dinsdag, maart 25, 2008

71. In 2050 zal 27% van de gezinnen uit eenoudergezinnen bestaan

Becijferd - Feiten over het gezin
E-QUALITY, KENNISCENTRUM VOOR EMANCIPATIE, GEZIN EN DIVERSITEIT; Nieuwsbrief EQ-Matters, nummer 3, december 2007, jaargang 9

Tim de Jong, statistisch medewerker E-Quality

Verliefd-verloofd-getrouwd en twee kinderen: het komt nog steeds vaak voor. Toch is het doorsnee Nederlandse gezin, twee witte ouders met twee biologisch eigen kinderen, niet meer zo alom tegenwoordig als enkele decennia geleden.

Binnenkort publiceert E-Quality het rapport Gezinnen van de Toekomst, met hierin behalve veel cijfers ook een analyse over wat de ontwikkelingen binnen gezinnen betekenen voor het gezinsbeleid (zie ook beneden).

Trends
Er wordt minder gehuwd, meer gescheiden, en het aantal kinderen per gezin neemt af. Veel kinderen groeien op bij een alleenstaande ouder of in een stiefgezin. Ook zijn er steeds meer kinderen met ouders van hetzelfde geslacht (in 2006 ging het om 4600 gezinnen). Het aantal adoptie- en pleeggezinnen is de afgelopen jaren toegenomen: in 2005 vonden er 1700 adopties plaats en werden 7400 kinderen in een pleeggezin opgenomen (in 1995 respectievelijk: 1100 en 1900). Door deze ontwikkelingen is de variatie binnen gezinnen aanmerkelijk groter geworden. Voor het jeugd- en gezinsbeleid betekent dit dat meer rekening gehouden moet worden met de specifieke situatie van verschillende gezinstypen. Een alleenstaande ouder heeft bijvoorbeeld andere wensen ten aanzien van kinderopvang dan een twee-oudergezin. Een stiefgezin kan soms specifieke opvoedingsondersteuning nodig hebben.

Etniciteit
De multiculturele samenleving verandert. Er komen steeds meer mensen die tot de tweede generatie allochtonen behoren. Ook de derde generatie – de kinderen van de tweede generatie – groeit gestaag (circa 24.000 personen in 2000, 45.000 in 2006).

Er zijn bijna honderdduizend gezinnen met een of twee Surinaamse of Antilliaanse ouders. Hiervan is bijna de helft een eenoudergezin, tegenover 16% van de autochtone gezinnen.

Marokkaanse en Turkse ouders van de eerste generatie hebben gemiddeld meer kinderen dan autochtone ouders. Marokkaanse en Turkse Nederlanders van de tweede generatie lijken qua kindertal meer op autochtone ouders.

Opvoedingsvragen, geldzorgen en gezondheidsproblemen zijn niet gelijkelijk verdeeld over de bevolkingsgroepen. Onder invloed van sociaal-economische factoren worden niet-westerse gezinnen wat vaker met deze problemen geconfronteerd. Ook deze verschillen zijn van belang voor het toekomstig beleid.

Bron: CBS Statline


27%

In 2050 zal 27% van de gezinnen uit eenoudergezinnen bestaan.

Bron: Gezinnen van de Toekomst A

Gezinnen van de toekomst

E-Quality,
Nieuwsbrief EQ-Matters, nummer 3, jaargang 9, Saskia de Hoog en Cheryl Nankoe, Afdeling onderzoek, december 2007

Steun vragen bij de opvoeding moet normaal worden, vindt minister Rouvoet. In elke gemeente komen Centra voor Jeugd en Gezin (CJG’s) die die steun bieden. Daarbij is het belangrijk om te kijken naar nieuwe ontwikkelingen binnen gezinnen, en naar de grote diversiteit aan gezinnen.

E-Quality heeft in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Sociaal en Cultureel Planbureau onderzoek gedaan naar de gezinnen van de toekomst: welke typen gezinnen zullen in de toekomst prominent aanwezig zijn, welke vragen en zorgen hebben de verschillende gezinnen momenteel en welke ondersteuning gebruiken of wensen zij daarbij? Hierbij is nagegaan in hoeverre de opvoedingsondersteuning voldoende aansluit bij de behoeften van de ouders.

Vragen en zorgen
Bijna elke ouder blijkt wel eens vragen of zorgen te hebben over de opvoeding, zoals over het stellen en handhaven van regels: “Het is nogal een pittige tante. Probeert alles uit. Grenzen stellen is nog wel oké, maar dat blijven doen, dat is erg lastig,” aldus een ouder uit het onderzoek.

Ouders hebben ook vragen die specifiek over hun gezinssituatie gaan. Zo levert het combineren van arbeid en zorg voor werkende ouders soms vragen op. Dat geldt ook voor het opvoeden tussen twee culturen. Ouders die er alleen voor staan in de opvoeding missen vooral in lastige of moeilijke situaties iemand waar ze op terug kunnen vallen: “Je kunt nooit het stokje even overdragen. Als je moe bent en het even niet aankan, kun je niet zeggen tegen je partner: neem jij het even over.”

Bij stiefgezinnen blijkt het vormen van een ‘nieuw’ gezin de nodige problemen met zich mee te brengen, zoals een band opbouwen met de stiefkinderen: “Daar zijn ze nu ook mee bezig. Met het woordje ‘stief’, wat dat kan betekenen. Ze relateren het toch aan die boze stiefmoeders uit sprookjes.”

Tenslotte wordt scheiding zelf vaak genoemd als oorzaak voor vragen en zorgen in de opvoeding. Daarbij speelt regelmatig de omgang met de ex-partner een belangrijke rol.

Ondersteuning
Uit het onderzoek blijkt dat ouders in het algemeen voldoende ondersteuning in hun directe omgeving vinden. Wel hebben ze daarnaast behoefte aan meer laagdrempelige informatie en deskundige hulp bij de opvoeding. Een uitdaging voor de CJG’s. Ook is het belangrijk dat gemeenten erop toezien dat de geboden informatie en hulp toegespitst wordt op de verschillende gezinsvormen: niet langer kan het ‘standaard gezin’ de belangrijkste leidraad voor gezinsbeleid vormen.

Gezinnen van de Toekomst
· Deel A: Feiten en Cijfers
· Deel B: Opvoeding en Opvoedingsondersteuning
Verschijnt januari 2008

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen