vrijdag, september 14, 2007

33. Discriminatie van vaders bij internationale echtscheidingen

De Gelderlander - 07-09-2007

Volgens Rob van Altena en Wim Orbons wordt bij internationale echtscheiding de belangen van vaders tekortgedaan.

Foto Cees Zorn/GPD


De Arnhemse rechtbank (De Gelderlander, 4 augustus) heeft zelfs een uurregeling getroffen voor vakantieomgang op subtropische eilanden tussen een Nijmeegs meisje (7) en haar Amerikaanse vader.

De moeder ging meteen in beroep. Maar de problematiek van ouders die na echtscheiding in verschillende landen wonen, is meestal groter dan alleen een vakantieregeling. Het gaat dan vooral over de begrippen meename en relocatie.

Internationale kindermeename valt sinds 1980 onder het Haags Kinderontvoeringsverdrag dat de ondertekenende staten tot teruggeleiding verplicht. Jarenlang werd het verdrag niet tegen ontvoerende moeders toegepast, waardoor er nu ruim twee keer zoveel ontvoerende moeders als vaders zijn (minister van Justitie, maart 2006). Eveneens in 2006 heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens regeringen gewezen op hun positieve plicht een ontvoerd kind met de achtergebleven ouder te herenigen, eventueel ook door snelle opsporing van door de moeder ontvoerde kinderen. Dat hielp: begin 2007 kwam het tot opsporing en teruggeleiding naar Zuid-Europa van enkele in Nederland ondergedoken kinderen (de zaak-Sarri, de zaak-Quevedo).

Eindelijk gelijke behandeling van vader en moeder (althans wat de teruggeleiding betreft (niet in de bestraffing, want voor ontvoering is nog nooit een moeder bestraft, terwijl bijvoorbeeld de ontvoerende Algerijnse vader Hadi Deliba hier al een jaar of zes achter de tralies zit).

Maar ondertussen gooit de moederlobby het over een andere boeg. Het Haags Verdrag zou niet moeten gelden voor de 'verzorgende ouder' (lees: de moeder), want wanneer die tegen de wil van de vader van land wil veranderen, moet dat niet gezien worden als ontvoering, maar als een 'meningsverschil over de woonplaats' waarover in elk afzonderlijk geval de rechter kan beslissen. Tweede Kamerlid Teeven (VVD) vroeg zelfs om herziening in die zin van het Haags Verdrag (inmiddels door een stuk of 80 landen getekend). Hetgeen door de minister van Justitie categorisch werd afgewezen.

De betekenis van het Verdrag is immers nu juist om ouders en kinderen in hetzelfde land te houden zodat beide ouders ook na een scheiding bij de opvoeding betrokken blijven en het kind niet tot een soort halve wees gemaakt wordt.

Een strikt afgebakend begrip 'verzorgende ouder' is bovendien archaïsch. Ook waar moeder alleen thuis de kinderen verzorgde (of die verzorging in de aanloop naar de scheiding naar zich toe had getrokken), kan zij dat immers alleen doen omdat vader de financiële kant verzorgt.

Vaker nog ziet men tegenwoordig vaders die in huis meezorgen, moeders die carrière maken en kinderen die op kinderopvang of crèches zitten. Het amendement-De Wit (SP), door de Tweede Kamer in juni 2007 aangenomen, spreekt over 'gelijkwaardige opvoeding en verzorging' door beide ouders na (echt)scheiding. De regering heeft zelfs een taskforce ingesteld om vrouwen nog meer buitenshuis aan het werk te krijgen en voert er al jaren campagnes voor dat vaders thuis meezorgen. Moet de rechtspraak deze ontwikkelingen dan tegenwerken?

Sommige Nederlandse rechters vinden blijkbaar van wel, want één van hen stond een Colombiaanse moeder toe om tegen de wil van de Nederlandse vader met het kind in Colombia te gaan wonen. De moeder (en ook de Nijmeegse moeder) zou daarna ruime omgang tussen kind en vader toestaan. Eenmaal terug in het land van herkomst wordt zo'n afspraak gauw aan de laars gelapt, in Nijmegen net zo gemakkelijk als in Colombia. Maar nog los daarvan: de hele situatie maakt een zinvol vaderschap onmogelijk, omgang tussen vader en kind wordt bij rechterlijke uitspraak teruggebracht tot de vakanties. Nog even en we krijgen naast de weekendvader het begrip vakantievader.

Andere rechters stonden een Nederlandse moeder toe om met haar uit Italië ontvoerde kind gewoon in Nederland te blijven (Jaarverslag Centrum Internationale Kinderontvoering, 2006). Sommige rechters stellen zich dus boven het Haags Verdrag!

Als pa het kind wil meenemen, heet het ontvoeren, als moe hetzelfde wil, noemt men het 'relocatie'. Ook het Centrum lijkt daar in zijn jaarverslag wel wat voor te voelen. Dat veel vaders aan de doordeweekse opvoeding en verzorging kunnen en willen meedoen (co-ouderschap), nemen rechters niet in aanmerking.

Heel anders wordt dat als het begrip co-ouderschap in het voordeel van de moeder uitvalt. Want de rechtbank van Arnhem (De Gelderlander, 4 augustus) wilde een vrouw uit Tiel die met behulp van de tienerkinderen haar man bijna had doodgeslagen, niet veroordelen tot de zes jaar die het openbaar ministerie gevorderd had. Zij halveerde de eis en vonniste drie jaar omdat de vrouw en de man straks toch weer samen de kinderen moeten opvoeden.

Rob van Altena is voormalig leraar en juridisch publicist. Wim Orbons is gezondheidseconoom, voormalig bestuurder van gezondheidszorgorganisaties en publicist over gezinszaken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen