zondag, juni 17, 2007

15. Verslag met foto's van Vaderdag 2007 op de Brink in Deventer


VADERDAG, ZONDAGMIDDAG 17 JUNI, OP DE BRINK IN DEVENTER

"The play 's the thing wherein I'll catch the conscience of the king". - (Shakespeare, Hamlet, Acte II, Slotzin van Scene II).

Op zondagmiddag 17 juni 2007 heben we voor het Kantongerecht op de Brink in Deventer samen met de SP-afdeling Deventer op eigen gepaste wijze Vaderdag 2007 gevierd. De opkomst was weliswaar niet hoog (ca. 25 a 30 aanwezigen), maar het weer was prachtig en de sfeer was gemoedelijk, ingetogen en ontspannen. Daardoor en mede door de kwaliteit van de gevoerde discussies was het een zeer geslaagde en gezellige middag. Hieronder vindt u een foto-impressie. U heeft echt wat gemist.

We hebben 100 ballonnen opgelaten voor de 560.000 Nederlandse scheidingskinderen die deze Vaderdag weer niet met hun vader kunnen doorbrengen.


SP-Afdeling Deventer stond aan wieg van wettelijke regeling van gelijkwaardig ouderschap en gedeelde zorg na scheiding

We stonden verder stil bij het door de SP-afdeling Deventer ingediende wijzigingsvoorstel "gelijkwaardig ouderschap na scheiding" op het SP Verkiezingsprogramma voor de kamerverkiezingen in november 2006, dat aan de wieg stond van het afgelopen dinsdag 12 juni 2007 in de Tweede kamer aangenomen Amendement 26 bij wetsvoorstel 30145 op de invoering van het gelijkwaardig ouderschap en gedeelde zorg door beide ouders na de scheiding van het Tweede Kamerlid Jan de Wit (SP) .

In zijn speech heeft Joep Zander de SP-afdeling Deventer, en in het bijzonder Susanne Broekhuijs-Vunderink, die het amendement samen met Joep Zander indiende, bedankt voor dit prachtige initiatief dat op 12 juni 2007 uiteindelijk tot het in de Tweede Kamer aangenomen SP-amendement op gelijkwaardig ouderschap en gedeelde zorg na scheiding heeft geleid.

Een mooier vaderdagcadeau voor veel scheidingskinderen en hun vaders en familie, dan de invoering van het gelijkwaardig ouderschap en de gedeelde zorg door beide ouders was niet denkbaar in de week van Vaderdag.

Nederland met gelijkwaardig ouderschap in voetsporen van Frankrijk en België
Daarmee treedt Nederland nu ook in de voetsporen van Frankrijk en België die eerder eveneens het gelijkwaardig ouderschap en de gedeelde zorg na scheiding in hun familiewetgeving hebben ingevoerd, Frankrijk in 2002 met de Residence Alternee en België in september 2006 met de wet op de beurtelingse huisvesting of bilocatie, zoals werd gememoreerd door Jan van Baelen, aanwezig vanuit België, tijdens zijn korte speech.

Wetsvoorstel 30145 echter vol innerlijke tegenstrijdigheden
Verder heeft oud-advocaat Peter Prinsen in zijn speech ook het hele wetsvoorstel 30145 over de bevordering van voortgezet ouderschap na scheiding (waarvan het amendement op gelijkwaardig ouderschap en gedeelde zorg na scheiding onderdeel uitmaakte), dat afgelopen dinsdag 12 juni door de Tweede Kamer werd aangenomen aan een kritische analyse onderworpen in het licht van de wetsgeschiedenis en in het licht van de innerlijke tegenstrijdigheden die dit wetsvoorstel kenmerken.

Met het aannemen van het SP-amendement heeft de Tweede Kamer het juk van de door de rechtspraak opgedrongen procureursrol afgelegd. Zij hernam weer haar wetgevende taak bij een wetsvoorstel dat zich zonder dat amendement door de erin opgenomen hercodificatie van het hoofdverblijf van de kinderen bij een van beide ouders vooral kenmerkte als een stap terug wetgevingsgeschiedenis ten opzichte van het in 1998 reeds door het parlement wettelijk ingevoerde gezamenlijk gezag na scheiding. Een stap terug naar eenoudervoogdij en eenouderschap over de kinderen na scheiding. Een stap terug als sluitstuk van een proces waarin Nederlandse familierechtbanken gesteund door de Hoge Raad na de invoering van het gezamenlijk gezag in 1998 zelf op de stoel van de Tweede Kamer als wetgever zijn gaan zitten om middels eigen jurisprudentie wetgeving te bedrijven, een proces waarvan de hercodificatie van de toewijzing van het hoofdverblijf zoals opgenomen in het wetsvoorstel 30145 van de regering het sluitstuk moest vormen van de de facto degradatie van regering, Tweede Kamer en Haagse politiek tot de procureurs van de rechterlijke macht.

Eindresultaat is nu een wetsvoorstel vol innerlijke tegenstrijdigheden. De Tweede Kamer verenigd in een en hetzelfde wetsvoorstel twee tegenstrijdige opvattingen over haar rol als wetgever, nl. zowel (1) de ondergeschikte procureursopvatting van haar wetgevende rol met de hercodificatie van het hoofdverblijf vanuit de jurisprudentie, als (2) de leidende wetgeversopvatting van haar wetgevende taak met de hercodificatie van gelijkwaardig ouderschap, het opnieuw oppakken van de rode draad die met het wetsvoorstel op het gezamenlijk gezag uit 1998 door de wetgever reeds was uitgezet. In een en hetzelfde wetsvoorstel worden nu zowel hoofdverblijf (als nieuwe zak voor de aloude wijn van de eenoudervoogdij van voor 1995) bij een van de beide ouders als de norm voorgeschreven, als dat gelijkwaardig ouderschap en gedeelde zorg door beide ouders als de norm wordt voorgeschreven. Hiermee laat de Haagse politiek als wetgever de deur wagenwijd open staan voor hernieuwde eigenrichting door de 'interpreterende schriftgeleerden' uit de familierechtspraak, die met dit wetsvoorstel weer alle kanten op kunnen zoals ook snel uit de jurisprudentie zal blijken zo voorspelde Peter Prinsen.

Hij riep de wetgever daarom op tot grotere consistentie, tot een meer rechtspsychologische benadering van de wetgeving in het familierecht, waarbij het bevorderen en belonen van de vrede tussen scheidende ouders voorop werd geplaatst, en tot een herdefinitie van de verworden rolverdeling tussen wetgever en rechtspraak in het familierecht, waarbij de wetgever zich bij haar wetgevende taak niet langer laat degraderen tot procureur van de rechtspraak maar haar wetgevende kerntaak weer actief en leidend oppakt, terwijl de rechtspraak zich weer dient te richten op haar eigen kerntaak, het spreken van recht in individuele gevallen waarbij de vrede tussen de partijen voorop gesteld wordt en konkrete ouderschapsregelingen getroffen worden die ook gehandhaaft worden, indachtig het rechtsadagium: UBI IUDICIA DEFICIUNT INCIPIT BELLUM (Waar rechterlijke beslissingen te kort schieten daar begint de oorlog).

Ontbrekende handhaving en rechtsbescherming

Een tweede zorgpunt in wetsvoorstel 30145 blijft verder de geheel ontbrekende rechtshandhaving en -bescherming van ouderschaps-, zorg- en omgangsregelingen. Op dat punt blijft het wetsvoorstel in gebreke waar onlangs zelfs ook door de Raad van de Kinderbescherming erkend werd dat zeker een op de vijf ouderschapsregelingen eenvoudig gefrustreerd en eenzijdig verbroken werd door de verzorgende ouders.

Zie voor meer informatie over de voorgeschiedenis van de Nederlandse wetswijziging naar gelijkwaardig ouderschap verder ook:


Datum

Type

Titel

17/06/07

Tekst/foto’s

Verslag met foto’s door Peter Tromp
Vaderdag 2007 op Brink in Deventer was zeer geslaagd !!

17/06/07

Tekst/foto’s

Vaderdagspeech van Joep Zander met dankwoord aan de SP-Deventer voor haar initiatief dat aan de wieg lag van het aangenomen kameramendement 26 tot gelijkwaardig ouderschap na scheiding

17/06/07

Tekst/foto’s

Vaderdagspeech van Peter Prinsen met kanttekeningen bij het wetsvoorstel “Bevordering voortgezet ouderschap na scheiding” (30145)

17/06/07

Fotoalbum

- Overzicht van alle foto’s

- Diashow van alle foto’s

17/06/07

Video

Videofilmpje (nog in voorbereiding)



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen