vrijdag, juli 16, 2010

545. Filosoof Ger Groot over de huwelijksmythe (met als hamvraag van het Vaderkenniscentrum: 'Is het huwelijk nu politiek-maatschappelijk gezien een partnerdiade of een zorgtriade?')

Filosoof Ger Groot schreef als columnist in Trouw van 15 juli 2010 onder de titel “Waarom is het huwelijk zo onverwoestbaar?” een column over de huwelijksmythe. Hieronder een commentaar van het Vaderkenniscentrum.nl op deze column met als hamvraag aan filosoof Ger Groot: Zijn huwelijk en relatie nu politiek-maatschappelijk gezien een partnerdiade of een zorgtriade?

Zijn huwelijk en relatie nu een partnerdiade of een zorgtriade?
Het huwelijk is in Nederland nu vooral nog een mythe, gestoeld in persoonlijke wispelturigheid, stelt Ger Groot vast in zijn column “Waarom is het huwelijk zo onverwoestbaar?” in Trouw. Hij is niet tegen (echt)scheiding, maar huwelijk en relatie genieten wel te weinig politiek-maatschappelijke steun.

Vraag van het Vaderkenniscentrum.nl is dan welke politiek-maatschappelijke steun hij gewenst acht. Zijn dat de nu aangeboden huwelijks- en relatiecursussen van de Christen Unie en hun Minister van Jeugd en Gezin op het eendimensionale partnerniveau?

Of is het veel belangrijker dat huwelijk of relatie naast partnereenheid ook zorgeenheid zijn voor kinderen? Gebleken is immers dat kinderen in een intact gezin, of - na scheiding – bij gedeeld verblijf bij beide ouders, het beter doen dan kinderen die bij één ouder opgroeien. Vraagt dit dan niet om een herdefinitie van huwelijk en relatie als zorgtriade voor de kinderen en nieuwe politiek-maatschappelijke steun om althans die zorgtriade in stand te houden?
Zo ja, waaruit moet die nieuwe politiek-maatschappelijke steun dan bestaan? Het zou zeker interessant zijn om daarover van Ger Groot te vernemen.

Enkele verdere waarnemingen van Ger Groot in zijn column over de huwelijksmythe zijn:

Scheiding: Voor vrouwen een ‘duizelingwekkende nieuwe kans’, voor mannen verlies
Voor het antwoord op de vraag “Waarom het recht op echtscheiding voor mannen géén, en voor vrouwen wel, een ’duizelingwekkende nieuwe kans’ zou zijn” valt hij terug op de feiten en stelt vast dat: “Mannen bij een echtscheiding nog altijd de kans lopen zo goed als alles kwijt te raken: hun kinderen, hun huis en het leeuwendeel van hun inkomen. Dan bedenk je je wel tien keer.” En even verder stelt hij vast: “Echtscheiding geldt zo ongeveer als een bewijs van ontvoogding”. Echtscheiding leidt dus vooral tot een groot verlies van vaderschap.

Gebroken gezinnenbeleid in Nederland: Maatschappelijk politiek krijgt het huwelijk in Nederland (te) weinig steun
Wat betreft het aantal scheidingen - en vertrekkend vanuit de feiten dat in Nederland “slechts” één op de drie huwelijken strandt - stelt hij vervolgens vast dat dat eigenlijk “een wonder” mag heten, daar “aan het huwelijk inmiddels schier onmogelijke eisen worden gesteld, terwijl het almaar minder steun krijgt bij zijn pogingen zichzelf in stand te houden.” En even verder stelt hij aanvullend vast: “daartegenover kan het huwelijk alleen nog maar steunen op de kracht van de liefde, die – zoals bekend – een nogal wispelturig karakter heeft.” Het Nederlandse huwelijk berust nu dus vooral op wispelturigheid en krijgt (te) weinig politiek-maatschappelijke steun.

Is Ger Groot dan huwelijksgoeroe en is echtscheiding alleen een slechte zaak?
Nee zeker niet, want hij stelt vast dat “er ongetwijfeld huwelijkse situaties zijn die schreeuwen om ontbinding. Daar is de echtscheiding ooit voor in het leven geroepen en dat is een goede zaak.” Maar hij stelt daarnaast ook vast dat echtscheidingen door het ontbreken van politiek-maatschappelijke steun in Nederland inmiddels merendeels ook plaats vinden om heel andere en veel vagere redenen, een op de partner geprojecteerd persoonlijk soort ongenoegen. Redenen die mensen ook niet eens gelukkiger maken stelt hij daarbij vast: “Maar eerlijk gezegd heb ik mensen na hun scheiding maar zelden gelukkiger zien worden dan daarvóór. Geen ‘duurzame ontwrichting’ of ‘intolerable cruelty’ was dan de aanleiding tot die stap geweest, maar een vaag soort onbehagen dat in de eenzaamheid die daarop volgde alleen maar erger werd. Of dat mét de gedeelde boedel onverkort naar het volgende huwelijk werd meegenomen.”

Peter Tromp
Vaderkenniscentrum


Zie voor de volledige column van Ger Groot in Trouw:

Gerelateerde artikelen:

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen