donderdag, mei 29, 2008

97. Jeppesen de Boer - Buitenlandse feministische getuigenisjuristen willen vaders buitenspel zetten en gedeeld gezag na scheiding afschaffen

Christina Jeppesen de Boer; Assistent in opleiding, Universiteit van Utrecht, Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, UCERF - Utrecht Centre for European Research into Family Law

Katharina Boele-Woelki, Gewoon hoogleraar internationaal en vergelijkend privaatrecht en (sedert 2002) familierecht, Universiteit van Utrecht, Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, UCERF - Utrecht Centre for European Research into Family Law


Kwetsbaar kind bij scheiding in de knel
Telegraaf - Binnenland - ma 19 mei 2008, 23:16

UTRECHT - Vooral kinderen uit sociaal kwetsbare gezinnen komen bij scheiding van de ouders in de knel. Daarom is het niet goed dat ouders na de scheiding in principe het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun kinderen behouden.


Foto: Theo Terwiel

Dat stelt Christina Jeppesen de Boer, die op 23 mei aan de Universiteit Utrecht op dit onderwerp promoveert. Ze vindt dat de huidige omgangsregeling het kind geen optimale mogelijkheid biedt om in een veilige omgeving op te groeien.

Sinds 1998 wordt in Nederland het gezamenlijk ouderlijk gezag na een scheiding vrijwel altijd voorgezet, ongeacht de vraag of ouders het hierover eens zijn. Dit geldt voor zowel getrouwde als voor samenwonende stellen.

Daarmee behouden beide ouders de mogelijkheid beslissingen te nemen over zaken zoals de verblijfplaats van het kind, schoolkeuze of het al dan niet ondergaan van medische behandelingen. De mooie bedoelingen ten spijt hebben deze ontwikkelingen ook een negatieve keerzijde, stelt Jeppesen de Boer, die haar verhaal baseert op studie van Nederlandse en Deense wetgeving.

Als ouders niet in staat zijn gezamenlijk gezag uit te oefenen, kunnen kinderen in gevaar komen. Jeppesen de Boer noemt als voorbeeld verslaafde kinderen, die juist veel behoefte hebben aan bescherming. Zij is er dan ook voor om het gezamenlijk gezag na scheiding te baseren op een overeenstemming tussen de ouders.

Daarmee voorkom je een hoop ellende, zoals jarenlange conflicten en procedures over de concrete gezagsuitoefening, over de hoofden kinderen heen. Jeppesen de Boer is voorstander van een terugkeer naar de regeling van vóór 1998, waarbij de ouders het gezamenlijke gezag bij scheiding expliciet moesten aanvragen.


Kwetsbaar kind bij scheiding in de knel
Nu | algemeen | ANP | 19 mei 2008 23:25

UTRECHT - Vooral kinderen uit sociaal kwetsbare gezinnen komen bij scheiding van de ouders in de knel. Daarom is het niet goed dat ouders na de scheiding in principe het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun kinderen behouden.

Dat stelt Christina Jeppesen de Boer, die op 23 mei aan de Universiteit Utrecht op dit onderwerp promoveert.

Ze vindt dat de huidige omgangsregeling het kind geen optimale mogelijkheid biedt om in een veilige omgeving op te groeien.

Sinds 1998 wordt in Nederland het gezamenlijk ouderlijk gezag na een scheiding vrijwel altijd voorgezet, ongeacht de vraag of ouders het hierover eens zijn. Dit geldt voor zowel getrouwde als voor samenwonende stellen.

Verblijfplaats

Daarmee behouden beide ouders de mogelijkheid beslissingen te nemen over zaken zoals de verblijfplaats van het kind, schoolkeuze of het al dan niet ondergaan van medische behandelingen.

De mooie bedoelingen ten spijt hebben deze ontwikkelingen ook een negatieve keerzijde, stelt Jeppesen de Boer, die haar verhaal baseert op studie van Nederlandse en Deense wetgeving.

Gezag

Als ouders niet in staat zijn gezamenlijk gezag uit te oefenen, kunnen kinderen in gevaar komen. Jeppesen de Boer noemt als voorbeeld verslaafde kinderen, die juist veel behoefte hebben aan bescherming.

Zij is er dan ook voor om het gezamenlijk gezag na scheiding te baseren op een overeenstemming tussen de ouders.

Conflicten

Daarmee voorkom je een hoop ellende, zoals jarenlange conflicten en procedures over de concrete gezagsuitoefening, over de hoofden kinderen heen.

Jeppesen de Boer is voorstander van een terugkeer naar de regeling van vóór 1998, waarbij de ouders het gezamenlijke gezag bij scheiding expliciet moesten aanvragen.

ZIE OOK:

12/01/2008

Toenemend aantal scheidingen direct na kerstdagen

16/07/2007

Minder scheidingen in Nederland

25/04/2007

Kinderen vaak in problemen na scheiding

(c) ANP


Kinderen zijn niet altijd gebaat bij co-ouderschap
Nederlands Jeugdinstituut, 20 mei 2008

Gezamenlijk ouderlijk gezag na een echtscheiding is niet altijd het beste voor het kind. Dat zegt Christina Jeppesen-de Boer in haar proefschrift 'Gezamenlijk gezag', waar zij op 23 mei op promoveert. In Nederland behouden ouders na een scheiding automatisch gezamenlijk het gezag over hun kinderen. Met deze regeling wordt echter voorbijgegaan aan de primaire behoefte van kinderen om in een veilige omgeving op te groeien, stelt Jeppesen-de Boer.

Kinderen uit gezinssituaties waarbij ouders niet in staat zijn gezamenlijk gezag uit te oefenen komen hierdoor in de knel. Dat geldt des te meer voor kinderen uit gezinnen met geweld of met ouders met verslavingsproblemen. Juist deze kinderen hebben behoefte aan bescherming.
Vóór 1998 moesten ouders gezamenlijk gezag bij scheiding aanvragen. Jeppesen-de Boer is een groot voorstander van een terugkeer naar deze regeling. 'Daarmee voorkom je een hoop ellende, zoals jarenlange conflicten en procedures over de concrete gezagsuitoefening, over het hoofd van het kind heen.'


Bron: Universiteit Utrecht


Kwetsbaar kind na echtscheiding in de knel

Jurofoon - Publicatiedatum: 21 mei 2008


Bij een echtscheiding komen kinderen in het algemeen, maar vooral kinderen uit sociaal kwetsbare gezinnen in de knel. Het is daarom niet goed dat ouders na de scheiding het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun kinderen behouden. Dat is de conclusie van een onderzoekster die op dit onderwerp promoveert.

Bovenkant formulier

Onderkant formulier

Christina Jeppesen de Boer, die aan de Universiteit Utrecht op dit onderwerp promoveert, vindt dat de huidige omgangsregeling het kind geen optimale mogelijkheid biedt om in een veilige omgeving op te groeien. Tegenwoordig houden beide ouders het ouderlijk gezag na een echtscheiding, ongeacht de vraag of de ouders het hierover eens zijn.

Wettelijk vertegenwoordiger
Door het gezag zijn beide ouders wettelijk vertegenwoordiger en daarmee behouden beide ouders de mogelijkheid beslissingen te nemen over zaken zoals de verblijfplaats van het kind, schoolkeuze of het al dan niet ondergaan van medische behandelingen. Ondanks de goede bedoelingen, hebben deze ontwikkelingen ook een negatieve keerzijde, wordt in het onderzoek gesteld.

Gezag
Als ouders niet in staat zijn gezamenlijk gezag uit te oefenen, kunnen kinderen in gevaar komen. In het onderzoek wordt als voorbeeld genoemd verslaafde kinderen, die juist veel behoefte hebben aan bescherming. De conclusie van het onderzoek is dan ook om het gezamenlijk gezag na scheiding te baseren op een overeenstemming tussen de ouders.

Conflicten
Daarmee zou een hoop ellende voorkomen worden, zoals jarenlange conflicten en procedures over de concrete gezagsuitoefening, over de van de hoofden kinderen heen. De onderzoekster wil een terugkeer naar de regeling van vóór 1998, waarbij de ouders het gezamenlijke gezag bij scheiding expliciet moesten aanvragen. Sinds 1998 behouden beide ouders het gezamenlijke gezag na echtscheiding.

Eerder onderzoek
In 2007 voerde de Raad voor de Kinderbescherming eveneens een onderzoek uit. Ook bij dit onderzoek was een onderzoeker van dezelfde Universiteit betrokken. Uit het onderzoek bleek onder meer dat kinderen van gescheiden ouders bijna twee keer zoveel problemen vertonen als kinderen uit intacte gezinnen. Vooral kinderen uit scheidingsgezinnen met veel conflicten ondervinden veel moeilijkheden.

Opmerkelijk
Uit hetzelfde onderzoek bleek echter ook dat sinds 1998 het contact tussen kind en uitwonende ouder (nog altijd meestal de vader) is toegenomen. Het percentage 'helemaal geen contact' daalde van 25 procent naar minder dan 20 procent. Net als het eerder genoemde onderzoek, werd ook hier geconstateerd dat gescheiden ouders sinds 1998 meer ruziën.

Conclusie

Kennelijk ruziën ouders meer na een echtscheiding indien beide gezag hebben, in tegenstelling tot de situatie dat ouders niet meer bij elkaar zijn en eentje het gezag heeft. Dat is niet onlogisch, omdat beide ouders in de eerste situatie evenveel te zeggen hebben, en in de tweede situatie niet. De belangen van beide ouders zijn in de eerste situatie groter.

Je zou dus aan het gezamenlijk gezag na echtscheiding kunnen tornen, zodat ouders minder ruziën. Echter, als tevens uit onderzoek blijkt dat in diezelfde situatie (beide ouders behouden gezag) het contact tussen het kind en uitwonende ouder is toegenomen, kan je je afvragen of dat de juiste weg is.



"Gezamenlijke voogdij geen automatisme"

RTV Utrechtreageer op dit artikel - donderdag 22 mei 2008 18:31 uur

UTRECHT - Ouders die zijn gescheiden moeten niet langer automatisch de gezamenlijke voogdij krijgen. Dat staat in een promotie-onderzoek van de Universiteit Utrecht.

Omdat veel ouders na een scheiding nauwelijks contact met elkaar hebben, komen kinderen in de knel. Zo is het bijvoorbeeld heel lastig om een school te kiezen als niet beide ouders het daar mee eens zijn. Vooral sociaal kwetsbare gezinnen komen vaak in deze situatie terecht.

De promovenda adviseert om ouders voortaan de keuze te geven voor een al dan niet gezamenlijke voogdij.


Onderzoekster kritisch over automatisch gezamenlijk gezag ouders

::: Alimentatie.nl | :::

Automatische toewijzing van gezamenlijk gezag is niet altijd de beste oplossing, vindt van Christine Jeppesen de Boer van de Universiteit Utrecht. Er ontstaan vaak problemen waar kinderen de dupe van kunnen worden. De goedbedoelde beschermende rol van de staat werkt dan averechts.


In Nederland is het zo geregeld dat ouders na een scheiding gezamenlijk het ouderlijk gezag over het kind krijgen. Of ze willen of niet. Het welzijn van het kind is daarbij in het geding, aldus Jeppesen de Boer. Vooral kinderen uit sociaal kwetsbare gezinnen zijn de dupe, stelt de promovenda in het proefschrift Gezamenlijk gezag, waar ze morgen in Utrecht op promoveert.

Met de huidige gezagsregeling groeit het kind vaak niet op in een veilige omgeving, stelt Jeppesen. Zij vergeleek de huidige en historische rechtssystemen van Nederland en Denemarken op dit punt. Vooral als (een van) beide ouders niet in staat is om gezag uit te oefenen, ontstaat een moeilijke situatie. Juist in gezinnen waarbij sprake is van verslavingsproblematiek en andere sociale kwetsbaarheidfactoren, gaat het vaak mis.

De onderzoekster noemt een voorbeeld waarin een rechtbank oordeelde dat beide ouders gezamenlijk gezag moesten blijven uitoefenen over het kroost. De vader was echter dakloos en gewelddadig. Pas in hoger beroep kreeg de moeder volledig zeggenschap over haar nageslacht. Slechts onder strikte voorwaarden komt de zeggenschap over het kind bij één ouder terecht in het Nederlandse rechtssysteem.

Maatwerk
Toch is ze van mening dat de meeste gescheiden ouders het onder het huidige systeem goed doen. Maatwerk zoals beoordeling per individueel geval ziet ze als juridisch moeilijk haalbaar. "Al zijn er mensen die daarvoor pleiten."

Jeppesen ziet meer in de regeling zoals die voor 1998 was. Toen moest gezamenlijk gezag worden aangevraagd in geval van scheiding, en was het gebaseerd op consensus tussen de scheidende partijen. Ze heeft zes en een half jaar aan het proefschrift gewerkt. Ze wil nu in Nederland advocaat worden en aan de slag in het familierecht. In Denemarken is ze al beëdigd als advocaat.


Kind niet altijd gebaat bij gezamenlijk ouderlijk gezag

Medicalfacts.nl | Alle medische feiten op een rij | Powered by HCMN |Medicalfacts Redactie | Categorie: Gezondheid & recht | 19. May 2008, 22:54

In Nederland behouden ouders na een scheiding in principe automatisch het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun kinderen. Een situatie waarbij niet altijd het belang van het kind voorop staat, vindt Christina Jeppesen de Boer. Dit geldt vooral voor kinderen uit sociaal kwetsbare gezinnen. De huidige regeling gaat voorbij aan hun primaire behoefte: namelijk een veilige omgeving om in op te groeien. Tot deze conclusie komt de promovenda na bestudering van onder meer de Nederlandse en Deense wetgeving. Jeppesen de Boer promoveert op 23 mei aan de Universiteit Utrecht met het proefschrift “Gezamenlijk gezag”.

Sinds 1998 wordt in Nederland het gezamenlijk ouderlijk gezag na een scheiding vrijwel altijd voorgezet, ongeacht de vraag of ouders het hierover eens zijn. Dit geldt voor zowel getrouwde als voor samenwonende stellen. Daarmee blijven beide ouders beslissingsgerechtigd over zaken zoals de verblijfplaats van het kind, schoolkeuze of beslissingen over eventuele medische behandelingen. Het toekennen van eenhoofdig gezag is evenwel aan strikte criteria gebonden. Inmiddels bestaat zelfs een wetsvoorstel dat dit “voortgezet ouderschap” moet bevorderen.

Negatieve keerzijde
Alle mooie bedoelingen ten spijt hebben deze ontwikkelingen ook een negatieve keerzijde, stelt Jeppesen de Boer. Zo zullen kinderen uit gezinssituaties, waarbij ouders niet in staat zijn gezamenlijk gezag uit te oefenen, hierdoor in de knel komen. Dit geldt des te meer voor kinderen uit gezinnen met ook andere, sociale kwetsbaarheidfactoren, zoals verslavingsproblematiek en geweld. Kinderen, kortom, die juist veel behoefte hebben aan bescherming. In het algemeen zijn voor kinderen het ouderschapsvermogen van de inwonende ouder en een gebrek aan ouderlijke conflicten immers belangrijker dan een gezamenlijke gezagsuitoefening, zo blijkt uit sociaalwetenschappelijk onderzoek.

Consensus
Het is niet voor niets dat er veel kritiek bestaat op de huidige situatie en de strikte criteria voor het toekennen van eenhoofdig gezag. Zo gaan er inmiddels stemmen op voor een meer individuele beoordeling van de risico’s voor het individuele kind. Kritiek die echter geen rekening houdt met de werking van het recht, dat zich vooral verlaat op concrete bewezen feiten. Een betere, echter vooral ook juridisch haalbare manier is volgens Jeppesen de Boer dan ook om het gezamenlijk gezag na (echt)scheiding te baseren op een consensus tussen de ouders. Daarmee voorkom je een hoop ellende, zoals jarenlange conflicten en procedures over de concrete gezagsuitoefening – over het hoofd van het kind heen. In die zin is Jeppesen de Boer dan ook voorstander van een terugkeer naar de regeling van vóór 1998, waarbij de ouders het gezamenlijke gezag bij scheiding expliciet moesten aanvragen.

Coordinating Societal Change
De Universiteit Utrecht heeft haar toponderzoek gebundeld in vijftien focusgebieden. Met deze focusgebieden wil de Universiteit Utrecht hoogwaardig onderzoek stimuleren en bijdragen aan het oplossen van grote maatschappelijke vraagstukken. Het hierboven beschreven onderzoek valt binnen het focusgebied ‘Coordinating Societal Change’. Hierin wordt onderzoek gedaan naar de vraag hoe organisaties, families en individuen omgaan met en reageren op maatschappelijke en institutionele veranderingen. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan de globalisering van de economie, de vergrijzing, de individualisering en informatisering van de samenleving en de diversiteitsproblematiek. Meer informatie is te vinden op www.uu.nl/focusgebieden.


Promotie

Christina Jeppesen de Boer (Rechtsgeleerdheid) promoveert op vrijdag 23 mei om 12.45 uur in het Academiegebouw, Domplein 29 te Utrecht. Proefschrift: Gezamenlijk Gezag.

Gezamenlijk ouderlijk gezag na scheiding

Sinds 1998 wordt in Nederland het gezamenlijk ouderlijk gezag na een scheiding in principe automatisch voortgezet. Het toekennen van eenhoofdig gezag is evenwel aan strikte criteria gebonden. Inmiddels bestaat zelfs een wetsvoorstel - dat inmiddels door de Tweede Kamer is aangenomen - die dit ‘voortgezet ouderschap’ moet bevorderen en die ouders verplicht om afspraken te maken over de invulling van het gezamenlijk gezag.

Alle mooie bedoelingen ten spijt hebben deze ontwikkelingen ook een negatieve keerzijde, vindt Christina Jeppesen de Boer. Zo zullen kinderen uit gezinssituaties, waarbij ouders niet in staat zijn gezamenlijk gezag uit te oefenen, er de dupe van worden. Met alle gevolgen van dien, zoals jarenlange procedures - over het hoofd van het kind heen - over de concrete gezagsuitoefening. Des te dramatischer is dit, omdat het hierbij veelal om kinderen gaat uit gezinnen met ook andere, sociale kwetsbaarheidsfactoren, zoals verslavingsproblematiek en geweld, zo blijkt uit onderzoek van Jeppesen de Boer. Kinderen, kortom, die juist veel behoefte hebben aan bescherming.

Een juridisch haalbare wijze om dergelijke procedures aan banden te leggen is om het gezamenlijk gezag na echtscheiding te baseren op een overeenkomst tussen de ouders, stelt Jeppesen de Boer. Zij is dan ook voorstander van een terugkeer naar de regeling van vóór 1998.

23-05-2008, 12:45 uur , Academiegebouw, Domplein 29, Utrecht.

Christina Jeppesen de Boer, Rechtsgeleerdheid Proefschrift: Joint Parental Authority

Promotor 1: Prof.dr. K.R.S.D. Boele-Woelki


‘Baseer regeling ouderlijk gezag op consensus ouders’

Kind niet altijd gebaat bij gezamenlijk ouderlijk gezag

Universiteit van Utrecht Nieuws; 19 mei 2008

In Nederland behouden ouders na een scheiding in principe automatisch het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun kinderen. Een situatie waarbij niet altijd het belang van het kind voorop staat, vindt Christina Jeppesen de Boer. Dit geldt vooral voor kinderen uit sociaal kwetsbare gezinnen. De huidige regeling gaat voorbij aan hun primaire behoefte: namelijk een veilige omgeving om in op te groeien. Tot deze conclusie komt de promovenda na bestudering van onder meer de Nederlandse en Deense wetgeving. Jeppesen de Boer promoveert op 23 mei aan de Universiteit Utrecht met het proefschrift “Gezamenlijk gezag”. Sinds 1998 wordt in Nederland het gezamenlijk ouderlijk gezag na een scheiding vrijwel altijd voorgezet, ongeacht de vraag of ouders het hierover eens zijn. Dit geldt voor zowel getrouwde als voor samenwonende stellen. Daarmee blijven beide ouders beslissingsgerechtigd over zaken zoals de verblijfplaats van het kind, schoolkeuze of beslissingen over eventuele medische behandelingen. Het toekennen van eenhoofdig gezag is evenwel aan strikte criteria gebonden. Inmiddels bestaat zelfs een wetsvoorstel dat dit “voortgezet ouderschap” moet bevorderen.

Negatieve keerzijde
Alle mooie bedoelingen ten spijt hebben deze ontwikkelingen ook een negatieve keerzijde, stelt Jeppesen de Boer. Zo zullen kinderen uit gezinssituaties, waarbij ouders niet in staat zijn gezamenlijk gezag uit te oefenen, hierdoor in de knel komen. Dit geldt des te meer voor kinderen uit gezinnen met ook andere, sociale kwetsbaarheidfactoren, zoals verslavingsproblematiek en geweld. Kinderen, kortom, die juist veel behoefte hebben aan bescherming. In het algemeen zijn voor kinderen het ouderschapsvermogen van de inwonende ouder en een gebrek aan ouderlijke conflicten immers belangrijker dan een gezamenlijke gezagsuitoefening, zo blijkt uit sociaalwetenschappelijk onderzoek.

Consensus
Het is niet voor niets dat er veel kritiek bestaat op de huidige situatie en de strikte criteria voor het toekennen van eenhoofdig gezag. Zo gaan er inmiddels stemmen op voor een meer individuele beoordeling van de risico’s voor het individuele kind. Kritiek die echter geen rekening houdt met de werking van het recht, dat zich vooral verlaat op concrete bewezen feiten. Een betere, echter vooral ook juridisch haalbare manier is volgens Jeppesen de Boer dan ook om het gezamenlijk gezag na (echt)scheiding te baseren op een consensus tussen de ouders. Daarmee voorkom je een hoop ellende, zoals jarenlange conflicten en procedures over de concrete gezagsuitoefening – over het hoofd van het kind heen. In die zin is Jeppesen de Boer dan ook voorstander van een terugkeer naar de regeling van vóór 1998, waarbij de ouders het gezamenlijke gezag bij scheiding expliciet moesten aanvragen.

Coordinating Societal Change
De Universiteit Utrecht heeft haar toponderzoek gebundeld in vijftien focusgebieden. Met deze focusgebieden wil de Universiteit Utrecht hoogwaardig onderzoek stimuleren en bijdragen aan het oplossen van grote maatschappelijke vraagstukken. Het hierboven beschreven onderzoek valt binnen het focusgebied ‘Coordinating Societal Change’. Hierin wordt onderzoek gedaan naar de vraag hoe organisaties, families en individuen omgaan met en reageren op maatschappelijke en institutionele veranderingen. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan de globalisering van de economie, de vergrijzing, de individualisering en informatisering van de samenleving en de diversiteitsproblematiek. Meer informatie is te vinden op www.uu.nl/focusgebieden.

Promotie
Christina Jeppesen de Boer (Rechtsgeleerdheid) promoveert op vrijdag 23 mei om 12.45 uur in het Academiegebouw, Domplein 29 te Utrecht. Proefschrift: Gezamenlijk Gezag.

Meer informatie

Erzsó Alföldy, persvoorlichter Rechtsgeleerdheid, (030) 253 7497, e.alfoldy@law.uu.nl.
B.g.g. Peter van der Wilt, persvoorlichting Universiteit Utrecht, (030) 253 3705, p.m.vanderwilt@uu.nl.


Project: Joint parental authority after divorce and relationship break-up (www.onderzoekinformatie.nl)
http://www.onderzoekinformatie.nl/en/oi/nod/onderzoek/OND1302926/
http://www.onderzoekinformatie.nl/nl/oi/nod/onderzoek/OND1302926/
http://www.onderzoekinformatie.nl/en/oi/nod/onderzoeker/PRS1299091/

Jeppesen-de Boer, Mr. C.G.
c.jeppesen@law.uu.nl

Relation to current research activities
(the most recent research is placed on top)

Doctoral/PhD student: Joint parental authority after divorce and relationship break-up

Project: Joint parental authority after divorce and relationship break-up

switch to nl

Title

Titel

Joint parental authority after divorce and relationship break-up

Gezamenlijk gezag van echtscheiding in rechtsvergelijkend perspectief

Abstract

The project deems to provide a comparison of the continuation of joint parental authority after divorce and relationship break-up in Dutch and Danish law. The project further includes a comparison with the Principles on Parental Responsibilities developed by the Commission on European Family Law (CEFL). The project is directed at providing an understanding of a development in the law, which has many common elements with respect to the content, means and timing and to provide a critical assessment of this development. The book is divided into three main parts. Part one deems to look at the development in a historical and national sociological perspective. Further the influence of human rights upon this development is analysed. Part two contains the comparison between Dutch and Danish law and the CEFL principles. Part three contains conclusions and assessment.

Period

09/2001 - unknown

Dissertation

Yes

Related organisations

Related persons

Related research activities (higher level)

Classification




Data supplier: Website Onderzoekschool Ius Commune

Gezamenlijk gezag van echtscheiding in rechtsvergelijkend perspectief

Ius Commune Onderzoekschool; Universiteit Maastricht - Katholieke Universiteit Leuven - Universiteit Utrecht - Universiteit van Amsterdam; ProjectDetail

Promovendus: Mw. Mr. Ch.G. Jeppesen de Boer
Promotor: Mw. Prof.Dr. K. Boele-Woelki
Duur: 1/9/2001 - 31/7/2007
Promotie: Utrecht, 23/5/2008

Abstract:
The project deems to provide a comparison of the continuation of joint parental authority after divorce and relationship break-up in Dutch and Danish law. The project further includes a comparison with the Principles on Parental Responsibilities developed by the Commission on European Family Law (CEFL). The project is directed at providing an understanding of a development in the law, which has many common elements with respect to the content, means and timing and to provide a critical assessment of this development. The book is divided into three main parts. Part one deems to look at the development in a historical and national sociological perspective. Further the influence of human rights upon this development is analysed. Part two contains the comparison between Dutch and Danish law and the CEFL principles. Part three contains conclusions and assessment.


Christina Jeppesen

Naam:

Mw.mr. C.G. Jeppesen de Boer

Functie:

Onderzoeker in opleiding

Bezoekadres:

Drift 9

Postadres:

Nobelstraat 2a, 3512 EN Utrecht

Kamer:

2.13

Telefoon:

030 - 253 7163 / 7153

Fax:

030 - 253 7205

Email:

C.Jeppesen@law.uu.nl



Opleiding

1987-1993

Rechten, Universiteit van Kopenhagen en de Universiteit van Edinburgh


Loopbaan

2001-heden

Assistent in opleiding, Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht

2000-2001

Belasting Adviseur, Ernst & Young, Amsterdam

1999

Advocaat, Deense Bank Vereniging, Kopenhagen

1995-1999

Docent familie- en erfrecht, Universiteit van Kopenhagen

1995-1999

Advocaat, Advocatenkantoor Peter Rud & Partners, Kopenhagen

1994

Jurist, Deense Ondernemingsinstantie, Kopenhagen


Katharina Boele-Woelki

Naam:

Mw.prof.dr. K.R.S.D. Boele-Woelki

Functie:

Hoogleraar IPR en Rechtsvergelijking/ Familierecht

Bezoekadres:

Drift 9

Postadres:

Nobelstraat 2a, 3512 EN Utrecht

Kamer:

2.20

Telefoon:

030 - 253 7193 / 7153

Fax:

030 - 253 7203

Email:

k.boele@law.uu.nl

Spreekuur:

maandag 13.00 -14.00 uur


Opleiding

1977-1979

Studie rechten en Nederlands aan de Freie Universität Berlin

1975-1977

Studie rechten aan de Georg-August Universität Göttingen


Loopbaan

1995-heden

Gewoon hoogleraar internationaal en vergelijkend privaatrecht en (sedert 2002) familierecht, Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht

1990-1994

Eerst toegevoegd docent later universitair hoofddocent internationaal privaatrecht en rechtsvergelijking, Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht

1982-1992

Wetenschappelijk medewerkster afdeling internationaal privaatrecht van het T.M.C. Asser Instituut te Den Haag

1980-1982

Promotieonderzoek T.M.C. Asser Instituut te Den Haag, beurs van de Deutsche Akademische Austauschdienst (DAAD). Gepromoveerd aan de Freie Universität Berlin

K. Boele-Woelki, Building on Convergence and Coping with Divergence in the CEFL Principles on European Family Law, in: M. Antokoskaia (ed), Convergence and Divergence in European Family Law, European Family Law series no. 18, Intersentia-Antwerp 2007, pp. 253-268


Kwetsbaar kind bij scheiding in de knel
Reformatorisch Dagblad - Binnenland - 20-05-2008 07:19

/media/Kinderen uit sociaal kwestbare gezinnen komen in de knel bij echtscheiding.

Kinderen uit sociaal kwestbare gezinnen komen in de knel bij echtscheiding. Foto ANP

UTRECHT (ANP) – Vooral kinderen uit sociaal kwetsbare gezinnen komen bij scheiding van de ouders in de knel. Daarom is het niet goed dat ouders na de scheiding in principe het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun kinderen behouden.

Dat stelt Jeppesen de Boer, die op 23 mei aan de Universiteit Utrecht op dit onderwerp promoveert. Ze vindt dat de huidige omgangsregeling het kind geen optimale mogelijkheid biedt om in een veilige omgeving op te groeien.

Sinds 1998 wordt in Nederland het gezamenlijk ouderlijk gezag na een scheiding vrijwel altijd voorgezet, ongeacht de vraag of ouders het hierover eens zijn. Dit geldt voor zowel getrouwde als voor samenwonende stellen.

Daarmee behouden beide ouders de mogelijkheid beslissingen te nemen over zaken zoals de verblijfplaats van het kind, schoolkeuze of het al dan niet ondergaan van medische behandelingen. De mooie bedoelingen ten spijt hebben deze ontwikkelingen ook een negatieve keerzijde, stelt Jeppesen de Boer, die haar verhaal baseert op studie van Nederlandse en Deense wetgeving.

Als ouders niet in staat zijn gezamenlijk gezag uit te oefenen, kunnen kinderen in gevaar komen. Jeppesen de Boer noemt als voorbeeld verslaafde kinderen, die juist veel behoefte hebben aan bescherming. Zij is er dan ook voor om het gezamenlijk gezag na scheiding te baseren op een overeenstemming tussen de ouders.

Daarmee voorkom je een hoop ellende, zoals jarenlange conflicten en procedures over de concrete gezagsuitoefening, over de hoofden kinderen heen. Jeppesen de Boer is voorstander van een terugkeer naar de regeling van vóór 1998, waarbij de ouders het gezamenlijke gezag bij scheiding expliciet moesten aanvragen.


"Gezamenlijke voogdij geen automatisme"
RTV Utrecht - 22 uur geleden
UTRECHT - Ouders die zijn gescheiden moeten niet langer automatisch de gezamenlijke voogdij krijgen. Dat staat in een promotie-onderzoek van de Universiteit ...

Onderzoekster kritisch over gezamenlijk gezag ouders
Alimentatie - 22 mei 2008
Automatische toewijzing van gezamenlijk gezag is niet altijd de beste oplossing, vindt van Christine Jeppesen de Boer van de Universiteit Utrecht. ...

Kwetsbaar kind bij scheiding in de knel
De Telegraaf - 19 mei 2008
Dat stelt Christina Jeppesen de Boer, die op 23 mei aan de Universiteit Utrecht op dit onderwerp promoveert. Ze vindt dat de huidige omgangsregeling het ...

Kwetsbaar kind na echtscheiding in de knel
Jurofoon - 21 mei 2008
Christina Jeppesen de Boer, die aan de Universiteit Utrecht op dit onderwerp promoveert, vindt dat de huidige omgangsregeling het kind geen optimale ...

Kind niet altijd gebaat bij gezamenlijk ouderlijk gezag
Medical facts - 19 mei 2008
Een situatie waarbij niet altijd het belang van het kind voorop staat, vindt Christina Jeppesen de Boer. Dit geldt vooral voor kinderen uit sociaal ...


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen