, dat de toestemming door een partij eerst na het instellen van een nieuwe procedure zou moeten worden verleend. Deze voorwaarde wordt blijkens artikel 65Z wel aan een rechterlijke toestemming verbonden, doch niet aan een door een partij te geven toestemming. Overigens heeft de Centrale Autoriteit niet kunnen aangeven op grond van welke wettelijke bepaling artikel 65Z van de Family Law Act 1975 in de onderhavige situatie (dwingend) van toepassing moet worden geacht, en evenmin valt dit te lezen in de “Article 15 Declaration”.

Naar het oordeel van het hof voorziet artikel 65 X, tweede lid, Family Law Act 1975 daarin niet, omdat te dezen niet sprake is van de situatie weergegeven in artikel 65 X als: “if an appeal against a decision of a court in proceedings has been instituted and is pending”, maar van een – bijna twee jaren nadien – ingediend verzoek tot het ter zijde stellen van een eerdere “parenting order”.

Het hof verwerpt hiermee ook de stelling van de Centrale Autoriteit, dat de moeder op het moment van overbrenging niet langer gerechtigd zou zijn om zonder voorafgaande instemming van de Australische rechter de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] te wijzigen en dat aan de Australische rechter een (gedeeltelijk) gezagsrecht zou zijn overgedragen. Nog daargelaten of een zodanig overgedragen gezagsrecht een gezagsrecht is in de zin van artikel 5 van het HKOV, uit artikel 65Y blijkt - en overigens ook uit artikel 65Z - dat een toestemming van partijen volstaat.

19. Uit bovenstaande overwegingen volgt dat naar het oordeel van het hof geen sprake is van schending van artikel 3 jº 5 van het HKOV in de zin dat de moeder [de minderjarige] ongeoorloofd heeft overgebracht naar Nederland en aldaar heeft achtergehouden zodat het verzoek tot onmiddellijke teruggeleiding van [de minderjarige] naar Australië wordt afgewezen.

20. In het licht hiervan behoeven de overige grieven van de moeder geen bespreking meer.

21. Gelet op het bovenstaande dient de bestreden beschikking te worden vernietigd en als na te melden te worden beslist.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

  • vernietigt de bestreden beschikking en, opnieuw beschikkende:
  • wijst het inleidende verzoek van de Centrale Autoriteit af;
  • wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Mink, Pannekoek-Dubois en Mos-Verstraten, bijgestaan door mr. Steenks als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 november 2007.


De beroepsgegevens van de oordelende rechters:

http://namenlijst.rechtspraak.nl/ (stand opgenomen op 15 november 2007)

  • Mevrouw mr. E.A. Mink: Rechter Rechtbank ’s-Gravenhage sinds 2005-09-01 (Nevenbetrekking: Lid Kerkenraad PKN in Den Haag – Oost van 2001-09-01 tot 2006-09-17)
  • Mevrouw mr. C.M. Pannekoek-Dubois: Raadsheer aan het Gerechtshof ’s-Gravenhage sinds 2000-01-01 (Nevenbetrekkingen: (a) Lid van de Commissie Bezwaar van de Raad voor Rechtsbijstand in Den Haag sinds 2003-09-03; (b) Plaatsvervangend lid van het Hof van Discipline sinds 2001-07-23: (c) Voorzitter klachtencommissie Vereniging van Familierecht Advocaten en –Scheidingsbemiddelaars sinds 2001-01-01
  • Mevrouw mr. A.E. Mos-Verstraten: Raadsheer aan het Gerechtshof 's-Gravenhage sinds 2001-09-01 (Nevenbetrekking: Lid Selectiecommissie RM sinds 2001-02-01)

Van rechtswege zijn de (plv-)leden RM van de rechtbank aangesteld als rechter-plaatsvervanger in de overige rechtbanken.

Van rechtswege zijn de (plv-)leden RM van het gerechtshof aangesteld als raadsheer-plaatsvervanger in de overige gerechtshoven.



Artikelen in de media:


Beau hoeft niet naar Australië.
Opluchting en vreugde na uitspraak gerechtshof in zaak Beau

Provinciale Zeeuwse Courant – Donderdag 15 november 2007

YERSEKE - De 8-jarige Beau uit Yerseke hoeft niet terug niet Australië. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag gisteren bepaald. ...In Yerseke heerste gisteren grote opluchting toen duidelijk werd dat Beau niet terug hoeft naar Australië. ...

Beau (8) mag in Nederland blijven Algemeen Dagblad
„Dit wens ik andere ouders niet toe” Reformatorisch Dagblad
Provinciale Zeeuwse Courant

Kinderen horen bij hun moeder!
De Telegraaf - 2 uur geleden
Zo nu ook weer bij Beau. Is dit niet een beetje onterecht? Of is een kind gewoon het beste af bij de moeder? En zorgen moeders veel beter voor hun kroost. ...

„Dit wens ik andere ouders niet toe”
Reformatorisch Dagblad - 15 nov 2007
YERSEKE - De 8-jarige Beau Boone uit Yerseke hoeft niet terug naar haar vader in Australië. Het gerechtshof in Den Haag bepaalde woensdag dat het meisje in ...

Beau blijft, plan B en C in de kast
BN/De Stem - 15 nov 2007
Donderdag 15 november 2007 - YERSEKE - In Yerseke heerste gisteren grote opluchting toen duidelijk werd dat Beau niet terug hoeft naar Australië. ...

Opluchting en vreugde na uitspraak gerechtshof in zaak Beau
Provinciale Zeeuwse Courant - 15 nov 2007
Donderdag 15 november 2007 - YERSEKE - In Yerseke heerste gisteren grote opluchting toen duidelijk werd dat Beau niet terug hoeft naar Australië. ...

Beau hoeft niet naar Australië.
Provinciale Zeeuwse Courant - 15 nov 2007
Donderdag 15 november 2007 - YERSEKE - De 8-jarige Beau uit Yerseke hoeft niet terug niet Australië. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag gisteren bepaald. ...

Beau (8) mag in Nederland blijven
Algemeen Dagblad - 15 nov 2007
DEN HAAG/BREDA - Het 8-jarige Nederlands-Australische meisje Beau Ballin mag bij haar moeder in Nederland blijven en hoeft niet terug naar haar vader in ...

Was dit ons laatste weekend samen?
Provinciale Zeeuwse Courant - 13 nov 2007
Dinsdag 13 november 2007 - BREDA/YERSEKE - De gedachte is afgelopen zaterdag en zondag honderden malen door haar hoofd geschoten. ...

'Was dit ons laatste weekend samen?'
BN/De Stem - 12 nov 2007
Dinsdag 13 november 2007 - BREDA/YERSEKE - De gedachte is afgelopen zaterdag en zondag honderden malen door haar hoofd geschoten. ...

'Als dit kind weg moet, is er geen hoop meer'
BN/De Stem - 12 nov 2007
Dinsdag 13 november 2007 - Nog één dag en Margo Boone uit Yerseke weet of haar dochter Beau (8) van de Hoge Raad weg moet uit Nederland. ...

'Als dit kind weg moet, is er geen hoop meer'
Provinciale Zeeuwse Courant - 12 nov 2007
Dinsdag 13 november 2007 - Spanning bij moeders over uitzetting kind naar ex in buitenland.Margo Boone en haar dochter kunnen nu alleen nog wachten. ...

Op de bres voor Beau
De Telegraaf - 1 nov 2007
AMSTERDAM - Moeder Margot Boone heeft zwart op wit toestemming van haar ex-echtgenoot dat ze hun 8-jarige dochtertje Beau vanuit Australië mocht meenemen ...

Wat U Zegt
De Telegraaf - 1 nov 2007
Beau moet terug naar haar vader in Australië. Noa, Cloe en vele andere Nederlandse kinderen gingen haar voor. Deze kinderen worden in het land van de vader ...

Kwestie-Beau nog geen verloren zaak
Provinciale Zeeuwse Courant - 31 okt 2007
Donderdag 1 november 2007 - YERSEKE - Advocaat J. Schoenmakers ziet de uitspraak van het gerechtshof in Den Haag in de kwestie-Beau met vertrouwen tegemoet. ...

Raad maakt zich sterk voor Beau
Provinciale Zeeuwse Courant - 26 okt 2007
Zaterdag 27 oktober 2007 - YERSEKE - De voltallige Reimerswaalse gemeenteraad wil voorkomen dat het achtjarige meisje Beau uit Yerseke wordt gescheiden van ...

Yersekse moeder voert verbeten strijd om dochter
BN/De Stem - 18 okt 2007
Hoewel ze alle benodigde voogdijpapieren in handen heeft, bepaalde de kinderrechter in Middelburg onlangs toch dat haar 8-jarige dochter Beau binnen twee ...

'Ik ben geen kinderontvoerder'
Provinciale Zeeuwse Courant - 17 okt 2007
Hoewel ze alle benodigde voogdijpapieren in handen heeft, bepaalde de kinderrechter in Middelburg onlangs toch dat haar 8-jarige dochter Beau binnen twee ...

Haags hofbepaalt lot Beau (8)
Algemeen Dagblad - 16 okt 2007
BREDA/HILVERSUM - Het lot van de 8-jarige Beau ligt in handen van het gerechtshof in Den Haag. Dat beslist in november of dit Nederlands-Australische meisje ...


zondag, november 11, 2007

41. Papa maakt (het) verschil

Over de relatie tussen gezinsstructuur, betrokkenheid van vaders en gedragseffecten op adolescenten

Vertaling uit het Engels naar het Nederlands door Pieter Tromp, Vaderkenniscentrum

Feiten betreffende het verband tussen de betrokkenheid van gescheiden vaders en het gedrag van adolescente kinderen:

Uit een in de Amerikaanse “Journal of Marriage and Family” gepubliceerde studie uit 2006, waarin de betrokkenheid van gescheiden vaders bij hun adolescente kinderen werd onderzocht, bleek dat „hoe groter de betrokkenheid van de vaders bij hun adolescente kinderen was, hoe minder gedragsproblemen de adolescenten hadden, zowel in termen van agressie, als asociaal gedrag en negatieve gevoelens zoals angst, bezorgdheid, depressie, en een laag zelfrespect.

De betrokkenheid van gescheiden vaders werd gemeten:

  • aan de frequentie en mate waarmee de vaders belangrijke besluiten met hun adolescente kinderen bespraken en naar hun adolescente kinderen luisterden, weet hadden bij wie hun adolescente kinderen verbleven wanneer zij zelf niet bij hen waren, en aan- dan wel afwezig waren bij voor hun adolescente kinderen belangrijke gebeurtenissen of activiteiten,
  • alsook middels rapportages van hun adolescente kinderen over de band met hun vader en of hun vaders voldoende tijd met hen doorbrachten en aan hen besteedden en hoe goed zij zaken onderling met elkaar konden delen en bespreken.„

Steekproeftrekking en onderzoeksbeschrijving

De gegevens zijn afkomstig uit de 1996 en 2000 datacohorten van het Amerikaanse Nationale Longitudinale Onderzoek van de Jeugd uit 1979 (NLSY); de onderzoekssteekproef bestond uit 2.733 adolescenten, in 1996 en 2000 steeds in de leeftijd van 10 tot 14 jaar oud, die met hun moeders leefden en van wie de vaders op het tijdstip van de gesprekken elders verbleven.

Bron: Marcia J. Carlson, „Gezinsstructuur, betrokkenheid van vaders en gedragseffecten op adolescenten”, Journal of Marriage and Family, Volume 68, Nummer 1, Februari 2006, pp 137-154; geciteerd in Family Facts van de Heritage Foundation :: Howard Center: Wereld Congres van het Gezin :: Gezinsfeiten :: De Family Update:: Volume 08 Kwestie 37:: Feit van de Week over het Gezin :: Feitidentificatienummer 8371:: 11 september 2007

Marcia. J. Carlson, Bijzonder hoogleraar voor Maatschappelijk Werk en Sociologie aan de Universiteit van Columbia - School voor Maatschappelijk Werk - CUSSW - New York - USA

B.A., Gordon Universiteit;
Drs., Michigan

40. Rechtsvergelijkend onderzoek inzake afspraken m.b.t. de kinderen bij scheiding van ongehuwde/niet-geregistreerde ouders


Een rechtsvergelijkend onderzoek in opdracht van het Ministerie van Justitie

Prof. mr. M.V. Antokolskaia & Mr. L.M. Coenraad; Vrije Universiteit, Amsterdam, september 2006

SAMENVATTING

Momenteel ligt bij de Tweede Kamer het regeringsvoorstel inzake bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding (Kamerstukken II 2004 - 2005, 30 145). Hierbij wordt onder meer voorgesteld dat het verzoekschrift tot echtscheiding of tot ontbinding van een geregistreerd partnerschap een ouderschapsplan moet bevatten. Voor de naar schatting 18.000 kinderen die betrokken zijn bij een scheiding van ongehuwde/niet-geregistreerde ouders stelt het wetsvoorstel vooralsnog het ouderschapsplan echter niet verplicht.

De doelstelling van dit onderzoek is het inwinnen van informatie uit het buitenland die ondersteuning kan bieden bij de discussie of iets dergelijks als een ouderschapsplan ook mogelijk en nuttig is in geval van uiteen gaan van ouders die noch gehuwd zijn noch in een geregistreerd partnerschap zijn verbonden en van informatie die nuttig kan zijn bij de uitwerking van een dergelijk idee.

Oostenrijk, Portugal, Servië en Slovenië zijn de enige landen in Europa die het maken van afspraken over de kinderen vereisen bij het verbreken van informele relaties. Het maken van deze afspraken is in deze landen een formele voorwaarde voor continuering van gezamenlijk gezag na scheiding.

Naar Oostenrijks recht is de overeenkomst over de hoofdverblijfplaats van het kind de enige afspraak die ouders bij het beëindigen van hun informele relatie omtrent hun minderjarige kinderen moeten maken (art. 167 lid 1 j° art. 177 lid 2 ABGB). Omdat informeel samenlevende ouders hun relatie in Oostenrijk ook op informele wijze kunnen beëindigen, zal de rechter doorgaans geen weet hebben van hun scheiding. Zolang de rechter niet op de hoogte is van het ontbreken van de overeenkomst, loopt het gezamenlijk gezag na scheiding gewoon door, ongeacht of de ouders daadwerkelijk de vereiste overeenkomst hebben gemaakt. De Oostenrijkse wetgever gedoogt deze vorm van automatische voortzetting van gezamenlijk gezag.

De verplichting tot het sluiten van de overeenkomst is in deze gedoogperiode een lex imperfecta. Hiermee wordt bedoeld dat alle rechtshandelingen die door de gescheiden ouders in deze periode van voortgezet ouderschap zijn verricht, hun geldigheid behouden en deze niet met terugwerkende kracht verliezen.

Indien aan de rechter naderhand - bijvoorbeeld bij gerezen problemen tussen de ouders over het voortgezet ouderschap - mocht blijken dat ouders er niet in zijn geslaagd de vereiste overeenkomst over de hoofdverblijfplaats van het kind te maken, zal de rechter aan een van beide ouders het eenhoofdig gezag toekennen. Anders dan in Nederland is de verplichte overeenkomst daarmee een formele voorwaarde voor voortzetting van gezamenlijk gezag na scheiding, hoewel de wetgever, bij gebrek aan controlemogelijkheden, automatische voortzetting van gezamenlijk gezag zonder overeenkomst gedoogt.

Naar Portugees recht moeten ouders in geval van het verbreken van hun informele relatie een overeenkomst maken over de hoofdverblijfplaats van het kind, omgang en kinderalimentatie (art. 1912 jº 1905 van het Portugees BW). Net als in Oostenrijk is deze overeenkomst, formeel gezien, een voorwaarde voor voortgezet gezamenlijk gezag. De scheiding vindt echter op informele wijze plaats en daarom zal de rechter in de praktijk daarvan doorgaans geen weet hebben en kan het gezamenlijk gezag derhalve na scheiding gewoon doorlopen, terwijl de daarvoor formeel vereiste overeenkomst ontbreekt. Ook hier is weer sprake van gedogen.

De vraag rijst of de rechtshandelingen, verricht in de gedoogperiode door de ouder(s) die naderhand níet door de rechter met het gezag is (zijn) belast, rechtsgeldig zijn verricht en deze geldigheid ook behouden, of dat zij deze geldigheid met terugwerkende kracht verliezen.

Het antwoord op deze vraag is helaas niet met zekerheid te geven, nu zelfs de voor dit onderzoek geconsulteerde Portugese informanten, zij het met de nodige voorzichtigheid, lijken te willen suggereren dat de geldigheid van deze rechtshandelingen ‘may be questioned’.

Indien de rechter naderhand ontdekt dat de vereiste overeenkomst ontbreekt, leidt dit er, net als in Oostenrijk, (zo mogelijk na het beproeven van mediation) toe dat de rechter het eenhoofdig gezag toewijst aan een van beide ouders, of, in uitzonderlijke gevallen, aan een derde of aan een heropvoedings- of welzijnsinstituut.

Naar Sloveens recht moeten informeel samenwonende ouders die hun relatie verbreken een overeenkomst maken over het gezag, de opvoeding, kinderalimentatie, omgang, de hoofdverblijfplaats van het kind en de wijze waarop voor het kind bestemde goederen (bijvoorbeeld post) en informatie aan het kind zullen worden overgedragen (art. 105 MFRA). In Slovenië zijn duurzame informele relaties met het huwelijk juridisch gelijk gesteld. Toch geschiedt, net als in Oostenrijk en Portugal, het verbreken van informele relaties op informele wijze. Formeel gezien is de overeenkomst van art. 105 MFRA derhalve vereist voor voortgezet gezamenlijk gezag, maar de facto loopt de gezagstoestand van voor de scheiding gewoon automatisch door. De bevoegde autoriteiten vernemen de verbreking van de informele samenleving dikwijls pas als problemen tussen de ouders ontstaan zijn en ze zich tot de rechter of het center for social work wenden. Hierbij sluit aan dat ook in Slovenië de bepaling van art. 105 MFRA ten aanzien van informeel samenlevenden een lex imperfecta is, in die zin dat het niet voorziet in sancties in geval van schending daarvan.

Hoewel de naleving van de plicht een overeenkomst te sluiten in geval van het verbreken van een informele relatie niet te controleren is, schrijft de MFRA dit toch ook in dit geval voor ter voorkoming van discriminatie tussen kinderen die binnen dan wel buiten huwelijk zijn geboren. De verplichting strekt derhalve ter bevordering van verdere gelijkstelling van huwelijkse en buiten-huwelijkse relaties.

Ook in Servië zijn duurzame informele relaties met het huwelijk juridisch gelijkgesteld. Naar Servisch recht moeten informeel samenwonende ouders die hun relatie verbreken ook een overeenkomst maken over de toekomstige uitoefening van het gezamenlijk gezag. De omvang van een dergelijke overeenkomst is echter veel beperkter dan in Slovenië. Net als in Oostenrijk is het enig verplichte punt waarover overeenstemming moet bestaan de hoofdverblijfplaats van het kind (art. 76 (2) FA).

Hoewel de overeenkomst weliswaar een formeel vereiste voor het voortzetten van het gezamenlijk gezag is, kan de gezamenlijke gezagstoestand van vóór de scheiding na de scheiding de facto derhalve gewoon automatisch doorlopen, zonder de vereiste overeenkomst. De samenwonende partners kunnen hun relatie namelijk beëindigen zonder enige overheidsinstantie daarover te informeren. Net als in de overige drie door ons onderzochte landen, gedoogt ook de Servische wetgever deze vorm van voortgezet gezag zonder de daarvoor vereiste overeenkomst. Ook in Servië is de regeling van art. 75-76 FA een lex imperfecta, omdat de wet niet voorziet in sancties in geval van schending daarvan gedurende de gedoogperiode.

Als de rechter naderhand echter ontdekt dat de ouders geen overeenkomst hebben kunnen bereiken, of de voorgestelde overeenkomst door de rechtbank is verworpen, wordt het gezag door de rechtbank aan een van de ouders toegekend.

Net als in Slovenië is de eis tot het sluiten van een overeenkomst aangaande de kinderen een uitvloeisel van de gelijkstelling van huwelijk en buitenhuwelijkse samenleving.

Conclusie

Verspreid over de vier onderzochte landen, zijn vier belangrijke redenen aan te wijzen voor de invoering van een verplichting tot het sluiten van de overeenkomst over kinderen in het geval van het verbreken van informele relaties:

  1. Voorwaarde voor voortzetting van het gezamenlijk gezag na scheiding (alle vier de landen)
  2. Het streven naar volledig gelijke behandeling van de binnen en buiten huwelijk geboren kinderen (Slovenië en Servië).
  3. Verdere gelijkstelling van het huwelijk en de buiten-huwelijkse relatie als instituten (Slovenië en Servië).
  4. Bevordering van een goede verstandshouding tussen de partners (alle vier de landen).

Met betrekking tot de omvang van de vereiste overeenkomst vallen de vier onderzochte landen in twee groepen uiteen. In Portugal en Slovenië is een tamelijk omvangrijke overeenkomst vereist, vergelijkbaar met het in Nederland voorgestelde ouderschapsplan. In Oostenrijk en Servië is daarentegen slechts het bereiken van overeenstemming over de gewone verblijfplaats van het kind verplicht.

In geen van de vier landen is de vereiste overeenkomst een voorwaarde voor de scheiding. Wel is de overeenkomst in alle vier onderzochte landen een formele voorwaarde voor voortgezet gezamenlijk gezag. Nu vanwege het informele karakter van de scheiding mogelijkheden tot controle van naleving van deze voorwaarde ontbreken, kan het gezamenlijk gezag in de praktijk gewoon doorlopen, zonder de vereiste overeenkomst. Alle wetgevers gedogen deze situatie. In Oostenrijk en Slovenië is dit gedoogbeleid openlijk erkend. De houding in Portugal is, voor zover wij daarachter konden komen, meer aarzelend, maar komt in de praktijk op hetzelfde neer. In Servië is nog bijna geen ervaring opgedaan met de toepassing van de pas in 2005 in werking getreden regels.

Het ontbreken van wettelijke sancties op het niet-naleven van de verplichting om de bedoelde overeenkomst te maken, maakt de wettelijke regeling bovendien in alle vier de onderzochte landen tot een lex imperfecta.

Tegelijkertijd is tijdens het onderzoek naar voren gekomen, dat de verplichting tot het sluiten van de bedoelde overeenkomst niet een volledig dode letter is. In Oostenrijk was de wetgever zich er wel degelijk van bewust dat de rechter in de praktijk geen weet zal hebben van een informele scheiding en dat de rechter daardoor geen controle kan uitoefenen op naleving van de plicht tot het overleggen van een overeenkomst. Toch koos de Oostenrijkse wetgever voor invoering van die verplichting, aangezien zij een rol gaat spelen, indien de gescheiden ouders naderhand problemen omtrent de uitoefening van het gezag krijgen en een van beide ouders zich alsnog tot de rechter wendt. En in Slovenië blijken ouders soms vrijwillig de vereiste overeenkomst ter goedkeuring aan de rechter voor te leggen, om zo meer rechtszekerheid te krijgen.