donderdag, oktober 30, 2008

191. Esma Kaplan - Onderzoek Ouderverstoting in Nederland (2008)

Ouderverstoting in Nederland - Parental Alienation Syndrome (PAS) en loyaliteitsproblemen bij recente scheidingsgezinnen.

Universiteit van Utrecht, Faculteit Sociale Wetenschappen, Masterthesis Pedagogische Wetenschappen, Kaplan, E., 31 juli 2008

Zie voor het volledige rapport: Esma Kaplan - Ouderverstoting in Nederland (2008)

Enkele hoofdconclusies:
• 72% van de Nederlandse gescheiden vaders beschouwt het oudervervreemdingssyndroom (PAS of Parental Alienation Syndrome) als een probleem.
• 64% van de Nederlandse gescheiden moeders beschouwt het oudervervreemdingssyndroom (PAS of Parental Alienation Syndrome) als een probleem.
• Volgens vaders vormt het oudervervreemdingssyndroom (PAS) een ernstig probleem in 21% van de gevallen
• Maar volgens moeders vormt het oudervervreemdingssyndroom (PAS) slechts een ernstig probleem in 10% van de gevallen
• Al met al beschouwen vaders ernstige vormen van PAS als een twee keer zo groot probleem dan moeders.
• Het in dit onderzoek gevonden hoge percentage van de ernstige vorm van ouderverstoting is tegenstrijdig met de eerdere bevindingen van het onderzoek van Ed Spruijt en zijn collega’s (2005), waaruit naar voren kwam dat PAS wel voorkomt in Nederland, maar dat de ernstige vorm niet of nauwelijks zou voorkomen.

Uit hoofdstuk 1:

1.1.8 De gevolgen van PAS voor het functioneren van de jongere

Er is nog verbazend weinig bekend over de kinderen die een van hun ouders verstoten (Baker, 2005). In de studie van Johnston, Walters en Olesen (2005) die een onderzoek hebben gedaan naar de psychologische functioneren van vervreemde kinderen komen interessante bevindingen naar voren. Zo hebben kinderen die hun moeder of vader afwijzen, volgens ouders significant meer gedragsproblemen (Johnston et al. 2005). Ze zijn meer geneigd tot depressieve gevoelens, teruggetrokken gedrag, somatische klachten en zijn meer agressief volgens ouders. Een opvallende bevinding was dat ouders die verstoten zijn minder problemen constateren vergeleken met de niet verstootte ouder (Johnston et al. 2005).

Verder blijkt uit het onderzoek dat kinderen die vervreemd zijn van hun vader vaker onnauwkeurig zijn en onlogisch redeneren. Overigens hebben deze kinderen gebrekkige oplossingsvaardigheden vergeleken met niet vervreemde kinderen, waardoor ze bij het oplossen van problemen hulp gaan zoeken bij anderen (Johnston et al. 2005). Omdat een van de ouders emotioneel niet beschikbaar is, leidt dit bij deze kinderen wellicht tot meer stress. Er zijn ook aanwijzingen dat kinderen die vervreemd zijn van hun vader hun emoties vaak onderdrukken of ondervinden vaak intense gevoelens (Johnston et al. 2005). Op het gebied van zelfbeeld hebben kinderen die vervreemd zijn van hun moeder een zeer sterk gevoel van eigenwaarde en zijn meer geneigd tot narcisme in tegenstelling tot kinderen die vervreemd zijn van hun vader (Johsnton et al. 2005).

Uit een onderzoek van Baker (2005) waarin 38 volwassenen werden geïnterviewd die als kind een ouder hebben verstoten, komen zeven hoofddomeinen van functioneren naar voren welke beïnvloed zijn door het beleven van ouderverstoting. De meeste participanten lijden aan lage zelfwaardering, gebrek aan (zelf)vertrouwen, depressie, drugs en/of alcohol misbruik, verstoting door eigen kinderen en echtscheiding. Volgens dit onderzoek is een lage zelfwaardering mogelijk het gevolg van de internalisatie van de haat jegens de slachtoffer ouder. Het kind voelt dat de ‘slechte’ ouder een deel van hem/haar is waardoor het denkt dat zij/hij ook ‘slecht’ moet zijn. De afwijzing van de slachtoffer ouder door de programmerende ouder wordt door het kind ervaren als afwijzing van het deel van het kind dat op het slachtoffer ouder lijkt, zoals fysiek en karakter. Dit fenomeen is vooral terug te zien bij kinderen die de ouder verstoten van dezelfde sexe. Bovendien vertelt de programmerende ouder het kind vaak dat de andere ouder het kind niet wil en niet van ze houdt, waardoor het kind zelf-haat ontwikkelt (Baker, 2005). Ondanks de verstoting kan het kind verlies ervaren, waardoor gevoelens van depressie kunnen optreden. Om van hun gevoelens van pijn en verlies te ontsnappen, is de kans groot dat deze kinderen later in hun leven ernstige problemen met drugs en/of alcohol krijgen (Baker, 2005).

Zelfvertrouwen en vertrouwen in anderen is tevens een belangrijk thema dat naar voren komt in het onderzoek van Baker (2005). Zo hebben vrouwen problemen met het vertrouwen van een man, omdat zij al een slechte ervaring hebben gehad met de eerste man (vader) in hun leven.

Verder is de kans groot dat kinderen die hun ouders hebben verstoten later door hun eigen kinderen verstoot worden. Er wordt beweerd dat de programmerende ouders zelf een conflictueuze en/of een slechte relatie hadden met hun eigen ouders (Baker, 2005). Uit dit onderzoek blijkt verder dat bij degenen die in hun jeugd een ouder hebben verstoot, de echtscheidingscijfers boven het gemiddelde liggen. Andere effecten van ouderverstoting die door een aantal participanten werden genoemd zijn; problemen met identiteit, geen kinderen willen uit angst voor afwijzing, weinig succeservaringen, boosheid over de verloren tijd met de verstoten ouder (Baker, 2005).

De samenvatting uit dit onderzoek:

In deze studie wordt gepretendeerd meer inzicht te krijgen over ouderverstoting. Er is onderzocht in hoeverre ouderverstoting voorkomt in Nederland, wat de kenmerken van ouderverstoting zijn en de gevolgen voor het functioneren van de jongere. Voor deze studie is een survey-onderzoek uitgevoerd, waarbij de data van eerdere onderzoeken is gebruikt.

De scheidingsgezinnen in deze onderzoeken zijn geworven in het kader van het onderzoek “Gezinnen en scheiding” uitgevoerd door Dr. I. van der Valk en in het kader van het onderzoek “Jongeren en gezinnen” onder leiding van Dr. A.P. Spruijt. Het onderzoek is gedaan bij n = 400 jongeren en n = 159 ouders.

Uit de resultaten blijkt dat ouderverstoting voorkomt in Nederland. De ernstige vorm van PAS komt volgens vaders twee keer zo vaak voor dan volgens moeders. Zowel conflicten voor en na de scheiding als de mate van betrokkenheid van ouders zijn belangrijke kenmerken van ouderverstoting. Zo leidt conflicten tussen ouders tot loyaliteitsproblemen bij het kind, waarbij meisjes meer last hebben van conflicten voor de scheiding in tegenstelling tot jongens. De mate van betrokkenheid hangt samen met hoezeer ouders zich verstoot voelen door hun kind. Wanneer de mate van betrokkenheid moeder hoog is leidt dit tot minder loyaliteitsproblemen bij de jongere. Over de gevolgen van ouderverstoting voor het functioneren van de jongere blijkt dat loyaliteitsproblemen bij jongens tot een laag algemeen welbevinden en tot angst leidt. Ook bij meisjes leidt loyaliteitproblemen tot een laag algemeen welbevinden en angst. Bovendien hebben meisjes met loyaliteitsproblemen een lage zelfwaardering en is er meer kans op depressie wanneer zij loyaliteitsproblemen ervaren.

Citaat uit de "Resultaten" op blz. 28 van de masterthesis van E Kaplan:

"De resultaten laten zien dat PAS voorkomt in Nederland. Slechts 36% van de moeders en 28% van de vaders vinden dat er geen sprake is van PAS. De milde vorm van PAS komt het vaakst voor bij zowel vaders (45%) als bij moeders (49%). De matige vorm komt volgens vaders in 6 % van de gevallen voor en volgens moeders in 5 % van de gevallen. In 21 % van de gevallen komt volgens vaders de ernstige vorm van PAS voor en volgens moeders in 10% van de gevallen."
Citaat uit de “Conclusies” op blz. 31 van de masterthesis van E Kaplan:
“Uit de resultaten blijkt namelijk dat de mate van ouderverstoting volgens vaders in 45 % van de gevallen mild, 6 % matig en in 21% van de gevallen ernstig te noemen is. Daarentegen geven 28 % van de vaders aan dat er geen sprake is van ouderverstoting. Volgens moeders betreft het in 49% van de gevallen een milde vorm, 5 % matig en 10% een ernstige vorm. 36 % van de moeders vindt dat er geen sprake is van PAS.
Deze resultaten lijken tegenstrijdig met de bevindingen van het onderzoek van Ed Spruijt en zijn collega’s (2005). Uit het onderzoek van Ed Spruijt en collega’s (2005) kwam immers naar voren dat PAS wel voorkomt in Nederland, maar dat de ernstige vorm niet of nauwelijks voorkomt. Het hoge percentage van de ernstige vorm van ouderverstoting in dit onderzoek kan mogelijk verklaard worden doordat het in dit onderzoek alleen recente scheidingsgezinnen betreft.”
Sleutelwoorden: loyaliteitsproblemen, ouderverstoting, oudervervreemding, ouderlijke conflicten, (echt)scheiding, Sociale Wetenschappen, Orthopedagogiek

Bijdragers: Valk, I. van der, Spruijt, E.


OUDERVERSTOTING IN NEDERLAND

Parental Alienation Syndrome (PAS) en loyaliteitsproblemen bij recente scheidingsgezinnen

Esma Kaplan

Masterthesis Pedagogische Wetenschappen
Faculteit Sociale Wetenschappen

Werkveld: Jeugdzorg

Begeleider: Dr. I. van der Valk

Tweede Lezer: Dr. E. Spruijt

Universiteit Utrecht, Juli 2008

Zie verder voor het volledige rapport: Esma Kaplan - Ouderverstoting in Nederland

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen