donderdag, januari 22, 2009

250. Vaderschap doet ertoe :: Resultaten vaderonderzoek van Enova emancipatie adviesbureau Drenthe

VADERSCHAP DOET ERTOE
Echtscheidingspraktijk in Nederland is éénouderpraktijk

Door:

  • Drs. Mariele Mijnlieff & Irene Zwaan MSc, adviseurs bij Enova emancipatie adviesbureau Drenthe
  • Jorike Olde Loohuis, student Pedagogiek, Rijksuniversiteit Groningen

Samenvatting

Vaders verkeren in een ongelijkwaardige positie ten opzichte van moeders na scheiding. De kwalijke gevolgen voor kinderen worden hierbij onderschat. Vaders die graag hun verantwoordelijkheid willen nemen zijn kansloos. De echtscheidingspraktijk in Nederland is éénouderpraktijk (lees moederpraktijk), alle wetgeving gericht op gelijkwaardig ouderschap ten spijt.

De positie van vaders
Veel gescheiden vaders verkeren in een marginale positie als opvoeder en voelen zich machteloos, zo blijkt uit onderzoek door Enova emancipatie adviesbureau Drenthe en de Rijksuniversiteit Groningen. Na een scheiding gaat 80% van de kinderen bij de moeder wonen. Ongeveer 10% van de kinderen woont bij de vader. De overige 10% leeft onder coouderschap of in een pleeggezin. Het onderzoek richtte zich op vaders die ontevreden zijn met de uitkomsten van de scheiding. Veel vaders denken dat het ouderlijk gezag met het erkennen van het kind al goed zit en komen van een koude kermis thuis als de relatie stukloopt. Tegen die tijd is de bereidheid van de moeder om in te stemmen met gezamenlijk gezag vaak vervlogen. Bij het streven naar een goede omgangsregeling starten vaders per definitie met een achterstand en vaders zonder ouderlijk gezag hebben al helemaal niets in de melk te brokkelen. Kinderen worden gehoord als ze twaalf zijn maar zijn vaak loyaal naar de moeder bij wie ze al jaren wonen.

Een korte schets van de gemiddelde vader die meedeed aan het onderzoek. Hij voelt zich machteloos en afhankelijk van de moeder in zijn rol als opvoeder. Overleg en afspraken gaan niet soepel. Hij vindt dat hij te weinig tijd met zijn kinderen doorbrengt, waardoor hij ongewild in de positie van pret-vader belandt. Hij voelt zich schuldig naar zijn kinderen, maar durft de strijd niet aan te gaan wetende dat hij een grote kans heeft deze te verliezen.

Bovendien betaalt hij zich scheel aan advocaten, terwijl de moeder gratis kan procederen. Soms uit de moeder beschuldigingen over de vader die niet geverifieerd worden maar wel van invloed zijn op de uitkomsten van het echtscheidingsproces. Immers, waar rook is, is vuur.

Hij mijdt ruzies en discussies met zijn ex, bang om het broze veranderlijke proces waaraan de omgangsregeling vaak onderhevig is, te verstoren. Want geen haan die er naar kraait als moeder de afgesproken regeling niet nakomt.

Hij wordt vaak slecht geïnformeerd, bijvoorbeeld over het wel en wee op school. School heeft een informatieplicht, maar verwacht dat de moeder dat wel regelt met de vader. Als de vader geen gezag heeft, kan de moeder ‘in het belang van het kind’ school, huisarts, hulpverlening verzoeken vader niet meer te informeren. Ook dat komt voor.

Omdat hij nauwelijks een rol van betekenis vervult naar zijn kinderen, is het onbevredigend wel alimentatie te moeten betalen. Hij had graag meer tijd met zijn kinderen willen doorbrengen, ze zien opgroeien, en invloed hebben. Maar moeder zorgde ook al meer vóór de scheiding, dus waarom zou hij nu ineens wel voor de kinderen mogen zorgen? Dat recht verspeelde hij al tijdens zijn relatie. Zelfs als hij wel meer zorgde dan de moeder vóór de scheiding, dan nog komt hij er vaak bekaaid vanaf of heeft helemaal geen omgang meer.

De gevolgen van scheiding voor het kind
Wat betekent het eigenlijk voor de kinderen wanneer de vader veelal afwezig is? Uit cijfers blijkt dat ongeveer 20% van de gezinnen in Nederland eenoudergezin is. In 80% van die gevallen is de moeder gezinshoofd.Van de aanmeldingen bij Bureau jeugdzorg Drenthe in 2007 is 62% van de jongeren woonachtig in een eenoudergezin. Opvallend is dus dat kinderen van alleenstaande moeders relatief vaak in de problemen komen.

Er is veel bekend over de negatieve gevolgen van een scheiding voor kinderen. De meningen van deskundigen zijn echter verdeeld over de aard en de ernst van de gevolgen.

Kinderen kunnen in een loyaliteitsconflict terechtkomen waarbij ze het meest onder beïnvloeding van het perspectief van de moeder staan. Simpelweg omdat die het meest aanwezig is in hun leven. Volgens de psychoanalyse vervult de vader een belangrijke rol. Hij doorbreekt de symbiotische eenheid tussen moeder en kind. Bij afwezigheid blijft de symbiose bestaan en wordt het kind belemmerd in zijn groei naar zelfstandigheid. Een ander fenomeen dat ontstaat door afwezigheid van een ouder wordt parentificatie genoemd. Het kind merkt dat zijn ouder een partner mist en gaat deze rol overnemen. Hij praat als volwassene mee over problemen en geeft volwassen adviezen. Het kind zijn wordt hiermee ontnomen.

Onlangs is in medisch onderzoek door Strohschein (2007) vastgesteld dat ADHD tweeëneenhalf maal vaker voorkomt bij kinderen van gescheiden ouders. Overige mogelijke gevolgen voor kinderen van scheiding van ouders zijn depressie, slechter presteren op school en zelf vaker scheiden.

Een belangrijk gevolg van de marginale rol van de vader is dat kinderen het contact verliezen met opa’s, oma’s, ooms, tantes, neefjes en nichtjes van die zijde. De inbedding in een familiesysteem wordt hen afgenomen.

Historische context
Vanaf 1901 werd één van de ouders uit het gezag ontheven na een scheiding. Daarmee begon een eeuw van eenhoofdig gezag, die tot 1998 zou duren. Als gevolg van de ongelijke rolverdeling tussen arbeid en zorg was het gezag over het kind veelal het exclusieve recht van de vrouw. In de jaren zeventig nam tijdens de tweede feministische golf het aantal echtscheidingen drastisch toe. Aangezien vrouwen altijd al meer voor de kinderen zorgden wilden ze dat na de scheiding zo houden. Het duurde tot 1990 voor het recht op omgang formeel werd vastgelegd. Wel bleven er veel restricties die zorgden dat de omgang gemakkelijk kon worden afgewezen in verband met de ‘zwaarwegende belangen van het kind’. In 1998 trad een nieuwe wet in werking waardoor na scheiding beide ouders gezag bleven behouden. Zijn ouders niet getrouwd, of hebben ze hun partnerschap niet geregistreerd, dan moet de moeder toestemming geven tot het verkrijgen van ouderlijk gezag voor de vader. Erkenning van het kind leidt niet tot ouderlijk gezag, wel tot onderhoudsplicht. Recentelijk is de wet: ‘Voortgezet ouderschap na een scheiding’ aangenomen. Hiermee worden ouders bij uit elkaar gaan verplicht een ouderschapsplan op te stellen. Ruim 50% van de kinderen wordt in een relatie geboren die niet juridisch is vastgelegd. Deze groep is groeiende. CDA kamerlid Marleen de Pater pleit ervoor deze vaders te registreren. De Pater: “Beide ouders zijn bij de conceptie al verantwoordelijk. Ook de vader moet zelf zijn verantwoordelijkheid nemen. Maar we moeten voorkomen dat de ene ouder voor de andere beslist dat hij geen goede ouder is. Ik streef ernaar dat ouders die geen formele relatie hebben, per definitie samen het kind aangeven en een ouderschapsakte aanvragen. Beide ouders hebben dan het kind erkend en krijgen ouderlijk gezag, net als in een formele relatie. Als een moeder dit weigert moet er bewijs komen. Want een kind heeft het recht te weten wie zijn vader is. In de acte, die vooral voor het kind is, worden de rechten en plichten opgenomen.” Dat zou als geroepen komen voor alle kinderen die buiten een juridisch vastgelegde relatie geboren worden.

De rol van moeders
Het gaat er niet om moeders te diskwalificeren. De negatieve gevolgen van scheiding voor kinderen zijn beperkt als ouders normaal communiceren en tot afspraken kunnen komen.

De huidige dominante praktijk leidt echter tot ongelijkwaardige posities van ouders ten opzichte van elkaar. Dit brengt moeders gemakkelijk in de verleiding hier machtsmisbruik van te maken. Als ze het lastig vindt te overleggen met haar ex, kan ze ervoor kiezen zelf alle beslissingen te nemen. Ze kan de vader op een zijspoor houden, door hem te bestraffen als hij niet volgens haar opvattingen handelt. Ze kan in het scheidingsproces de grotendeels afwezige vader in een kwaad daglicht stellen of vals beschuldigen om zodoende haar eigen rol te verstevigen. Moeders onderschatten de impact van zo’n negatief rolmodel voor haar kinderen. Over het algemeen herhaalt de geschiedenis zich. In feite belemmert zij haar kinderen zo zelf een goede ouder te worden.

Rechtspraak
Het familierecht sticht geen vrede maar wakkert ongelijkwaardigheid en conflict aan. Er wordt vaak ingezet op mediation. Mediation werkt echter alleen als beide ouders bereid zijn om water bij de wijn te doen. Negentig procent van de ouders blijkt niet in staat tot overeenstemming in afspraken te kunnen komen.

Veel gescheiden ouders belanden zo toch weer bij de rechter voor gezag en omgang. De ongelijkwaardige positie wreekt zich bij uitstek in de rechtsgang. Jurisprudentie wijst erop dat kinderen bij onenigheid aan de moeder worden toegewezen en de vader een beperkte omgangsregeling krijgt. Procederen is voor vaders kostbaar en gedoemd om te mislukken.

Peter Tromp, oprichter van het vaderkenniscentrum ziet door toedoen van zijn ex al jaren zijn kinderen niet meer. Er was een omgangsregeling maar daar hield zijn ex zich niet aan. Tromp: “Er is al iets misgegaan bij de ontwikkeling en organisatie van het familierecht: de Raad voor de Kinderbescherming en de Kinderrechter behandelen zowel kindermishandeling als omgangsregelingen. Hierdoor wordt de vader in een context geplaatst waarin hij beschouwd wordt als potentiële dader tegen wie moeder en kinderen beschermd moeten worden. Daar komt nog bij dat kinderrechters vaak zelf vrouw zijn, waardoor ze zaken altijd vanuit een vrouwenperspectief bekijken. De omgangsregeling die volgt is vaak een dwingend contract voor vaders, waar moeders straffeloos van af kunnen wijken.”

Blinde vlek
In Nederland galmt de mantra ‘in het belang van het kind’ in huiskamers, op advocatenkantoren, bij hulpverleningsinstellingen, in rechtszalen. Het probleem daarbij is dat iedereen een andere invulling geeft aan ‘het belang van het kind’. De retoriek is verbonden aan een aantal dominante opvattingen in de samenleving waaraan nauwelijks te tornen valt.

Opvallend is echter dat het perspectief van het kind zelf en van de vader geheel buiten beschouwing blijft. Onder het mom van ‘het belang van het kind’ wordt de strijd over de rug van het kind gevoerd. Het is een ‘heilig huisje’ dat moeders het beste alleen voor hun kinderen kunnen zorgen na een scheiding, vooral als er geharrewar is tussen de ouders.

Maar is het echt ‘in het belang van het kind’ als moeder de enige gezaghebbende opvoeder is? Is het ‘in het belang van het kind’ als de vader wordt gemarginaliseerd, en in dat ene weekend per twee weken op zijn tenen moet lopen om niet het kleine beetje vaderschap te verliezen dat hij nog heeft?

De destijds 12 jarige zoon van antropoloog Dirck van Bekkum, werd in een pleeggezin geplaatst nadat zijn vrouw was overleden in 1978. De steun die hij kreeg van instanties om de band met zijn zoon te onderhouden was nihil. Hij duidt het mechanisme dat dominante opvattingen in stand houdt als een doxa (Bourdieu, 1994). Van Bekkum: “Een doxa is een set van aangenomen regels en overtuigingen waaraan iedereen zich houdt zonder deze ter discussie te stellen. In feite leidt dit tot een blinde vlek over het waarom en het belang van deze regels en opvattingen. De doxa dient opengebroken te worden om de relativiteit en schadelijkheid ervan te kunnen ontsluieren.”

Wat is nodig
We zullen kritisch moeten kijken naar dominante opvattingen in de samenleving die de ongelijkwaardigheid in ouderschap in stand houden. Anders zullen rechters blijven kiezen voor hoofdverblijf bij moeder en een omgangsregeling bij vader. ‘In het belang van het kind’ zijn de toverwoorden die deze jurisprudentie rechtvaardigen.

Tot nu toe is de echtscheidingspraktijk in Nederland nog altijd een eenouderpraktijk, alle wetgeving gericht op gelijkwaardig ouderschap ten spijt. De nieuwe wet ‘Voortgezet ouderschap na een scheiding’ is een nobele poging de situatie te verbeteren. Het is echter de vraag of hiermee daadwerkelijk veranderingen worden bereikt in de praktijk. Want wat moet je doen als mensen geen overeenstemming bereiken of zich niet aan de gemaakte afspraken houden? Er zullen maatregelen moeten komen om de handhaving van afspraken effectief te beschermen.

Het voorstel van Marleen de Pater om vaderschap bij geboorte vast te leggen, zou overgenomen moeten worden. Dan is ook voor kinderen die buiten een juridisch vastgelegde relatie geboren worden het recht op hun vader geborgd.

Het is in het belang van het kind dat de vader een volwaardige plek krijgt. Als helft van het ouderpaar, als belangrijk rolmodel, als iemand die er toe doet in de ontwikkeling van het kind. Een gelijkwaardige positie kan tot stand komen als ouders een gelijkwaardige start hebben.

Gelijkwaardig vaderschap zou geregeld moeten worden bij de geboorte van het kind en niet gedurende of na de scheiding.

Ouders zouden per definitie beiden gezag moeten hebben. Tenzij er sprake is van mishandeling. Zodra er beschuldigingen in die richting zijn moet het strafrecht in werking treden. Dan moeten de scheiding en de afspraken omtrent de kinderen in de ijskast gezet worden zodat de beschuldigingen geen oneigenlijke invloed hebben op het scheidingsproces.

Zolang de gelijkwaardige positie nog niet bij geboorte geregeld is kan dit op moment van scheiding afgedwongen worden. Recente wetgeving in België bepaalt dat als ouders er niet samen uitkomen, ze per definitie beiden de helft van de zorg voor hun rekening moeten nemen. Moeders hebben dan iets te verliezen, net als de vaders, waardoor ze belang hebben bij onderhandeling. Dan pas is er sprake van gelijkwaardigheid. Nederland zou hier een voorbeeld aan kunnen nemen, zodat de beoogde gelijkwaardigheid ook in de praktijk wordt bereikt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen